Nkosi Sikelel' iAfrika (God zegene Afrika) was jarenlang de officieuze hymne van het hele continent, tot het in 1994 onderdeel werd van het volkslied van Zuid-Afrika. Er zijn niet veel mensen die Afrika meer zegeningen toewensen dan Jacky Ickx dat doet. De Dakarrally vormt een cesuur in het leven van de voormalige F1-coureur, je hebt de Jacky Ickx van voor Afrika en die van erna. Daarover later meer.
...

Nkosi Sikelel' iAfrika (God zegene Afrika) was jarenlang de officieuze hymne van het hele continent, tot het in 1994 onderdeel werd van het volkslied van Zuid-Afrika. Er zijn niet veel mensen die Afrika meer zegeningen toewensen dan Jacky Ickx dat doet. De Dakarrally vormt een cesuur in het leven van de voormalige F1-coureur, je hebt de Jacky Ickx van voor Afrika en die van erna. Daarover later meer. En moeten de zegeningen van God komen? Gelovig is Jack Ickx niet, maar hij zei ooit: "Ik buig nederig het hoofd voor het Mysterie." Hij praat ook graag over "zijn beschermengel". Of die echt bestaat, weet hij niet, maar áls hij bestaat, dan heeft hij aan de racende Belg zijn handen vol gehad. Statistisch gezien had die al zeker drie keer dood moeten zijn. Het waren de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw, toen een weekend F1 geregeld eindigde in rouw. De snelheden stegen, van vangrails was geen sprake. Magere Hein reed voortdurend mee. Het dodelijkste jaar was 1970, op de breuklijn van twee decennia. Om de paar maanden droegen de rijders een collega ten grave. Het opvallendste slachtoffer was de Oostenrijker Jochen Rindt, die dat seizoen al vijf van de acht GP's gewonnen had en met 45 punten los op kop stond in het WK. Maar eerder hadden ook al Bruce McLaren en Piers Courage de dood gevonden. Jacky Ickx overleefde zelf als bij mirakel toen op het circuit van Jarama bij Madrid zijn Ferrari werd aangereden door Jackie Oliver en herschapen werd in een vlammenzee. Ickx kwam er met lichte brandwonden af en startte - goed omzwachteld - twee weken later gewoon in Monaco. De Belg, die in 1969 al vicewereldkampioen werd, sprokkelde dat seizoen 40 WK-punten, waarmee hij de lijst van de 'levenden' aanvoerde. Hij maakte echter geen claim op de wereldtitel. "Met een dode wil ik niet concurreren", gaf hij aan. Rindt werd postuum uitgeroepen tot wereldkampioen. Het is aan dergelijke anekdotes dat Ickx de bijnaam 'the gentleman driver' overhield. Hij nuanceerde dat ooit zelf: "We moesten wel gentlemen zijn, onze levens hingen van elkaar af." Gentleman was Jacky Ickx ook naast het circuit. Hij had de looks en het charisma om het in Hollywood te maken. Altijd in kraaknette racepakken met een witte coltrui eronder, af en toe met een beroemde schone aan zijn arm, zoals actrice Charlotte Rampling in 1967 in Londen. In een biografie uit die tijd, gepubliceerd ter wille van idolate tieners, valt te lezen: "Hij praat als een meisje, hij is ook zo knap als een meisje, maar aan het stuurwiel is hij zo hard als Burt Lancaster." Later werd hij omschreven als de combinatie van Paul Newman en Michel Vaillant. Ickx kreeg ook effectief enkele keren een rol als zichzelf in de Michel Vaillant-strips. De beminnelijke Jacky Ickx, geboren op 1 januari 1945, was natuurlijk in de eerste plaats een uitzonderlijke autocoureur. Op zijn 22e maakte hij zijn debuut bij Ferrari - dat was indertijd bitterjong. Aan grote baas Enzo Ferrari houdt hij bijzondere herinneringen over: "Zijn zoon Alfredo was vroeg gestorven en hij beschouwde mij als diens vervanger. Een enigmatische figuur, ondoorgrondelijk, soms zéér emotioneel, soms ijskoud. Ik herkende veel van mezelf in hem." Voor Ferrari wint Ickx in 1968 zijn eerste grand prix. In 1969 maakt hij een ommetje langs Brabham en wordt hij dus vicewereldkampioen, zij het op ruime afstand van Jackie Stewart. Het jaar daarop wint hij weer zilver, na Rindt, en de jaargangen 1971 en 1972 leveren een vierde plaats op. Na zijn overstap naar Lotus in 1974 is er in de F1 nog slechts een figurantenrol voor hem weggelegd. In totaal behaalde hij acht GP-zeges. Aan het eind van zijn F1-carrière ging Ickx zich nog meer toeleggen op de