Eerder waren al schuchtere pogingen ondernomen om professionele competities op te starten in de VS. In het licht van het WK '94 werd die draad weer opgepakt. Diverse financierders kwamen met het idee van de Major Soccer League (MLS) op de proppen. Men zou verscheidene Europese voetbalvedetten importeren en de competitie via betere marketing en verregaande mediatisering aantrekkelijker maken voor adverteerders.
...

Eerder waren al schuchtere pogingen ondernomen om professionele competities op te starten in de VS. In het licht van het WK '94 werd die draad weer opgepakt. Diverse financierders kwamen met het idee van de Major Soccer League (MLS) op de proppen. Men zou verscheidene Europese voetbalvedetten importeren en de competitie via betere marketing en verregaande mediatisering aantrekkelijker maken voor adverteerders.Vandaag, zes jaar later, blijken de beloofde buitenlandse vedetten veelal uitgebluste poenscheppers te zijn en kan de MLS alleen maar financiële verliezen voorleggen. Het begon nochtans goed : het eerste jaar kon MLS nog met een positieve balans afsluiten, sindsdien gaat het echter bergafwaarts. Vorig seizoen werd zelfs een verlies van om en bij de 250 miljoen dollar (11,5 miljard frank) vastgesteld. Dat het niet goed gaat met het voetbal in de VS is een understatement en brengt niets nieuws onder de zon. Maar waar liggen de oorzaken van dit falen ? Onderzoek wijst uit dat het om een culminatie van factoren gaat.Oorzaak 1 : geen perspectieven voor de jeugdHet is een gulden regel : wie een probleem wil oplossen, moet het aan de wortel aanpakken. Dat is : de jeugdopleiding. Tot en met de 13-14-jarigen behoort voetbal bij de meest beoefende sporten in de VS. Daarna echter slaat de interesse bijna altijd over naar de traditionele Amerikaanse sporten : American football, baseball, basketbal en ijshockey. Het alledaagse straatbeeld spreekt boekdelen. Op het aanpalende graspleintje schoppen de allerkleinsten tegen een bal, op het asfaltplein ernaast spelen de highschoolkids een partijtje basketbal of hockey. Op dertienjarige leeftijd stappen de meeste jongeren over van elementary school naar high school. Het is daar, op die high school, dat er voor het eerst aan georganiseerde sport wordt gedaan. Tussen al het geweld van de eerder genoemde Amerikaanse sporten is er echter geen plaats meer voor voetbal, of althans zeer weinig. Later, rond 17-18 jaar, een cruciale leeftijd om te beslissen over het verderzetten van een voetbalcarrière, gaan vele studenten aan een college (universiteit) studeren. Voor de meerderheid onder hen is een studiebeurs in de wacht slepen de eerste prioriteit. Studiebeurzen worden over het algemeen bekomen door uit te blinken in een sport; vooral voor American football en basketbal worden vaak full scholarships (instelling betaalt studiekosten, logement en eten) toegekend. Voetbal daarentegen, houdt voor de jongens maar zelden een studiebeurs in. Bij de meisjes liggen de kaarten volledig anders; voor hen betekent voetbal vaak de enige mogelijkheid om een studiebeurs te bemachtigen. Ziedaar de verklaring voor de immense populariteit van het vrouwenvoetbal in de VS. Oorzaak 2 : voetbal is geen mediagenieke sportWaarom komt voetbal zo weinig aan bod op de Amerikaanse televisie ? Snappen ze het spelletje niet ? Is het niveau van de MLS te laag ? Geen ruimte in de programmering meer ? Niets van dit alles. Het draait om geld. Ga er de populaire Amerikaanse sporten op na, elk van deze disciplines is een opeenstapeling van pauzes en time-outs. En anders zorgt men er gewoon voor dat er tijd voor reclame is! Zoals in