'Namque idem velle atque idem nolle, ea firma amicitia est.'
...

'Namque idem velle atque idem nolle, ea firma amicitia est.' 'Hetzelfde willen en hetzelfde niet willen, dat is ware vriendschap', noteerde Cicero tijdens de redevoeringen van Catilina. Een beetje Latijn helpt om ons voetbal te begrijpen. Club Brugge en Standard zijn (waren) een tijdje twee vreemde bondgenoten. Ze vonden elkaar in hun verzet tegen een nationaal stadion in Brussel dat Anderlecht in de schoot zou vallen. Vincent Mannaert besefte echter dat het Belgische voetbal niet uit de impasse geraakt zolang Anderlecht en Club Brugge elkaar naar het leven staan. Hij is de architect van de deal die Roger Vanden Stock (her)benoemde tot voorzitter van de Pro League. Een voorzitter van een club aan het roer van de Pro League is een terugkeer naar de middeleeuwen, maar beter dan alle andere scenario's die op tafel lagen. Zo erg is het, alle resultaten van de Rode Duivels ten spijt, met ons voetbal gesteld. Blauw-zwart sleepte in return een fraaie wederdienst uit de brand. Pierre François - en niet Dirk Degraen - werd benoemd tot de sterke man van de profliga. François is de vijand van Luciano D'Onofrio, de (nieuwste) vriend van paars-wit. De grote verliezer in dit machtsspel is Standard. Of beter gezegd Roland Duchâtelet. Hij was de enige die tegen de nieuwe constructie stemde. Vanden Stock als voorzitter was in geen geval zijn droomscenario en Pierre François, die hij een C4 bezorgde, als afgevaardigd bestuurder al helemaal niet. Duchâtelet dreigt nog meer in het nauw te geraken door de promotie van STVV naar de topklasse. Insiders beweren dat de puissant rijke zakenman in het voorbije seizoen uit de bol ging op Stayen telkens de Kanaries hun slag sloegen. Niet zo erg zolang geel-blauw een divisie lager speelde, maar vragen om problemen als het in dezelfde reeks uitkomt. De relatie is nochtans heel begrijpelijk. Duchâtelet-STVV is een huwelijk van grote liefde. De miljonair, een genie in zijn vakgebied, vond op Stayen een bestuur en supporters die hem eeuwig dankbaar zijn omdat hij de club redde en een nieuw stadion (lees toekomst) schonk. Wat een verschil met het verstandshuwelijk met Standard, waar hij vanaf dag één uitgespuwd werd door de achterban. Duchâtelet koos voor Sclessin om als voorzitter van een topclub zwaarder te wegen op de besluitvorming binnen de Pro League, maar ook dat is mislukt. Duchâtelet verweert zich overigens door te verwijzen naar de innige band tussen het Astridpark en de familie Bayat in Charleroi. Inderdaad, ook hier hangt een geurtje dat niet te koop is in de betere parfumerie, maar de link is veel moeilijker hard te maken dan die tussen Duchâtelet en STVV. Volgende dinsdag wordt door de vleugels van de KBVB wellicht het licht op groen gezet voor de scheiding tussen profs en amateurs. Ik pleit al twee decennia voor meer autonomie voor het profvoetbal, maar heb nu mijn twijfels. Nederland, het grote voorbeeld op dit vlak, draait immers op dit eigenste moment de klok terug en de eerste plannen van de autonomere Pro League zijn catastrofaal. Op 11 mei zetten de vleugels van de KBVB het licht op groen voor de hervorming van de hogere reeksen met een tweede klasse met acht ploegen. Dit is niet of meer of minder dan de grootste dwaasheid die ik als waarnemer in vier decennia heb meegemaakt. De kwalijke gevolgen zijn overduidelijk, maar het geklaag komt pas als straks de namen van de slachtoffers bekend geraken. De grote jongens liggen echter niet wakker van wat onder hen gebeurt, de kleinere clubs uit eerste klasse voelen zich veiliger omdat er vanaf volgend seizoen maar één daler meer is uit eerste en in tweede klasse rekenen alle gegadigden zich rijk in de hoop dat ze bij de gelukkigen horen en in de tweede divisie met acht alvast één seizoen niet kunnen zakken. Eén mogelijk slachtoffer is al bekend. Terwijl dit jaar clubs als Union naar tweede klimmen zonder kampioen te worden, kan Beerschot volgend seizoen als het een titel haalt in derde klasse de sprong niet maken naar het profvoetbal. Het Kiel hoort, qua verleden, achterban en infrastructuur, nochtans meer thuis in het profvoetbal dan alle andere ploegen uit tweede afdeling (op Antwerp na) samen. DOOR FRANÇOIS COLINAutonoom profvoetbal begint met grootste dwaasheid in een halve eeuw.