JÉRÉMY SERWY: 'Ik ben in februari van dit jaar naar IJsland gegaan. Bij het Hongaarse Ujpest had ik het moeilijk. Er speelde hier een andere Belg, die ik kende, Jonathan Hendrickx, voor Hafnarfjördur. Hij vertelde me dat zijn club een offensieve speler zocht en aan de club toonde hij video's van mij. Ik mocht komen testen, dat ging goed en ik tekende een contract tot oktober 2016, dat is het einde van het volgende seizoen.
...

JÉRÉMY SERWY: 'Ik ben in februari van dit jaar naar IJsland gegaan. Bij het Hongaarse Ujpest had ik het moeilijk. Er speelde hier een andere Belg, die ik kende, Jonathan Hendrickx, voor Hafnarfjördur. Hij vertelde me dat zijn club een offensieve speler zocht en aan de club toonde hij video's van mij. Ik mocht komen testen, dat ging goed en ik tekende een contract tot oktober 2016, dat is het einde van het volgende seizoen. 'Ik kon ook naar een club uit Cyprus, maar de tien dagen die ik in IJsland doorbracht, hebben me overtuigd: de groep en de intensiteit bevielen me wel. Ik heb me daar niet in vergist. De competitie is van een goed niveau. Mijn club zou in de Belgische eerste klasse ook meekunnen. De speelwijze doet me trouwens aan België denken: enkele ploegen spelen erg fysiek, maar andere brengen goed voetbal. Ik had graag eens tegen een Belgische ploeg gespeeld in de Europese voorronden om te kunnen vergelijken.' 'We werden onlangs kampioen, maar dat liep niet van een leien dakje, we hebben alles uit de kast moeten halen. Men zegt hier dat het niveau van de competitie, die van april tot oktober loopt, elk jaar vooruitgaat. Een beetje zoals de nationale ploeg, die zich wist te kwalificeren voor het EK. Dat is een straffe prestatie van een land dat amper 360.000 inwoners telt. 'Er is wel een verklaring voor. IJsland heeft sinds een jaar of vijftien enorm geïnvesteerd in sportinfrastructuur, om de strijd aan te binden met alcohol en drugs, die onder de jeugd ravages aanrichtten. Tegenwoordig zijn alle IJslanders heel sportief en het land plukt daar de vruchten van. Niet alleen in het voetbal, IJsland is ook heel sterk in handbal en atletiek. 'Gewoonlijk speel ik links of rechts op het middenveld. Dit seizoen heb ik maar drie wedstrijden gemist. We spelen gemiddeld voor 3000 à 4000 toeschouwers, maar voor de titelmatch waren er wel 8000. Niet slecht gezien de bevolkingsdichtheid. 'Op financieel vlak verdien ik nu beter mijn boterham dan in België, ook al zijn de salarissen niet te vergelijken met wat een topspeler in België verdient. In mijn club krijgt de bestbetaalde speler 11.000 euro per maand.' 'Mijn appartement ligt op twee minuten van het stadion, in de bergen. De landschappen zijn echt fantastisch. Buiten het voetbal zijn er heel wat plaatsen een bezoek waard en met de ploegmaats organiseren we weleens wat. Gelukkig maar, want mijn vrouw is in België gebleven. Ze komt wel vaak naar hier, maar ik mis mijn familie toch. Wanneer ik even terug in het land ben, geniet ik daar volop van. 'Maar goed, ik ben het onderhand wel gewend. Op mijn veertiende verliet ik al het ouderlijk huis. Het weer hier is ook geen cadeau. In de winter, met de wind, kan de gevoelstemperatuur dalen tot 22 graden onder nul. In de zomer is het 21 uur aan een stuk licht. Daar moet je dan van profiteren, want in de winter is het andersom: slechts drie uur licht. Dan moet je trainen in een zaal en zit je echt te wachten op de maand mei. Desondanks zijn de IJslanders een vrolijk volk. Niet zoals in België, waar men al zaagt als het regent. De taal hier is wel moeilijk, maar gelukkig praat bijna iedereen ook Engels. Ik ook, al was dat vroeger wel anders...' 'Toen ik bij de jeugd van Standard speelde, sprak ik geen woord Engels. Dat is een van de redenen waarom de club me wegstuurde. Ik vervalste mijn rapport om mijn onvoldoendes in taalvakken te maskeren en Christophe Dessy, de directeur van de Académie, is daarachter gekomen. Op mijn veertiende moest ik een andere club zoeken. Hoewel ik jeugdinternational was, ging dat toch niet zo gemakkelijk, want de kernen waren overal al samengesteld. Uiteindelijk heeft mijn moeder naar Charleroi gebeld en namen die mij. 'Bij Charleroi debuteerde ik in eerste klasse en scoorde ik in mijn eerste match. Mijn vader en grootvader waren in het stadion, dat blijft een van mijn mooiste herinneringen. Ik draaide een goed seizoen bij de Zebra's, met heel wat invalbeurten, maar aan het eind degradeerden we en verkaste ik naar Zulte Waregem. Ik kende daar ook een goeie periode, tot Francky Dury terugkeerde en me op de bank zette. Ik geraakte geblesseerd en probeerde weer op niveau te komen via een uitleenbeurt aan tweedeklasser White Star. 'Mijn contract liep dan af en mijn makelaar Axel Lawarée stuurde een video van mij naar Borussia Dortmund II, dat een technisch vaardige speler zocht. Na een test trok ik naar de Duitse derde klasse. Het was fysiek veeleisend en veel heb ik niet gespeeld, maar ik trainde wel vaak mee met de A-kern. Wat een verschil met de Belgische tweede klasse! Door met Jürgen Klopp te werken heb ik veel progressie geboekt, hij is wereldtop. Klopp is goedlachs en houdt van plagen, maar hij zegt de dingen wel zoals ze zijn, recht in je gezicht. Hij werd alom gerespecteerd. De speler die de meeste indruk heeft gemaakt, is Marco Reus. Goed links en rechts, hij lijkt sloom, maar hij is heel beweeglijk. Wereldklasse!' 'Na een jaar in Duitsland werd ik gecontacteerd door Roland Duchâtelet om terug te keren naar Standard. Ik was enthousiast, maar omdat ik in Duitsland niet veel gespeeld had, was het idee om eerst wedstrijdritme op te doen bij Duchâtelets Hongaarse club Ujpest. Dat werd een ontgoocheling. Het leven in Hongarije is goed, maar het voetbalniveau is bedenkelijk. De Servische coach moest me niet hebben en ik speelde amper. Daarom ben ik na zes maanden naar IJsland getrokken. 'In april begin ik aan mijn tweede seizoen. Ik wil bevestigen en het nog beter doen dan afgelopen seizoen. Daarna hoop ik naar een ander land te gaan. Waarom België niet? Als er aanbiedingen komen zal ik daar rustig over nadenken, maar ik sta er zeker niet weigerachtig tegenover.' DOOR JULES MONNIER - FOTO'S BELGAIMAGE'In België zaagt men al wanneer het regent, in IJsland lachen ze bij 22 graden onder nul.' - JÉRÉMY SERWY