D ániel Tözsér, de 26-jarige draaischijf van KRC Genk, is momenteel hot. Door Chelseacoach André Villas-Boas werd hij begin deze maand de hemel in geprezen na het 1-1-gelijkspel van de Blues op het veld van Genk. "De verdienste van Dániel Tözsér", verklaarde de Portugese topcoach. "Hij is een fantastische middenvelder. Hij dirigeerde het spel van Genk op een hoogstaande manier."

Vervolgens betoonden Anderlecht en Club Brugge hun interesse voor de Hongaar, die na dit seizoen einde contract is bij de landskampioen. En om deze gelukzalige novembermaand helemaal kleur te geven werd Tözsér ook nog eens opgeroepen voor de oefenwedstrijden van de Hongaarse nationale ploeg tegen Liechtenstein en Polen. Het was alweer anderhalf jaar geleden dat hij dat shirt mocht aantrekken.

Terugkeer door de grote poort

Tot nu dus. In een rumoerig en met 28.000 dapperen gevuld Ferenc Puskásstadion in Boedapest - we konden ons plots wel iets voorstellen bij de gouden tijden van het Hongaarse voetbal in de jaren vijftig, toen Puskás en co stadions deden kolken met chauvinistisch gebrul - maakte Dániel Tözsér op vrijdag 11 november zijn opwachting in de nationale elf van Magyarország.

'De grote herkansing' titelden verschillende plaatselijke kranten vooraf. Tözsér werd in mei 2010 immers met alle zonden van Israël overladen na een 0-3-thuisnederlaag tegen Duitsland en kreeg sindsdien geen selectiebrief meer in de bus. De oefengalop tegen het weerloze Liechtenstein stond weliswaar in het teken van het overlijden van de Hongaarse voetballegende Florian Albert, maar toch was het iemand anders die de spotlights opeiste: Dániel Tözsér.

Net zoals bij Genk was hij de metronoom voor de verdediging en zorgde hij met enkele gemeten dieptepasses voor de betere offensieve acties. In de 63e minuut kreeg de Genkenaar een verdiende applausvervanging. In de Hongaarse media werd Tözsér nadien tot man van de match gebombardeerd en prijkte hij op de cover van de meeste sportbladen. Een terugkeer door de grote poort.

Wie zo mogelijk nog meer glunderde dan Dániel zelf, was zijn familie in de eretribune: moeder Annamaria (55), vader Géza (54) en zus Orsolya (29).

Twee dagen na de gevierde rentree van Dániel ontvangt het drietal ons in thuishaven Debrecen, op ruim twee uur rijden van hoofdstad Boedapest. Twee uur cruisen doorheen de puszta, een dor steppegebied dat deel uitmaakt van de uitgestrekte Hongaarse laagvlakte. Enkel koeien en waterputten zorgen er voor wat reliëf in het landschap.

Genk of het buitenland

Debrecen is een universiteitsstad van om en bij de 200.000 inwoners, na Boedapest de grootste stad van Hongarije. Orsolya, gediplomeerd advocate en vlot Engels sprekend, is onze tolk van dienst wanneer we Dániels ouders ontmoeten in hun bescheiden appartement in de periferie van Debrecen.

"Gemakkelijk gevonden?", vraagt ze ons. We antwoorden bevestigend, daarbij verwijzend naar de naam van de straat om de hoek: Tözsér Utca. Nooit gedacht dat Dániel zo bekend was in Debrecen, merken we op. De familie Tözsér weet de kwinkslag wel te appreciëren en etaleert haar gastvrijheid met het aanrukken van plaatselijke lekkernijen en palinka, de typisch Hongaarse aperitiefdrank die een percentage alcohol tot 50 % bevat.

Dat het Dániel momenteel voor de wind gaat, openen we het gesprek. Orsolya: "Die lovende woorden van Villas-Boas waren héél belangrijk. In Hongarije werd daar veel over gepraat. Als de coach van zo'n topclub zulke dingen zegt, betekent dat heel wat. Voor ons volk, maar ook voor Dániel zelf. Vooral in de gegeven omstandigheden, met zijn contract dat afloopt. Er is plots enorm veel interesse voor hem."

