Hoe kijken jullie terug op de periode bij Ieper ?

Yves Dupont : Het gebeurt niet elk jaar dat een Belgische club de halve finales van een Europacup bereikt. Dat was op zich al een buitengewone prestatie, maar ik blijf ervan overtuigd dat er nog meer in zat. We hadden de finale kunnen spelen. Vrsac, de Joegoslavische tegenstander die we in de halve finale bekampten, beschikte over een goede ploeg, maar was volgens mij toch geen onoverkomelijke hinderpaal. Ik blijf het spijtig vinden dat we daar zijn blijven steken. Het is natuurlijk ook heel jammer dat de financiële problemen het team de nek omwrongen, want er waren echt wel mogelijkheden om in Ieper aan iets moois te bouwen. Iedereen had immers voor twee of drie jaar getekend.
...

Yves Dupont : Het gebeurt niet elk jaar dat een Belgische club de halve finales van een Europacup bereikt. Dat was op zich al een buitengewone prestatie, maar ik blijf ervan overtuigd dat er nog meer in zat. We hadden de finale kunnen spelen. Vrsac, de Joegoslavische tegenstander die we in de halve finale bekampten, beschikte over een goede ploeg, maar was volgens mij toch geen onoverkomelijke hinderpaal. Ik blijf het spijtig vinden dat we daar zijn blijven steken. Het is natuurlijk ook heel jammer dat de financiële problemen het team de nek omwrongen, want er waren echt wel mogelijkheden om in Ieper aan iets moois te bouwen. Iedereen had immers voor twee of drie jaar getekend. Herbert Baert : Sportief gezien was Ieper natuurlijk een schitterende ervaring, maar de financiële strop kwam toch hard aan. Ik denk niet dat de geldproblemen echt op de sportieve prestaties hebben gewogen, maar het is wel een feit dat we in de halve finalewedstrijden tegen Vrsac al enigszins op de terugweg waren. Het is spijtig dat het zo gelopen is, maar gelukkig is iedereen goed terechtgekomen. Pieter Van Hoecke : Aan mijn periode bij Ieper hou ik vooral stevige vriendschapsbanden over. Bij wedstrijden tegen oud-ploegmaats is het alsof ik iemand van de familie terugzie. Ik heb nog contact met al mijn vroegere ploegmaats en ik bewaar heel goede herinneringen aan dat ene seizoen. Door op training tegen een klepper als Michael Huger te moeten spelen en door te luisteren naar de raadgevingen van Eddy Casteels en zijn assistent Luc Smout, heb ik een grote stap voorwaarts gezet. De keerzijde van de medaille is dat ik vandaag nog steeds wacht op achterstallig loon. Jef Van der Jonckheyd : Als junior heb ik het Europese avontuur voornamelijk vanop de bank mee beleefd. Omdat Fely Bwatu niet speelgerechtigd was, stond ik toch vaker op het wedstrijdblad dan in de competitie. Ik besef dat het een unieke belevenis was, maar ik zie het niet als het hoogtepunt van mijn nog jonge carrière. Helemaal bovenaan staat het Nike Basketball Camp in Barcelona, waaraan ik dankzij Eddy Casteels kon deelnemen. De beste jonge Europese spelers kwamen er samen om te werken met gerenommeerde coaches, onder wie enkelen uit de NBA en de NCAA. Dat ik met de Antwerpse kampioenen mee verhuisde naar de Ieper, kwam enkel omdat ik absoluut wilde samenwerken met Eddy Casteels en Luc Smout. Ik leed geen financieel verlies, want ik had als junior nog geen profcontract. Dupont : Door te kiezen voor Bree heb ik de stap gezet van een grote club naar een toekomstige grote club. Ik heb mijn speelstijl enigszins moeten aanpassen omdat Bree voor een heel specifiek systeem kiest met een snelle overschakeling naar de aanval, veel afstandsshots en dus minder combinatiespel. Bree is een erg ambitieuze club. Dat blijkt uit de bouw van de nieuwe zaal en de nakende komst van Matthias Desaever. Baert : Ik heb er absoluut geen spijt van dat ik voor Luik koos. Met Michael Huger en Eric van der Sluis vind ik hier nog andere Ieperlingen terug. Na het betwisten van een Europese halve finale zou je sportief misschien kunnen gewagen van een stapje terug, maar naar mijn gevoel mag ik terugblikken op een erg sterk seizoen. Ik