De Brusselse Noordwijk speelde een aanzienlijke rol in heel wat verhalen uit de Belgische geschiedenis. Vanuit het station aan de Groendreef vertrok ooit de eerste trein op het vasteland. De Brabançonne weerklonk voor het eerst in de Harmoniestraat en op zondag 27 maart 1966 juichten horden tienermeisjes de Rolling Stones hier toe toen ze voet aan de grond zetten op de helihaven, destijds gebouwd ter gelegenheid van Expo 58. Ook de kaalslag die PaulVanden Boeynants en zijn vastgoedkompaan Charlie de Pauw hier hebben aangericht, heeft al voor voldoende opschudding gezorgd.
...

De Brusselse Noordwijk speelde een aanzienlijke rol in heel wat verhalen uit de Belgische geschiedenis. Vanuit het station aan de Groendreef vertrok ooit de eerste trein op het vasteland. De Brabançonne weerklonk voor het eerst in de Harmoniestraat en op zondag 27 maart 1966 juichten horden tienermeisjes de Rolling Stones hier toe toen ze voet aan de grond zetten op de helihaven, destijds gebouwd ter gelegenheid van Expo 58. Ook de kaalslag die PaulVanden Boeynants en zijn vastgoedkompaan Charlie de Pauw hier hebben aangericht, heeft al voor voldoende opschudding gezorgd. De Stad Brussel omvat 7 wijken (Haren, Laken, Neder-Over-Heembeek, de Vijfhoek, de Louizawijk, de Noordwijk en de Noord-Oostwijk) verspreid over 32 km2. Met 141.235 inwoners (14 procent van het Brussels Gewest) heeft Brussel het grootste bevolkingsaantal van de Brusselse gemeenten. In een van die wijken, de Noordwijk, groeide Vincent Kompany op. In de schaduw van die nieuwe blinkende zakentorens, die verrezen uit de kaalslag in de jaren zeventig en Brussel de uitstraling van New York moeten geven. Hier werden in 1974 zes grote woonblokken gebouwd, in opdracht van de Lakense haard, een sociale huisvestingsmaatschappij. In één ervan, aan het nummer 35, op de zesde verdieping, vond de familie Kompany onderdak. Als we op een stralende, maar koude winterdag voor de deur stoppen, staren nieuwsgierige tieners ons aan. Gezien hun leeftijd horen ze op de schoolbanken, maar daar hebben ze lak aan. Ze verkiezen aan te rommelen en kijken, nieuwsgierig maar allerminst vijandig, naar het bezoek. We bellen Mohamed op zijn gsm, omdat we niet direct vinden waar hij huist. Mohamed is straathoekwerker in de wijk. Zijn echtgenote Houda, is er ook, zij groeide hier op. Hun organisatie, Maison Jeunes l'Avenir, huist in het souterrain van de building op het nummer 33. Daar ontmoeten we ook Karim en Muad. De ontvangst is gul en hartelijk. Je hoeft de naam van de Anderlechtvedette maar te laten vallen en de tongen komen los. Mohamed Sah : "Vincent speelde hier lang op zondagmorgen met de club van de Kongolezen, op het veld hier voor de building. Iedereen in de wijk kent hem." Karim Senhaji : "Het enige verschil was dat hij altijd met studs speelde en de anderen niet. Maar vriendelijk, hij zei altijd goeiedag als hij van de training kwam. Altijd. Zelfs al speelde hij honderd keer beter dan wij allemaal, het is nooit naar zijn hoofd gestegen. Een heel eenvoudige jongen, naar het beeld van zijn vader." Mohamed : "Een minzaam man, zijn vader, Pierre." Karim : "Altijd bereid om even te praten. Een goed leraar ook, aan de school aux arts et métiers. Op een dag stonden we met elkaar te praten, toen er een paar jongeren uit zijn klas passeerden. Hij vroeg hen of het vlotte met de examens. Ze dachten van niet, omdat ze te weinig tijd vonden om te studeren. 