Heerlijk was het telkens weer om Robert Goethals te mogen interviewen. De naar Ieper uitgeweken Gentenaar was een woordkunstenaar, maar vooral een innemende persoonlijkheid die zichzelf relativeerde. Hij neigde wel eens naar somberheid, maar geen mens die hem dat aanrekende. Daarvoor was Robert Goethals een te warme en te beminnelijke man. Hij werkte jaren in de anonimiteit van de lagere afdelingen, onder meer bij zowel SK als Club Roeselare, toen Beveren hem in mei 1978 polste als opvolger voor Urbain Braems....

Heerlijk was het telkens weer om Robert Goethals te mogen interviewen. De naar Ieper uitgeweken Gentenaar was een woordkunstenaar, maar vooral een innemende persoonlijkheid die zichzelf relativeerde. Hij neigde wel eens naar somberheid, maar geen mens die hem dat aanrekende. Daarvoor was Robert Goethals een te warme en te beminnelijke man. Hij werkte jaren in de anonimiteit van de lagere afdelingen, onder meer bij zowel SK als Club Roeselare, toen Beveren hem in mei 1978 polste als opvolger voor Urbain Braems. Die vertelde hem dat de ploeg, die net de beker had gewonnen, aan zijn plafond zat. De realiteit bleek anders. Robert Goethals schreef met Beveren een sprookje in geel en blauw, hij werd in 1979 kampioen en drong door tot in de halve finales van de Europacup voor bekerwinnaars. In de kwartfinale werd Inter Milaan uitgeschakeld. Goethals, een licenciaat lichamelijke opvoeding die nooit proftrainer werd, kon pas 's middags naar Milaan vertrekken: hij moest die dag nog lesgeven. Hij arriveerde twee uur voor het begin van de match in San Siro, zag Beveren 0-0 gelijkspelen en twee weken later de terugwedstrijd met 1-0 winnen. In de halve finale struikelde Beveren over Barcelona. Onder Robert Goethals speelde Beveren hartverwarmend voetbal. De trainer viel op door zijn zachte aanpak en haarscherpe wedstrijdontledingen. Hij paste perfect binnen de nuchterheid die Beveren kenmerkte. Goethals was geen tafelspringer, zware verbale uitvallen waren hem al even vreemd als welk gevoel van zelfvoldaanheid dan ook. Wie met hem ging praten, had telkens een goed gevoel. Niet één keer in zijn carrière heeft hij een speler een boete gegeven. Na drie jaar Beveren moest Robert Goethals opstappen om opnieuw plaats te maken voor Urbain Braems. Hij zou nog in twee periodes bij AA Gent werken. De club werd toen geleid door de kolerieke Albert De Meester. In zijn tweede seizoen, 1982/83, werd Goethals ontslagen op een manier die hem diep kwetste: in de krant moest hij lezen dat zijn assistent Erwin Vandendaele de nieuwe trainer werd. Toch liet hij zich zes maanden later overhalen om bij de zwalpende Buffalo's terug te keren. Goethals, die de kunst verstond een elftal te organiseren, hield AA Gent in eerste klasse en won de beker. Tussendoor was hij kort bij Waregem aan de slag geweest en behoedde hij die club van degradatie. Medio 1984 verdween Robert Goethals uit de vuurlijn. Hij vond dat je beter een jaar te vroeg stopte dan een dag te laat. Robert Goethals, die docent werd nadat de Pro Licence was opgericht, zou nog het boek Leren voetballen schrijven. Het zijn de twee woorden die altijd zijn leven hebben beheerst. Robert Goethals werd 89 jaar. DOOR JACQUES SYSNiet één keer in zijn carrière gaf Goethals een speler een boete.