Club Brugge en Anderlecht worden genoemd, maar een dergelijke transfer vindt vader Géza niet zinvol: "Ik zie het eerder als een keuze tussen het buitenland of verlengen bij Genk."

Toch is Géza dol op ons land, zo blijkt al snel. Voor elke Champions Leaguewedstrijd zakt hij naar Genk af - soms met de wagen - en logeert hij twee of drie dagen bij zijn zoon. "Ik voel mij echt thuis in België", beweert Géza. "Ik kom er tot rust."

Ballingschap in Buffalo

Géza was zelf voetballer op het hoogste niveau. Hij speelde lange tijd bij de Hongaarse eersteklasser Diósgyör VTK (waar momenteel Tibor Tisza, ex-Antwerp en ex-STVV, actief is) en later drie maanden in de VS bij Buffalo. Hij heette een technisch begaafde centrale middenvelder te zijn, eentje die het vooral van zijn passing en zijn kwaliteiten op stilstaande fases moest hebben. "Net zoals Dániel", merkt hij zelf op. "Met mijn vrije trappen scoorde ik gemiddeld toch zes tot acht doelpunten per seizoen. Alleen was ik rechtsvoetig terwijl Dániel linksvoetig is, zoals zijn grootvader."

"Papa had een grote invloed op Dániel als voetballer", valt Orsolya in. "Het eerste dat Dániel zag, was een voetbal. Papa was na zijn actieve voetbalcarrière trainer in Szarvas, hij nam Dániel altijd mee naar de club."

"De trainersloopbaan van papa was de reden waarom we in Szarvas gaan wonen zijn", gaat ze verder. "Mijn broer en ik zijn geboren in Szolnok, maar dat was omdat de zus van mijn vader er in het ziekenhuis werkte. Na Szarvas - een idyllische omgeving van riviertjes en bossen, een heerlijke plek om onbekommerd op te groeien - zijn we naar Debrecen verhuisd, omdat er betere middelbare scholen te vinden waren en omdat Dániel er een betere voetbalopleiding kon krijgen."

En Buffalo? Orsolya zucht, het was haar droom om in de VS te kunnen opgroeien, maar haar vader was verplicht om naar Hongarije terug te keren. Zo ging dat in de periode dat het communisme hoogtij vierde in Hongarije. Géza: "Ik mocht voor drie maanden naar Buffalo, maar dan wel op voorwaarde dat er iemand borg stond voor mij. Indien ik niet terugkeerde, zou die man achter de tralies verdwijnen. Dat waren de gangbare praktijken in die dagen. Omdat er anders te veel Hongaren het land verlieten en nooit meer terugkeerden."

Orsolya kent haar geschiedenis: "Er waren in die tijd veel Hongaren, vooral dokters, die het land uitvluchtten. In één weekend konden die mensen elders evenveel verdienen als op een hele maand in Hongarije. Logisch dat zij niet terugkeerden."

Géza: "Als profvoetballer mocht ik eigenlijk niet klagen, wij kregen nog tamelijk veel privileges ten opzichte van de gewone man in de straat."

Uiteindelijk sloot Géza in alle stilte zijn actieve voetballersloopbaan af bij het bescheiden Szarvas, waar hij nadien als trainer aan de slag ging. Tegenwoordig werkt hij als vertegenwoordiger van medicatie tegen diabetes. Een aandoening waar hij zelf mee kampt.

Angst voor de zwarte kat

Zijn vader mag dan de grootste invloed gehad hebben op Dániels sportieve evolutie, het is mama Annamaria die haar stempel drukte op de opvoeding van Orsolya en haar broer. Ze werkt al heel haar leven als milieu-inspectrice voor de Hongaarse overheid. "Ik bezoek bijvoorbeeld boerderijen om te zien hoe ze met hun dieren omgaan. Dierenbescherming en milieu liggen mij nauw aan het hart", vertelt ze.

