Het ontslag van René Vandereycken stond al op de dag van zijn contractverlenging in de sterren geschreven. Zijn eerste regeerperiode was niet echt een succesverhaal, de verstandhouding met de jonge spelersgroep ver van optimaal en de tegenkanting bij de media en de bond behoorlijk groot.
...

Het ontslag van René Vandereycken stond al op de dag van zijn contractverlenging in de sterren geschreven. Zijn eerste regeerperiode was niet echt een succesverhaal, de verstandhouding met de jonge spelersgroep ver van optimaal en de tegenkanting bij de media en de bond behoorlijk groot. Vooral dat laatste was een molensteen rond de nek van de Limburger. Vander-eycken dankte zijn nieuwe verbintenis eind 2007 aan wijlen Antoine Vanhove, de toenmalige voorzitter van de Technische Commissie, Herman Wijnants en technisch directeur Michel Sablon, die met een positief rapport bondsvoorzitter François De Keersmaecker over de streep trok. Desondanks luidde de stemverhouding binnen het Uitvoerend Comité van de bond slechts 11-10. Een meerderheid, maar een onwerkbare meerderheid. Vooral omdat snel bleek dat er een communautaire stemming was geweest en dat de Franstaligen Vandereycken in blok hadden afgewezen. De grootste tegenstander van de bondscoach was CEO Jean-Marie Philips, waarmee Vandereycken al langere tijd op gespannen voet leefde. Al snel werd ook gefluisterd dat Sablon vooral pro Vandereycken was omdat hij met zijn CEO nauwelijks door dezelfde deur kan en dat de steun van Vanhove vooral te danken was aan zijn Brugse frustraties. De vroegere sterke man van Club verteerde nooit dat hij door Michel D'Hooghe opzij was geschoven voor sportleider Marc Degryse. D'Hooghe en Roger Vanden Stock hadden in juni 2007 al aan De Keersmaecker laten verstaan dat Club Brugge en Anderlecht niet zaten te springen om met hun ex-speler als bondscoach door te gaan. Paars-wit was ook helemaal niet opgezet met de keuze van Frankie Vercauteren als tweede in bevel. De plooien waren nog niet gladgestreken tussen de ex-trainer en de bestuurstop van het Astridpark. Vercauteren kreeg vooral om meer inhoudelijke redenen een foute rol toegewezen. De Brusselaar lijkt gewoon te veel op zijn baas. Zowel op het voetbaltechnische als op het communicatieve vlak. Vooral dat laatste zou de bond zuur opbreken. In de nieuwe overeenkomst was nochtans afgesproken dat Vandereycken op een andere manier met de pers zou omgaan. Je kan van een paard echter geen vogel maken of omgekeerd. De relatie tussen de bondstrainers en de journalisten verziekte verder, ook al ontstond er na de interlands tegen Turkije en Spanje een veel positievere sfeer rond de Rode Duivels. De nationale ploeg leverde eindelijk prestaties af die de meeste waarnemers konden bevredigen en de strijdbijl werd begraven. Dat was niet de intentie van Vandereycken. Voelde hij zich sterk na een 7 op 12 en meende hij dat de partijen tegen Bosnië zijn positie nog verder zouden verstevigen? Het is bijna niet anders te verklaren. In eigen land weigerde hij te praten met de persjongens, die alleen zijn woorden verdraaiden. Toen hij een paar weken terug wel uitgebreid het Nederlandse voetbalweekblad Voetbal International te woord stond, was dat een provocatie. Dat hij de Belgische pers nog een schop na gaf, was oliedom. De journalisten hielden zich gedeisd. Misschien omdat ze koelbloediger waren dan de bondscoach, of waarschijnlijk omdat ze op dat moment dachten dat Vandereycken zijn mandaat wel eens zou kunnen volmaken. Wie de pers de oorlog verklaart, wordt vroeg of laat echter door de media verscheurd. Alleen wie