het ijshockey, waar er heuse commercial breaks bestaan; de wedstrijd wordt even stilgelegd, de spelers gaan op de bank zitten, de scheidsrechters drinkt een colaatje en ondertussen worden op het scherm van de kijker commercials gedraaid. Het ligt voor de hand dat zo'n commerciële onderbreking nogal moeilijk uitvoerbaar is tijdens een voetbalwedstrijd, waar alles draait om die schaarse momenten dat een wedstrijd beslist wordt. Adverteerders hebben slechts één kans om hun product aan te prijzen en dat is tijdens de rust. Dat staat in schril contrast met een doorsnee basketbalwedstrijd, waar gemakkelijk zo'n twintig reclamepauzes ingelast worden per uitzending. Daarnaast wordt er door de Amerikaanse media helemaal niet aan heldencreatie gedaan in het voetbal. De Amerikaanse jeugd leert alleen centers ( Shaquille O'Neal, basketbal), quarterbacks ( Kurt Warner, Amerikaanse voetbal) of wings ( Radomir Jagr, ijshockey) kennen. Enkel Mia Hamm kan het (vrouwen)voetbal enigzins promoten en geniet een heldenstatus in de Amerikaanse sportindustrie. Kinderen hebben dus alleen maar basketbal-, American Football-, baseball- of ijshockeyidolen om zich aan te spiegelen. Zo verdwijnt voetbal langzaam maar zeker uit het interesseveld van de tiener. Als er dan toch een Champions Leaguewedstrijd het scherm haalt, wordt deze confrontatie steevast op een onmogelijk tijdstip uitgezonden. Meestal rond de middag, als elke voetbalfanaat op de schoolbanken zit of aan het werk is. Enkel de Spaanse Primera Division krijgt aandacht, niet in het minst door de hoge concentratie aan Spaanstaligen in de VS. Toch worden ook deze samenvattingen lang na prime time uitzonden, om één uur 's nachts. Oorzaak 3 : gebrek aan éénvormige structuurOm zicht te krijgen op de organisatie van het voetbal in de VS, is een bijzonder scherp oog nodig. Een greep uit de voornaamste (nationale) organisaties zal dat snel aantonen - en dan laten we nog de ontelbare regionale en interstatelijke bonden achterwege. Vooreerst is er de nationale bond : de USSF ( United States Soccer Federation), voorgezeten door Robert S. Contiguglia. De USSF bestaat uit een nationale raad (400 zetels + gedelegeerden), een Board of Directors (40 zetels + bestuurshoofden), een exclusieve commissie (10 zetels), een vice-president, een schatbewaarder en een voorzitter. Deze drie laatsten worden om het jaar opnieuw verkozen en zijn vrijwilligersfuncties. De USSF wordt vertegenwoordigd door een secretariaat, the Soccer House. Op zich is dit nog een duidelijke structuur. Pijnpunt is dat er zo'n breed gamma aan verschillende voetbalorganisaties zetelen in deze federale beslissingsorganen. In het jeugdvoetbal zijn de twee belangrijkste onderverdelingen AYSO ( American Youth Soccer Organisation) en USYSA ( United States Youth Soccer Association). AYSO staat eigenlijk voor louter recreatief voetbal en is een tegenreactie op het clubvoetbal - waar het competitieve karakter benadrukt wordt. De jeugdspelertjes kunnen er doorlopend vervangen worden en de ploegen worden geleid door vrijwilligers, meestal één van de ouders. Daartegenover staat dus het clubvoetbal, de USYSA. In tegenstelling tot Europa zijn de clubs geen onafhankelijke vzw's, maar high school-, college- of universityteams. Deze onderverdeling is echter alleen belangrijk voor het lidmaatschap bij de federatie. In realiteit organiseert elke staat zijn jeugdvoetbal naar eigen goeddunken, met een totaal gebrek aan visie en compatibiliteit. Op collegeniveau wordt er wel aardig werk geleverd, een pluim voor de NCAA ( National College Association of America). De NCAA kan een