Niet snel zetten Duitse trainers de stap naar België. In een ver verleden had je Werner Biskup bij Club Luik, een voormalige verdediger van onder meer FC Köln. Hij speelde eerst drie jaar en werd in 1975 trainer. Biskup had een alcoholprobleem en kon zich niet lang handhaven. De discipline waar zijn landgenoten zo op hamerden was bij hem ver te zoeken. Duitse trainers in België waren veelal niet meer dan passanten. De meeste indruk maakte Christoph Daum bij Club Brugge. Maar ook zij...

Niet snel zetten Duitse trainers de stap naar België. In een ver verleden had je Werner Biskup bij Club Luik, een voormalige verdediger van onder meer FC Köln. Hij speelde eerst drie jaar en werd in 1975 trainer. Biskup had een alcoholprobleem en kon zich niet lang handhaven. De discipline waar zijn landgenoten zo op hamerden was bij hem ver te zoeken. Duitse trainers in België waren veelal niet meer dan passanten. De meeste indruk maakte Christoph Daum bij Club Brugge. Maar ook zijn rijk, dat begon in november 2011, duurde maar zeven maanden. Daum was trainer van FC Köln, waar hij lang fungeerde als assistent van een andere Duitser die in België werkte: George Kessler. Maar de meesten aanzien die als een Nederlander, al bezit hij wel degelijk de Duitse nationaliteit. Soms vroeg Kessler voor een training aan Daum of hij buiten wilde gaan kijken welk weer het was. Kwestie dat hij wist of hij al dan niet zijn zonnebril moest opzetten. De Duitse trainer die het langst in België bleef was Ernst Künnecke. Hij arriveerde in 1969 bij Patro Eisden. Later ging Künnecke naar RC Mechelen, waar hij een hecht team creëerde dat in 1975 verrassend naar eerste klasse promoveerde. Maar het sprookje duurde maar één jaar. In 1977 werd Künnecke coach bij Winterslag, twee jaar later belandde hij bij Lierse, nog twee seizoenen later ging hij aan de slag bij Waterschei, waarmee hij stuntte in Europacup II, onder meer door PSG uit de schakelen. Na een intermezzo bij FC Basel streek Künnecke medio 1985 neer bij KV Mechelen waar hij in de loop van het seizoen werd ontslagen en vervangen door Aad de Mos. Ernst Künnecke werd in 1980 de eerste trainer van fusieclub KRC Genk. Omdat hij zowel Winterslag als Waterschei had getraind, werd hij aanzien als de geschikte man om Genk te coachen. Lang duurde het avontuur niet. Eigenlijk bleek de minzame Ernst Künnecke te braaf voor dit vak. Het was, in de warmte van zijn gezin, heerlijk om hem telkens weer te interviewen. Hij praatte met zachte stem, hield hartstochtelijk van het trainersvak, al legde hij de nadruk te veel op het fysieke werk. Maar hij leek de mentale hardheid te missen om overeind te blijven. Nu is er dus Bernd Hollerbach. Geen mens in dit land die hem kent, al was hij kortstondig hoofdcoach van Hamburger SV. Maar onbekend was Bernd Storck ook. Niemand die, net zoals nu bij Hollerbach, wist wat hij te bieden had. Tot in de tweede helft van de reguliere competitie.