Vrijdag 24 februari 2006, de dag voor de Omloop Het Volk. In Luik-Guillemins neemt Philippe Gilbert de trein naar het Gentse Sint-Pietersstation. Daar stapt hij af, en wandelt hij anoniem naar het rennershotel in het centrum van de Arteveldstad. Zich onderweg vergapend aan de duizenden studentenfietsen. Zijn eerste beeld van Gent. En, wanneer hij in het hotel de kranten doorbladert, ook van de wielerkoorts in aanloop naar de Vlaamse openingsklassieker. Vele koerspagina's waarin ook hij vermeld wordt, weliswaar als een van de outsiders - als 23-jarige nog in de schaduw van megavedette Tom Boonen.
...

Vrijdag 24 februari 2006, de dag voor de Omloop Het Volk. In Luik-Guillemins neemt Philippe Gilbert de trein naar het Gentse Sint-Pietersstation. Daar stapt hij af, en wandelt hij anoniem naar het rennershotel in het centrum van de Arteveldstad. Zich onderweg vergapend aan de duizenden studentenfietsen. Zijn eerste beeld van Gent. En, wanneer hij in het hotel de kranten doorbladert, ook van de wielerkoorts in aanloop naar de Vlaamse openingsklassieker. Vele koerspagina's waarin ook hij vermeld wordt, weliswaar als een van de outsiders - als 23-jarige nog in de schaduw van megavedette Tom Boonen. Bij de Luikenaar is de ambitie echter groot. Na zeven overwinningen in Frankrijk wil hij in zijn vierde profjaar eindelijk in eigen land triomferen - in Vlaanderen zelfs. Geen utopie, zo blijkt, want in de finale knalt de renner van La Française des Jeux op de kasseien van de Vogelzangstraat naar een kopgroep met onder meer Filippo Pozzato. Ene Marc Coucke, toen sponsor met Davitamon bij Lotto, kijkt met open mond langs de kant toe: 'Diene Gilbert, die wil ik in mijn ploeg!' Na de aansluiting demarreert de Waal op acht kilometer van de finish in Lokeren, solo richting zijn eerste grote zege. Op de persconferentie verklaart Gilbert zijn liefde voor Vlaanderen. 'Wielrennen is hier een religie.' Met zijn toen al kenmerkend gebroken Nederlands pakt hij pers en publiek in. En, benadrukt hij: 'Ik hou niet van de Vlaams-Waalse rivaliteit. Ik ben een Bélg. En dus spreek ik Nederlands, uit respect. Blijkbaar word je hier zo populair.' Wanneer journalisten hem voor de keuze stellen, de Ronde van Vlaanderen of Luik- Bastenaken-Luik, verbaast Phil nog meer, met zijn wielerkennis. 'Twee monumenten die ik even hoog inschat. Ook voor een Waal is het mooi om de Ronde te winnen. Al van 1987 en Claude Criquielion geleden - heb ik opgezocht op internet. Zoals ik ook weet dat Frank Vandenbroucke, in 1999, als laatste Waal de Omloop op zijn naam had geschreven.' Zeven jaar later volgt Gilbert VDB op. Al is dat niet zijn allereerste triomf over de taalgrens. Zijn debuutkoers, als 14-jarige nieuweling, rijdt hij in april 1997 zelfs in Limburg, in Brustem. In de voetsporen van grootvader Jules die, zoals ook Philippes oom Guy later, een tijd meedraaide in het amateurcircuit. Waarna ook Gilberts 13 jaar oudere broer Christian koerste, van de nieuwelingen tot bij de amateurs. Zonder veel resultaten echter, in tegenstelling tot Philippe. Die is op de oude Pinarellofiets van Christian al in zijn eerste wedstrijd in Brustem alleen op weg naar de derde stek. Tot zijn versnelling in de slotkilometer breekt, hij te voet verder moet en het peloton hem in extremis overspoelt. Niettemin een veelbelovend debuut, met een succesvol vervolg: in zijn pas vijfde koers al provinciaal kampioen. Solo, op een leeglopende tube. 