duidelijke competitiestructuur voorleggen, onderverdeeld in aparte divisies. Het seizoen wordt afgesloten met nationale play-offs. Traditioneel komen daar een horde MLS-scouts op af, die de beste elementen wegplukken bij de collegeteams. Ondanks de tamelijk grote media-aandacht die het collegevoetbal krijgt, blijven de toeschouwersaantallen onder de verwachtingen. Een gemiddeld collegeteam trekt zo'n 1000 kijklustigen. Voor de voetballertjes tussen 7 en 18 jaar is er een overaanbod aan competities. Onder AYSO en USYSA vallen er honderden (vaak lokale) organisaties, elk met hun eigen kampioenschappen zonder enige onderlinge binding. Het is onbegonnen werk om deze allemaal op te sommen. AYSO heeft zo'n 640.000 aangeslotenen en USYSA kan rekenen op ongeveer 3 miljoen leden. Er is ook nog de SAY ( Soccer Association for Youth) die door de USSF gehomologeerd is, maar weinig waarde heeft. Als volwassen voetballer kan men terecht in de USASA ( United States Amateur Soccer Association) of in de professionele competities. Beschik je over enige voetbalkwaliteiten, kan er nog altijd een keuze gemaakt worden tussen de MLS of de USL ( United Soccer Leagues), beiden erkend door en vertegenwoordigd in de USSF. Dit spervuur aan afkortingen zorgt alleen maar voor onduidelijkheid. Gebrek aan éénvormigheid troef dus, de USSF moet zich dringend herprofileren en duidelijke lijnen trekken wil het voetbal in de VS naar een hoger niveau stijgen. Eén ding moet de Noord-Amerikaanse voetbalbond wel worden nageven : aan de transparantie van hun federatie kunnen veel Europese voetbalfederaties nog een puntje zuigen. Alle vergaderingen worden op het internet gepubliceerd, mét financiële details, al vormen die niet bepaald de best denkbare publiciteit. In 2000 werd immers een verlies gemaakt van circa 135 miljoen frank, en voor volgend jaar wordt het budget teruggeschroefd met 50 miljoen frank.Oorzaak 4 : import van buitenlandersDe soap rond de Duitse voetballegende Lothar Matthäus was de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. In de paar wedstrijden waarin hij aantrad voor de New York MetroStars, viel hij vooral op door de onverschilligheid waarmee hij over het terrein slofte. De overgewaaide Europeanen bieden over het algemeen maar weinig meerwaarde. Vanaf dit seizoen (dat volgend weekend start) wordt het aantal niet-VS-spelers dan ook teruggebracht tot drie per ploeg. Alhoewel de MLS-ploegen het waarschijnlijk zelf niet beseffen, is deze maatregel een zegen voor hen. In de VS dienen de profteams immers rekening te houden met een salary cap. De Europeaan strijkt uiteraard een riant salaris op en dat zorgt ervoor dat de rest van de ploeg aangevuld wordt door spelers van de tweede garnituur. Overigens waren niet alleen de Europeanen in trek, tot voor kort was er een heuse invasie van Zuid-Amerikanen, voornamelijk Mexicanen en Colombianen. Soms kan zo'n buitenlandse investering renderen - Luis Hernandes leidde Kansas City naar de MLS-titel en Hristo Stoichkov gaf een meerwaarde aan de Chicago Fire - maar de voorbeelden van mislukkingen zijn legio. Bovendien verliest de MLS zijn beste Zuid-Amerikanen vaak aan de - hoe vreemd het ook moge klinken - kapitaalkrachtigere Mexicaanse competitie. Wel is er voor de MLS-teams een achterpoortje. Een buitenlandse speler jonger dan 22 jaar geldt niet als buitenlander en valt dus niet onder de restrictie van drie non-US-spelers. Bovendien telt hij niet mee voor de salary cap. Sinds Matthäus is de trend onder de Amerikaanse profteams, dat er met meer scepsis tegenover de import van buitenlandse voetballers wordt aangekeken.