'Een goede naam hebben is in het voetbal geen onnozel detail. Zelfs na zeven jaar krijg ik die lelijke fusienaam niet door mijn strot. Elke keer als iemand mij vraagt naar mijn clubliefde, antwoord ik: 'Beveren.' Ooit ben ik zelfs supporter geworden door de naam van het stadion.
...

'Een goede naam hebben is in het voetbal geen onnozel detail. Zelfs na zeven jaar krijg ik die lelijke fusienaam niet door mijn strot. Elke keer als iemand mij vraagt naar mijn clubliefde, antwoord ik: 'Beveren.' Ooit ben ik zelfs supporter geworden door de naam van het stadion. 'Dertig jaar geleden sloeg mijn kinderhart altijd een keer over als de radiopresentatrice op zaterdagavond zei: 'En nu over naar Leo De Vos, want er is gescoord op de Freethiel.' Een club met zo'n mooie stadionnaam moest wel deugen. Ik fantaseerde hoe die Freethiel eruit zou zien. 'Op een dag in de late winter van 1987 kwam ik er voor het eerst, samen met mijn vader. Ik was elf. De hoogdagen van Beveren waren toen al voorbij. Beveren stond laatste. Ladislav Novak was net ontslagen, Wilfried Van Moer was binnengehaald als trainer. En Club Brugge kwam op bezoek. Niemand gaf een cent voor de kansen van Beveren. 'De weg naar het stadion vergeet ik nooit: die oude Klapperstraat en dan het witte licht van de Freethiel zien, een stadion dat nog groter was dan ik me ooit had kunnen inbeelden. Die zondagmiddag won David. En hoe: 5-2. Twee keer David Fairclough, twee keer Frank Peeraer. En een keer Luc Verwaest, maar vooral een sublieme Marek Kusto. Ik zwaaide voor het eerst met een vlag, de toekomst beloofde weer geel-blauw. Die namiddag op de oude tribune heb ik gezworen dat ik nooit voor een andere club zou supporteren. 'Ik herinner me ook een wat oudere, gezette man die het veld op kwam. Hij gaf alle spelers een schouderklop. Later hoorde ik dat hij al eeuwen voorzitter was. En dat hij al weken kapot was, omdat hij voor de eerste keer een trainer had moeten ontslaan. Jan Van Ussel zou vandaag niet meer passen in het door gladde managers geregeerde voetbal. Maar ook in 1987 was hij een curiosum. Een bescheiden apotheker, die begiftigd was met tonnen voetbalverstand. 'Dat soort underdogs bond mij aan Beveren. Ik heb nooit Jean Janssens zien voetballen, maar wel de Ivorianen. Ze verloren elke keer, maar speelden wel het beste voetbal van het land. Hoe zwart ook, ze waren een beetje van Beveren. Zoals in die ene match tegen Moeskroen, tien jaar geleden. Beveren moest winnen om niet te degraderen. Maar die goal kwam maar niet. Tot Diallo in de 88e minuut scoorde. Nooit heb ik zo hard gejuicht als toen. 'Ook in Stijn Vreven herkende ik de underdog. Nooit zal ik een van zijn laatste matchen tegen Westerlo vergeten. Het liep niet en het regende oude wijven. Maar hij bleef zeiknat gesticuleren in de regen. Geen zwetser, maar een persoonlijkheid. Elke keer als hij zijn mond opendeed, was ik trots om Beverensupporter te zijn. 'Het was een oerdomme beslissing om hem te ontslaan, ongeveer de triljoenste die het laatste decennium in Beveren genomen is. Wat mis ik Jan Van Ussel. Ik geef toe: je moet een beetje masochist zijn om supporter te zijn van mijn club. Tot ze winnen en ik weer die jongen van 11 ben die voor het eerst met de vlag zwaait. 5-2: daar kan niemand tegenop. 'Ik ben nu veertig. Mijn vader is er niet meer. Ik ben al in Camp Nou en San Siro geweest, weet dat er grotere stadions zijn. Toch ben ik dat ene aan de Klapperstraat trouw gebleven. Omdat het de mooiste naam van de wereld heeft.' DOOR STIJN TORMANS - FOTO BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS'Ooit ben ik supporter geworden door de naam van het stadion.' - STIJN TORMANS