Op verwaandheid kan je Sebastian Hermans (18) alleszins niet betrappen. Dat blijkt al snel bij aanvang van het vraaggesprek. Wanneer de fotograaf aanbelt, stelt de opgewekte jongere zich gedienstig op en draagt ongevraagd het materiaal. Bij het vertrek staat hij er ook op de koffer te mogen dragen. "Dat is mij zo aangeleerd. Je moet respect tonen voor de andere, maar je mag ook niet op je kop laten zitten. Een eigen mening telt. Ik heb afgelopen seizoen zelfs nog de schoenen van Sammy Van Den Bossche gepoetst. Flink, hé." ( lacht luidop)
...

Op verwaandheid kan je Sebastian Hermans (18) alleszins niet betrappen. Dat blijkt al snel bij aanvang van het vraaggesprek. Wanneer de fotograaf aanbelt, stelt de opgewekte jongere zich gedienstig op en draagt ongevraagd het materiaal. Bij het vertrek staat hij er ook op de koffer te mogen dragen. "Dat is mij zo aangeleerd. Je moet respect tonen voor de andere, maar je mag ook niet op je kop laten zitten. Een eigen mening telt. Ik heb afgelopen seizoen zelfs nog de schoenen van Sammy Van Den Bossche gepoetst. Flink, hé." ( lacht luidop) Hermans zet daarmee meteen de toon voor de rest van het interview. Ook Birger Van de Ven (19) is een spontane jongen, die op vrij jonge leeftijd toch al over een uitgesproken mening over het voetbalmilieu beschikt. En dat terwijl hij pas sinds vorig seizoen bij het gedegradeerde KV Mechelen voor het eerst proefde van het profbestaan. Beide jeugdinternationals tekenden enkele maanden geleden een vijfjarige verbintenis bij vice-kampioen Club Brugge en maken straks kennis met de leerstof van de Noor Trond Sollied. Het schrikt hen helemaal niet af, want de leergierigheid is groot bij de twee streekgenoten. OpleidingSebastian Hermans : "Ik ben hier in de buurt begonnen bij Delta Londerzeel. Maar vanaf de miniemen maakte ik de overstap naar Hoger Op Merchtem, waar ik drie jaar bleef. Via Maurice Coopman en Fred De Saedeleer verhuisde ik dan naar Eendracht Aalst. Mijn vader deed er in het begin heel moeilijk over. Er was niet alleen de afstand Westrode-Aalst, maar ook de combinatie met school en het hoge ritme van drie trainingen per week. Gelukkig waren ze bij Aalst heel studieminded. "De jeugdwerking bij Aalst is de beste die je als jongere kan meemaken. Er heerst een enorm goede familiesfeer. Ondanks het feit dat er elk jaar enkele spelers doorstroomden naar de A-kern, eindigden we bij de jeugd altijd bij de eersten. Die politiek heeft nu zijn vruchten afgeworpen : Tim Reigel, Tim Aelbrecht en Kristof Kestens forceerden toch allemaal de doorbraak in eerste klasse. Pas vanaf de beloften ben ik gaan beseffen dat een toekomst als profvoetballer mogelijk was. Het was vooral Chris Van Puyvelde die mijn vader daarvan moest overtuigen. In de jeugd had ik altijd centraal in het middenveld gespeeld, terwijl ik op mijn vijftiende plots door Peter De Vadder en Maurice rechts op de flank werd geposteerd. "Twee jaar geleden kreeg een beperkte groep van de beloften wekelijks eenmaal training van Barry Hulshoff. Een speciaal iemand ( Van de Ven knikt instemmend) : hij zei niet veel, introduceerde constant korte wedstrijdvormen met twee grote doelen over een heel veld. Altijd matchkes, waarin hij niet ingreep. Ernest Etchi deelde zelfs eens een kopstoot uit." Birger Van de Ven : "Dat hebben we ook meegemaakt. Joao Elias dribbelt graag en speelt de bal het liefst eens door de benen. Dave de Jong deed eens een tackle met twee voeten vooruit, waarna de ruzie escaleerde. Toen heeft hij beide spelers toch naar de kleedkamer gestuurd." Hermans : "Ik keek in het begin enorm op naar hem, nu niet meer. Op de eerste training stond ik te beven, maar hij ontgoochelde me als trainer. Hetgeen hij uitspookte met Tim Reigel kan je onmogelijk goedpraten. Voor zijn leeftijd was hij zogezegd te klein. Zijn excuus was dat hij weinig instond voor de balrecuperatie, terwijl net dat zijn sterkste punt is. Hulshoff sprak altijd over mijn vurige ogen, die een winnaarsmentaliteit uitstralen. Maar eigenlijk heeft hij jeugdspelers bij Aalst nooit een kans gegeven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Wim De Coninck. Hij was op dat vlak absolute top. "Toen mijn transfer naar Club Brugge rond was, kreeg ik te horen dat ik naar de jeugd moest terugkeren. Tegen