Een wereldkampioenschap in Zwitserland roept bij Belgische wielerfans zoete herinneringen op. De voorbije halve eeuw werd het WK vier keer georganiseerd in het land van de koebellen. Drie keer hebben de Belgen er goud gedolven. Rik Van Looy verlengde in 1961 zijn wereldtitel in Bern. Eddy Merckx veroverde tien jaar later de regenboogtrui in Mendrisio, na een duel met de Italiaan Gimondi op de Torrazza di Novazzano, een van de twee hellingen die ook dit jaar het WK tot een slijtageslag zullen maken.
...

Een wereldkampioenschap in Zwitserland roept bij Belgische wielerfans zoete herinneringen op. De voorbije halve eeuw werd het WK vier keer georganiseerd in het land van de koebellen. Drie keer hebben de Belgen er goud gedolven. Rik Van Looy verlengde in 1961 zijn wereldtitel in Bern. Eddy Merckx veroverde tien jaar later de regenboogtrui in Mendrisio, na een duel met de Italiaan Gimondi op de Torrazza di Novazzano, een van de twee hellingen die ook dit jaar het WK tot een slijtageslag zullen maken. De vorige titelstrijd op Zwitserse bodem, in 1996, voerde Johan Museeuw naar de zevende hemel. Op een loodzware omloop rond Lugano plaatste de West-Vlaming de kroon op zijn carrière. Hoewel het volk Museeuw altijd op handen bleef dragen, zou diens relatie met de pers de jaren daarna helemaal verzuren. Die pers sabelde hem dan ook genadeloos neer toen hij aan het eind van zijn loopbaan in een onverkwikkelijke dopingaffaire terechtkwam. Begin 2007 bekende Museeuw publiekelijk schuld, in een boek legde hij vervolgens zijn misstap uit. Bevrijd van een ondraaglijke last komt hij sindsdien zonder schroom uit voor zijn visie op de wielersport, die hij nog steeds met passie volgt. De schaarse keren dat hij nu nog in zijn betoog de handrem optrekt, dienen alleen om vrienden te sparen. Carlo Bomans bijvoorbeeld, de coach die komende zondag in de volgwagen van België plaatsneemt. "Ik ben niet vergeten wat Carlo, die een luxeknecht was, voor mijn rennerscarrière betekend heeft", zegt de ex-wereldkampioen. Museeuw, die pendelt tussen zijn huis in Gistel en een appartement in Oostende, wil de Belgische wielerwereld niet in rep en roer zetten, laat staan de indruk wekken dat hij hengelt naar de functie van bondscoach. Toch kan zijn voorzichtige taalgebruik zijn oordeel over Bomans' werk niet verhullen. Johan Museeuw: "Er is toen met scherp geschoten op de tactiek van de Belgische ploeg. De schuld van Bomans, zo werd gezegd. Er zijn toen tactische fouten gemaakt, maar tenslotte hebben de renners zelf ook gefaald. Wanneer grote kanonnen als Ballan en Cunego wegspringen, voor eigen volk, en de ontsnapping komt in schuifjes tot stand, dan moet je mee zijn. Boonen en Gilbert konden gewoon niet volgen. Soms is wielrennen eenvoudig, maar renners verbergen zich graag achter excuses, ik was zelf niet anders." "We hebben geen topfavorieten. In de Vuelta konden we zien dat Valverde en Cunego in bloedvorm verkeren. Zij vinden in Mendrisio ook een parcours waar ze het verschil kunnen maken. Bovendien bereiken zij nu pas hun eerste vormpiek van het seizoen, die altijd de beste is. Valverde was niet welkom in de Tour, Cunego had tot de Vuelta nog maar weinig laten zien. Het is cruciaal om fit naar een WK toe te kunnen werken. "Voor onze Belgische speerpunten moeten alle puzzelstukken goed vallen om wereldkampioen te kunnen worden. Dat is het verschil met Valverde en Cunego. Valt er voor hen één stukje