De perfecte balcontrole op een steekpass van Youri Tielemans. Ólafur Skúlason geeft iets te veel ruimte aan Matías Suárez en kan alleen nog de schade opmeten. El Artista slaat even de ogen op en legt de bal dan prinsheerlijk in de winkelhaak van een machteloze Sammy Bossut. We schrijven 27 septem- ber 2014, de Argentijn opent de score voor Anderlecht in het Regenboogstadion. Een laatste zonnestraal vooraleer donkere wolken van droefenis aan de hemel samenpakken.
...

De perfecte balcontrole op een steekpass van Youri Tielemans. Ólafur Skúlason geeft iets te veel ruimte aan Matías Suárez en kan alleen nog de schade opmeten. El Artista slaat even de ogen op en legt de bal dan prinsheerlijk in de winkelhaak van een machteloze Sammy Bossut. We schrijven 27 septem- ber 2014, de Argentijn opent de score voor Anderlecht in het Regenboogstadion. Een laatste zonnestraal vooraleer donkere wolken van droefenis aan de hemel samenpakken. Een jaar is dat ondertussen geleden, een jaar zonder dat Mati nog netten deed trillen, en verdedigers al evenmin. Amper 27 is hij en er wordt gevreesd voor het einde van zijn carrière. Het is het treurige verhaal van een speler wiens knieën te fragiel zijn voor een sport gebaseerd op explosieve versnellingen en voortdurende sprints. Suárez heeft die sport niet weten te domineren zoals dat had gemoeten. Zijn Gouden Schoen van 2012 lijkt al het hoogtepunt van zijn carrière, die hem verder had moeten brengen dan Anderlecht. Zijn lange droge periode zonder doelpunten is een teken aan de wand. Oké, Matías Suárez is nooit een echte killer geweest - zijn beste jaar bij paars-wit sloot hij af met negentien doelpunten, alle competities samen. ElArtista heeft nooit de leepheid gehad van een Aleksandar Mitrovic. 'Hij maakt goals, maar echt torinstict heeft hij niet', zei Marc Degryse in 2011. De betrokkene zelf bevestigde dat: 'Ik ben nooit een scoremachine geweest, niet in België en ook niet in Argentinië. Ik speelde eerder als negenenhalf, een beetje achter de diepe spits, en gaf liever assists dan te scoren.' Een speler dus die scoorde louter vanwege zijn talent. En talent, dat verdwijnt niet. De goals blijven niettemin uit. Toen Besnik Hasi vorig jaar zijn balans opmaakte van de Champions League, klonk het verdict hard: 'Op Galatasaray was hij op weg naar de 0-2. Met twee, drie meter voorsprong had hij nooit meer ingehaald mogen worden en toch wist de verdediger hem nog bij te benen. Dat was een veeg teken: hij kon het verschil niet meer maken met zijn snelheid.' Pijnlijk voor een speler die voordien op volle snelheid dingen kon die anderen in stilstand niet eens beheersten. Een dribbel inzetten maar niet voorbij de tegenstander geraken, de geniale bewegingen die achterwege bleven: het was soms triest om te zien. Het Astridpark leek anders nog steeds in hem te geloven. Uiteindelijk was Suárez al eerder weer opgestaan. Denken we maar terug aan de thuismatch tegen KV Mechelen in de lente van 2013, toen El Artista twintig minuten voor tijd Milan Jovanovic kwam vervangen. Het publiek juichte de grote comeback stormachtig toe, alsof er net gescoord was - Bram Nuytinck vertelde achteraf dat hij er kippenvel van had gekregen. Kippenvel ook bij de eerste actie van de Argentijn, waarmee hij de verdediging van KV doorboorde. De dribbelkont was terug! Anderlecht denkt zijn artiest weergevonden te hebben. Met reden: Suárez verschaft paars-wit met goals op de achtste en negende speeldag van de play-offs net de nodige zuurstof in de titelstrijd met Zulte Waregem. Drie doelpunten in elf wedstrijden: heel behoorlijk voor een speler die door een blessure bijna een jaar lang geen gras zag en ook nog eens een transfer naar Moskou zag afketsen. Het vervolg is nog beter: in afwachting van de komst van Mitrovic, die met hem een koningskoppel zal vormen, begint Suárez voortvarend aan het seizoen 2013/14. Ook al geraakt hij maar aan vijftien wedstrijden, hij scoort daarin zeven keer en levert acht assists af. Een goal om de 168 minuten, een beslissende actie om de 79 minuten: de beste balans uit zijn hele loopbaan. Helaas komt dan de blessure die veel leek op 'de blessure te veel'. Na zijn terugkeer vorig seizoen speelt hij nog wel zeventien onopvallende matchen, maar daarin scoort hij maar vier keer en geeft hij amper twee assists. Statistieken die nog onder die van 2009/10 liggen, het seizoen van zijn doorbraak, toen hij pas in de play-offs echt ontplofte met vijf goals en zes assists die Sporting op weg zetten naar de titel. In 2010 verovert Suárez het Oude Continent wanneer hij in de wedstrijd tegen Hajduk Split op een besneeuwd veld een slalom à la Alberto Tomba inzet en de bal met een ongelooflijke knal buitenkant voet in doel jast. De superlatieven worden bovengehaald. De statistieken geven dat seizoen evenwel de indruk van 'net te weinig'. Suárez scoort maar