1. ARSENAL - TOTTENHAM

Het barst in Londen van de derby's, maar die tussen Arsenal en Tottenham wordt gekenmerkt door een bijzondere rivaliteit, die zijn oorsprong vindt in het verleden. Tottenham speelt al van oudsher in het noorden van Londen, Arsenal nam er in 1913 zijn intrek toen de club naar Highbury verhuisde. Sinds 2006 voetballen The Gunners in het Emirates Stadium, ook in Noord-Londen. Ze werden als indringers beschouwd. Het verdeelde de voetbalgemeenschap in dit stadsdeel.
...

Het barst in Londen van de derby's, maar die tussen Arsenal en Tottenham wordt gekenmerkt door een bijzondere rivaliteit, die zijn oorsprong vindt in het verleden. Tottenham speelt al van oudsher in het noorden van Londen, Arsenal nam er in 1913 zijn intrek toen de club naar Highbury verhuisde. Sinds 2006 voetballen The Gunners in het Emirates Stadium, ook in Noord-Londen. Ze werden als indringers beschouwd. Het verdeelde de voetbalgemeenschap in dit stadsdeel. De botsing tussen beide clubs heeft met nog meer vroegere voorvallen te maken. Zo was er de legendarische trainer Herbert Chapman die Arsenal in de jaren dertig groot maakte, nadat hij voordien voor Tottenham had gespeeld. Veel later, tussen 1982 en 1986, speelde international Tony Woodcock voor Arsenal. Op het einde van die overeenkomst toonde Tottenham interesse in de aanvaller, maar Arsenal lag dwars. Omdat ook FC Köln zich meldde lieten ze Woodcock naar de Bundesliga vertrekken, ofschoon Arsenal een aanzienlijk hogere transfersom wilde betalen. Liever minder geld dan een concurrent versterken. Anders was het in 2001 toen verdediger Soll Campbell van Tottenham naar Arsenal overstapte. In Tottenham werd een levensgrote Campbellpop aan een lantaarnpaal gehangen, met een bord om de hals waarop in grote letters stond: Judas. Emoties zijn er nog altijd als beide clubs tegen elkaar spelen. Maar ver weg is de tijd dat er voor een derby ooit eens 60.000 toeschouwers op Highbury waren, terwijl het stadion maar plaats bood aan 40.000 mensen. Weinig steden die zoveel internationale titels verzamelden als Milaan. Beide clubs delen al sinds jaar en dag hetzelfde stadion, een theater van succesrijk voetbal. Aanvankelijk gold Inter als een rechtse club terwijl AC Milan links georiënteerd was, maar dat smolt al evenzeer weg als de sociale grenzen die er tussen de aanhangers van de beide verenigingen lagen. De Milanese derby is de meest vreedzame in Europa, heel anders dan bijvoorbeeld in Rome waar tussen Lazio en AS Roma veel haat bestaat en bestuurders zelfs ooit met elkaar op de vuist gingen. In Milaan heeft veel te maken met de successen van de twee verenigingen. Er was tussen 1963 en 1969 een gouden Milanese dynastie toen beide clubs vier keer Europacup I, de voorloper van de Champions League, naar de Lombardische metropool brachten. Natuurlijk zijn er ook legendarische Milanese derby's geweest zoals die op 6 november 1949 die door Inter met 6-5 werd gewonnen. Na 19 minuten stond AC Milan met 4-1 voor en verlieten fans van Inter nog voor de rust het stadion. Ze keerden snel terug toen ze plots jubelkreten hoorden. Inter maakte er in twee minuten 3-4 van. In een dol kwartier na de rust werd het alsnog 6-5 voor Inter. En terug te vinden in de geschiedenis van de derby valt ook een wedstrijd uit oktober 1950 toen Interaanvaller Benito Lorenzi, de koning van de provocaties, bij een gecontesteerde strafschop een halve citroen onder de bal ging leggen, terwijl spelers en scheidsrechter in volle discussie waren. Supporters van AC probeerden de spelers daarop te attenderen. Tevergeefs. De penalty werd gemist: de bal vloog zes meter naast het doel. Vandaag wonen supporters van AC Milan en Inter, getooid in hun clubkleuren, de derby bij. Het gebeurt hooguit nog eens dat een verstokte fan zich de dag na een nederlaag ziek meldt op zijn werk. In geen derby ter wereld speelt religie zo'n grote rol als in Glasgow. Je hebt Celtic, de katholieke club met aanhangers uit een van de armste wijken van de stad, en het protestante