Terwijl de avond valt, laveert Jordi Cruijff moeiteloos tussen twee aandachtsgebieden. Uit zijn mond rolt een verhaal over zijn jeugd in Barcelona, vanuit zijn ooghoeken observeert de technisch directeur van Maccabi Tel Aviv de training van zijn club. Die heldere blik, de rappe tong, de scherpe geest, het vermogen op meerdere borden tegelijk te schaken, ... dat heeft hij niet van een vreemde. Het zit in de genen, overgedragen van vader op zoon.
...

Terwijl de avond valt, laveert Jordi Cruijff moeiteloos tussen twee aandachtsgebieden. Uit zijn mond rolt een verhaal over zijn jeugd in Barcelona, vanuit zijn ooghoeken observeert de technisch directeur van Maccabi Tel Aviv de training van zijn club. Die heldere blik, de rappe tong, de scherpe geest, het vermogen op meerdere borden tegelijk te schaken, ... dat heeft hij niet van een vreemde. Het zit in de genen, overgedragen van vader op zoon. Negen maanden geleden is het dat zijn wereldberoemde vader overleed. Kort daarvoor was Johan Cruijff nog op bezoek geweest bij zijn zoon in Israël. 'Dat heeft me ontzettend goed gedaan', blikt Jordi terug op die week met zijn ouders in Tel Aviv. 'We hebben volop genoten van het samenzijn en van de prachtige stad. Wanneer je al meer dan twintig jaar van huis bent, zoals ik, zijn de alledaagse gezinsmomenten niet meer vanzelfsprekend. Ik denk daar met een warm gevoel aan terug. Het helpt me alles een plekje te geven.' Ondertussen verscheen Johan Cruijff - Mijn verhaal, het boek waarin Nederlands grootste voetbalicoon voor de laatste keer tot ons spreekt. Zelfs Jordi las dingen die relatief nieuw voor hem waren. Zoals de details over de poging tot ontvoering van zijn vader in Barcelona, op 19 september 1977. Het bleek de ware reden voor de afmelding van Cruijff voor het WK '78. 'Lange tijd hebben mijn ouders geen woord gesproken over die ontvoeringspoging', zegt Jordi. 'Ik denk dat ze hun kinderen niet bezorgd wilden maken. Anderhalf jaar geleden begon mijn vader er opeens over te vertellen. De diepere details heb ik in het boek gelezen. Het was verhelderend. 'Mijn moeder heeft vaak de schuld gekregen van het feit dat mijn vader niet naar het WK ging. Het bleek dus om totaal andere dingen te gaan. Terugblikkend is een aantal zaken me duidelijk geworden. Er was een tijd in mijn jeugd dat mijn ouders liever niet hadden dat ik bij vriendjes ging logeren. Of dat ik op schoolreisje ging. Nu snap ik dat ze bang waren dat me iets zou overkomen. Destijds mochten mijn ouders er van de politie niet over praten. Uit vrees dat andere mensen op een idee zouden worden gebracht. Ook over zijn periode in Amerika las ik dingen die ik nog niet wist. Die tijd heeft meer indruk op hem gemaakt dan ik altijd dacht. Dat maakt het boek ook voor mij heel interessant. Daarnaast vind ik het natuurlijk mooi dat zijn gedachten over voetbal nu voor altijd zijn vastgelegd.' Dat gedeelte in het boek is gesneden koek voor Jordi. Eindeloos konden ze samen praten over voetbal, tot in de kleinste details. Eén woord keert regelmatig terug als Jordi de voetbalvisie van zijn vader omschrijft: extreem. 'Veel trainers zeggen dat ze aanvallend en aantrekkelijk en dominant voetbal willen spelen met hun ploeg', vertelt Jordi. 'Dat zijn termen die je vaak hoort terugkomen. Maar er zijn weinig teams die het ook écht voor elkaar krijgen. Het gaat erom dat je de ballen hebt om onder alle omstandigheden achter je visie te blijven staan. Ook als je vier keer op rij verliest. Mijn vader was daar extreem in. Niets kon hem van de wijs brengen. Dan heb je een sterke persoonlijkheid. Hij heeft veel lef gehad. En soms heb je wat geluk nodig.' In gedachten gaat Jordi terug naar de krankzinnige ontknoping van het seizoen 1993/94 in Spanje. Op de slotdag had Deportivo La Coruña de titelrace in eigen hand: een thuiszege op Valencia zou hen het kampioenschap bezorgen. Barcelona deed die middag in eigen huis wat het sowieso moest doen, winnen van Sevilla (5-2). Ruim duizend kilometer westwaarts kreeg Deportivo diep in blessuretijd bij een 0-0 tussenstand, een strafschop. Miroslav Djukic bezweek onder de titelstress en miste, waarna in Camp Nou en verre omstreken alsnog een volksfeest losbarstte. 