GBA thuis werd ik in laatste instantie opgeroepen. Toen zei de trainer voor de voltallige spelersgroep in de kleedkamer : Seb, ik heb voor jou mijn nek uitgestoken, want voor sommige bestuurslui mag je geen stap meer op het eerste veld zetten. Mentaal kwam dat heel hard aan. "In die periode begon ik ook sterk aan mezelf te twijfelen. Ik had schrik en dacht : kan ik het nog allemaal wel ? Gelukkig kon ik voor hulp terecht bij Wim, die toen ook sterk onder vuur lag, en mijn familie. Daarom wil ik vooral terugdenken aan de voorbereiding en de heenronde. Alles verliep perfect, ook omdat we goed werden opgevangen door de ouderen."Van de Ven : "Op mijn vijfde begon ik bij Kapelle-op-den-Bos te voetballen. Daar speelde ik tot mijn twaalfde, toen Jos Van Wingen me ontdekte in een wedstrijd tegen Elewijt en me naar KV Mechelen loodste. In mijn zevende seizoen kreeg ik dan een profcontract aangeboden. Het jaar voordien nam Gunter Jacob me al op in de A-kern. Hij had een boontje voor jeugdspelers. Ik heb veel van hem opgestoken : hij kwam heel rustig over, gaf de spelers veel vertrouwen en organiseerde heel gevarieerde trainingen. Zijn vertrek betekende een groot verlies voor de club. "Ik wou afgelopen seizoen vooral de kat uit de boom kijken. We kenden een heel chaotisch jaar : drie verschillende trainers betekende telkens andere trainingsmethoden en tactische opties. Gelukkig is de sfeer in de groep altijd goed gebleven. Ik was enorm zenuwachtig bij de eerste trainingen van Lei Clijsters. Fysiek ondervond ik weinig problemen, ondanks het feit dat ik door mijn herexamens maar een week vakantie had. Het gaat er allemaal een stapje sneller aan toe. Bij Clijsters kreeg ik alleen mijn kans in de oefenwedstrijden. Hij geloofde te weinig in de mogelijkheden en durfde talenten als Matthias Van Steenberghe, Kevin Stickens en Johan Darcon niet opstellen. Ik debuteerde onder Valère Billen, die maar kort aanbleef. Jammer, want hij gaf een goed jeugdproduct direct kansen. Bij Hulshoff volgde de doorbraak bij een invalbeurt voor Rudi Smidts tegen Club Brugge. Daarna bleef ik in de ploeg. StudiesHermans : "Ik moest in mijn laatste jaar economie-wiskunde absoluut slagen. Dat wou ik zelf ook. Je moet iets achter de hand houden, want ik kan binnen twee jaar even goed mijn been breken." Van de Ven : "Ik heb mijn diploma economie-moderne talen behaald en wou alles op een loopbaan als profvoetballer zetten. Tot nu toe loont die keuze. Onze hobby wordt ons beroep. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen ? Mocht ik constant op de bank zitten, dan overweeg ik er nog iets bij te nemen. Misschien avondschool boekhouding of talen." Hermans : ( pikt snel in) "Er is een open universiteit in Kortrijk. Ik mag absoluut niet stoppen en moet er straks nog iets bijnemen. Mijn vader heeft alle hogescholen in de buurt van Brugge al afgelopen. Dat is het eerste wat hij zocht. Hij heeft vroeger zelf nog gevoetbald en werd op jonge leeftijd vier keer geopereerd aan de knie. Hij weet uit ervaring hoe snel het geluk kan keren. Bedrijfsbeheer moet me wel liggen. Ik wil vooral de eerste twee maanden afwachten : zal ik niet te moe zijn en het ritme wel aankunnen ?" De eerste grote transferHermans : "Ik speelde bijna voor Roda JC. Roda deed sportief en financieel het meest aanlokkelijke voorstel. Maar ik opteerde voor Club Brugge omdat de hele technische staf achter mijn komst stond. Ik heb een vastomlijnd doel voor ogen : in de toekomst basisspeler worden. Maar de eerste twee jaar moet je niet veel verwachten. Dat wordt een leerproces. Ik heb er geen probleem mee als ik volgend seizoen maar derde of vierde keus ben. Het is de bedoeling dat ik in de driehoek op het middenveld op de rechtse kant wordt uitgespeeld, de plaats van Gaëtan Englebert." Van de Ven : "Voor mij kwam alles vrij onverwacht. Toen Willy Hox met een voorstel op de proppen kwam, twijfelde ik geen moment. Een jeugddroom werd werkelijkheid. Ik moet concurreren met Peter Van der Heyden, maar daar ben ik niet bang voor. Bovendien hoop ik dat mijn polyvalentie een troef kan worden. De weg is nog lang : ik sta aan de poort, maar moet ook nog binnen geraken. Vooral aan mijn rechtse voet, defensief kopspel en kracht moet ik nog wat werken." door Frédéric Vanheule