Rangers. De haat tussen beide clubs laait zo fel op dat er is berekend dat er de voorbij twintig jaar vijftien moorden werden gepleegd, met als achtergrond de 'Old Firm', zoals de derby wordt genoemd. Incidenten horen bij deze wedstrijd. Zoals bijvoorbeeld in maart 2011 toen er in totaal dertien gele en drie rode kaarten werden getrokken. Na de wedstrijd kwam het tussen de supporters tot een echt slagveld, met veel geblesseerde mensen en 34 arrestaties. De kosten voor de veiligheidsvoorziening rond de derby zouden rond de 40 miljoen euro per jaar liggen. Geweld was lang de constante factor in confrontaties tussen beide clubs. Na een massale vechtpartij verbood de Schotse voetbalbond alcohol in de stadions, maar het klimaat bleef even grimmig. In 1999 werd een scheidsrechter getroffen door meerdere vuurpijlen die Celticfans op het veld gooiden. Hij moest op het veld minuten worden behandeld. Sindsdien wordt deze wedstrijd op het middaguur gespeeld. Vrijwel onmogelijk bleek het om van de ene naar de andere club over te stappen. Glasgow Rangers deed het in 1989 toch en trok Mo Johnston van FC Nantes aan. Die had voordien bij Celtic gespeeld. En erger nog: hij was katholiek. De verzorger van de Rangers protesteerde: hij legde voor een wedstrijd de trui van Johnston niet netjes opgevouwen op een tafel, zoals hij dat normaal deed, maar gooide die op de grond. En na de match kreeg Johnston geen reep chocolade, zoals de andere spelers, maar helemaal niets. De derby tussen Real en Atlético Madrid is de meest prestigieuze in Spanje, maar de meest vurige en beladen stadsderby speelt zich af in Andalusië. Zoals onlangs weer bleek in de bekerwedstrijd tussen Betis Sevilla en FC Sevilla waarin Joan Jordán van Sevilla werd geraakt met een vanaf de tribune gegooide metalen staaf. Sevilla is een voetbalgekke stad. De supporters van Real Betis zijn bloedfanatiek en hebben levenslang trouw gezworen aan hun club. Ze werden al meer dan eens uitgeroepen tot de beste aanhang in Spanje, al moeten de fans van FC Sevilla in dergelijke verkiezingen amper onderdoen. De passie laait in iedere wedstrijd hoog op, voor iedere derby is de spanning in de Andalusische hoofdstad al dagen vooraf voelbaar. Op het recente incident na loopt het in deze wedstrijden nog amper uit de hand. De dood van Sevillaspeler Antonio Puerta is daar niet vreemd aan, al had dat niets te maken met de derby. De verdediger, die het jaar voordien als international had gedebuteerd, kreeg in 2007 in de wedstrijd tegen Getafe op het veld een hartstilstand. In de rouw om de betreurde voetballer vonden de beide supporterclans elkaar. Toch worden de fans van beide clubs nog steeds bijna even vrolijk worden van een nederlaag van de tegenstander als van een overwinning van hun eigen team. Dit seizoen spelen de clubs uit het Ruhrgebied niet tegen elkaar. Schalke 04 degradeerde eind vorig seizoen immers naar de Tweede Bundesliga. Maar geen derby in Duitsland die meer losmaakt dan deze. Hoewel voetbal in het Ruhrgebied verbindt, is er hier echt sprake van haat en nijd, van een tweespalt die zelfs heel even families verdeelt. Supporters van Borussia Dortmund, zo heet het, zullen nooit bij Aral tanken omdat dit tankstationbedrijf blauw en wit als kleuren heeft, dezelfde kleuren als Schalke 04. Fans van Schalke willen dan weer niets te maken hebben met alles wat uit Dortmund komt. Zelfs niet met het gerenommeerde Dortmunderbier. Voor veel aanhangers van Schalke is hun club de enige reden van bestaan. Een zege in de derby wordt zelfs als belangrijker aanzien dan het binnenhalen van de titel. Maar het laatste kampioenschap dateert al van 1958. Op de weg naar de titel ligt er voor Schalke, zo plegen de fans van Borussia met het nodige cynisme te roepen, precies 28,2 kilometer. Het is de kortste weg tussen de beide stadions. Veel heroïsche derby's zijn er tussen beide clubs gespeeld. Vol incidenten. Zoals op 6 september 1969 bijvoorbeeld toen opgewonden Schalkesupporters het veld in Dortmund bestormden nadat hun club had