fantastische resultaten kan neerzetten, ontsnapt aan die voetbalwet. Uitzonderingen zijn Enzo Bearzot met Italië op het WK '82, Aimé Jacquet met Frankrijk op het WK '98 en Alex Ferguson al 22 jaar met Manchester United. Met een Belgische ploeg is zo'n parcours onmogelijk. René Vandereycken en Frankie Vercauteren deden zichzelf de das om. De thuiswedstrijd tegen Bosnië-Herzegovina was zo'n misbaksel dat hun grootste fans binnen het Uitvoerend Comité en het persgild hen afvielen. Het onverdedigbare is immers niet te verdedigen. Dat de bondscoaches het desondanks nodig vonden in Sarajevo de pers te sarren, gaf aan dat ze ofwel beseften dat hun lot al bezegeld was ofwel dat ze zo vereenzaamd zijn in hun vak dat ze wereldvreemd geworden zijn. De persconferentie die René Vandereycken de dag voor de interland in Zenica in het olympisch stadion van Sarajevo gaf, was ronduit hallucinant. Hoe kan je blijven geloven dat de zon schijnt als de hele wereld nat wordt, en daar nog eens trots op zijn ook? De tweede nederlaag tegen de Bosniërs betekent het eindpunt voor Vandereycken en Vercauteren, die in de benadering van de hoofdcoach door de media te veel parallellen meende te ontwaren met zijn eigen afscheid aan Anderlecht. De opvolging wordt een moeilijke oefening. De nationale ploeg staat sportief niet op nul, zoals Vandereycken onterecht uithaalde naar voorganger Aimé Anthuenis, maar zit qua imago een flink stuk onder het vriespunt. Geen enkele Franstalige zender had - nog voor de dramatische heenmatch tegen Bosnië - geld veil voor een rechtstreekse uitzending van de match in Zenica. Na de derde nederlaag op rij liet shirtsponsor Nike weten vraagtekens te plaatsen achter de samenwerking. Als de bond wil dat sponsors blijven investeren in de nationale ploeg zal hij dat eerst zelf moeten doen. Alweer is gebleken dat zonder professionele omkadering wat communicatie betreft een catastrofe onafwendbaar is. Meer dan ooit moet er een trainer met een grote reputatie worden binnengehaald. De bond kan het zich niet permitteren dat deze generatie, net als de vorige, verloren gaat. Een criterium als talenkennis doet niets ter zake. Er is behoefte aan een man die een ambassadeur is voor het nationale voetbal, internationaal alles gezien en meegemaakt heeft, lak heeft aan jan en alleman en duidelijke afspraken maakt met de spelers. De pikorde is immers verstoord in de groep, waarin anciens de minderheid vormen en prille twintigers 35.000 euro per week verdienen. Zij hebben de nationale ploeg niet nodig om hun marktwaarde op te vijzelen en dreigen eerder het slachtoffer te worden van broddelwerk bij de Rode Duivels. De beslissing over de nieuwe bondscoach moet door de kerngroep van de Technische Commissie (na advies van ex-topspelers en clubtrainers) worden genomen. Niet door het voltallige Uitvoerend Comité. De meeste leden hebben geen directe band met het topvoetbal en de uitslag van de stemming zal de bondscoach opnieuw achtervolgen. Haast is er niet gemoeid met de opvolging, maar al te lang mag het ook niet duren. In september gaat de voorronde van het WK 2010 verder. Kwalificatie is zo goed als uitgesloten, maar de komende resultaten bepalen hoe zwaar de loting voor Euro 2012 wordt. De taak van de nieuwe bondscoach mag niet nog moeilijker worden dan nu al het geval is. Erik Gerets is de droomkandidaat, maar lijkt onbetaalbaar. Misschien kan de man van Marseille echter gekitteld worden met de uitdaging het ongelijk te bewijzen van zijn vroegere vriend en gouwgenoot, die in hem een tactische analfabeet ziet. S door françois collin - beelden: belga