om de 333 minuten en met zeven assists is hij niet vaak genoeg beslissend. Het laatste seizoen onder Arïel Jacobs daarentegen, het jaar van de Gouden Schoen, zal wél groots zijn. Suárez is dan onweerstaanbaar. Tot hij geblesseerd uitvalt in de match tegen Standard, speelt hij in totaal 45 wedstrijden. In de Europa League is hij met zeven goals de grote bezieler van het perfecte parcours (18 op 18) dat paars-wit aflegt. In de competitie zet hij twintig assists op zijn naam, of zogoed als één per match die hij speelt. Jovanovic, altijd kwistig met gedurfde vergelijkingen, noemt hem 'de Lionel Messi van Anderlecht'. De Serviër legt uit: 'Hij wint wedstrijden op zijn eentje.' Suárez is ongrijpbaar, zowel met als zonder bal. Geen overbodige dribbels maar een 'Europese' efficiëntie: altijd verticaal, altijd snel, altijd doelgericht. 'Het is door zijn snelheid met de bal aan de voet dat hij het verschil maakt', oordeelt Fernando Canesin. Een snelheid die tot het verleden lijkt te behoren. Tegen Monaco vorige week wekten zijn baltoetsen in de eerste helft een vreemd gevoel op: een mengeling van tristesse en medelijden. Matías Suárez gaf het in zijn eerste Brusselse jaren al aan, toen hij moeite had om zich in de basiself te spelen: hij heeft nood aan continuïteit om zijn beste niveau te halen. Zijn topjaar was trouwens datgene waarin hij de meeste minuten (3718) op het veld stond. Maar hoe moet je nu speeltijd gunnen aan een speler die, wanneer je hem in actie ziet, eerder gebaat lijkt bij wat rust? Sinds zijn blessure in de lente van 2012 trok Mati slechts 48 keer het shirt van RSCA aan. Amper 3000 speelminuten in een eeuwigheid van blessures, dat is zowat één volledig seizoen op de drieënhalf. En spijts zijn geteisterde knieën deed El Artista de netten toch nog veertien keer trillen en gaf hij nog dertien beslissende passes. Zelfs een geplaagde Suárez bleef dus om de 114 minuten beslissend. Het voedt de theorie dat hij zonder die blessures de absolute top had kunnen halen. Nogmaals Jovanovic: 'Hij kan alles: dribbelen, scoren, assists geven... Grote klasse. Hij heeft alles om heel ver te geraken.' De Serviër speelde graag samen met de Argentijn, want 'hij begrijpt alles.' Links, rechts, in steun van een diepe spits of zelf in de punt van de aanval als de situatie erom vroeg: Matías Suárez liep overal waar zijn benen hem dragen konden, tot hij - letterlijk en figuurlijk - door de knieën ging. Besnik Hasi moet ongetwijfeld enorm veel heimwee hebben naar die periode, gezien zijn roep om Mbark Boussoufa, een speler die ruimte kan creëren en één tegen één het verschil kan maken. Maar zo'n speler heeft hij dus al in zijn kern - of beter: had hij. De Gouden Schoen en het nummer 9 op zijn rug zijn de stille getuigen van een speler die nu al gearchiveerd lijkt. Een genie wiens schim enkele zondagen per jaar nog over het gras van het Astridpark dwaalt, maar die niemand nog angst inboezemt. Ook al blijft hij in de toekomst van blessures gespaard, dan nog lijkt het onwaarschijnlijk dat Matías Suárez nog op zijn oude niveau terugkeert. Zijn knieën zijn te fragiel om ritmewisselingen te verdragen en dus zullen zijn versnellingen de verdedigers niet zo snel meer in de problemen brengen. Om te overleven zonder die kwaliteit moet Mati zichzelf opnieuw uitvinden. Hij scoort zelf misschien niet, maar gaf in de competitie al wel drie assists. Op Westerlo schotelde hij DennisPraet het laatste doelpunt voor met een scherpe pass na een voorbeeldige counter. Tegen Waasland-Beveren op de eerste speeldag vond hij Youri Tielemans bij het beslissende doelpunt nadat hij eerder ook al Idrissa Sylla de 2-0 had aangeboden. Zijn dribbels mogen dan al aan snedigheid verloren hebben, zijn passing en zijn aangeboren positiegevoel om slim tussen de lijnen te lopen, zijn nog intact. Tielemans voelt zich te onwennig met de rug naar het doel om zo hoog te spelen en Praet heeft (momenteel) niet zo'n neus voor beslissende passes: Suárez heeft dus nog een rol te vervullen in dit Anderlecht. Hij kan op het juiste moment de juiste pass geven: onbereikbaar voor de verdedigers en op maat voor de aanvaller. Bij paars-wit lijkt hij de enige die dat op die manier kan. Het enige wat nog moet gebeuren is een plaats voor hem vinden. Op de flank in Hasi's 4-3-3 is hij te ver verwijderd van de zone van de waarheid, gezien hij daar noch met een dribbel noch op snelheid kan geraken. Hij moet dus dichter bij het doel staan en dan komen we uit bij een systeem met twee aanvallers. Alleen is het - gelet op de dramatische experimenten met een 4-4-2 aan het begin van het seizoen - niet zo zeker dat Hasi alles zal willen omgooien om zijn Argentijn die sleutelrol toe te bedelen. DOOR GUILLAUME GAUTIER - FOTO'S BELGAIMAGESuárez heeft nog een rol te vervullen in dit Anderlecht. Hij kan op het juiste moment de juiste pass geven.