gescoord. De stewards van de thuisploeg lieten vervolgens een horde herdershonden los, maar in plaats van op de fans joegen de beesten op voetballers. Twee spelers van Schalke werden gebeten. De club nam het voorval met humor op. Vier maanden later, bij de return in Gelsenkirchen, liet Schalkevoorzitter Günter Siebert een groep leeuwen langs het veld marcheren, aan de kant waar de spelers van Borussia zich opwarmden. Pas na de wedstrijd bleek het om tamme leeuwen uit de dierentuin te gaan. Een clash der continenten. Ook al spelen de beide clubs uit Istanbul geen dominante rol meer in het Turkse voetbal, de derby's blijven iedereen beroeren. Fenerbahçe is de club van het volk, gelegen aan de overkant van de Bosporus, in het Aziatisch gedeelte van de stad. En aan Galatasaray, dat zich in het Europese gedeelte bevindt, hangt een geur van snobisme, van deftige burgers en rijke zakenmannen. Voetbal beheerst het leven in deze bruisende, ruim vijftien miljoen inwoners tellende metropool. Een van de eerste vragen die in een kennismakingsgesprek aan mensen wordt gesteld is van welke club ze aanhanger zijn. Naast Fenerbahçe en Galatasaray is er ook nog Besiktas. In Turkije word je bij wijze van spreken in een club geboren. Fenerbahçe is de populairste club van Turkije, ook al won Galatasaray in 2000 de UEFA Cup. Tijdens de derby's hangt er constant elektriciteit in de lucht. De supporters zijn behoorlijk opgewarmd, want als er 's avonds wordt gespeeld zitten er 's ochtends al 20.000 mensen in het stadion. Er moet niet veel gebeuren of het loopt uit de hand. Eric Gerets kreeg tijdens het seizoen 2006/07 als coach van Galatasaray ooit een fles tegen zijn hoofd en hield daar een diepe wonde aan over. En als trainer van dezelfde club maakte de Schot Graeme Souness het helemaal bont toen hij na een gewonnen bekerfinale op het veld van Fenerbahçe een geel-rode vlag in de middencirkel plantte. Het was een antwoord aan de ondervoorzitter van Fenerbahçe die hem bij zijn aanstelling een kreupele had genoemd omdat Souness eerder aan zijn hart was geopereerd. Souness moest vervolgens door de politie worden ontzet. Sinds FC Porto de suprematie van Benfica en Sporting doorbrak, is de derby in Lissabon wat minder beladen, maar rivaliteit tussen de beide clubs is er nog altijd. Het wil wel eens gebeuren dat de derby rechtstreeks op televisie wordt uitgezonden, dan begint de uitzending twee en een half uur voor de aftrap en komt in beeld hoe de spelers met bussen vanuit hun trainingscentrum naar het stadion worden gevoerd. Het lijkt wel de intrede van de gladiatoren. De supporters leggen die weg veelal te voet af, zeker als ze in de buurt van het stadion wonen. Tussen de beide voetbaltempels ligt dan ook maar twee kilometer. Lang was de strijd om de titel een duel tussen Benfica en Sporting Clube de Portugal, zoals de vereniging officieel heet. Tussen 1940 en 1984 haalden de beide clubs 39 keer de titel, tussen 1960 en 1977 gebeurde dat zelfs ononderbroken. Dat duel gaf de derby een aparte dimensie. De rivaliteit kadert in een ver verleden. In 1907 stapten acht spelers van Benfica naar Sporting over dat betere financiële condities bood. Toch bleef Benfica in de loop van de jaren de grootmacht in Portugal. Het heeft 220.000 leden en zou over de hele wereld veertien miljoen aanhangers tellen. Een bitsige strijd wordt er ook naast het veld gevoerd als het om transfers gaat. Zo haalde Benfica voor de neus van Sporting uit de voormalige kolonie Mozambique met Eusébio een zwarte parel weg die in 363 officiële matchen 383 goals maakte. Maar Sporting ontdekte dan op het eiland een 12-jarige jongen die tot wereldster zou uitgroeien. Nochtans was Cristiano Ronaldo een hartstochtelijke fan van ... Benfica. Meer dan 300 keer troffen de beide clubs uit de Tsjechische hoofdstad elkaar. Ze zijn in eigen land zeer dominant. Sparta Praag is de meest succesrijke club van de hoofdstad. Het werd, vanaf 1993, 12 keer kampioen van Tsjechië en veroverde voordien 20 keer de Tsjechoslovaakse