Duitsland

Met een gemiddelde leeftijd die maar net boven de 44 jaar uitkomt, is de Bundesliga koploper wat betreft vertrouwen in jonge trainers. Opvallende nuance daarbij: het is wél de nestor in het gezelschap, Carlo Ancelotti, die kampioen werd. Een traditie bij Bayern want een van de recente voorgangers van de Italiaan, Jupp Heynckes, was vier jaar geleden zelfs al 68 toen hij de tripel won. Tweede vaststelling: het zijn juist de buitenlanders die de gemiddelde leeftijd nog wat opkrikken. De drie oudste trainers in Duitsland komen immers alle drie van over de grens.
...

Met een gemiddelde leeftijd die maar net boven de 44 jaar uitkomt, is de Bundesliga koploper wat betreft vertrouwen in jonge trainers. Opvallende nuance daarbij: het is wél de nestor in het gezelschap, Carlo Ancelotti, die kampioen werd. Een traditie bij Bayern want een van de recente voorgangers van de Italiaan, Jupp Heynckes, was vier jaar geleden zelfs al 68 toen hij de tripel won. Tweede vaststelling: het zijn juist de buitenlanders die de gemiddelde leeftijd nog wat opkrikken. De drie oudste trainers in Duitsland komen immers alle drie van over de grens. Maar goed, de verjonging zet er zich toch stevig door. Met Julian Nagelsmann (29), Domenico Tedesco (31), Hannes Wolf (36), Alexander Nouri (37), Manuel Baum (37) en Sandro Schwarz (38) zijn er bij onze oosterburen zes trainers actief die jonger zijn dan de veertigjarige Timmy Simons. Mehmet Scholl (46), die zelf ook graag aan de slag wil als trainer, maar na een korte periode bij de jeugd van Bayern al een jaar of vier naast alle vacatures grijpt, noemt ze smalend'laptoptrainers'. Echt nieuw is dat fenomeen van jonge trainers in Duitsland niet. Nagelsmann is zelfs geen recordhouder in de Bundesliga. Dat is Bernd Stöber, die amper 24 was toen hij FC Saarbrücken begon te coachen in oktober 1976. Dat was evenwel maar tijdelijk, toen de echte hoofdcoach ontslagen werd en hij als assistent overnam. Stöber verloor trouwens die wedstrijd met 1-5. De eerste echte jonge coach was Klaus-Dieter Ochs, die in 1970 als 30-jarige aan de slag ging bij HSV en daar drie jaar bleef. Ochs kreeg nog navolgers, onder meer Erich Ribbeck, die in 1967 pas 30 was toen hij hoofdcoach werd van Rot-Weiss Essen. Duitsland heeft in deze dus enige traditie, maar wat nu gebeurt, valt wel op. Omdat ook hun traject opmerkelijk is. Wat de zes gemeen hebben, is dat het geen voetballers op topniveau waren. Het is de inhoud van hun boodschap die hen aan de job heeft geholpen. En ook opvallend: Nagelsmann, Nouri, Baum én Schwarz zijn trainers die eerst binnen hun club een andere functie hadden, in de opleiding, en later intern promotie maakten. Met andere woorden: hun bazen kenden hun manier van werken en gaven hen op basis daarvan vertrouwen. Een uitzondering daarop is nieuwkomer Domenico Tedesco. Italiaan van geboorte, maar al sinds zijn tweede in het spoor van zijn ouders naar Duitsland gekomen. Een bijzonder man. Ingenieur van opleiding, met een master in innovatiemanagement. Met dat diploma ging hij bij Mercedes werken. Omdat voetbal ook een passie was, ging hij nog tijdens zijn studies aan de slag bij de jeugd van VfB Stuttgart. Later trainde hij de U19 van Hoffenheim en in maart 2017 werd hij een eerste keer hoofdcoach, bij FC Erzgebirge Aue. Op zijn eerste kennismaking met de club nodigde hij iedereen in zijn hotel uit voor een etentje, van de wasvrouw tot de materiaalman. Dat duurde exact dertig minuten. Vervolgens trok hij zich met