'Daar heb ik voor het eerst beseft over welke fysieke én mentale capaciteiten mijn zoon beschikte', aldus vader Jeannot. Kwaliteiten waarmee Phil dat seizoen nog zesmaal wint, waaronder op 24 mei 1997 zijn allereerste triomf in Vlaanderen, in het Limburgse Heks. Een seizoen later staat er geen maat op de tweedejaarsnieuweling uit Remouchamps: 23 zeges, waaronder in Erondegem en Strijpen (Oost-Vlaanderen) en Buizingen (Vlaams-Brabant). Omdat in Wallonië er steeds meer op zijn wiel gereden wordt, sluit Gilbert zich bij de junioren aan bij de Woonbemiddeling-Van Eyckploeg. Opgericht door Frank Van Impe, die Philippe heeft opgemerkt in Ardense klimkoersen en aan de praat raakte met diens broer Christian. Franks zoon Kevin (de neef van Lucien) koerst immers ook. En overklast, nog meer dan Gilbert, zijn leeftijdsgenoten - 42 zeges als tweedejaarsnieuweling. Samen vormen Kevin en Phil bij de junioren een angstaanjagende tandem, veel renners blijven zelfs weg waar zij aan de start komen. De dag van de koers trekt Gilbert naar de familie Van Impe, waar hij 's ochtends met Kevin mee aan tafel schuift en zo zijn eerste woordjes Nederlands oppikt. Tijdens de wedstrijd veranderen de twee ploegmaats echter in tegenstanders: hard tegen hard, à bloc koersen. Na de finish echter: even goede vrienden, de supportersclans van de Vlaming en de Waal verbroederen zelfs. Tijdens die koersen ontsnapt Gilbert niet aan het oog van Dirk De Wolf, ploegleider bij GoPass-ABX. Na een jaar bij Woonbemiddeling - Van Impe fietst dan al bij de beloften - verhuist de Luikse tweedejaarsjunior naar het team van De Wolf. De oud-winnaar van Luik-Bastenaken-Luik trekt zelfs vaak naar Remouchamps, om met Phil achter de wagen te trainen, en leert hem de fijnste knepen van het koersvak. Zijn belangrijkste les: blijven aanvallen, durven met je hoofd tegen de muur knallen, want zo word je coureur. De aanpak rendeert: als tweedejaarsjunior vormt Gilbert samen met Wim De Vocht en Kevin De Weert, lid van de Kortrijkse Groeninge Spurters, de 'Grote Drie'. De Remoucastrien blijft winnen: 19 keer, in Vlaanderen - van Vlierzele tot Beveren-Roeselare -, maar ook in het buitenland, met eindzeges in de Oberösterreich Rundfahrt en de Vuelta di Cantabria. Wanneer Gilbert overstapt naar de beloften moet hij als enige topper van zijn GoPassploeg echter opboksen tegen het Nederlandse Rabobankteam en het Belgische Domoblok van Herman Frison, met onder meer Gert Steegmans, Johan Vansummeren, Nick Nuyens, Jurgen Van Goolen en Sébastien Rosseler. Het devies van Gilbert blijft: faire la bagarre, oorlog voeren. Als Waals haantje met leeuwenklauwen, strijdend tegen de Vlamingen. Soms zelfs té wild, waardoor hij, meer dan hem lief is, op een ereplaats strandt: onder meer tweede op het BK in Genk en vierde in de Ronde van Vlaanderen - telkens met de sluwe Nick Nuyens als winnaar. Hoezeer Gilbert telkens zichzelf en zijn tegenstanders pijnigt: het valt Marc Madiot, ploegleider van het Franse La Française des Jeux, op. Eind april 2002 raken ze aan de praat, in La Côte Picardie. Enkelen weken later zit de tweevoudige winnaar van Parijs-Roubaix bij Gilbert thuis, voor een gesprek met hem en zijn ouders. Niet als enige ploegleider, want ook De Wolf trekt met Christophe Sercu en Walter Planckaert, toen algemeen manager en ploegleider van de Lottoploeg, naar Remouchamps. Zij, en ook Patrick Lefevere, bezig met de uitbouw van een nieuwe