endurance, waarin hij al successen geboekt had in Spa-Francorchamps en de 24 uur van Le Mans. Die laatste uithoudingsproef zou hij zes keer winnen, wat hem een andere bijnaam opleverde: Monsieur Le Mans. Zijn eerste zege daar (met Jackie Oliver, 1969) was bijzonder. Ickx protesteerde tegen de Le Mansstart, waarbij de coureurs naar hun bolides moesten rennen en om tijd te winnen meestal zonder gordel ervandoor gingen. Ickx wandelde rustig naar zijn wagen, gespte zich stevig vast en ging als allerlaatste van start. Na een lange inhaalrace en met een listig manoeuvre in de laatste ronde (waarbij hij brandstofnood veinsde en zich opzettelijk liet inhalen om vervolgens van de slipstream te profiteren) won Ickx met slechts 120 meter verschil, de krapste zege ooit in Le Mans. De Brit John Woolfe haalde niet levend het einde, in de eerste ronde al crashte hij - zonder gordel. Woolfes dood en het protest van Ickx leidden ertoe dat de Le Mansstart werd afgeschaft. Jacky Ickx, de grootste Belgische autocoureur ooit, groter dan Thierry Boutsen, is als kind helemaal niet van plan te gaan racen. Wanneer hij negen is, neemt zijn vader Jacques, een autosportjournalist, hem mee naar de GP van België in Francorchamps. Er bestaat een foto van de kleine Jacky met een grote bos bloemen in zijn handen naast de winnaar van de race, de legendarische Juan Manuel Fangio. Hij haat elk moment, wil niet liever dan dat zijn vader hem zo snel mogelijk weghaalt uit dat lawaai. Tuinman wil hij worden, of boswachter. Maar het lot heeft soms rare streken in petto. Jacky richt op school niet veel uit, hij kijkt dromerig door het raam en trekt nog het liefst urenlang de natuur in, waar hij rust vindt en met de blote hand forellen vangt. "Ik was un cancre," zegt hij, "een luierik op school." Veel ouders in die tijd zouden zoonlief met strenge en zo nodig harde hand terechtgewezen hebben, maar Jacques en zijn vrouw kopen voor Jacky een brommertje - om hem te stimuleren. Aan zijn schoolprestaties helpt dat niet veel, maar met die Zündapp rijdt Jacky zijn eerste wedstrijden en voor hij het goed en wel beseft, hangt er een lauwerkrans rond zijn nek. Nog voor hij bij het leger zijn rijbewijs haalt, stapt hij al in een auto. De rest is geschiedenis: op zijn 20e wordt hij Belgisch kampioen tourismewagens, een jaar later wint hij de 24 uur van Francorchamps en nog een jaar later wordt hij Europees kampioen formule 2 en haalt Ferrari hem binnen. In een interview vele jaren later toont Ickx zich daar filosofisch over: "Je wordt heel erg bepaald door de mensen die je pad kruisen. Zelf heb je niks te kiezen in het leven." Het is het lot. Het lot dat hem gespaard heeft, zo zegt hij, "omdat ik het nooit uitgedaagd heb". De wagen in één stuk aan de finish krijgen was altijd zijn eerste betrachting. In 'La chanson de Jacky' uit 1966 zingt Jacques Brel: "être une heure, rien qu'une heure durantbeau, beau, beau et con à la fois" Een uur lang mooi en tegelijk een dwaas zijn, het tekent Jacky Ickx aan het stuur van een F1-bolide. Niet dwaas in de zin van risico's nemen, maar eerder: een slecht karakter, een smeerlapje zijn. "Een racer moet twee persoonlijkheden hebben," vertelde hij twee jaar geleden in dit blad, "eentje voor het dagelijks leven en eentje voor wanneer hij zijn raceoverall aantrekt en zijn helm opzet. Dan moet hij over kwaliteiten beschikken die in het gewone leven gebreken zijn: individualisme en egoïsme. Wanneer je achter het stuur van je wagen kruipt, onderga je een gedaanteverwisseling." En zo werd Jacky Ickx om de twee weken iemand die hij eigenlijk niet wilde zijn. Een moderne versie van Dr. Jekyll en Mr. Hyde. Drie jaar geleden zei hij in Humo: "Ik herken op mijn 67e die racing-Ickx niet. Ik begrijp zijn daden niet, zijn moed, zijn uitspraken. Met ce type-là heb ik niets meer te maken." Hij heeft een lange weg afgelegd, zo geeft hij telkens aan, van de cancre van destijds naar de man die hij nu is. Een binnenvetter is hij altijd wel geweest, introvert, opgesloten in zijn hoofd. Maar ook een hypergevoelig persoon met een brede belangstelling. Liever dan een zoveelste