Orsolya: "Dániel en ik zijn in die filosofie opgevoed. Altijd het licht uitdoen als we een kamer verlaten bijvoorbeeld. Of het afval sorteren. In Hongarije is dat niet de gewoonte, maar wij hebben dat altijd gedaan."

Annamaria: "Er is in Hongarije nog veel werk voor de boeg. Hongaren zijn niet zo milieubewust."

Orsolya: "Soms komt mama in tranen thuis van het werk. Als ze bijvoorbeeld weer zwaar mishandelde beesten heeft gezien. Ze wil dat niet laten merken, maar je ziet meteen dat ze gehuild heeft."

Niet toevallig is Dániel dus ook een groot dierenvriend. In een interview vertrouwde hij ons toe dat hij weleens met zijn echtgenote Zsanett ruziet over het doden van een mug of vlieg. Liever probeert hij de vermaledijde beestjes het huis uit te jagen, de natuur in. Er is maar één dier dat Dániel liever niet ziet: een zwarte kat.

Het hele gezin op de sofa voor me lacht uitbundig bij die anekdote. Orsolya: "Heeft Dániel dat echt verteld?! Hoe grappig, dat wisten we niet eens ... Maar het past helemaal in het plaatje, want onze pa kampt met hetzelfde probleem. Als die een zwarte kat ziet, verstijft hij van angst. Zo heeft hij hier eens in het midden van de nacht een halfuur stilgestaan op straat omdat hij niet voorbij een zwarte kat durfde lopen."

En Dániel blijkt nog een ander trekje met zijn vader gemeen te hebben: een talent voor organisatie. Orsolya: "Daar maken mama en ik ons weleens vrolijk over. Dániel en zijn vrouw Zsanett zijn echt altijd op en top voorbereid. Tot in het absurde toe. Papa is ook zo. Dániel lijkt erg op hem, maar papa was en is wel zijn grootste criticus. Hij volgt de competitiewedstrijden van Genk via livestream op de computer, na elke match bellen ze elkaar om de match te analyseren."

De regels van feng shui

Naast het milieu onderhoudt Annamaria nog een andere passie die van invloed is op het privéleven van haar zoon: feng shui. Ze studeerde deze Chinese filosofie aan een academie in Boedapest.

Annamaria: "Ik ben altijd geboeid geweest door esoterische vraagstukken. Feng shui is daar slechts een onderdeel van. Die leer draait rond het principe van energievlakken en symbolische waarden. De boeddhabeeldjes hier in huis bijvoorbeeld. Die moeten in een specifieke richting kijken, naar de deur toe. Het heeft te maken met het indelen van je huis volgens bepaalde schema's en richtlijnen. Feng shui brengt structuur, geld en geluk in je leven."

Orsolya: "Toen Dániel in Turkije speelde, bij Galatasaray, vond ze zijn huis zeer slecht ingericht en volgens haar was dat ook de reden waarom hij er zo weinig aan spelen toekwam."

Annamaria:"In zijn appartement in Istanboel had Dániel een neerwaartse trap in het midden van zijn leefruimte: zeer slecht. Dat symboliseert immers de neergang van iets. Zo bleek ook. Enkele weken na zijn aankomst in Turkije werd de trainer ontslagen die hem had gehaald, Fatih Terim, en kwam de Roemeen Gheorge Hagi in de plaats, die het niet begrepen had op Dániel."

Orsolya: "Sinds dat avontuur in Turkije heeft mama steeds de woonst van Dániel ingericht. Ook in Genk. Zsanett koopt het meubilair, maar ze laten mama overkomen naar België om de indeling te doen."

Annamaria: "Ik geloofde eerst zelf niet in dat soort dingen. Maar op een dag had ik op aanraden van iemand een Chinees muntstuk aan de deur gehangen, als een talisman. Een paar dagen later kon Dániel zijn eerst profcontract tekenen als voetballer. Zo is stilaan dat geloof gegroeid."

Géza, die de voorbije minuten opvallend stil bleef, moet iets bekennen: "Toen ik Annamaria pas kende, lachte ik er vaak mee. Maar gaandeweg merkte ik toch dat het hielp ... Dus geleidelijk sloop die overtuiging in ons leven binnen."