Quick-Step-Davitamonploeg, haken echter af. Te duur, wordt gezegd. Nog een andere reden wordt gefluisterd: Gilbert testte dat jaar positief in de Tour du Loir-et-Cher. Een astmapuffer gebruikt en vergeten een medisch attest af te geven. De UCI zuiverde hem echter van alle blaam toen hij dat, met vertraging, kon voorleggen. Sowieso was Phil meteen gewonnen voor Française des Jeux: 'Bij Lotto en Quick-Step zou de pers me altijd uitspelen als 'de Waal', de rivaal van Nuyens en Boonen.' En kopmannen als Paolo Bettini uit de wind zetten, dat kan ik niet. Ik zou direct stoppen met koersen. Wat leer je daarmee? Niks. Ik wil zélf kopman zijn.' Dat is Marc Madiot ook van plan. Echter niet in de Vlaamse klassiekers. In zijn eerste profweken start de Luikenaar wel in Kuurne-Brussel-Kuurne en in de Driedaagse van West-Vlaanderen (17e en 6e), maar daar blijft het bij. Zoals Gilbert in de twee daaropvolgende voorseizoenen alleen deelneemt aan Dwars door Vlaanderen (2004, 76e), en aan zijn eerste Omloop Het Volk (2005). Hij finisht er als 21e, in een groepje achter de solerende... Nick Nuyens, zijn boeman die hem in september 2004 ook nipt van zijn eerste Belgische zege, in Parijs-Brussel, houdt. Wél op het programma: Milaan-Sanremo, en de Ardense klassiekers. In tegenstelling tot in zijn eerste drie deelnames aan Luik-Bastenaken-Luik (twee opgaves en 40e) schittert de jonge prof in de Primavera: in 2004 lanceert hij op de Poggio een aanval, die evenwel niet ver draagt, maar eindigt hij toch nog als 14e. Een jaar later, op zijn pas 23e, finisht Gilbert als zesde in de groepssprint. De Waal behaalt wel nog vijf zeges in kleinere Franse wedstrijden, maar voor de eerste triomf in België/Vlaanderen is het wachten op de Omloop van 2006. Dan al luidt het oordeel van veel analisten en van Madiot: 'Philippe kan op termijn álle klassiekers winnen: van de Ronde tot Luik.' Alleen bij Parijs-Roubaix wordt voorbehoud gemaakt, al verwerpt Gilbert dat zelf: 'Ik ben ervan overtuigd dat die me ook ligt. Ik ben niet zo zwaar, maar kan goed sturen en op souplesse over de kasseien rijden. En ik heb mijn ervaring als veldrijder.' De Remoucastrien neemt die jaren in de winter immers af en toe deel aan crossen in Vlaanderen, waaronder vier keer in Loenhout en driemaal aan het BK, telkens strandend op een verre ereplaats. Op dat moment denkt Phil dat de Vlaamse klassiekers hem beter liggen dan de Waalse, waar zijn motor (nog) niet groot genoeg voor is. 'Terwijl in Vlaanderen ook meer tactiek, parcourskennis, behendigheid meespelen. En dat heb ik, na al die koersen bij de jeugd, in overvloed.' In zijn eerste Ronde van Vlaanderen (2006) moet hij, zoals een week ervoor in de E3 Prijs, echter opgeven, geveld door een virus. Zijn debuut in Parijs-Roubaix laat Gilbert daarom vallen, om zich klaar te stomen voor de Waalse klassiekers, zonder succes. In 2007 verorbert hij wel het héle kasseimenu, maar weer niet met de gewenste zeges/podiumplaatsen: 11e in de Omloop, 7e in E3 Prijs, 25e in de Ronde en 52e in zijn allereerste (en tot nu toe enige) Parijs-Roubaix, waarin Gilbert op bijna tien minuten van Stuart O'Grady eindigt. 'Ik heb me vijf minuten geamuseerd vandaag. En daarna imméns afgezien', verklaart hij in de aftandse douches van de Vélodroom. 