verkeerd, dan kunnen ze nog winnen. Ik durf te stellen dat er zeker een van beiden op het podium staat. Van de Belgen beschikt Philippe Gilbert over de beste papieren. Tom Boonen is niet meer of niet minder dan een outsider." "Nu begeef ik me op glad ijs, maar waar er rook is, is er vuur. Er zal dus wel een grond van waarheid in Gilberts woorden zitten. Nochtans vind ik het erg belangrijk dat een bondscoach overleg pleegt met de renners over hun ambities en programma. Bomans zou het zichzelf gemakkelijker maken door zijn selectie vroeger bekend te maken. Het was veelzeggend dat hij de aanduiding van de negende man ( Bert De Waele, nvdr) nog twee dagen langer uitstelde. Een coach moet toch wel een maand voor het WK al een beperkte voorselectie kunnen geven. "Het is gevaarlijk als er al een conflict ontstaat nog voor de wedstrijd. Bomans heeft Gilbert op zijn beurt bekritiseerd. Het is maar weinigen gegeven om met kritiek om te gaan. Onvermijdelijk zal er tussen hen spanning blijven hangen. Ik vind het ook verkeerd om ongenoegen te uiten via de media. Meer en meer maken ploegleiders misbruik van de pers om hun renners te prikkelen. Onze twee ProTourploegen doen daar aardig aan mee. Bij Silence-Lotto werd in de krant gedreigd met boetes toen tijdens het voorjaar de resultaten tegenvielen. Bij Quick-Step leverde Lefevere via de pers kritiek op Boonen en Devolder tijdens de Tour. Een ploeg moet zijn vuile was niet buitenhangen, maar binnenskamers de problemen oplossen." "Hij is nog niet toegetreden tot de galerij van de kampioenen, daarvoor moet hij eerst een grote vis vangen. Van alle Belgen is hij bergop het meest explosief, dat heeft hij bewezen in de Girorit die hij won. In een topdag kan hij als enige Belg de demarrages van Valverde en Cunego beantwoorden. Maar dan mag hij niet zo onstuimig koersen als op het Belgisch kampioenschap. Had hij toen ál zijn kruit gespaard tot de laatste ronde, dan fietste hij solo naar de driekleur." "Nee. Om te beginnen was ik koning eenoog in het land der blinden. De ploeg werd altijd rond mij gebouwd, daar bestond weinig discussie over. Toen ik in Lugano wereldkampioen werd, was Eddy Merckx bondscoach. Als de grootste renner aller tijden een bepaalde tactiek uitstippelt, dan is er niemand die daar wil of durft tegenin te gaan. Dit onderstreept hoe belangrijk het is dat een bondscoach uitstraling heeft." "In de breedte is de ploeg voor Mendrisio sterker. Voor Lugano was het zelfs niet evident om voldoende valabele kandidaten te vinden. Slechts twee Belgen hebben de wedstrijd toen uitgereden. Maar Axel Merckx, die vierde werd, heeft die dag wel gevochten voor een hele ploeg. De jongste jaren kunnen steeds meer Belgen op lastige circuits hun mannetje staan, hoewel we ons nog altijd te vaak blindstaren op onze Vlaamse kasseiklassiekers. Jonge renners met klimtalent moeten, in navolging van Jurgen Van den Broeck, investeren in hun carrière en naar het buitenland trekken om daar bergop te trainen." "Dat moet hij ook doen. Een renner van zijn niveau moet zich elk jaar voorbereiden op het WK. De kansen op een wereldtitel zijn zo schaars, dat je er geen mag laten liggen. Boonen moet op een tweede wereldtitel mikken en hopen dat zondag alles in zijn plooi valt. Zelfs al is het parcours volgens mij te zwaar voor hem. In Mendrisio heeft hij minder kans dan ik had in Lugano om wereldkampioen te worden. Vergeleken met mij is Tom de mindere klimmer. Het