'Onvoorstelbaar, als je daaraan terugdenkt', lacht Jordi. 'Op een dergelijk moment van geluk kun je niet trainen. Misschien werkt het zo: als je het zoekt, komt het, als je het niet zoekt, komt het niet. En moeten we het zien als een beloning voor zijn lef. Mijn vader is altijd extreem geweest. Extreem in zijn durf. Extreem in zijn voetbalfilosofie. Als ik sommige opstellingen terugzie waarmee hij Barcelona liet spelen, dan denk ik: hoe is het in hemelsnaam mogelijk? Met een rechtsbuiten als linksback, een middenvelder die de honderd meter aflegt in achttien seconden op rechtsback, en dan Ronald Koeman en Pep Guardiola samen centraal. Maar het werkte.' Met zijn gewaagde spelopvatting bezorgde Cruijff Barcelona tot tweemaal toe een nieuwe identiteit. Als speler deed hij dat van 1973 tot 1978, tien jaar later drukte hij zijn revolutionaire stempel als trainer. 'Vergeet niet wat de norm in Spanje was in die tijd', zegt Jordi. 'Bij de meeste ploegen lag het accent op verdedigen, loerend op de counter. Dan komt er ineens een Nederlander aanzetten en die zegt: 'Vanaf nu gaan we niet meer van a naar z, maar van z naar a.' Dan is het heel belangrijk dat je de spelers ervan kunt overtuigen dat dit de beste manier is. Mijn vader haalde bewust veel spelers uit het noorden van Spanje naar Barcelona. Basken zijn echte teamspelers. Daar zocht hij de juiste buitenlanders bij en geschikte jongens uit de eigen opleiding. Allemaal met de achterliggende gedachte dat ze zijn manier van spelen konden uitvoeren. Daarin heb je een mix nodig van teamspelers met een ijzeren mentaliteit en jongens met individuele klasse. 'In eerste instantie zagen veel mensen de voetbalvisie van mijn vader als kamikaze. Maar bij hemzelf heb ik nooit enige twijfel bespeurd. Echt nooit. Hij had zijn eigen ideeën over de manier waarop voetbal gespeeld moest worden, had argumenten om dat te onderbouwen en ging daar onverstoorbaar mee aan de slag.' Sinds 2012 heeft Jordi de technische leiding bij Maccabi Tel Aviv, de populairste club van Israël. Meteen was het gedaan met de periode van tien jaar zonder hoofdprijzen. Drie opeenvolgende landstitels heeft Maccabi Tel Aviv sindsdien bijgeschreven, met een speelstijl die tot de verbeelding spreekt. In de werkwijze van zijn voorlaatste trainer in Tel Aviv, huidig Ajaxcoach Peter Bosz, zag Jordi veel denkbeelden van zijn eigen vader terug. 'Bosz heeft extreme voetbalideeën. Heel gedurfd en altijd uitgaand van het positieve. Ik vond het een genot met hem samen te werken. Jammer dat het zo kort is geweest. Het verbaasde me niet dat Ajax bij Peter uitkwam. Dus toen Frank de Boer wegging bij Ajax, wist ik meteen hoe laat het was. In Bosz' beginfase bij Ajax was er kritiek vanwege de resultaten. Daar is een Nederlandse term voor die ik altijd heb onthouden: scorebordjournalistiek. Dat is niet fair. Iedere trainer heeft tijd nodig om zijn stempel te drukken. Zeker een type als Peter Bosz: hij wil extreem aanvallen. Geef die man de tijd om dat erin te slijpen. Peter is de ideale trainer voor Ajax, daar heb ik geen enkele twijfel over.' Net als zijn vader houdt Jordi van trainers met lef, onafhankelijke denkers die het initiatief durven te nemen. Dan is de vergelijking met Barcelona nooit ver weg. 'Ik denk dat Barcelona de afgelopen decennia een belangrijke voorbeeldrol heeft gespeeld', aldus Jordi. 