"Ik heb altijd sympathie gehad voor Racing", vertelt Bob Stevens in zijn woning langs de Liersesteenweg, vlakbij de kleine Malinois, de jeugdterreinen van KV Mechelen. "Maar in mijn familie en vooral schoonfamilie waren het allemaal hevige Malinois-supporters. Ik zat op het atheneum in Mechelen en als we met de school gingen voetballen, was dat uiteraard op de Racing. Toch was er daar iets wat me niet echt aanstond, al kan ik niet precies definiëren wat. Bijgevolg begon ik toch maar bij de jeugd van KV te voetballen. Daar speelde ik op alle posities tot ik op een zondag in het eerste elftal noodgedwongen in de spits ging voetballen. Ik ben er blijven staan.
...

"Ik heb altijd sympathie gehad voor Racing", vertelt Bob Stevens in zijn woning langs de Liersesteenweg, vlakbij de kleine Malinois, de jeugdterreinen van KV Mechelen. "Maar in mijn familie en vooral schoonfamilie waren het allemaal hevige Malinois-supporters. Ik zat op het atheneum in Mechelen en als we met de school gingen voetballen, was dat uiteraard op de Racing. Toch was er daar iets wat me niet echt aanstond, al kan ik niet precies definiëren wat. Bijgevolg begon ik toch maar bij de jeugd van KV te voetballen. Daar speelde ik op alle posities tot ik op een zondag in het eerste elftal noodgedwongen in de spits ging voetballen. Ik ben er blijven staan. "Het was de fameuze ploeg met doelman Guy Leonard, John Talbut, Jim Blair, Roger Mergaey, Ivo Van Herp en Kamiel Van Damme waarmee we op een haar na Europees voetbal misten. Onze concurrent was Racing White. Op de laatste speeldag moesten we winnen van Cercle Brugge om ons te kwalificeren voor de Uefabeker. We werden zwaar bestolen door de Brusselse scheidsrechter die ongetwijfeld RWDM-sympathieën had. Zijn huis is toen, net als dat van Frank De Bleeckere onlangs, met stenen bekogeld. Dat we net naast dat Uefacupticket grepen was een serieuze ontgoocheling. Doordat ik voltijds werkte en nooit tijdig op de training kon zijn, moest ik uitkijken naar een andere club. Het moest er bovendien één uit de streek zijn want ik werkte inmiddels bij Ebes in Antwerpen. Zo kwam ik bij Beveren terecht. Op de laatste dag van de transferperiode. Alle spelers die nog zonder club zaten, kwamen samen met enkele clubverantwoordelijken die nog op zoek waren naar last minute-versterkingen. "Het was een echte beurs onder leiding van Jef Jurion. Wie neemt wie in ruil voor wie, daar kwam het op neer. Ik werd geruild met Robert Van de Sompel, maar Mechelen wilde bovenop de ruil nog een geldsom en dat dreigde even roet in het eten te gooien. Toen beide clubs er niet leken uit te komen, heeft Jurion zelf maar een cheque op tafel gelegd en de deal was rond." "Bij Beveren beleefde ik uiteraard de meest fantastische tijd van mijn carrière. Maar het was telkens hollen van het werk naar de training. Zo gebeurde het wel eens dat ik er in het eerste deel van de training nog niet helemaal met mijn gedachten bij was. Nu en dan zorgde dat voor kleine wrijvingen. Op een dag wilde Urbain Braems me voor een bekerwedstrijd niet opnemen in de selectie omdat ik die week niet op tijd op training was verschenen. Tot groot ongenoegen van mijn ploegmaats. 's Avonds kreeg ik thuis telefoon van de voorzitter, die me zegde dat alles was besproken en dat ik wel mee moest. Ik kon de trainer wel begrijpen. Als er problemen waren op het werk, kon ik mijn gedachten verzetten tijdens het voetbal en omgekeerd. Nu rest mij alleen nog de job. Lange dagen als verantwoordelijke van de niet-technische dienst bij een dochtermaatschappij van Electrabel. In goed Nederlands : support services manager. "Tijdens mijn verblijf bij Beveren werd ik door mijn werkgever plots gemuteerd van Antwerpen naar Brussel. Dat maakte het nog moeilijker om tijdig op training te zijn. Dus begon ik weer een andere club te zoeken. Ik had contact met Strombeek, toen een club in bevordering. Die overgang zou het einde van mijn carrière op hoog niveau betekend hebben. Nooit zou ik dat fantastische jaar bij Beveren hebben meegemaakt, mocht ik niet plots tijdens mijn vakantie aan zee, waar ik amper bereikbaar was, een telegram gekregen hebben van mijn baas waarin stond dat de mutatie niet doorging en dat ik dus gerust bij Beveren kon blijven spelen. Hadden ze mijn vakantie-adres niet op tijd gevonden, had ik gewoon bij Strombeek getekend en had Beveren voor mij een vervanger gezocht en was er van Stevens in de eerste klasse geen sprake meer geweest. "Mijn transfer naar vijand Racing Mechelen is een ander verhaal. Ik had een akkoord met tweedeklasser Oudenaarde. Toen Willy Romain zaliger, de paus van de Mechelse voetbaljournalistiek, dat hoorde, fronste hij de wenkbrauwen. Wat ga jij bij Oudenaarde zoeken terwijl ze bij de Racing nog een spits nodig hebben ? Nog niet tekenen, ik regel wel iets, zei hij. De dag nadien in Het Laatste Nieuws : Bob Stevens tekent vanavond contract bij Oudenaarde. 's Avonds telefoon van Frans Meulemans : dat ik toch eerst maar eens op de Racing moest langskomen. We kwamen meteen tot een akkoord en plots speelde ik in mijn achtertuin. In plaats van drie of vier keer per week naar Oudenaarde te rijden, fietste ik naar de training. "Ik heb er nooit een probleem van gemaakt dat ik zowel voor KV als Racing heb gespeeld. Maar een nonkel van mijn vrouw, voor wie rood en geel de enige kleuren waren, heeft twee jaar niet met mij gesproken. Het leuke was dat in mijn eerste jaar bij Racing ook KV Mechelen in tweede klasse speelde. Toen we op KV van het oefenveld over het hoofdveld naar de kleedkamer gingen, werd ik door de hele Malinoistribune uitgescholden voor overloper en verrader. Eerlijk gezegd : ik genoot ervan. Maar ik was wel, op zijn Mechels gezegd, een echte tweezak. door Stefan Van Loock