zijn sportieve staf terug op zijn kamer, om er tot drie uur 's morgens beelden van zijn ploeg te analyseren en oplossingen te bedenken. Aue redde zich en elf weken later mocht de man zich hoofdcoach van Schalke 04 noemen... Gemeenschappelijk in hun aanpak is dat ze - Scholl spot ermee - geloven in data, belang hechten aan details, openstaan voor vernieuwing, een team kunnen managen en anders zijn dan ervaren trainers in hun communicatie. Een selfie met de fans? Geen probleem. Niet alleen moderner in visie, ook met meer inspraak voor de spelers. Omdat ze niet kunnen terugvallen op hun ervaring in de kleedkamer, durven ze mondige spelers te vragen hoe die het zouden oplossen. Of zoals Frank Wormuth, chef van de Duitse trainersopleiding, het onlangs nog stelde in een interview met de Zwitserse Aargaurzeitung: 'Hun boodschap komt goed over. 'Geht raus und fresst Gras' (Ga naar buiten en vreet het gras op, nvdr), dat is er niet meer bij.' In Schalke vertalen ze dat met: de tijd dat Huub Stevens tegen zijn spelers nog zei: 'Jullie zijn apen', is voorbij. Wormuth: 'Voor de media zijn de nieuwe trainers interessant, omdat ze altijd iets zeggen. De job is veel complexer geworden, ze krijgen hooggespecialiseerde, opgeleide assistenten rond zich. Trainers zijn orkestmeesters geworden die op een empathische manier een team dirigeren.' Hoe zit het in de - afgaande op de Europese resultaten - sportief sterkste liga ter wereld, de Spaanse? Uitstekend. Met een gemiddelde leeftijd van 49,2 staat het tweede in de grote competities qua jeugd op de bank. Meer nog: vorig seizoen was Zinédine Zidane de jongste trainer in La Liga. Hij werd kampioen en won de Champions League! Inmiddels hebben andere ploegen wat jongere coaches aangesteld. De jongste in Spanje is nu amper 36, heet Luis Zubeldía en is Argentijn van origine. Hij werd aangesteld bij het Baskische Alavés. Niet toevallig is hij van Argentinië. Spanje heeft wat met trainers uit dat land, en nu Jorge Sampaoli terug is naar zijn vaderland om er de nationale ploeg te coachen en Mauricio Pellegrino, Zubeldía's voorganger bij Alavés, zijn geluk in Engeland (Southampton) gaat beproeven, kozen de Basken voor een nieuwe Argentijn. Veel ervaring als speler brengt Zubeldía niet mee, hij voetbalde een seizoen of vijf bij Lanus in de rand van Buenos Aires, maar kwam er slechts aan een goeie vijftig wedstrijden. Grootste reden: slechte knieën. Op zijn 23e moest hij al stoppen met voetballen. Ervaring als trainer daarentegen heeft hij wel. Zubeldía, een karaktertje dat met zijn bazen in de clinch durft te gaan, werkte al in Argentinië, Ecuador, Mexico en Colombia, ervaring waar Alavés van kan profiteren. Opvallend hier is dat de op een na jongste ook een buitenlander is: Roberto De Zerbi. Een Italiaanse nomade als voetballer, straks coach van Las Palmas. Pas 38. In Spanje zijn ze benieuwd, want iemand die twee maanden coach was op het trainerskerkhof dat Palermo heet en daar in 12 matchen maar één keer kon winnen en liefst negen keer (waaronder zeven keer op rij) verloor, daar hebben ze minder vertrouwen in. In zijn voordeel spreekt dan weer dit: omdat hij absoluut naar Spanje wilde, ging De Zerbi na zijn ontslag in Italië in Barcelona wonen, en analyseerde er verwoed het Spaanse voetbal. Ondertussen leerde hij ook de taal. De onderhandelingen met Las Palmas begonnen in maart en werden pas maanden later afgerond. Hoe zit het in de Premier League? De jongste daar begin vorig seizoen was Edward 'Eddie' Howe, die