'Wat doen jullie hier dan op straat', lachte hij. Een heel open man. Vincent is eerder timide, een beetje zoals zijn papa in het begin, toen hij hier nog niemand kende. Zijn vader volgt hem van dichtbij. Op een dag vertrouwde hij me toe : 'Dat moet ik doen, want ik wil niet dat mijn zoon wordt opgevreten door die wereld.'" Houda Boukhzar : "Het was wel heel bizar toen hij hier kwam aanzetten met hun Mercedes. Een Mercedes voor de deur van een sociale woning, dat hadden ze hier in de wijk nog niet gezien. Iedereen rijdt hier rond met wagens van vijftien jaar en ouder." Karim : "Dat vloekte, ja, maar Pierre lachte dat weg : 'Dat zijn maar stukjes ijzer.' In het Arabisch hebben we daar een woord voor : moukabirine, hoogmoed. Dat was die familie vreemd." Houda : "Aan die auto's kwam geen krasje. Niemand was jaloers, omdat die mensen zich niet plots hautain gedroegen. Als iemand een foto of een handtekening wilde, nam Vincent altijd zijn tijd." Karim : "Op een dag vroeg zijn papa me of ik kaartjes wilde. 's Anderendaags had hij ze bij. Dat had voor ons nog niemand gedaan. Toen ze verhuisden naar Koekelberg, in oktober, zei hij dat hij zeker nog eens langs zou komen." Mohamed : "Op 22 mei organiseren we wijkfeesten, een ideaal moment." Ze tonen trots hun buurt, de flat waar de Kompany's huisden. De school is intussen net uit en enthousiast troepen kinderen rond ons. Wat moeten we ons bij deze wijk voorstellen ? Karim : "Een bonte staalkaart van de Brusselse bevolking. We zouden hier niet wonen als we rijk waren, dus... Dit zijn sociale woonblokken. Vincent is al de tweede uit deze wijk die doorbreekt op topniveau. Ook AkynBülent (nu in Turkije bij Malatyaspor, maar ex-Anderlecht en -Galatasaray) komt uit de buurt." Mohamed : "Muad hier was Belgisch judokampioen bij de junioren. Wij hebben ook een kampioen in het jioe-jitsoe en ik groeide op wat verder, in de Chicagowijk aan het IJzerplein, waar NordinJbari vandaan komt." Karim : "Het is niet omdat je in een buurt woont waar mensen het niet breed hebben, dat je geen topper kan worden." Houda : "Niet mee eens. Topsport is vrij onbereikbaar voor de meesten. Op amateurniveau blijft het allemaal nog haalbaar, maar eens de eisen hoger liggen, haken de meesten af. Sport is hier geen prioriteit. Sport is luxe, oppervlakkigheid. Iets wat je in het park doet of op straat. Ouders zouden wel willen, hoor, hun jongeren op een sportclub steken en ze geld toestoppen om nadien nog wat te drinken, maar voor veel mensen kost dat te veel. Al het parascolaire is een luxe." Mohamed : "Talent wordt vaak genegeerd uit gemakzucht. De meeste ouders hebben ook niet de tijd om zich op dat vlak om hun kinderen te bekommeren." Houda : "Lang was dat hetzelfde met de school, helaas. Er is veel absenteïsme, bij de jongens tot zestig procent. Gelukkig heeft de nieuwe generatie een andere mentaliteit. Zij die nu tien, twaalf zijn, willen wél naar school. De generatie voor hen is verloren. Zij zijn het slachtoffer van de vuilnisbakkenmentaliteit op school. Ze werden vaak verplicht naar het beroepsonderwijs georiënteerd, ook al hadden ze daar geen zin in." Karim : "Dat is wel een beetje onze Marokkaanse mentaliteit. Liever handenarbeid." Mohamed : "Niet mee eens. Wat is het eerste woord uit de islam ? Studeer !" Houda : "Het probleem was dat die beroepsscholen geen gemotiveerde mensen kregen, met alle gevolgen vandien. Wat ik mooi vind aan dit verhaal, is dat de jongeren hier nu merken dat zoiets niet alleen is weggelegd voor les autres. Dat geeft hoop. Anderzijds durf ik te betwijfelen