Orsolya grinnikt: "Het is zelfs zo ver gekomen dat heel wat ploegmaats van Dániel bij de nationale ploeg al aan mama gevraagd hebben om hen advies te geven bij de inrichting van hun huis."

Rondrit in Debrecen

Na het gesprek krijgen we nog het favoriete gerecht van Dániel voorgeschoteld: gepaneerde varkenslapjes met aardappelschijven en ajuinschilfers. "Als Daniel dat te weten komt, stikt hij van jaloezie", knipoogt Annamaria.

Een volle maag later nemen we afscheid. Terwijl we naar de trappenhal lopen, vertelt Annamaria nog een anekdote over de kleine Dániel. "Eén keer heb ik hem weten rebelleren: toen hij vijf jaar was. Hij was kwaad en wilde van huis weg. Dus pakte hij een bezemsteel en knoopte daar een zak aan vast. Met die steel over zijn schouder liep hij naar buiten. Ik liet hem doen. Vijf minuten later stond hij hier terug aan de deur." Ze glimlacht.

Voor het vallen van de avond gidst Orsolya ons nog door Debrecen. Eerst naar de school waar zij en haar broer hun opleiding genoten. "Dániel kreeg er als voetballer een aparte behandeling, hij mocht al eens een les overslaan als dat niet uitkwam met zijn voetbaltrainingen", geeft ze uitleg.

Eindigen doen we met het stadion van voetbalclub Debrecen. Daar waar Dániel als tiener zijn opleiding kreeg en het tot in de nationale jeugdelftallen schopte. Een stadion dat doet denken aan dat van een universiteitsteam in het American football, met zijn rood-wit geschilderde tribunes steunend op gammele stellingen. Orsolya schaamt zich een beetje om het armtierige zicht. Veel Hongaren kijken nog steeds op naar het 'rijke en moderne' West-Europa. Orsolya: "Maar wie weet keert Dániel ooit terug naar Debrecen, om hier zijn carrière af te sluiten ..."

DOOR MATTHIAS STOCKMANS - BEELDEN: IMAGEGLOBE

"Ik mocht drie maanden naar de VS om er te voetballen, maar enkel als er iemand borg stond voor mij." Vader Géza

