Koksijde-bad, aan de Belgische westkust. Winkelnamen als St. Catherine, Paris Londres en Poissonnerie Neptune tonen dat de middenstand het hier in de tussentijdse polls nog haalt van de N-VA. Twee kilometer landinwaarts ligt het stadion van derdeklasser KVV Coxyde. Ernaast het Blekkerbad en een park waar kinderen in fluogele hesjes een speeltuig in klauteren, terwijl geheel conform het script een Sea King uit de cast van Windracht 10 komt overgevlogen.
...

Koksijde-bad, aan de Belgische westkust. Winkelnamen als St. Catherine, Paris Londres en Poissonnerie Neptune tonen dat de middenstand het hier in de tussentijdse polls nog haalt van de N-VA. Twee kilometer landinwaarts ligt het stadion van derdeklasser KVV Coxyde. Ernaast het Blekkerbad en een park waar kinderen in fluogele hesjes een speeltuig in klauteren, terwijl geheel conform het script een Sea King uit de cast van Windracht 10 komt overgevlogen. Veel belangstelling is hier niet voor het voetbal, zegt jeugdverantwoordelijke Danny Vanhollebeke. "Uit Frankrijk komt niet veel volk, hoor. En uit de zee nog minder." Toch was de badplaats de afgelopen zomers een hotspot van het Belgische voetbal. Zowat alle Belgische topclubs zakten af voor een stage. Tot dit jaar. Vanhollebeke: "Anderlecht en Club Brugge kwamen hier heel graag. Waarom zou je kosten maken om naar Spanje of Turkije te vliegen als je hier alles hebt? De zee, hotelschool Ter Duinen, een zwembad en fitnessruimte... Ik nam zelf drie weken vakantie om te zorgen dat alles perfect verliep." Maar dat is dus voorbij. Coxyde heeft sinds kort een kunstgrasveld. "Prachtige accommodatie, maar voor die clubs is kunstgras te belastend om in de voorbereiding een hele week op te trainen. Oefenmatchen komen ze hier dus ook niet meer spelen. Voor onze clubkas scheelt dat toch, ja. We gaan het weer van de eetfestijnen moeten hebben." Wie van de kust het land induikt, passeert het veld van KSV Jabbeke, op zo'n honderd meter van het oudste stuk autostrade van ons land (zie kaderstuk). De snelweg brengt een onverwacht probleem mee, zegt jeugdverantwoordelijke Donald Gunst. Er is een plaag van buitenlandse vrachtwagenchauffeurs die 's zondags op het veld een balletje komen trappen. Op het kruispunt van E40 en E17 verrijst de Gentse Ghelamco Arena. Terwijl ze daar met zeshonderd arbeiders een nieuw stadion aan het zetten zijn, zijn ze er dertig kilometer verder bij Eendracht Aalst een aan het afbreken. De staantribune van het kraakoude Pierre Cornelisstadion vertoonde scheuren en werd definitief afgekeurd. In allerijl moet er nu een nieuwe tribune komen, in afwachting van een volledige renovatie of de bouw van een nieuwe, nog naamloze voetbaltempel. Op een forum viel de suggestie Onion Arena al. Een mogelijke locatie is de groene parkzone achter de Colruyt, waar volle winkelkarretjes aan- en afrijden. Aan de overkant van de Dender herinneren de schoorsteenfabrieken langs Louis-Paul Boons Kapellekensbaan aan grauwere tijden. Wie de Dender volgt, komt bij de goede vrienden van Denderleeuw terecht. Daar hadden we graag de vrijdagse markt meegepikt, maar wie rond het middaguur aankomt, is er aan voor de moeite, zelfs bij stralend weer. "Niet moeilijk dat er weinig volk is", zegt Luc De Backer. Er zijn maar vijf kramen en het zijn dan nog altijd dezelfde." Hij is FC Denderfan, ging de laatste jaren nog geregeld kijken, maar een abonnement heeft hij niet meer. Met hem velen, zo lijkt het. Aan het stadion doen we navraag bij een gepensioneerde die behulpzaam over de draad van zijn moestuintje leunt. Hij vertelt dat de stadionbuurt vroeger werd afgezet met Heras-hekkens en containers (van ex-voorzitter en containerbaron André Van Roy), nu is alles een kwartier na de match stil. Supporter De Backer: "Toen we in eerste zaten, werd hier verderop in het café tot een stuk in de nacht gefeest. Ik blijf erbij: in 2009 heeft de bond een grote fout gemaakt door Moeskroen een licentie te geven. Waren we toen niet