oefenrondje te draaien had hij pakweg een goed boek willen lezen. Afwisseling was nodig, elk moment van verveling was er een te veel. En dan is er die januari-avond in 1981, wanneer hij voor het eerst deelneemt aan de rally Parijs-Dakar en vanuit een vouwstoel samen met een bevriende journalist naar de zon zit te kijken, die ondergaat met de snelheid van een keitje dat zinkt in water. Jacky Ickx is in Afrika en wordt als Paulus van zijn paard gebliksemd. Vraag hem naar de belangrijkste gebeurtenis of de mooiste herinnering uit zijn leven, hij zal nooit een of andere zege noemen. "Dat heeft alles te maken met Dakar", zei hij twee jaar geleden. "Een keerpunt in mijn leven. Dakar heeft mijn horizon verruimd en een nieuwe richting aan mijn leven gegeven." Bij zijn derde deelname, in 1983, wint hij de uithoudingsproef, met als navigator de Franse acteur Claude Brasseur. "Dat blijft iets speciaals, maar veel belangrijker zijn al de mensen die ik dankzij mijn deelnames heb leren kennen. De Dakar maakt een mens nederig." Ickx geraakt helemaal verknocht aan Afrika. Sinds dan doorkruist hij het continent als een gemotoriseerde Dr. David Livingstone, de Schotse ontdekkingsreiziger uit de negentiende eeuw. Afrika maakt een immense indruk op Jacky Ickx, het contrast tussen de schrijnende armoede en de grootsheid van de woestijn, mensen die niets bezitten terwijl ze hun eigenwaarde putten uit het landschap waarin ze leven, de stralende glimlachen. Hij ervaart dat de mensen er, ondanks de penibele omstandigheden waarin ze leven, oprecht vriendelijk zijn. Later zou hij huwen met de bekende Burundese zangeres Khadja Nin, zijn derde echtgenote. In 1989 kan Ickx de Dakar een tweede keer winnen, samen met Christian Tarin, maar teamorders verplichten hem om de zege af te staan aan zijn ploegmaat Ari Vatanen. De grote baas van Peugeot vraagt wat hij ter compensatie kan doen en Ickx geeft als antwoord: waterputten. Vanaf dan laat hij geregeld waterputten boren in de woestijn. Mensen van drinkwater voorzien, dat gevoel smaakt zoeter dan de mooiste overwinning. Ickx maakte in 1991 een einde aan zijn carrière na de dramatische Rally van de Farao's in Egypte. Door een inschattingsfout gaat zijn wagen meermaals overkop. Zijn navigator en vriend Christian Tarin verkoolt levend in het wrak. Voor Ickx is het de dode te veel. Slechts af en toe kruipt hij nog achter het stuur. Zoals in het jaar 2000, wanneer hij nog eens in de Dakar meerijdt met een van zijn dochters, Vanina, zelf ook rallycoureur. Wanneer hij in 1995 plots voorbereidingen treft voor de rally Granada-Dakar, wordt hij door dit blad geïnterviewd. De opmerking valt dat het lang stil is geweest rond Jacky Ickx, waarop hij visionair antwoordt: "Het is typisch voor deze moderne tijden dat je snel vergeten wordt als men je niet meer ziet. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat die stilte rond mijn persoon mij goed uitkomt, omdat ik niet zo van het publieke leven hou." Twintig jaar later is dat nog altijd zo, Ickx komt nauwelijks in de media, spelshows en praatprogramma's interesseren hem niet. Voor velen is Jacky Ickx ondertussen een naam op een palmares. Daar kan nu verandering in komen, naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag, een mijlpaal die hij deelt met zijn oude kameraad Eddy Merckx, geboren op 17 juni 1945. Voor de zeventigste verjaardag van beide sporthelden werd in Trade Mart in Laken een prachtige tentoonstelling op poten gezet. Een van de pronkstukken is de zwartgeblakerde helm van Jarama 1970, een icoon dat herinnert aan de broosheid en de vergankelijkheid van het leven op een F1-parcours. Het laatste, treffende woord is dan ook voor de meester zelf, uit een interview met ons zusterblad Knack, tien jaar geleden: "Het mooiste cadeau dat de autosport mij gegeven heeft, is dat ik mocht blijven leven." DOOR PETER MANGELSCHOTSJacky Ickx was een gentleman, ook naast het circuit. Hij had de looks en het charisma om het in Hollywood te maken. Ickx geraakt helemaal verknocht aan Afrika. Hij ervaart dat de mensen er ondanks de penibele omstandigheden oprecht vriendelijk zijn.