Wie verliest, wordt op zijn tekortkomingen beoordeeld, wie wint, kan op krediet rekenen. België verloor van Spanje en toch krijgt René Vandereycken meer krediet dan ooit tevoren. Voetbal, zo is weer maar eens gebleken, gaat om meer dan alleen het resultaat. De Rode Duivels zijn weer competitief, met goed voetbal bovendien, en dat is in brede lagen van de bevolking op hoop en enthousiasme onthaald. Dat was lang geleden.
...

Wie verliest, wordt op zijn tekortkomingen beoordeeld, wie wint, kan op krediet rekenen. België verloor van Spanje en toch krijgt René Vandereycken meer krediet dan ooit tevoren. Voetbal, zo is weer maar eens gebleken, gaat om meer dan alleen het resultaat. De Rode Duivels zijn weer competitief, met goed voetbal bovendien, en dat is in brede lagen van de bevolking op hoop en enthousiasme onthaald. Dat was lang geleden. Bovendien, en het heeft er meer mee te maken dan men zou denken, is er nu duidelijkheid. Het heeft uiteindelijk bijna drie jaar geduurd, maar de tijd van het experimenteren lijkt voorbij te zijn. De bondscoach, die er tot kort geleden prat op ging uit een steeds groter reservoir potentiële internationals te kunnen putten - voor het oefenduel in Duitsland selecteerde hij zijn 50ste (!) international -, beperkte zich in de eerste vier kwalificatiewedstrijden voor het WK 2010 tot het opstellen van twintig spelers. Vier van hen kregen slechts invalbeurten, zestien verschenen minstens één keer aan de aftrap en liefst acht deden dat in alle vier de wedstrijden. Anders gezegd: de basisopstelling onderging slechts minimale wijzigingen en ook met de veldbezetting werd niet gek meer gedaan. Voor één keer, en geholpen door de resultaten, schatte Van-dereycken een voetbalcliché naar waarde: dat een elftal staat of valt met een vaste ruggengraat. Die is er nu. Liefst zes spelers uit de as kunnen na vier kwalificatieduels als zekerheden worden beschouwd: in het doel Stijn Stijnen, in het hart van de verdediging Vincent Kompany en Timmy Simons, centraal op het middenveld Marou-ane Fellaini en Jan Vertonghen, en in de spits Wesley Sonck. Kompany begon aan de campagne als rechtsachter, maar ging tegen Estland de mist in, net als Daniel Van Buyten, die niet overtuigde naast Simons. Van Buyten keerde pas tegen Spanje terug in de basis, maar dan alleen omdat Simons om tactische redenen naar het middenveld werd doorgeschoven. In de rust werd hij vervangen, zogezegd wegens een knieblessure, maar dan al was duidelijk dat de onderlinge rugdekking tussen hem en Kompany te wensen overliet. Van Buytens nieuwe status is duidelijk die van de bankzitter. Tussen de combinatie Fellaini-Vertonghen is geen speld meer te krijgen. Zij passen wonderwel bij elkaar. Toen Vertonghen minder dan anderhalf jaar geleden voor het eerst werd opgeroepen, was hij volslagen onbekend in België. Hij debuteerde als linksachter, maar mist snelheid voor de flank. Zijn grote doorbraak volgde tijdens de Olympische Spelen, waar hij in een centrale rol de beste Belg was. Bij de A-ploeg speelde hij Gaby Mudingayi, wiens slechte voeten het team kwetsbaar maakten, dadelijk naar de achtergrond. Vertonghens manco is zijn gebrek aan wendbaarheid, maar tegen Spanje loste Vandereycken dat collectief op: door met Simons op het midden een man-meersituatie te creëren en door vanaf de middellijn pressing te spelen. Niet toevallig kwamen zowel Verton-ghen als Fellaini ook in scoringspositie. Fellaini bewijst dat hij nog steeds niet aan zijn plafond zit. Vergeten is de onbeholpen slungel die als een kip zonder kop van links naar rechts en dus vaak ook uit positie rende. De man van Everton wordt nog steeds beter. Samen met Kompany-Simons vormen Fellaini en Vertonghen het brein, het hart en de longen van het nieuwe nationale elftal. Bijna alle kwaliteiten die het moderne voetbal vereist, worden in dit Gouden Vierkant verenigd: kracht en gestalte, techniek en loopvermogen, jeugdigheid en ervaring, balrecuperatie en infiltratie, techniek en balvastheid, kopbalsterkte en afstandsschot. Wie dit kwartet uit verband wil spelen, zal van goeden huize moeten zijn. Steven Defour en Axel Witsel, allebei centrale spelers, schieten daarvoor tekort en moeten zeker nu nog genoegen nemen met een rol op de flank. Voor