Het zal een bijzonder moment zijn als Nelson Mandela vrijdag zijn opwachting maakt in het Soccer City Stadion van Johannesburg, op een paar kilometer van Soweto, de intussen wat gemoderniseerde sloppenwijk waar hij ooit woonde. Mandela was het die vijftien jaar geleden de sport gebruikte als middel om de wonden van de apartheid te laten helen. In het Ellis Park Stadion van Johannesburg zag hij hoe Zuid-Afrika wereldkampioen rugby werd en hoe het land voor één keer in elkaar vloeide. Blanken en zwarten, ze genoten van dit magische moment en het beeld van Mandela die de beker overhandigde aan de blanke en blonde aanvoerder François Pienaar kreeg een symbolische waarde. Het bleek uiteindelijk niet meer dan een momentopname. Het sociale en etnische onevenwicht bestaat no...

Het zal een bijzonder moment zijn als Nelson Mandela vrijdag zijn opwachting maakt in het Soccer City Stadion van Johannesburg, op een paar kilometer van Soweto, de intussen wat gemoderniseerde sloppenwijk waar hij ooit woonde. Mandela was het die vijftien jaar geleden de sport gebruikte als middel om de wonden van de apartheid te laten helen. In het Ellis Park Stadion van Johannesburg zag hij hoe Zuid-Afrika wereldkampioen rugby werd en hoe het land voor één keer in elkaar vloeide. Blanken en zwarten, ze genoten van dit magische moment en het beeld van Mandela die de beker overhandigde aan de blanke en blonde aanvoerder François Pienaar kreeg een symbolische waarde. Het bleek uiteindelijk niet meer dan een momentopname. Het sociale en etnische onevenwicht bestaat nog steeds, rugby blijft een haast exclusief domein voor blanken, voetbal is voorbestemd voor zwarten, al is de vedette van de ploeg, Steven Booth, wel een blanke. Voor Nelson Mandela, die volgende maand zijn 92e verjaardag viert, is dit WK rugby niet meer dan een sentimentele herinnering. Hij weet dat de weg naar de eenheid nog lang is. En dat het WK voetbal in dat verhaal niet meer zal zijn dan een korte periode die alleen maar valse illusies wekt. Dat een megasportfestijn nu kan doorgaan in een land dat door de rassendiscriminatie zolang werd uitgesloten van het internationaal sporttoneel en twintig jaar geleden door de Verenigde Naties nog beschuldigd werd van misdaden tegen de mensheid is meer dan historisch. Een volle maand lang zullen alle ogen gericht zijn op Zuid-Afrika, het eerste WK dat tijdens de winter wordt gespeeld. Het is tekenend voor de evolutie van het voetbal dat de afgelopen weken nogal wat vedetten geblesseerd afhaken. De belasting is zo groot dat de gevoeligheid voor letsels extreem is, zelfs aangepaste trainingsprogramma's kunnen dat niet veranderen. Het is de droom van FIFA-baas Sepp Blatter dat een Afrikaans land in dit WK een hoofdrol speelt, maar dat lijkt een ijdele hoop. Meer dan vier jaar geleden in Duitsland, toen vier Europese landen de halve finale haalden, staan Argentinië en Brazilië nu klaar om het geschonden blazoen weer op te poetsen. De Argentijnen barsten van het talent maar bondscoach Diego Maradona heeft als trainer nog niet weten te overtuigen en staat al evenzeer ter discussie als de Braziliaanse bondscoach Dunga die de vroegere frivoliteit met realisme overgoot en alle nukkige sterren passeerde. Weerwerk moet er vooral komen van Europees kampioen Spanje. De ploeg wordt gedragen door een opmerkelijke eenheid, geen gespletenheid is er nog tussen de erfvijanden Real Madrid en Barcelona. En hoe sterk is de tot dusver wat tegenvallende titelverdediger Italië? Wat vermag Engeland en vooral Duitsland dat Michael Ballack moest missen maar toch een weer sterk uitgebalanceerd geheel op het veld brengt, met één ambitie: de vierde wereldtitel in de geschiedenis. En van die hoogste bekroning droomt ook Nederland, onder Bert van Marwijk al negentien wedstrijden ongeslagen. Veel creativiteit schuilt er in het spel van Oranje, al is het door een gebrek aan ruimte steeds moeilijker om daarmee het verschil te maken. Dit WK stond lang ter discussie, maar intussen wrijft de FIFA zich tevreden in de handen. Aan sponsoring en televisierechten gaat de wereldvoetbalbond 3,4 miljard euro overhouden, bijna een verdubbeling met vier jaar geleden in Duitsland. En het aantal mediavertegenwoordigers is zo groot dat steeds meer journalisten voor het bijwonen van wedstrijden op de wachtlijst belanden. Voor een wedstrijd als die tussen bijvoorbeeld Nederland en Denemarken zijn er 1000 aanvragen voor 600 plaatsen. Persconferenties groeien uit tot een veredelde veemarkt, waarin nietszeggende quotes in alle haast worden geventileerd en je bijna een straatvechter moet zijn om overeind te blijven. Juist op dat soort grote toernooien blijkt dat de (top)sport zich steeds meer boven alles en iedereen verheft. Tot het moment komt dat alles stikt in zijn gigantisme. door JACQUES SYSSoms waan je je op een WK een straatvechter.