of veel jongens uit de buurt daar ook op hopen. Er is nu eenmaal die dagelijkse onzekerheid, die veel zwaarder weegt. Om goed te zijn in je sport, moet je ernaast ook mentaal goed zijn, op school, in een stabiele leefomgeving. Niet waar, Muad ? ( Muad knikt.) Als je familie uit elkaar is geëxplodeerd, je vader werkloos is en de deurwaarders de deur platlopen, of je moet leven van uitkeringen, is sport ver van je gedachten." Mohamed : "De papa van Vincent heeft zich echt opgeofferd voor zijn kinderen, reed ze naar de training. Hij is zelf prof, had op dat vlak goeie uren. Maar als de ouders arbeiders zijn en ze komen moe thuis, dan gaat dat wel eens ten koste van..." Houda : "Je moet erin geloven. Hier vertrekken ze vanuit het idee van het forfait. 'We gaan er niet geraken.' Ze duwen zichzelf snel in een slachtofferrol. 'We zijn wie we zijn en komen niet ver.' Dit is hun getto. Het gaat om barrières, fictieve, zelfs geen reële, het geld. Neen, je bent hier un petit Marocain uit een volksbuurt. Misschien ga je wel werk vinden, maar je blijft le petit Marocain. Wie hier uit wil raken, moet vijftien keer meer doen dan een ander." Karim : "Ik heb daar vaak met Vincents vader over gediscussieerd. 'Niets is onmogelijk', was zijn motief. Pierre is een uitvinder en heeft me ooit zijn uitvinding om wind in energie om te zetten, laten zien. Gemaakt uit twee keer niks. Toen sprak hij wijze woorden. 'Wij zijn iemand en we gaan ergens heen.' Het is niet door te blijven zitten dat de dingen vooruitgaan." Houda : "Aan ons, hulporganisatie, om voor de mensen zoveel mogelijk deuren te openen, door hen wijs te maken dat niks onmogelijk is." Karim : "De buurt ziet er nu iets beter uit, maar in mijn jeugd was hier niks. Niks. Eerst hebben ze een grasveldje aangelegd, vervolgens een terrain de chew. Wij noemen dat zo, omwille van de ondergrond, die aan kauwgum doet denken." Mohamed : "Deze zaal hier hebben we zelf gebouwd." Karim : "Zaal... Eigenlijk is dit een garage. Ze hebben ons een tiental jaar geleden wat materiaal gegeven en daarmee zijn we aan de slag gegaan. Veel gelachen. Buiten speelden we wedstrijdjes met als inzet een drankje. Wie verloor, betaalde. Er is zelfs een clubje uit ontstaan, FC Caria." Houda : "( Lacht.) Wat een sukkelaartje was jij !" Mohamed : "Met stukken hout, afval van de vakschool, werden de doeltjes gemaakt. Ik heb veel talent verloren zien gaan. Wij proberen dat wat te structureren door een partnerschap aan te gaan met Etoile Marocaine. Eigenlijk ben ik daar niet zo'n voorstander van, omdat je mensen van vreemde afkomst groepeert. De spelers zijn Marokkanen, de voorzitter is dat, de trainers zijn dat : integratie kan je dat niet noemen en het zorgt bij wedstrijden soms voor problemen. Verder is hier ook een judoclub, een taekwondoclub, een boksclub en een jioe-jitsoeclub." Houda : "Integratie via sport kan, zolang je wint. Zidane heeft dat vroeger nog gezegd. Zo lang hij jong was, was hij in Marseille de bougnoul, de arabe. Nu is hij Fransman." Karim : "Dertig jaar geleden woonden hier nog vrij veel Belgen, maar nu kan ik ze in mijn building op twee handen tellen."Mohamed : "( Sceptisch.) Zeg maar één hand." Karim : "Buitenlanders worden gegroepeerd in een wijk, in één getto, om ze beter te kunnen bewaken. Jammer, maar zo is het." Houda : "Helaas heb je gelijk, Karim. Ik ben tegen gettovorming, maar het is zo moeilijk. Je valt altijd terug op mensen die je kent. Ook in andere delen van de stad zijn er getto's, chique en