speel opnieuw op mijn geliefkoosde positie als nummer 4 en ik ben terecht gekomen in een club met heel veel sfeer. Van Hoecke : Ik koos bewust voor Leuven omdat ik na vele seizoenen als back-up van een Amerikaanse spelverdeler wel eens de concurrentie wilde aangaan met een landgenoot. Het werd wel een bewogen seizoen. Sinds het begin van mijn carrière had ik nog maar met drie trainers gewerkt, nu kreeg ik drie coaches in een seizoen. Over mijn eigen prestaties ben ik niet ontevreden. Gedurende vele jaren heb ik het vak bij wijze van spreken alleen op training geleerd. Nu heb ik de volgende stap gezet door veel wedstrijden te spelen. Voor een jongere is dat een goede zaak. En doordat ik zowel al een titel heb mogen vieren, als heb moeten strijden tegen de degradatie, ben ik mentaal sterker geworden. Van der Jonckheyd : Ik ben de enige die van Ieper is teruggekeerd naar Antwerpen. Dat kan misschien eigenaardig overkomen, maar ik heb er geen spijt van. Ik werd van bij het begin opgenomen in het roaster van tien spelers, terwijl ik behalve in de jeugdrangen eigenlijk nog niet veel bewezen heb. Geleidelijk aan heb ik meer speelminuten gekregen. Sinds de blessure van Pieter Loridon kom ik nog vaker aan de bak. Ik heb ondertussen gelezen dat Oostende en Charleroi belangstelling voor me hebben en ik weet dat Tony Van den Bosch vlak voor zijn ontslag als bondscoach van plan was om me in de ruime kern van 24 voor de nationale ploeg op te nemen. Toch ga ik daardoor niet naast mijn schoenen lopen. Ik wil ook mijn studies afmaken vooraleer prof te worden. Dupont : Charleroi lijkt op papier het sterkst, maar Oostende heeft de pole position overgenomen en als het die kan houden tot de play-offs is het mijn favoriet. In de Mister V-arena winnen, is een aartsmoeilijke opdracht en Eddy Casteels is erin geslaagd om van het team een hecht blok te maken. Baert : Met Luik kregen we een lesje van Oostende, terwijl we in La Coupole gingen winnen. Maar ik besef goed dat er tegen de play-offs nog heel wat kan veranderen. Charleroi zat duidelijk in een dipje toen we tegen hen speelden. Toch is Oostende mijn favoriet, vooral omdat de kustjongens sinds de terugkeer van Thomas Van den Spiegel een beter uitgebalanceerd team hebben. Bij Charleroi zijn er te veel numers 4. Ik heb de indruk dat de Spirous heel veel talent hebben, maar geen echte ploeg. Van Hoecke : Wat Eddy Casteels op korte tijd in Oostende deed, bewijst nog maar eens dat hij een formidabele coach is. Hij werkt hard, betrekt iedereen bij de ploeg en zorgt ervoor dat het geheel tactisch enorm gedisciplineerd speelt. Charleroi lijkt wel meer potentieel te hebben, maar ik tip toch op Oostende omdat de ploeg evenwichtiger is uitgebouwd. Bij Charleroi lijkt Louis Rowe meer vrijheid te hebben dan bij Ieper, maar hij heeft het volgens mij een beetje moeilijk om zich aan te passen aan Jacques Stas. Hij kon heel wat jaren rekenen op een spelverdeler als Michael Huger, die de anderen doet spelen, nu moet hij werken met een Belgische centrale pion die vaak zelf doelpogingen onderneemt. Ik wil toch ook aanstippen dat Bree niet bij voorbaat afgeschreven is voor de titel. De Limburgers zijn volgens mij best in staat om voor een verrassing te zorgen en ik zeg dat echt niet alleen omdat mijn broer daar speelt. Van der Jonckheyd : Het doet me wel iets dat twee ex-ploegmaats en mijn vroegere coach in de titelstrijd verwikkeld zijn. Ik zou blij zijn voor Eddy Casteels als hij met Oostende kampioen wordt, maar ik zou ook heel tevreden zijn voor Rowe en Huggins als ze het halen met Charleroi. Ik wil me dan ook niet uitspreken. Op papier zijn de Spirous het sterkst, maar het dient gezegd dat Eddy Casteels bij Oostende weer wonderen aan het verrichten is. Als geen ander slaagt hij erin zijn spelers te motiveren en zowel individueel als collectief hard te doen werken. door Daniel Devos,"Ik blijf ervan overtuigd dat er nog meer in zat." (Yves Dupont)