parcours in Mendrisio mag dan wel iets minder zwaar zijn dan in Lugano, het is moeilijker dan vorig jaar. "Boonen is daarentegen iets sneller dan ik was in de sprint. Ik vrees echter dat hij zondag te lang zal wachten en zitten rekenen op zijn snelheid aan de finish. In zijn plaats zou ik veeleer anticiperen en met een groepje in de aanval trekken, vooraleer de favorieten de wedstrijd op de beklimmingen doen openbarsten. Boonen moet mijn strategie van in Lugano kopiëren: ik ben al na tweederdewedstrijd meegeschoven in een ontsnapping. Het peloton moet zo'n wedstrijdscenario toelaten, natuurlijk." "Nee. Hij is al lang op zoek naar mentale frisheid. Zelfs zijn ploegleiding tast in het duister. Stijn had nooit mogen rondbazuinen dat hij voor een klassement in de Tour zou gaan. Hij is geen klassementsrenner voor de Tour, hij is een steengoede klassieke coureur. Na zijn mislukte Tour is hij overladen met kritiek. Ik betwijfel of hij daarmee kan omgaan. Hij is niet de persoon van wie de kritiek eraf glijdt zoals het water van een eend, integendeel. "Ik heb hem in de Vuelta een keer in de aanval gezien, hij had het nodig om eens te testen hoever hij stond. Ik vind dat Stijn minder scherp oogt dan vorig jaar. Dat had ik al gezien in het voorjaar, het is mij ook opgevallen in de Tour en nu in de Vuelta weer. Als er één renner is van wie ik niet kan geloven dat hij zich niet verzorgt, is het wel Devolder. Maar waaraan ligt het anders? Bomans laat hem thuis. Alleen stel ik mij de vraag of Wynants die plaats meer verdient. " "Klopt. Let wel, het is ook mogelijk om wereldkampioen te worden zonder de Vuelta te hebben gereden. Dat heb ik zelf aangetoond in 1996. Wie al veel competitie en een lang seizoen in de benen heeft, zoals Greg Van Avermaet, moet zich niet in de Vuelta als een citroen laten uitpersen. "Als voorbereiding op een lastige WK-omloop is er slechts één alternatief voor de Vuelta: de Italiaanse semiklassiekers in augustus en september. Moeilijke eendagswedstrijden, waar de Italianen strijden om een ticket voor de squadra azzurra. In mijn tijd nam ik daar in alle anonimiteit aan deel en trainde na afloop nog bij. Dit vraagt zelfdiscipline. Ik stel vast dat Nuyens, Van Avermaet en Monfort in plaats daarvan hebben gekozen voor dernywedstrijden en vlakke eendagskoersen. Dat begrijp ik niet. Zegt de keuze van hun programma iets over hun ambities voor Mendrisio? Hopelijk niet. Maar de bondscoach had moeten ingrijpen en zeggen dat hij niet akkoord ging met die voorbereiding." "We raken een gevoelige snaar. Laat het me als volgt stellen: een bondscoach moet renner zijn geweest om in de wedstrijd de juiste tactische keuzes te kunnen maken. Maar niet elke ex-renner is per definitie geschikt voor de taak van bondscoach. Hij moet zich als leider kunnen opwerpen. In nauwelijks één week tijd moet je een ploeg smeden en ervoor zorgen dat renners die het hele seizoen verschillende broodheren hebben gediend, voor elkaar door het vuur gaan. De Cauwer was daar een grootmeester in, vooral dankzij zijn verbale talent. Maar ik wil niet met stenen gooien naar Carlo. Je persoonlijkheid moet je ook ontwikkelen. Bomans heeft nu drie WK's geleid en zit nog in een groeiproces. Laten we nog even Mendrisio afwachten en vooral niet de weg van het voetbal opgaan, waar een coach na verlies onmiddellijk moet opstappen." door benedict vancloosterHet is maar weinigen gegeven om met kritiek om te gaan.