gezakt, had het heel anders kunnen lopen." Ondertussen zit Dender met een eersteklassestadion in derde klasse en lijkt niemand echt zicht te hebben op de toekomst. Aan de kerk van Denderleeuw hangt een kolom wegwijzers die het probleem van de hele regio treffend weergeeft: Teralfene, Liedekerke, Welle en Terjoden, om elke hoek lijkt hier een rivaliserende voetbalploeg te liggen. Iets verder spelen Jong Lede, TK Meldert en VK Ninove, en dat in een streek waar ook Anderlecht en Club Brugge al een grote aanhang hebben. De derde hond in het kegelspel is het ambitieuze Terjoden-Welle van garagehouder Guy Valckenier,dat momenteel in vierde klasse geparkeerd staat. Zijn fusieploeg kende een groeiproces met vallen en opstaan. Vorig jaar was een fusie met Dender in de maak, maar de Dendertop brak op het laatste moment zijn woord. Valckenier: "Voor een fusie met Dender met het huidige bestuur en hun boekhouding zal ik bedanken, maar ik verander mijn boodschap niet, ook al neemt men mij die niet in dank af. De enige uitweg voor het voetbal in de Denderstreek is simpel: samengaan en één grote club maken." Veel medestanders lijkt Valckenier nog niet gevonden te hebben. "In vertrouwelijke gesprekken wel, alleen durven weinig mensen dat in het openbaar uit te spreken, uit vrees voor hun achterban. Men verliest vaak alle realiteitsbesef als het over dit thema gaat. Ik wil best aan de kar trekken, maar dit is voor mij wel een eindig verhaal. Iedereen leeft op zijn eilandje en het water komt elk jaar wat hoger te staan, maar niemand die er wat aan doet. Zo verder doen, heeft voor mij eigenlijk geen zin meer. Ik sluit niet uit dat ik het voetbal op een dag volledig achter mij laat." Zo lijkt het einde van de Denderse stammentwisten nog niet voor morgen. Benieuwd wat Julius Caesar in zijn De Bello Gallico had geschreven mocht hij ooit in de Denderstreek gepasseerd zijn. Iets verderop, in Vlaams-Brabant, waar de dagelijkse files richting Brussel vorm krijgen, speelt KSKL Ternat, een fusieploeg die in 2009 plots in derde klasse zat. Daarna ging de slinger even snel weer de andere kant uit. Na twee degradaties in drie jaar tijd maakt Ternat zich opnieuw op voor eerste provinciale. Sportief manager Patrick Van Hamme lijkt er niet rouwig om. "We moeten eerlijk zijn: dat succes is er niet alleen gekomen door hard te werken. We hebben links en rechts ervaren spelers kunnen halen, maar eens die vertrokken, stortte ook de rest ineen." De club was op andere vlakken niet meegegroeid en is nu weer bij af. Het moet voortaan anders, zegt Van Hamme: met eigen jeugd. "Sinds de Panoramareportage hebben veel bedrijven hun geld uit het voetbal gehaald. Nu de geldstroom is opgedroogd, gaan we vanzelf naar een natuurlijke selectie onder de clubs." Het darwinisme maakt opgang in de voetbalwereld: het valt op de volgende stopplaatsen wel vaker te horen. Volgende halte: Diegem Sport. Als voorzitter Guy Van Weyenberge zijn voordeur opentrekt, wijst hij ons zijn buur aan, een man van gevorderde leeftijd die in blote bast het gras aan het afrijden is. Het is de kersverse kampioen van Denemarken: Ariël Jacobs, in een vorig leven nog topschutter van Diegem Sport. Diegem lijkt een oase van rust naast de stadsjungle die Brussel soms is, al wordt die relatieve stilte wel doorbroken door het geraas van planes, trainsandautomobiles, met de luchthaven van Zaventem in de buurt. Rust is ook van toepassing op Diegem Sport, een dorpsclubje dat al het merendeel van zijn zeventigjarig bestaan in de nationale reeksen meedraait. De sportief directeur heeft er eerst 20 jaar in doel gestaan, de vorige trainer zat er vijftien jaar: dat soort club. Trots zijn ze in Diegem op hun jeugdopleiding, waar talenten als Nabil Dirar en Yannick Ferreira-Carrasco (beiden AS Monaco), Omar El Kaddouri(Napoli),Soufiane Bidaoui (Parma) en Jason Adesanya (Lierse) uit voortkwamen. Vooral het werk van jeugdcoach Pieter Jacobs, zoon van. Van Weyenberge:"We hebben altijd veel jeugd