'Zij hebben laten zien dat je attractief voetbal kunt combineren met grote successen. Mijn vader heeft daar destijds een proces in gang gezet, maar vergeet niet dat trainers als Frank Rijkaard en Pep Guardiola daarna óók hun nek hebben uitgestoken. Tito Vilanova heeft zijn ding gedaan, Luis Enrique heeft op het gebied van mentaliteit facetten toegevoegd. Als je het over een lange periode bekijkt, is Barcelona hét uithangbord voor aantrekkelijk en succesvol voetbal. Met opvallend genoeg fysiek kleine spelers vaak als middelpunt. Xavi, Iniesta, Messi: kleine gasten die álles kunnen met een bal. Zij hebben veel invloed gehad op de manier waarop er over voetbal wordt gedacht. Als je de bal hebt, hoef je niet te lopen. Dan loopt de tegenstander. Dat zijn logische dingen die mijn vader altijd heeft gezegd. Daarna komt het moeilijkste: die manier van voetballen in de praktijk brengen. En daar consequent aan vasthouden.' Twee belangrijke uitdragers van het gedachtegoed van Johan Cruijff, Guardiola en Rijkaard, waren nauw betrokken bij de lancering van diens autobiografie. 'Mijn familie was ontzettend blij met de inbreng van Pep en Frank bij de boekpresentaties', vertelt Jordi. 'Daar sprak zó veel respect en betrokkenheid uit. Bovendien hoefde ik daardoor niet steeds hetzelfde verhaal te vertellen. Met de kans dat mensen gaan denken: daar heb je hém weer. Niemand houdt ervan om elke dag dezelfde soep te eten, toch? Grote mannen als Rijkaard en Guardiola hebben namens ons een deel van de schijnwerpers gepakt, dat was prettig. 'Het is niet makkelijk om telkens in het openbaar over je vader te praten. Af en toe zie ik beelden van hem die ik nog nooit had gezien. Dan zit je daar met een brok in je keel, met al die camera's op je gericht. Soms is het dubbel. We zijn heel dankbaar voor alle steunbetuigingen die we nog steeds krijgen. Toen mijn vader overleed, zeiden we tegen elkaar: 'Johan is van iedereen'. En dat is gebleken. Iedereen heeft behoefte aan een woordje over hem, wil een herinnering of anekdote aan je vertellen. Dus naast je eigen verdriet word je constant geconfronteerd met het feit dat je vader er niet meer is. 'Het gaat ook veel verder dan alleen voetbal. Hij brak door in een tijd waarin ook op maatschappelijk gebied een hoop gebeurde. Kijk maar naar de foto's uit die tijd: mijn vader en zijn ploeggenoten liepen met lange haren en gouden kettingen. Later in Barcelona was het de periode van onderdrukking onder dictator Franco. Met zijn onafhankelijke houding is mijn vader ook daarin belangrijk geweest voor Catalanen. Of mensen hem nu persoonlijk hebben gekend of niet, voor velen is hij behalve een bekende voetballer ook onderdeel van een tijdgeest geweest. Dat levert veel herinneringen en verhalen op. 'Soms is dat moeilijk. Je hebt niet vaak een momentje alleen. Maar ik weet dat het erbij hoort. En het is mooi om te merken hoe groot zijn impact is geweest. Mijn vader was een echte mensenman. Heel toegankelijk, voor iedereen. Dat komt terug in alle reacties en verhalen. Daar ben ik trots op. En ik besef dat het voor mijn moeder moeilijker is dan voor de kinderen. Mijn ouders zijn vijftig jaar samen geweest, dag en nacht. En mijn vader was alomaanwezig. Een grote persoonlijkheid laat automatisch een grote leemte achter als hij er niet meer is. Mijn moeder voelt dat het meest van allemaal. Daarom vind ik het zo fantastisch dat ze tijdens de Open Dag van de Cruyff Foundation en bij de boekpresentatie aanwezig was. Terwijl ze überhaupt nooit van de spotlights heeft gehouden. Maar ze stónd er. Ik denk dat mijn vader heel trots op haar zou zijn.' DOOR SIMON ZWARTKRUIS - FOTO VI IMAGES'Niets kon mijn vader van de wijs brengen. Dan heb je een sterke persoonlijkheid. Hij heeft veel lef gehad. En soms heb je wat geluk nodig.' - JORDI CRUIJFF