Toen Lionel Cox zich zoals alle andere Belgen 48 uur voor zijn wedstrijd aanbood in de perszaal van het olympisch dorp, was daar maar één journalist aanwezig. Zaterdag realiseerde hij zich nog niet echt dat zijn leven veranderd was. In het Belgian House was de pers plots massaal aanwezig en werd hij op het podium op een enthousiast applaus onthaald. Ondertussen waren in België al journalisten onderweg naar zijn ouderlijk huis in Ougrée voor een rootsverhaal.
...

Toen Lionel Cox zich zoals alle andere Belgen 48 uur voor zijn wedstrijd aanbood in de perszaal van het olympisch dorp, was daar maar één journalist aanwezig. Zaterdag realiseerde hij zich nog niet echt dat zijn leven veranderd was. In het Belgian House was de pers plots massaal aanwezig en werd hij op het podium op een enthousiast applaus onthaald. Ondertussen waren in België al journalisten onderweg naar zijn ouderlijk huis in Ougrée voor een rootsverhaal. Toch bleef de Luikenaar koel en uiterlijk onbewogen, net zoals op het podium bij de uitreiking van de medailles. Ook na die uitreiking ging hij niet uit de bol. Samen met zijn trainer dronk hij één glas champagne, ging nog even naar een hockeywedstrijd om wat te bekomen en sliep die nacht amper: "Ik heb mijn wedstrijd zeker 50 keer overgedaan." Toch was er één groot verschil tussen de Lionel Cox voor en na zijn medaille, zegt zijn trainer. Sinds zijn medaille loopt Cox voortdurend met een brede glimlach rond. Tevoren keek hij ernstig en ingetogen. Toen Lionel Cox een maand voor de Spelen gevraagd werd naar zijn medaillekansen, gaf hij zichzelf "één kans op 50, evenveel als de andere 49 deelnemers". Olympische herinneringen die hem naar de Spelen trokken, had hij niet. "Wie van jullie heeft ooit karabijnschieten op de Spelen op tv gezien? Wel, ik ook niet." Uiteindelijk profiteerde Cox van het feit dat niemand in Londen iets verwachtte van de zeventiende op de wereldranglijst. Dat was al een enorme sprong vooruit tegenover twee jaar geleden, toen hij aan de rand van de top 100 bengelde. Toch wist zijn trainer, Constantin Tzoumakas, zelf ex-schutter, bij het vertrek naar Londen na de ultieme voorbereiding dat er een goed resultaat aankwam. "Tegen mijn vrouw heb ik nog aan de telefoon gezegd: die jongen komt naar huis met een medaille. Misschien zelfs met goud." "Ik had niets te verliezen, maar alles te winnen", zegt de Luikenaar. "Ik wist dat ik goed was, maar waarom moest ik daarmee te koop lopen?" In alle rust bereidde hij zich in het olympisch dorp voor. Daar raakte Tzoumakas toevallig aan de praat met sportpsycholoog Jef Brouwers. Of die Lionel niet even onder handen kon nemen? In Luik heeft Cox een psycholoog die hem begeleidt: heel belangrijk voor de mentale training. Brouwers praatte twee keer met hem, waaronder één keer op de avond voor zijn wedstrijd. Als kind voetbalde Lionel Cox bij Ougrée, waar hij als middenvelder of verdediger snel begreep dat het met voetbal nooit wat zou worden. "Als we tegen Standard speelden, verloren we met 10-0 of zelfs meer. Dan weet je het wel." Dus trok Cox met zijn vader, zelf een vrijetijdsschutter, vanaf 1996 in het weekend voortaan mee naar de schietbaan. Schieten, dat is jezelf uitdrukken door onbeweeglijk te blijven, verwoordde hij voor de afreis naar Londen mooi wat zijn sport zo speciaal maakt en wat hem daarin aantrekt. Pas in 2004 nam hij voor het eerst deel aan een competitie. In 2007 schakelde hij over naar de 50 meter. In die tijd zag Tzoumakas Cox voor het eerst. Zijn eerste indruk was die van een heel