gebracht en dat gaan we in de toekomst nog meer doen. Noodgedwongen ook", geeft hij toe. Financieel loopt het stroever sinds pakjeskoerier DHL heeft afgehaakt als hoofdsponsor. Ook van de toeschouwers moeten ze het in Diegem niet hebben. Het dorp zakt maar één keer in het jaar in grote drommen naar het Gemeentelijk Sportstadion af: voor de Superprestigemanche veldrijden. "Het veldrijden is hier razend populair: vanaf september en oktober beginnen we al supporters te verliezen omdat het crossseizoen zich dan op gang trekt", zegt Van Weyenberge. Een andere concurrent voor het voetbal is de wandelsport. "We zitten hier met een ouder publiek, en je merkt dat meneer en mevrouw 's zondags liever een hobby kiezen die ze met z'n tweetjes kunnen uitoefenen. Ook is de binding met de gemeente en de club minder bij de jongere generaties. Je hebt veel families van vreemde origine die zich hier vanuit Brussel komen vestigen. Die sturen wel hun kinderen om te voetballen, maar komen zelf niet kijken. Tel dat allemaal samen en veel blijft er niet meer over, hé." Er klinkt enige metaalmoeheid door bij de preses. Loopt het verhaal van Diegem op zijn einde? "Soms voelt het wat ondankbaar. 'Maar dertiende in derde nationale', hoor je dan, terwijl je er toch veel voor doet. Dus zeggen we niet op voorbaat nee tegen een samenwerking, als dat kan zonder onze manier van werken op te geven. Want die 70 jaar geschiedenis, dat is allemaal mooi, maar het moet nu leefbaar zijn. Anderzijds: als Uplace hier iets verderop in Machelen zijn slag slaat, komen hier misschien enkele duizenden gezinnen met jonge kinderen wonen. Stel dat er daar een paar goeie tussen zitten, kunnen we weer een tijdje voort." (lacht) We passeren aan het stadion. Niet het modernste van de reeks, maar wel prachtig ingesloten in het park naast de Donjon van Diegem, waar enkele hengelaars van het gelijknamige clubje hun lijntjes aan het uitgooien zijn. Voorbij het kerkplein komt Ariël Jacobs net aangewandeld. Deze keer mét hemd. Voorbij Leuven leidt de afrit Tienen naar de impressionante Grote Markt die hevig in de zon baadt. Iets later komt Guy Uyttebroeck aangesnord in een sportieve cabrio. De manager van KVK Tienen zal ons gidsen door een stad die hij met veel zwier aanprijst. Chauvinisme is een eigenschap die niet elke Tienenaar bezit, legt hij uit. "We zijn te veel een volk van klagers. Suikerrock? Fantastisch festival, zal iedereen hier zeggen. Maar het maakt toch veel lawaai, hé. En het is toch niet handig dat je dat weekend driehonderd meter moet omrijden als je je achternonkel wil gaan bezoeken... Met onze supporters is dat een beetje hetzelfde: ze hebben allemaal een mening, maar krijg ze maar eens naar het stadion." Het verhaal van club en stad laat zich niet uitleggen zonder de Tiense suikerraffinaderij - het plaatselijke basisschooltje heet toepasselijk De Suikerspin. Uyttebroeck: "In de wijk Grimde kregen duizenden arbeiders eerst huisvesting, daarna brood en spelen met het voetbal." Een wat vervallen ijzeren hek aan de ingang langs de Bergélaan herinnert aan die periode. In het stadion vertelt de manager over het recente dieptepunt van zijn club, die in januari tot de vereffening leidde. Het was de clubleiding in de voorgaande maanden gaan dagen hoe dieprood de cijfers kleurden. Vooral het seizoen 2008-2009, toen Tienen bovenaan meedraaide in tweede klasse, was het begin van het einde. "Hoogmoed komt voor de val. We wonnen toen een match voor de eerste plaats tegen Sint-Truiden, daarna was het feest met veel volk en partytenten toe. Maar heel dat verhaal was op drijfzand gebouwd." De laatste druppel was een controle van de fiscus eind vorig jaar. Uyttebroeck: "Die mensen hebben hun werk goed gedaan, meer kan ik daar niet over zeggen. Van mij mogen ze overal eens langsgaan. Daarna pas is gebleken dat een deel van het bestuur - ikzelf, maar ook topmensen van sponsors DKV en Tiense Suiker - jarenlang informatie kregen die rooskleuriger was dan