titel. In Tsjechië noemen ze de botsing tussen Slavia en Sparta een confrontatie tussen goed en slecht. Sparta staat symbool voor slecht, al is het de club van de werkende middenklasse, maar door de jaren heen werd het de meest vermogende club, met rechts-extremistische invloeden bij de achterban. Slavia is dan weer de oudste Tsjechische club, de vereniging waar veel studenten en hoger opgeleiden supporter van zijn. Slavia heeft wel een zeer fanatieke aanhang. Tijdens de derby's worden er beledigende liederen gezongen waarin Sparta wordt verwenst en verketterd. Slavia voelt zich ten aanzien van het door de regering geliefde Sparta altijd benadeeld, zeker nadat het werd gedwongen naar een ander gedeelte van Praag te verhuizen. Op de dag van de derby lopen de restaurants vol, de aanhangers van Slavia en die van Sparta zitten dan netjes gescheiden. Slaviafans die in dit etablissement werken hoeven dan gaan Sparta-aanhangers te bedienen. En omgekeerd. Dezelfde afkeer en jaloezie is er ook tegenover een andere club uit de hoofdstad, het militaire Dukla Praag. Maar een weerslag op de resultaten heeft dat niet: de afgelopen drie seizoenen werd Slavia kampioen. Aanvankelijk speelden beide clubs in dezelfde wijk, La Boca, in Buenos Aires, een sinister havenkwartier. Maar toen River Plate verhuisde naar het meest welvarende deel van de stad nam de rivaliteit enorm toe. De derby in de Argentijnse hoofdstad is een klassieker in de overtreffende trap. Het is zeker in het stadion van Boca Juniors, La Bombonera, een adembenemend duel; het geluid van de massa is zo oorverdovend dat de tribunes lijken mee te deinen op de golven van het enthousiasme. Diego Maradona speelde een hoofdrol in vele derby's. Hij had, net zoals zijn ouders, zijn hart aan Boca Juniors verpand en kreeg telkens weer kippenvel als hij over zijn eerste optreden en doelpunt in deze clash vertelde. Maar het duel der giganten was veel meer dan alleen Maradona. In Buenos Aires zeggen ze dat deze wedstrijd de hemel op aarde is, maar veeleer is het de hel. Ontelbare keren is het gebeurd dat de harde kern van beide clubs na de wedstrijd met mekaar in de clinch gingen. Het waren harde jongens die ook actief bleken te zijn in het milieu van wapens en drugs. In de onderlinge afrekeningen vielen ook doden. Je kan je in het Argentijnse voetbal veel veroorloven, maar geen nederlaag in de botsing tussen Boca Juniors en River Plate. Dat kreeg je aan de buitenwereld niet verkocht. Zelfs de illustere César Luis Menotti, die beide clubs trainde, ervaarde dat er dan niets meer te sturen valt. Als coach van Boca werd hij na een nederlaag in de derby ontslagen, zijn opgebouwde status, wereldkampioen met Argentinië in 1978, ten spijt. Een historische derby werd er op 15 december 1963 gespeeld. Flamengo en Fluminense traden toen in Rio de Janeiro aan in het gigantische Maracanãstadion. Beide clubs deelden dezelfde locatie, maar voor derby's werd uitgeweken naar het grootste stadion van de wereld. Amper 10.000 kaarten waren er in de voorverkoop van de hand gedaan, er was voor die zondag regen voorspeld en dat schrikte velen af. Maar de weersvoorspelling kwam niet uit. De zon scheen 's ochtends over Rio en dus zette zich alsnog een mensenzee in beweging. Er zaten precies 194.603 mensen in het stadion. Een absoluut record. De wedstrijd eindigde op een 0-0-gelijkspel. Fluminense en Flamengo hebben ook nog een ander record: ze speelden hun wedstrijden in 27 verschillende stadions. Een enkele keer zelfs in Spanje. Het was een botsing tussen twee verschillende werelden: Flamengo was de club van de arbeiders, Fluminense de vereniging van de aristocratie. Bij Flamengo voetbalden spelers als Zico, Sócrates en Ronaldinho, al kwam die laatste in de nadagen van zijn carrière ook nog uit voor Fluminense. Niet altijd sprak de strijd tussen beide clubs tot de verbeelding. Op 7 juli 1912 was er een door Fluminense gewonnen derby voor... 800 toeschouwers. Het was zo warm dat verschillende vrouwen tijdens de wedstrijd in zwijm vielen.