Het aanbod dat Standard vorige week aan Michel Verschueren deed is nog maar eens illustratief voor het hap-snapbeleid dat in het Belgische voetbal wordt gevoerd. Los van de vraag of de zeventiger Verschueren nog de drive heeft om nog iets aan Standard te kunnen toevoegen, is de gedachte alleen al om de manager van Anderlecht naar Sclessin te halen van een zelden geziene ridiculiteit. Standard heeft binnen zijn organigram alleen nood aan ja-knikkers en een loyale trainer die niet gaat dwarsliggen als een of andere speler weer wordt opgeofferd op het altaar van de commercie. Ook in een tijd van sportieve restauratie verandert dat niet.
...

Het aanbod dat Standard vorige week aan Michel Verschueren deed is nog maar eens illustratief voor het hap-snapbeleid dat in het Belgische voetbal wordt gevoerd. Los van de vraag of de zeventiger Verschueren nog de drive heeft om nog iets aan Standard te kunnen toevoegen, is de gedachte alleen al om de manager van Anderlecht naar Sclessin te halen van een zelden geziene ridiculiteit. Standard heeft binnen zijn organigram alleen nood aan ja-knikkers en een loyale trainer die niet gaat dwarsliggen als een of andere speler weer wordt opgeofferd op het altaar van de commercie. Ook in een tijd van sportieve restauratie verandert dat niet. Het blijft aan de vooravond van een nieuw jaar verbijsterend hoe clubs zichzelf blijven achternalopen. Het is een constante bron van ergernis dat er in dit wereldje geen nieuwe dynamiek mogelijk lijkt omdat posities angstvalig worden beschermd. Anderlecht teert al twintig jaar op dezelfde denkpatronen, Club Brugge spreekt al jaren over bestuurlijke hervormingen om die toch nooit uit te voeren en andere clubs kunnen zich niet bevrijden van de emotie van het moment. Het blijft het hallucinante in de wereld van de sport : dat zelfs mensen die in het zakenleven heel rationeel denken in opportunisme vervallen als de resultaten minder zijn. Alleen RC Genk leek destijds met het oprichten van tal van sportieve commissies een andere weg op te gaan en anticipeert sneller dan wie ook op nieuwe ontwikkelingen. Voor het eerst speelden de Limburgers zaterdag op een verwarmde grasmat nadat twee jaar geleden onder het veld via een buizensysteem een soort verwarmingsinstallatie werd aangebracht. Maar dat soort doeltreffende ingrepen zijn schaars in een artificiële wereld die dringend moet gesaneerd worden. Het plan van Robert Sterckx, de secretaris van de Profliga, om de eerste klasse in te krimpen tot veertien clubs kan op termijn een hulp zijn om via een natuurlijke selectie tot die gezondmaking te komen. Op voorwaarde dat de strikte licentievoorwaarden die de clubs zijn opgelegd, rigoureus worden opgevolgd. En er niet naar aloude Belgische gewoonte achterpoortjes worden gevonden om aan het hakblijlcomité te ontsnappen. Anders dreigt er in dit land dat zo graag naar de weg van het compromis zoekt, helemaal niets te veranderen. Ongeacht welke toverfomules er worden bedacht. et de klassieker tussen Anderlecht en Club Brugge dooft het kalanderjaar straks ook op voetbalgebied langzaam uit. Aan weinig toppers hangen er zoveel heroïsche verhalen als aan deze brutale botsing tussen twee voetbalculturen. Al is er door de jaren heen van de confrontatie tussen verfijnde elegantie en gestructureerde aanvalskracht niet veel meer overgebleven.Eén jaar geleden luidde de wedstrijd tussen de beide ploegen een ommekeer in de competitie in. Of dat nu kan, valt af te wachten. Ook in een periode dat Anderlecht weer punten sprokkelt, blijft het moeite hebben om een wedstrijd te bepalen. Drieëntwintig spelers versleet Aimé Anthuenis al in zijn zoektocht naar het juiste evenwicht, slechts twee keer in deze competitie kwam hij met hetzelfde elftal aan de aftrap. Een forse ommezwaai in vergelijking met vorig seizoen, toen de trainer verweten werd te gemakkelijk aan zijn basiself vast te houden. Hoe nefast al die veranderingen ook zijn om tot een elftal met automatismen te komen, Anderlecht moest dit seizoen vooral ervaren dat je niet ongestraft een volledig aanvallend compartiment kan inruilen. Zeker dan niet als er spelers worden gekocht die nog niet klaar zijn voor het grote werk. Dat een zwoegende, trekkende en sleurende spits als Ivica Mornar de beste nieuwe speler is bij de kampioen zegt alles over de gang van zaken in het Astridpark. eel stabieler was Club Brugge in zijn beleid, maar juist de afgelopen weken borrelden de onvolmaaktheden in het spel van blauw-zwart op. Conform het credo van Trond Sollied probeert Club zich met fris combinatiespel door te zetten om met lange ballen uit te pakken als dat niet lukt en zo de gestalte die er in het elftal schuilt optimaal te gebruiken. Maar tegen ploegen die in het centrum van de defensie ook over lengte beschikken levert die powerplay niets op. In dat soort omstandigheden vindt Club Brugge geen wapen om zich door te zetten. Het slaagt er dan te weinig in om te variëren. Het moet de volgende stap zijn in de ontwikkeling. Bij zoverre Trond Sollied deze straks ter hand neemt. Hoe ongepast en ongecontroleerd het ook was om de uitschakeling in Lyon op de rug van het bestuur af te schuiven, het verraadt wel wat er diep in het binnenste van de Noor woekert : een diep gevoel van frustratie.door Jacques Sys