'Door het stof en de warmte kon ik amper ademen. Die kasseien? Véél slechter dan in België. En nu doet mijn héle lichaam pijn. Wellicht morgen nog meer... Maar: volgend jaar start ik weer!' Een terugkeer naar de Hel zit er in 2008 niet in. Wel naar de Omloop, waar Gilbert al op 50 kilometer voor de eindstreep wegknalt. Wat een domme, zinloze éénmansactie lijkt, mondt uit in een groots nummer. In Gent heeft de FDJ-renner 58 seconden voorsprong op... Nick Nuyens. 'Merckxiaans', klinkt het zelfs bij sommige (overdrijvende) Vlaamse journalisten. Opvallend genoeg echter zijn laatste zege in een Vlaamse kasseikoers, tot de Ronde van Vlaanderen 2017 (en eerder die week de Driedaagse De Panne-Koksijde). Gilbert verkast in 2009 wel naar Silence-Lotto, drie jaar nadat Marc Coucke hem in de Omloop had zien schitteren. Al moet hij vooral voor communautair evenwicht in de Belgische ploeg zorgen - een voorzet van minister van Financiën Didier Reynders. Bij Silence-Lotto wordt Gilbert kopman voor de Waalse klassiekers - voor de Vlaamse is Leif Hoste immers de leider. Tot Silence-Lotto in het openingsweekend weggereden wordt en hij zich moet klaarstomen voor de Ronde, na nochtans een slecht seizoensbegin. Een bijna voltreffer: in 2009 derde in de Ronde, na de solerende Stijn Devolder, in de sprint geklopt door Heinrich Haussler. Een jaar later, na zijn allereerste klassieke winst in de Ronde van Lombardije van 2009, opnieuw dezelfde podiumplek, naast Fabian Cancellara en Tom Boonen. In 2011 wordt Gilbert het echte alfamannetje van het peloton, met zijn fameuze vierklapper Brabantse Pijl, Amstel, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, na eerder een 9e stek in de Ronde. Zijn superjaar levert de Waal een lucratieve transfer op naar BMC, maar in 2012 draaien de benen, na een slechte winter, vierkant in de Vlaamse klassiekers: opgave E3, 39e in Gent-Wevelgem, 75e in de vernieuwde Ronde van Vlaanderen. En ook in de Ardennen raakt hij niet verder dan een derde stek in de Waalse Pijl. Om ruimte te scheppen voor Greg Van Avermaet, die kopman wordt, moet Gilbert bij BMC daarna het Vlaamse werk vergeten - met grote tegenzin. Tussen 2013 en 2016: geen Ronde van Vlaanderen, verder één keer de E3 en Gent-Wevelgem (2013) en tweemaal de Omloop (2015 en 2016), zonder succes. Zich niet meer goed voelend bij de strak geregelde en alles analyserende teamcultuur klopt Gilbert - een coureur à l'ancienne zoals hij zichzelf soms noemt -, aan bij Quick-Stepmanager Patrick Lefevere. Hij wil zijn doelen verleggen: richting Vlaanderen. En heeft daar een forse loonsvermindering voor over - weliswaar gekoppeld aan fikse winstpremies. Lefevere hapt graag toe, hopend dat de revanchist in Gilbert nog buskruit in de spieren heeft. Spieren die de Waalse Monegask in de winter van vorig jaar extra versterkt, meer kilo's om over Vlaamse wegen en stenen te knallen. Tot veler verbazing rendeert het. Met als ultieme bekroning: een heroïsche zege in de Ronde, net geen 20 jaar na zijn allereerste koers in Vlaanderen, in Brustem. Opnieuw solerend, wéér wandelend over de finish. Maar nu zonder haperende versnelling. En met de fiets in de lucht, triomferend. De Waalse haan had weer geklauwd. Komende weken wil Gilbert dat opnieuw doen, met een voorkeur voor Parijs-Roubaix. Het doel immers: #StriveForFive, alle klassieke monumenten winnen, zoals in het begin van zijn loopbaan werd voorspeld. Zoals hij toen ook zelf aangaf: de Hel moet me liggen. Elf jaar na zijn pijnlijke deelname keert hij er op 8 april terug. Hopend om zich iets langer dan vijf minuten te amuseren. En te winnen.