minder chique. Maar waar ik absoluut tegen ben, is tegen muren en ongelijkheid van kansen." Mohamed : "Misschien ga ik politici nu boos maken, maar hun hulp is vaak geven om te geven, of geven aan wie je kent." Houda : "Excuushulp om je van een schuldgevoel te ontdoen." Mohamed : "Zodra je buiten hun lijntjes, hun visie, wil kleuren, worden dossiers tegengehouden of tegengewerkt. Het geld wordt gegeven, maar als je er wat anders mee wil doen dan wat zij denken, wordt het prompt weer ingehouden. Ze gaan nu een sportzaal bouwen, maar vergeten de omkadering, een plan. Voorzien geen sportanimator." Houda : "Bezigheidstherapie. Ze kopen een gezelschapspel, een tv, o ja, vergeet vooral de tafeltennistafel niet en... weer een generatie geholpen. ( Schamper.) Weer een baxter om ons aan te leggen." Karim : "De straat die ons scheidt van de kantoorgebouwen, noemen wij de grens. La frontière." Mohamed : "Wij proberen de jongeren anders bezig te houden. Organiseren ontmoetingen met jongeren uit andere wijken, betere wijken, zodat ze merken dat zij dezelfde interesses deelden. Wij willen ze uit deze wijk weg, maar ze vinden alles zo ver." Houda : "Kinepolis voert een deurenbeleid, discotheken doen het. Op de duur proberen jongeren het niet meer." Mohamed : "De dag voor mijn vakantie kon ik niet slapen en hoorde ik op straat iemand in een wagen inbreken. Ik waarschuwde de politie, de dader werd gepakt, de eigenaar gecontacteerd. Ik werd gevraagd een verklaring af te leggen. Net toen ik die wilde tekenen, arriveerde die man. Hij zag me zitten en beschuldigde me direct, terwijl ik de getuige was. Tegen die vooroordelen willen wij vechten door mensen met elkaar in contact te brengen. Angst ontstaat door het onbekende en wordt, helaas, gevoed door de media." Houda : "Als ik kranten lees of de televisie zie en een kleine Belgische was, zou ik ook niet meer naar deze buurt komen. Ik zou bang zijn ! Soms krijg ik de indruk dat ik in een wijk met bandieten leef, allemaal tot de tanden gewapend. Terwijl de werkelijkheid heel anders is. Op dat vlak is Vincent héél belangrijk. Mensen zien nu dat iemand die uit deze wijk komt, beleefd is, intelligent, tweetalig, goed opgevoed." In hoeverre is dit nu een sprookje ? Staat het succesverhaal van Vincent Kompany symbool voor de Brusseliaanse droom van elke wijkbewoner ? Mohamed : "Ja, in die zin dat hij aantoont dat wij niet dommer zijn dan de anderen. Dat ook wij kunnen studeren, iets bereiken. Hij ís hier weggeraakt, hij hééft zijn ouders een huis kunnen schenken, een levensstandaard, een leuke auto, een droom." Houda : "( Somber.) Dromen zijn hier een luxe." Mohamed : "Wij hebben daar geen tijd voor, want het dagelijkse lijstje nog te doen, is te lang. Spreek hier met om het even welke jongere en hij wil echt wel werken, ze jagen op studentenjobs. Hij heeft geen zin om ruiten in te slaan, te pikken, te dealen. Maar als je 1001 cv's stuurt en nooit een positief antwoord krijgt..." Weer op straat merken we twee kleine jongetjes op, die op het voetbalveldje kunstjes uithalen. Hun techniek is indrukwekkend. De opvolging lijkt verzekerd. door Peter T'Kint'De boodschap van Vincent is een positieve : het is niet door te blijven zitten dat de dingen vooruitgaan.''Een Mercedes voor de deur van een sociaal appartement. Een vreemd zicht.''Sport is hier geen prioriteit. Sport is luxe, oppervlakkigheid.''Een tv, een gezelschapsspel en een tafeltennistafel. Weer een baxter om een generatie te helpen, denken de politici.'