D ániel Tözsér, de 26-jarige draaischijf van KRC Genk, is momenteel hot. Door Chelseacoach André Villas-Boas werd hij begin deze maand de hemel in geprezen na het 1-1-gelijkspel van de Blues op het veld van Genk. "De verdienste van Dániel Tözsér", verklaarde de Portugese topcoach. "Hij is een fantastische middenvelder. Hij dirigeerde het spel van Genk op een hoogstaande manier." Vervolgens betoonden Anderlecht en Club Brugge hun interesse voor de Hongaar, die na dit seizoen einde contract is bij de landskampioen. En om deze gelukzalige novembermaand helemaal kleur te geven werd Tözsér ook nog eens opgeroepen voor de oefenwedstrijden van de Hongaarse nationale ploeg tegen Liechtenstein en Polen. Het was alweer anderhalf jaar geleden dat hij dat shirt mocht aantrekken. Tot nu dus. In een rumoerig en met 28.000 dapperen gevuld Ferenc Puskásstadion in Boedapest - we konden ons plots wel iets voorstellen bij de gouden tijden van het Hongaarse voetbal in de jaren vijftig, toen Puskás en co stadions deden kolken met chauvinistisch gebrul - maakte Dániel Tözsér op vrijdag 11 november zijn opwachting in de nationale elf van Magyarország. 'De grote herkansing' titelden verschillende plaatselijke kranten vooraf. Tözsér werd in mei 2010 immers met alle zonden van Israël overladen na een 0-3-thuisnederlaag tegen Duitsland en kreeg sindsdien geen selectiebrief meer in de bus. De oefengalop tegen het weerloze Liechtenstein stond weliswaar in het teken van het overlijden van de Hongaarse voetballegende Florian Albert, maar toch was het iemand anders die de spotlights opeiste: Dániel Tözsér. Net zoals bij Genk was hij de metronoom voor de verdediging en zorgde hij met enkele gemeten dieptepasses voor de betere offensieve acties. In de 63e minuut kreeg de Genkenaar een verdiende applausvervanging. In de Hongaarse media werd Tözsér nadien tot man van de match gebombardeerd en prijkte hij op de cover van de meeste sportbladen. Een terugkeer door de grote poort. Wie zo mogelijk nog meer glunderde dan Dániel zelf, was zijn familie in de eretribune: moeder Annamaria (55), vader Géza (54) en zus Orsolya (29). Twee dagen na de gevierde rentree van Dániel ontvangt het drietal ons in thuishaven Debrecen, op ruim twee uur rijden van hoofdstad Boedapest. Twee uur cruisen doorheen de puszta, een dor steppegebied dat deel uitmaakt van de uitgestrekte Hongaarse laagvlakte. Enkel koeien en waterputten zorgen er voor wat reliëf in het landschap. Debrecen is een universiteitsstad van om en bij de 200.000 inwoners, na Boedapest de grootste stad van Hongarije. Orsolya, gediplomeerd advocate en vlot Engels sprekend, is onze tolk van dienst wanneer we Dániels ouders ontmoeten in hun bescheiden appartement in de periferie van Debrecen. "Gemakkelijk gevonden?", vraagt ze ons. We antwoorden bevestigend, daarbij verwijzend naar de naam van de straat om de hoek: Tözsér Utca. Nooit gedacht dat Dániel zo bekend was in Debrecen, merken we op. De familie Tözsér weet de kwinkslag wel te appreciëren en etaleert haar gastvrijheid met het aanrukken van plaatselijke lekkernijen en palinka, de typisch Hongaarse aperitiefdrank die een percentage alcohol tot 50 % bevat. Dat het Dániel momenteel voor de wind gaat, openen we het gesprek. Orsolya: "Die lovende woorden van Villas-Boas waren héél belangrijk. In Hongarije werd daar veel over gepraat. Als de coach van zo'n topclub zulke dingen zegt, betekent dat heel wat. Voor ons volk, maar ook voor Dániel zelf. Vooral in de gegeven omstandigheden, met zijn contract dat afloopt. Er is plots enorm veel interesse voor hem." Club Brugge en Anderlecht worden genoemd, maar een dergelijke transfer vindt vader Géza niet zinvol: "Ik zie het eerder als een keuze tussen het buitenland of verlengen bij Genk." Toch is Géza dol op ons land, zo blijkt al snel. Voor elke Champions Leaguewedstrijd zakt hij naar Genk af - soms met de wagen - en logeert hij twee of drie dagen bij zijn zoon. "Ik voel mij echt thuis in België", beweert Géza. "Ik kom er tot rust." Géza was zelf voetballer op het hoogste niveau. Hij speelde lange tijd bij de Hongaarse eersteklasser Diósgyör VTK (waar