gesloten jongen. "Hij zonderde zich wat af, maar je zag meteen dat hij een heel goeie schutter was." Cox vulde een leemte in het Belgische schutterswereldje: "Een paar jonge Vlaamse talenten haakte af bij gebrek aan steun. De Franstaligen kregen twintig euro om iets te eten per dag dat ze in het buitenland waren." Toen Tzoumakas op zijn 57e stopte als schutter, vroeg de federatie of hij Cox wilde begeleiden. Al gauw besefte de trainer dat hij een atleet met een enorm potentieel in handen had. De weg die Cox op een paar jaar tijd afgelegd heeft, is fenomenaal. Toen de Luikenaar zich in 2008 omschoolde van de 300 meter naar de 50 meter omdat de 300 meter geen olympische discipline is, was dat met als doel de Spelen van 2016 in Rio. Londen halen leek in 2009, toen hij voor het eerst steun kreeg van Adeps (de Franstalige tegenhanger van Bloso) onmogelijk, zegt Tzoumakas. "De tijd was krap, we geloofden er niet in, maar in april eindigde Lionel in een wereldbekerwedstrijd als zevende, ex-aequo met drie anderen. Hij mocht naar de shoot-off, haalde niet de finale maar hoorde later dat de internationale schietfederatie een plaats in de shoot-off gelijkstelde met een finaleplaats. Daarop schoot hij twee keer het vereiste puntenaantal. Zijn wildcard was meer dan terecht." In de Belgische delegatie is de Luikse schutter samen met eventingruiter Joris Van Springel (die onderstationschef is bij de spoorwegen), de enige met een voltijdse dagtaak. Elke ochtend spoort of rijdt hij van Luik naar Brussel waar hij werkt als arbeidsinspecteur voor het Brussels ministerie, en op werven, restaurants en andere plekken controles uitvoert op zwartwerk en de aanwezigheid van illegale arbeiders. Voor de Spelen kreeg hij naast zijn gewone jaarlijkse vakantie nog eens 30 dagen extra vrij, maar een week na zijn terugkeer naar België (gepland voor 13 augustus) gaat hij gewoon weer aan de slag. Trainen kan hij één tot twee keer per week en in het weekend: samen goed voor vijf à tien uur training per week. In Londen waren minstens 40 van zijn 49 concurrenten prof. Of hij als prof een beter schutter zou zijn, weet hij niet. "In België zijn geen oplossingen. Moet ik me werkloos laten verklaren of mijn job opgeven voor het tijdelijke topsportstatuut?" Profschutters spenderen een fortuin, alleen al aan munitie. Een kogel kost 32 eurocent, en een doos van duizend kogels (kostprijs om en bij de 300 euro) volstaat voor drie schietsessies op training, terwijl de gemiddelde prof twee sessies per dag afwerkt. Met zijn zilveren medaille - opbrengst 30.000 euro - kan Cox wat van het spaargeld recupereren dat hij zelf in zijn sport heeft gestopt. Een degelijke karabijn kost tussen 2500 en 6000 euro. Cox heeft er twee. Zijn hele uitrusting (karabijn, beschermjas) kost tussen 8000 en 10.000 euro. Helemaal zelf betaald van zijn loon. Met de financiële steun die hij sinds 2009 van Adeps krijgt, schafte hij zich een elektronische simulator aan om thuis te kunnen schieten. Kostprijs: 5000 à 6000 euro. Een noodzaak, want in België is er maar één club waar goeie schietinfrastructuur bestaat voor de 50 meter: in Zwevegem. Uiteindelijk staat Cox volgens schut-tersnormen nog maar aan het begin van zijn carrière.. Met 31 jaar was hij op deze Spelen in zijn discipline maar een jonkie. De goudenmedaillewinnaar, de Wit-Rus Sergei Martynov, is 46 jaar. Nog tijd zat om goud te halen en de perfecte wedstrijd (600/600) te schieten. DOOR GEERT FOUTRÉ IN LONDENMet zijn 31 jaar was Cox op deze Spelen in zijn discipline nog maar een jonkie.