Witsel maakt het weinig uit. Dankzij zijn polyvalentie kan hij zowel links als rechts uit de voeten en zijn duelkracht, snelheid en doelgerichtheid zijn belangrijke troeven in het hedendaagse topvoetbal. Witsel moet nog twintig worden, maar werkte zich in recordtempo op tot een vaste waarde. Er is slechts één 'maar': dit seizoen is zijn eerste met Europees clubvoetbal en interlands als extra belasting. Een terugval is dus niet uit te sluiten. Of er nog rek zit op de groei van Defour, is voer voor discussie. Voor elk van de posities die hij bekleedde, mist hij belangrijke kwaliteiten die van hem een topspeler kunnen maken. Eén keer slechts stond hij op zijn geliefkoosde positie achter de spitsen, niet toevallig thuis tegen het zwakke Armenië. Defour is een nuttige teamspeler, maar geen bepalende figuur. Daarvoor ligt zijn rendement te laag. En dus wordt met hem geschoven. Tegen Spanje dankte hij zijn basisstek aan het late forfait van Moussa Dembélé. Van de 3-2 tegen Servië, augustus 2007, was het geleden dat Dembélé had geschitterd in het tricolore shirt toen hij op de Olympische Spelen nog eens excelleerde. Die goede vorm bracht hij mee naar zijn club AZ en de nationale A-ploeg. Is hij fit, dan speelt hij. Zijn efficiëntie blijft een werkpunt, maar een Sonck zal hij nooit worden. Sonck maakte in vier duels vijf van de zeven Belgische doelpunten. Hij is een boxspeler pur sang: waar de bal ook valt in de zestien meter, hij staat op de goede plek. Samen met Simons en Van Buyten vormt hij het trio overblijvers van een afgeschreven generatie dertigers. Ten slotte kunnen ook Thomas Vermaelen en Anthony Vanden Borre als zekerheden worden beschouwd, al speelden ze niet alle wedstrijden. Door Ver-maelen tegen Armenië in de tribune te zetten, wilde de bondscoach het risico op een tweede gele kaart vermijden, waardoor de verdediger tegen Spanje geschorst zou zijn. Tegenover die officiële uitleg staan de offensieve kwaliteiten van zijn vervanger Jelle Van Damme, die - logischerwijze bijna - uitblonk tegen de Armeniërs. Maar Van-dereycken bleef consequent en zette tegen de Europese kampioen weer Vermaelen in de basis. De Ajacied is zijn linksback, al overtuigde hij in de tweede helft tegen Spanje, op de positie van Van Buyten, toch weer vooral als centrumverdediger. Aan de overzijde was er minder duidelijkheid. De rechtsachterpositie is de enige waar Vandereycken vier verschillende spelers gebruikte: achtereenvolgens Kompany, Gill Swerts, Guillaume Gillet en Vanden Borre. Alleen Vanden Borre wist iedereen te bekoren. Ondanks sportieve en privéproblemen nam Vandereycken het enfant terrible het voorbije jaar vaak op in zijn selectie. Daaruit sprak groot vertrouwen. Aangenomen mag worden dat hij nu zijn nummer een is. Zeven punten op twaalf na vier duels, waarvan drie in eigen huis: het is geen buitengewoon rapport. Euforie is daarom voorbarig. Bovendien is Vandereycken iets kwijt ook: het excuus van de verjonging. 'De jeugd' heeft bewezen rijp te zijn, dus als er ergens aan is gebouwd, is het nu afgelopen. Het elftal staat er. Of dit het Grote Gelijk is van de bondscoach, kan pas worden beoordeeld aan het einde van de rit. Alles minder dan een ticketje Zuid-Afrika is een mislukking. De vooruitgang is onmiskenbaar, maar de realiteit erachter is dat ook. De omstandigheden zaten Vandereycken en zijn spelers vaak mee. Drie bepalende factoren werden in de euforie na het eervolle verlies tegen Spanje helemaal uit het oog verloren. Eén: de start van de WK-campagne tegen Estland was aarzelend. Wat als Stijnen halverwege de tweede helft de 1-2 niet verijdelt? Een detail, maar cruciaal voor al het goeds dat nadien is gevolgd. Twee: zowel tegen Estland, Turkije, Armenië als tegen Spanje scoorde Sonck uit de eerste Belgische doelkans. Nooit waren de Duivels op achtervolgen aangewezen, nooit werd Vandereycken tijdens de wedstrijd tactisch uitgedaagd een resultaat om te keren. Drie: tegen Spanje had België amper 35 procent van het balbezit. Tegen Bosnië-Herzegovina, in maart 2009 op vier dagen tijd twee keer de volgende tegenstander, zullen de Duivels zelf balvaster moeten zijn. Tegen een technisch, maar ook fysiek sterk elftal wordt dat een nieuwe uitdaging. S door jan hauspie - beelden: reporters