momenteel Tibor Tisza, ex-Antwerp en ex-STVV, actief is) en later drie maanden in de VS bij Buffalo. Hij heette een technisch begaafde centrale middenvelder te zijn, eentje die het vooral van zijn passing en zijn kwaliteiten op stilstaande fases moest hebben. "Net zoals Dániel", merkt hij zelf op. "Met mijn vrije trappen scoorde ik gemiddeld toch zes tot acht doelpunten per seizoen. Alleen was ik rechtsvoetig terwijl Dániel linksvoetig is, zoals zijn grootvader." "Papa had een grote invloed op Dániel als voetballer", valt Orsolya in. "Het eerste dat Dániel zag, was een voetbal. Papa was na zijn actieve voetbalcarrière trainer in Szarvas, hij nam Dániel altijd mee naar de club." "De trainersloopbaan van papa was de reden waarom we in Szarvas gaan wonen zijn", gaat ze verder. "Mijn broer en ik zijn geboren in Szolnok, maar dat was omdat de zus van mijn vader er in het ziekenhuis werkte. Na Szarvas - een idyllische omgeving van riviertjes en bossen, een heerlijke plek om onbekommerd op te groeien - zijn we naar Debrecen verhuisd, omdat er betere middelbare scholen te vinden waren en omdat Dániel er een betere voetbalopleiding kon krijgen." En Buffalo? Orsolya zucht, het was haar droom om in de VS te kunnen opgroeien, maar haar vader was verplicht om naar Hongarije terug te keren. Zo ging dat in de periode dat het communisme hoogtij vierde in Hongarije. Géza: "Ik mocht voor drie maanden naar Buffalo, maar dan wel op voorwaarde dat er iemand borg stond voor mij. Indien ik niet terugkeerde, zou die man achter de tralies verdwijnen. Dat waren de gangbare praktijken in die dagen. Omdat er anders te veel Hongaren het land verlieten en nooit meer terugkeerden." Orsolya kent haar geschiedenis: "Er waren in die tijd veel Hongaren, vooral dokters, die het land uitvluchtten. In één weekend konden die mensen elders evenveel verdienen als op een hele maand in Hongarije. Logisch dat zij niet terugkeerden." Géza: "Als profvoetballer mocht ik eigenlijk niet klagen, wij kregen nog tamelijk veel privileges ten opzichte van de gewone man in de straat." Uiteindelijk sloot Géza in alle stilte zijn actieve voetballersloopbaan af bij het bescheiden Szarvas, waar hij nadien als trainer aan de slag ging. Tegenwoordig werkt hij als vertegenwoordiger van medicatie tegen diabetes. Een aandoening waar hij zelf mee kampt. Zijn vader mag dan de grootste invloed gehad hebben op Dániels sportieve evolutie, het is mama Annamaria die haar stempel drukte op de opvoeding van Orsolya en haar broer. Ze werkt al heel haar leven als milieu-inspectrice voor de Hongaarse overheid. "Ik bezoek bijvoorbeeld boerderijen om te zien hoe ze met hun dieren omgaan. Dierenbescherming en milieu liggen mij nauw aan het hart", vertelt ze. Orsolya: "Dániel en ik zijn in die filosofie opgevoed. Altijd het licht uitdoen als we een kamer verlaten bijvoorbeeld. Of het afval sorteren. In Hongarije is dat niet de gewoonte, maar wij hebben dat altijd gedaan." Annamaria: "Er is in Hongarije nog veel werk voor de boeg. Hongaren zijn niet zo milieubewust." Orsolya: "Soms komt mama in tranen thuis van het werk. Als ze bijvoorbeeld weer zwaar mishandelde beesten heeft gezien. Ze wil dat niet laten merken, maar je ziet meteen dat ze gehuild heeft." Niet toevallig is Dániel dus ook een groot dierenvriend. In een interview vertrouwde hij ons toe dat hij weleens met zijn echtgenote Zsanett ruziet over het doden van een mug of vlieg. Liever probeert hij de vermaledijde beestjes het huis uit te jagen, de natuur in. Er is maar één dier dat Dániel liever niet ziet: een zwarte kat. Het hele gezin op de sofa voor me lacht uitbundig bij die anekdote. Orsolya: "Heeft Dániel dat echt verteld?! Hoe grappig, dat wisten we niet eens ... Maar het past helemaal in het plaatje, want onze pa kampt met hetzelfde probleem. Als die een zwarte kat ziet, verstijft hij van angst. Zo heeft hij hier eens in het midden van de nacht een halfuur stilgestaan op straat omdat hij niet voorbij een zwarte kat durfde lopen." En Dániel blijkt nog een ander trekje met zijn vader gemeen te hebben: een talent voor organisatie. Orsolya: "Daar maken mama en ik ons