Bergen en dalen heeft hij meegemaakt. Sinds 2002 voetbalt Alessandro Cordaro bij FC Bergen - nadat hij tien jaar lang bij La Louvière werd opgeleid maar tot zijn onbegrip nooit een kans kreeg. Bergen sinds 2002, dat wil zeggen : de euforie van het eerste seizoen in de eerste klasse, de episode Brio, de degradatie naar de tweede klasse, de titel in de tweede klasse, de spectaculaire tweede start. Vorig seizoen werd hij verkozen tot beste speler van het seizoen.
...

Bergen en dalen heeft hij meegemaakt. Sinds 2002 voetbalt Alessandro Cordaro bij FC Bergen - nadat hij tien jaar lang bij La Louvière werd opgeleid maar tot zijn onbegrip nooit een kans kreeg. Bergen sinds 2002, dat wil zeggen : de euforie van het eerste seizoen in de eerste klasse, de episode Brio, de degradatie naar de tweede klasse, de titel in de tweede klasse, de spectaculaire tweede start. Vorig seizoen werd hij verkozen tot beste speler van het seizoen. Alessandro Cordaro : "Dat klopt, ik speelde in het begin niet zo goed. Ik kende de eerste klasse al, maar toch moest ik me opnieuw aanpassen. In tweede vliegen ze er gewoon van de eerste tot de laatste minuut in. Techniek en tactiek komen daar dikwijls op de tweede plaats. Veel ploegen stappen zonder specifieke aanwijzingen op het veld. De spelers waren blij dat ze daar stonden, ze zagen de tweede klasse als hun top, mikten niet op georganiseerd voetbal. Als spelverdeler paste ik me aan die omstandigheden aan. Ik kreeg nogal wat ruimte, dicht bij het doel kon ik nog twee, drie tegenstanders dribbelen. In de eerste klasse werkt dat zo niet. Ik moest mijn spel heroriënteren. Ik probeerde te dribbelen zoals in tweede, maar op dat niveau pakt dat niet. Ik heb ook geleerd dat ik op het middenveld een deel van het defensieve werk moet opknappen. In tweede was dat niet nodig." "Die positie bevalt me enorm. Ik heb de toestemming om rond te zwerven op het veld. En ik krijg veel ballen. Balbezit, dat is het voedsel voor een middenvelder. Ik heb er altijd van gedroomd om carrière te maken als spelverdeler. Ik heb het zeer gewaardeerd dat José Riga me op die plaats wilde uitproberen. Ik denk dat ik er de kwaliteiten voor heb. De ploegmaats vertrouwen me, dat voel ik. Ze zien me als een ideaal aflossingspunt." ( lacht) "Ik weet het. Jean-Paul Colonval is daarmee begonnen. Ik heb Van Moer natuurlijk nooit live zien voetballen, maar ik heb wel al beelden gezien. Indrukwekkend. Het is een vergelijking die me vleit." "1 meter 75, is dat zo klein ? Hoe groot is Wamberto ? En Boussoufa ? En Biglia ? Was Zetterberg zo'n reus ? Ik zie het probleem niet. Mijn gestalte is op het middenveld een voordeel. Ik ontleen er mijn beweeglijkheid aan en ik val niet gemakkelijk." "Ik ben altijd een beetje een rebel geweest. Dat is mijn Latijnse karakter, denk ik. Ik kan het moeilijk verdragen dat ze me de bal afpakken en me uit evenwicht brengen. En ik maak veel kleine, onnodige fouten, dat moet er nog uit. Ik moet nog leren mijn energie beter te kanaliseren, dat zou de kwaliteit van mijn spel zeker ten goede komen.""Ik voel me niet bedreigd. Wamberto kan op links spelen. Ik heb altijd gezegd dat ik hem graag opnieuw in de kern zou hebben.""Omdat we ongeveer hetzelfde profiel hebben en als we met zijn tweeën in de ploeg staan, wordt het spel van Bergen sneller, en met meer ballen in één tijd en mooie acties.""Ze zeggen dat ik de ploeg draag. Ik denk dat ik die rol aankan : ik heb zelfvertrouwen, ik spreek veel, ik vraag ballen op. Mogelijk zijn de mensen verwonderd dat een jongen van twintig jaar zoveel verantwoordelijkheid krijgt bij een eersteklasser. Maar ik ben altijd de leider van de ploeg geweest, al van kindsbeen af. Het is zonder twijfel een aangeboren kwaliteit.""We hebben kwaliteit in de ploeg en we kunnen zonder druk voetballen. De enige druk die op ons werd gelegd, is die van het behoud en die druk kunnen we perfect aan. Zeker nu we een goede start kenden. Met een slechte start zit je natuurlijk meteen in een negatieve spiraal."Daar ben ik van overtuigd. Als we ons hoofd niet verliezen, tuimelen we nooit naar de staart van de rangschikking. PIERRE DANVOYE