In een van de vertrekken van White Hart Lane, het stadion van Tottenham Hotspur, hangt een groot houten bord. Daarop prijkt de naam van elke speler die tijdens zijn Spursperiode een internationale cap verzamelde. Enkele jaren geleden stond ik voor dat bord. Ik vond landgenoten Nico Claesen en Jonathan Blondel terug, twee telgen in meer dan 125 jaar clubhistorie. Als de lokale houtbewerker zich nog steeds van noest beitelwerk kwijt, dan prijken daar inmiddels op korte tijd de namen van Moussa Dembélé, Jan Vertonghen en sinds afgelopen zomer ook Nacer Chadli. Als u nog een bewijs nodig hebt voor de hoge vlucht van onze voetballers in het buitenland, hier is er één.
...

In een van de vertrekken van White Hart Lane, het stadion van Tottenham Hotspur, hangt een groot houten bord. Daarop prijkt de naam van elke speler die tijdens zijn Spursperiode een internationale cap verzamelde. Enkele jaren geleden stond ik voor dat bord. Ik vond landgenoten Nico Claesen en Jonathan Blondel terug, twee telgen in meer dan 125 jaar clubhistorie. Als de lokale houtbewerker zich nog steeds van noest beitelwerk kwijt, dan prijken daar inmiddels op korte tijd de namen van Moussa Dembélé, Jan Vertonghen en sinds afgelopen zomer ook Nacer Chadli. Als u nog een bewijs nodig hebt voor de hoge vlucht van onze voetballers in het buitenland, hier is er één. Een andere reden is actueler: de Rode Duivels gaan naar Brazilië! En al wie kan/mag/wil, die gaat mee. Ein-de-lijk. Na twaalf jaar door de woestijn kan de Belgische voetbalfan zich laven aan de oase die kwalificatie voor een groot toernooi heet. Als een spagaat van twaalf jaar twee grote toernooien scheidt, dan is ook naast het veld sprake van een verloren generatie. Het verklaart mede het succes van de Duivels bij de jonge generatie. Na een lang dieet is de goesting des te groter. Zoiets. En dan is schransen toegestaan. Ik stond op het perron van tram twee toen België in Kobe die wereldpartij speelde tegen Brazilië. Volgende zomer balanceer ik op de rand van de 32. Voor mij is de wereldbeker 1994 in de Verenigde Staten de meetspijker. In 1982 zat ik nog veilig in moeders buik. 1986 ken ik van een krakende videocassette die we thuis hadden. En van die in 1990 herinner ik me niet meer dan wat flarden. Neen, 1994 was waar het allemaal begon. Met schoolvriendjes op een verjaardagsfeestje naar de wedstrijd tegen Nederland kijken en Philippe Albert zien scoren. Het was geweldig. In de aanloop naar die World Cup verzamelde ik alles wat ik van de Duivels te pakken kon krijgen: colablikjes met de beeltenis van de spelers, sjaals, T-shirts, drinkbekers, beertjes, bierglazen, een officieel wedstrijdshirt en meer van die dingen. Neem nu die colablikjes. Ik heb ze nog steeds, ergens in een doos op zolder. Rudi Smidts kocht ik in het zwembad. Marc Degryse haalde ik in de lokale frituur. Kilometers heb ik ma en pa laten rijden om Enzo Scifo, de laatste in de rij, te vinden. En dat plezier hebben kinderen dus de afgelopen twaalf jaar moeten missen. Tot nu. Ach, ik erger me soms aan een dwaze Duiveluitdaging. Ik huiver van overdreven adoratie voor alfamannetjes. Ik sidder bij eindeloos uitgesponnen woordentikitaka over het niet spelen van deze of gene Duivel. Maar dan denk ik aan kindersnoetjes. Zij die aan het trainingsveld vol van oprechte anticipatie hun helden staan op te wachten. Knikkende knietjes, gebroken stemmetje en trillende handjes. Smekend om een handtekening. Het is goed het kind in jezelf te omarmen. Daarom deze raad aan elke opgroeiende fan van de Duivels: verzamel komende maanden alles wat je kan vinden. Maak van je slaapkamer een schrijn. En geniet er intens van. Ik hou het komende zomer bij mijn wedstrijdshirt van de wereldbeker 1994. Ik beken, ik heb er me de afgelopen weken stiekem al eens in getooid. Het paste nog! En daar was ik om verschillende redenen blij om. Al uw reacties en sportgerelateerde zoekertjes zijn welkom bij Sport/Voetbalmagazine, Raketstraat 50 bus 5, 1130 Brussel of via e-mail : sportmagazine@roularta.be. De redactie behoudt zich het recht voor teksten in te korten of te weigeren. De schrijver moet zijn naam en woonplaats vermelden.Sven Vantomme, Heestert