weleens vrolijk over. Dániel en zijn vrouw Zsanett zijn echt altijd op en top voorbereid. Tot in het absurde toe. Papa is ook zo. Dániel lijkt erg op hem, maar papa was en is wel zijn grootste criticus. Hij volgt de competitiewedstrijden van Genk via livestream op de computer, na elke match bellen ze elkaar om de match te analyseren." Naast het milieu onderhoudt Annamaria nog een andere passie die van invloed is op het privéleven van haar zoon: feng shui. Ze studeerde deze Chinese filosofie aan een academie in Boedapest. Annamaria: "Ik ben altijd geboeid geweest door esoterische vraagstukken. Feng shui is daar slechts een onderdeel van. Die leer draait rond het principe van energievlakken en symbolische waarden. De boeddhabeeldjes hier in huis bijvoorbeeld. Die moeten in een specifieke richting kijken, naar de deur toe. Het heeft te maken met het indelen van je huis volgens bepaalde schema's en richtlijnen. Feng shui brengt structuur, geld en geluk in je leven." Orsolya: "Toen Dániel in Turkije speelde, bij Galatasaray, vond ze zijn huis zeer slecht ingericht en volgens haar was dat ook de reden waarom hij er zo weinig aan spelen toekwam." Annamaria:"In zijn appartement in Istanboel had Dániel een neerwaartse trap in het midden van zijn leefruimte: zeer slecht. Dat symboliseert immers de neergang van iets. Zo bleek ook. Enkele weken na zijn aankomst in Turkije werd de trainer ontslagen die hem had gehaald, Fatih Terim, en kwam de Roemeen Gheorge Hagi in de plaats, die het niet begrepen had op Dániel." Orsolya: "Sinds dat avontuur in Turkije heeft mama steeds de woonst van Dániel ingericht. Ook in Genk. Zsanett koopt het meubilair, maar ze laten mama overkomen naar België om de indeling te doen." Annamaria: "Ik geloofde eerst zelf niet in dat soort dingen. Maar op een dag had ik op aanraden van iemand een Chinees muntstuk aan de deur gehangen, als een talisman. Een paar dagen later kon Dániel zijn eerst profcontract tekenen als voetballer. Zo is stilaan dat geloof gegroeid." Géza, die de voorbije minuten opvallend stil bleef, moet iets bekennen: "Toen ik Annamaria pas kende, lachte ik er vaak mee. Maar gaandeweg merkte ik toch dat het hielp ... Dus geleidelijk sloop die overtuiging in ons leven binnen." Orsolya grinnikt: "Het is zelfs zo ver gekomen dat heel wat ploegmaats van Dániel bij de nationale ploeg al aan mama gevraagd hebben om hen advies te geven bij de inrichting van hun huis." Na het gesprek krijgen we nog het favoriete gerecht van Dániel voorgeschoteld: gepaneerde varkenslapjes met aardappelschijven en ajuinschilfers. "Als Daniel dat te weten komt, stikt hij van jaloezie", knipoogt Annamaria. Een volle maag later nemen we afscheid. Terwijl we naar de trappenhal lopen, vertelt Annamaria nog een anekdote over de kleine Dániel. "Eén keer heb ik hem weten rebelleren: toen hij vijf jaar was. Hij was kwaad en wilde van huis weg. Dus pakte hij een bezemsteel en knoopte daar een zak aan vast. Met die steel over zijn schouder liep hij naar buiten. Ik liet hem doen. Vijf minuten later stond hij hier terug aan de deur." Ze glimlacht. Voor het vallen van de avond gidst Orsolya ons nog door Debrecen. Eerst naar de school waar zij en haar broer hun opleiding genoten. "Dániel kreeg er als voetballer een aparte behandeling, hij mocht al eens een les overslaan als dat niet uitkwam met zijn voetbaltrainingen", geeft ze uitleg. Eindigen doen we met het stadion van voetbalclub Debrecen. Daar waar Dániel als tiener zijn opleiding kreeg en het tot in de nationale jeugdelftallen schopte. Een stadion dat doet denken aan dat van een universiteitsteam in het American football, met zijn rood-wit geschilderde tribunes steunend op gammele stellingen. Orsolya schaamt zich een beetje om het armtierige zicht. Veel Hongaren kijken nog steeds op naar het 'rijke en moderne' West-Europa. Orsolya: "Maar wie weet keert Dániel ooit terug naar Debrecen, om hier zijn carrière af te sluiten ..." DOOR MATTHIAS STOCKMANS - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Ik mocht drie maanden naar de VS om er te voetballen, maar enkel als er iemand borg stond voor mij." Vader Géza