dat predicaat al heel zijn leven meedraagt. Toen hij in 2009 hoofdcoach werd van Bournemouth, was hij op zijn 29e ook al de jongste trainer in de Football League. Howe, die in november 40 wordt, is een Zubeldía-geval, een topvoetballer met een al op zeer jonge leeftijd kapotte knie en daardoor noodgedwongen sneller dan verwacht coach. Toen Marco Silva (39) op 5 januari tekende voor Hull werd de Portugese gewezen rechtsback de jongste. Silva is met Leonardo Jardim, Sergio Conceição, Rui Almeida (vorig seizoen gezakt met Bastia en nu op zoek naar een nieuwe club) en Paulo Sousa (de voorbije twee jaar bij Fiorentina, daarvoor de kampioenenmaker bij Basel) een van de Portugese vaandeldragers in het spoor van José Mourinho. Jong, uitstekend gekleed, hard werkend, expressief, polyglot en open voor moderne managementtechnieken. Veel van de Portugese trainers begonnen jong aan hun carrière en schoolden zich bij aan de universiteit in Lissabon. Mourinho was al assistent op zijn 24e, André Villas-Boas op zijn 27e. Opvallend, in België klagen ze daar ook over, is hier dat Engeland het kleinste aantal autochtone coaches heeft: vier. Of zes, als je er de Welshmen Tony Pulis en Mark Hughes bij rekent. Italië heeft de meest hermetische trainersmarkt: op twintig coaches zijn er maar twee buitenlanders: Ivan Juric (Genoa) en Sinisa Mihajlovic (Torino), twee Balkan Boys met een lang spelersverleden in de Serie A. Net als in Spanje werd ook hier de jongste vorig seizoen de winnaar van het kampioenschap. Leonardo Jardim (42) maakte vorig seizoen van Monaco de verrassing van het jaar en liet er een pak jong talent ontbolsteren. Dit seizoen is hij nog steeds de jongste, in een competitie waar, zoals L'Equipe het vorige week nog omschreef, de sterren van het kampioenschap op de trainersbank zitten. Opvallend is daarbij dat clubs in hun zoektocht naar nieuw talent deze zomer de Duitse tendens niet volgden. Nantes koos voor Claudio Ranieri (65) en Lille voor Marcelo Bielsa (61). Alleen Saint-Etienne haalde met de jonge, nu ja 44, Spanjaard Oscar García Junyent een nieuwe naam binnen. Zijn taak zal niet eenvoudig zijn: de sinds 2009 bij Les Verts werkende Christoph Galtier doen vergeten. Ze zijn daarmee in de Ligue 1 op de bank gemiddeld 53 en voor ouderdomsdeken Claudio Ranieri moest bij de bond zelfs een uitzondering worden gevraagd. In Frankrijk mogen trainers niet ouder zijn dan 65 en Ranieri wordt op 20 oktober 66. Fransen houden van een papi op de bank. Raymond Goethals was al 71, toen hij OM in 1993 naar winst in EC1 leidde. Guy Roux was 68 toen hij stopte en Tomislav Ivic had dezelfde leeftijd toen hij in de lente van 2001 Marseille van de degradatie redde. In Italië wachtte Sassuolo het langst om een nieuwe coach aan te stellen. De keuze viel uiteindelijk op Christian Bucchi, die half juni een contract voor twee seizoenen kreeg. De gewezen spits werd zo op zijn 40e meteen de jongste trainer in Italië. Dat leeftijd geen garantie is op succes, hebben ze daar vorig seizoen gezien. De laatste in de stand, Pescara, haalde 18 punten onder de oudste coach in de competitie Zdenek Zeman, die op 17 februari werd ingehaald in een vrij hopeloze poging om de ploeg te redden. Zeman werd in mei 70, had ervaring zat, maar de redding zat er nooit in. Het is immers zoals Frank Wormuth het in Duitsland stelt: 'Het gaat in eerste instantie altijd om de kwaliteit van de spelers, niet om systemen en tactische richtlijnen.' DOOR PETER T'KINT - FOTO'S BELGAIMAGE