de werkelijkheid. De enigen die wisten hoe de vork in de steel zat, hadden toen al wijselijk het hazenpad genomen." Tienen ging nog tijdens het seizoen in vereffening. Uyttebroeck: "Wij waren waarschijnlijk als enigen blij met die verschrikkelijke winter: die gaf ons iets meer tijd om alle matchen af te werken zonder forfait te geven." Volgend jaar neemt een afgeslankt KVK Tienen een doorstart in vierde klasse, met 9 punten achterstand en onder de nieuwe vlag KVK Tienen-Hageland. De ambitie? Een cleane club worden. "De stal is nu uitgemest en de knip gaat erop: de sportieve cel zit in een vzw die een gelimiteerd budget krijgt. De spelerskern kost nog 1/3e van vroeger en twaalf van de twintig spelers komen uit de eigen jeugd. Heel duidelijk: er wordt hier niet meer onder tafel met geld geschoven. Of dat een populaire boodschap is? Nee, maar wel een die nodig is. Het is tijd om tabula rasa te maken in het voetbal." Laatste stopplaats: Borgworm/Waremme, kort voor Luik. Op de Place du Roi Albert Premier wordt de kermis opgebouwd. Ook het ooit zo roemrijke Club Luik is al jaren op zoek naar een vaste standplaats. De traditieclub (stamnummer 4) veranderde de laatste negentien jaar acht keer van stadion. Momenteel kan de jeugd in Borgworm terecht, de eerste ploeg speelt in het Stade du Paray in Seraing. Sportief directeur Gaëtan Englebert begon zijn spelerscarriere ooit bij Club Luik, toen dat nog in het mythische Rocourt speelde, dat tegen de E40 aanschurkte, op een plaats waar nu het Kinepoliscomplex staat. Hij was er ook ballenjongen toen de club voor 30.000 man Europees speelde tegen Juventus en Benfica. Englebert: "Er was een enorme wielerpiste rond het veld, ik denk dat ik daar mijn goede fysiek aan te danken heb." Na een mooie carrière bij onder meer Sint-Truiden en Club Brugge wilde de ex-Rode Duivel de cirkel rond maken bij zijn oude club, maar dat bleek hem niet gegund. "Ik had een transfer gekregen van Coxyde, maar op het laatste nippertje staken enkele mensen binnen Club Luik een stokje voor mijn overgang. Dus ben ik maar gestopt met voetballen. Of diezelfde mensen er nu nog zijn? Laat ons zeggen dat ze nu minder te vertellen hebben." (lachje)Englebert ontfermde zich in Luik eerst over de jeugd en begon later in alle geledingen van de club orde op zaken te stellen. Monument Robert Waseige werd op rust gesteld, jongere en dynamische krachten moeten de club nu weghalen van de afgrond. Want Club Luik was de laatste decennia de spreekwoordelijke kat met de zeven levens. Englebert: "Deze club heeft de laatste jaren meer gesparteld dan echt geleefd. Als we er vandaag nog zijn, is dat vooral te danken aan ons supporterslegioen. Elke verplaatsing zijn we met een duizendtal man. Je kan Club Luik in Vlaanderen het best vergelijken met Antwerp: dezelfde enthousiaste aanhang, even grillig financieel parcours ook, maar in potentie een slapende reus." Englebert hoopt dat zijn ongekreukte imago een eerste stap naar de geloofwaardigheid kan betekenen na alle desilusies uit het verleden. Er passeerden in Luik evenveel clubleiders die hun rekeningen niet betaalden, als politici die hun beloften niet nakwamen. Sportief zijn er weer ambities, daarnaast zijn er plannen om het ontweesde kind opnieuw dichter bij huis te brengen. Van het lang aangekondigde stadionproject in het Ans van wijlen Michel Daerden is geen sprake meer, maar er zijn opties rond Luik. "Het is hoog tijd om een nieuwe thuis te vinden", zegt Englebert. "Het gaat om meer dan inkomsten van drankbonnetjes. Zonder stadion is deze club ook zijn identiteit wat kwijtgeraakt. Er is nu eindelijk weer hoop om deze club terug te brengen waar hij hoort." DOOR JENS D'HONDT - BEELDEN: IMAGEGLOBE"De enige uitweg voor het voetbal in de Denderstreek is simpel: samengaan en één grote club maken." Guy Valckenier "Er wordt bij KVK Tienen niet meer onder tafel met geld geschoven. Of dat een populaire boodschap is? Nee, maar wel een die nodig is." Guy Uyttebroeck