Go Pass Brabant-Lennik beschikt dit seizoen misschien wel over het sterkste middenduo in de ereklasse. Met de Roemeen Cornel Soica, haalde het deze zomer bij de Franse topploeg Poitiers, een oude bekende in huis. Zijn complement in het midden, Ralph Bergmann (31), maakte de afgelopen twee seizoenen in Lennik al een enorme progressie en behoorde ook tijdens de eerste competitiefase van deze jaargang bijna wekelijks tot de uitblinkers.
...

Go Pass Brabant-Lennik beschikt dit seizoen misschien wel over het sterkste middenduo in de ereklasse. Met de Roemeen Cornel Soica, haalde het deze zomer bij de Franse topploeg Poitiers, een oude bekende in huis. Zijn complement in het midden, Ralph Bergmann (31), maakte de afgelopen twee seizoenen in Lennik al een enorme progressie en behoorde ook tijdens de eerste competitiefase van deze jaargang bijna wekelijks tot de uitblinkers. Een week voor zijn veertiende verjaardag liep Bergmann een dubbele beenbreuk op bij het voetballen. Dan maar volleyballen, dacht hij - "eigenlijk was ik ook te groot om het in het voetbal te maken" - en bovendien speelde ook zijn vijf jaar oudere broer volleybal. "Ik speelde nooit in de jeugdreeksen, omdat we bij Schledehausen met te weinig jongeren waren." In 1988 verhuisde Bergmann voor het eerst naar een ereklasser, bij Paderbon, dat tot begin jaren tachtig in Duitsland aan de top speelde. "In de drie jaar dat ik er volleybalde, slaagden we erin niet te degraderen, toen een echt succes voor het team." Bergmann was te goed om tegen de degradatie te vechten en dat was ook Moers niet ontgaan. Drie seizoenen bij de club in het westen van Duitsland brachten hem een titel en een beker op. "Het eerste jaar speelden we in de Final Four van de CEV-Cup onder meer tegen Torhout. We klopten Torhout in eigen zaal in de wedstrijd voor de derde plaats." Aan het tweede jaar in Moers houdt hij niet zo'n goede herinneringen over. "In december werd ik getroffen door een Schlaganfall, een beroerte. Niemand wist precies hoe het kwam dat een tweeëntwintigjarige man een beroerte kreeg, maar gelukkig ben ik het volledig te boven gekomen en heb ik er nadien geen last meer van ondervonden. Gewoon elke dag een aspirine nemen, volstaat om een normaal leven te leiden." Na een jaartje Nordersteht - "niet meteen mijn beste ervaring, want we werden er niet correct uitbetaald" - volgde Wuppertal, opnieuw voor drie seizoenen. "Het tweede seizoen daar was mijn succesvolste tot nu toe. We werden kampioen en eindigden als tweede in de Final Four van de CEV-Cup in Piraeus." Op zijn zeventwintigste sprong Bergmann in zijn eerste buitenlandse avontuur : het Portugese Castello da Maia. " I had a really nice time there. Sommige mensen waarschuwden me dat er in Portugal niet correct zou betaald worden, maar in mijn geval was dat zeker niet waar. Het was een heel toffe ervaring : aangenaam weer en een mooie omgeving, Castello ligt vlak bij Porto. Ook sportief had ik niet te klagen. We werden tweede in het kampioenschap, speelden de bekerfinale en misten slechts nipt de Europese Final Four. Het bestuur belde me trouwens onlangs voor wat informatie over Roeselare, waarmee ze in dezelfde poule zitten in de Top Teams Cup. Ik hoop dat ik de wedstrijd in Roeselare kan gaan bekijken. Het valt wel af te wachten of dat lukt, want de wedstrijd wordt pas in januari gespeeld en dan moeten wij ook Europees aantreden." In december speelt Bergmann met Lennik het toernooi van Almelo als voorbereiding op die Europese campagne. Daar, in Almelo, legde Lennik drie jaar geleden ook de eerste contacten toen het tegen Castello da Maia speelde. Door zijn internationale ervaring kende Bergmann het Belgische vollebal al vrij goed. "Met Moers speelden we geregeld oefenwedstrijden tegen Maaseik. Ik lag toen altijd overhoop met Frederik Delanghe. Vooral ook in een EK-kwalificatiewedstrijd die we met het nationale team speelden tegen België in 1997. We schelden elkaar constant uit, maar sinds we samenspelen zijn we goeie vrienden geworden." Echte vrienden buiten het volleybal heeft hij niet in België, zegt Bergmann. "Dat is vaak het probleem van buitenlandse sporters. Je moet je leven naast de sport ook organiseren. Heel wat mensen denken dat wij een luizenleven leiden. Ik geef toe dat dit een fijn leven is, dat ik niet zou willen inruilen voor een ander, maar zo gemakkelijk is het ook niet. De meeste spelers hebben een gezin en trekken na de trainingen gewoon naar huis. Als buitenlander is het moeilijk om ook nog een privéleven op te bouwen naast het volleybal. Elk weekend moet je spelen en ook tussen Kerstmis en nieuwjaar staan er wedstrijden op het programma. Let op, het is niet mijn bedoeling om aan de klaagmuur te gaan staan. It's a nice live, but it's a difficult live." Het meest van al mist Bergmann zijn dochter, die bij haar moeder woont in Duitsland. "Ik zie mijn dochter minder dan ik zou willen, dat klopt. ( Denkt na) Weet je, ik ben eenendertig nu, het is niet altijd even aangenaam om alleen te zijn. Ik besef anderzijds dat het niet gemakkelijk moet zijn om een relatie te hebben met een professionele sporter. Je moet werken in het weekend, je kunt niet kiezen wanneer je met vakantie gaat : het is niet zoals de meeste andere mensen die vijf dagen in de week gaan werken en twee dagen vrij zijn. Ik begrijp dat niet iedere partner zich dergelijke opofferingen kan getroosten. Maar laat ons erover zwijgen, dat is een ander verhaal." Het volleybal dan maar. Lennik moest bij het begin van de competitie onmiddellijk drie toppers spelen, waarvan het er maar één won. Even slikken voor een ploeg die absoluut een prijs wil pakken. "Niet echt, hoor. We moesten twee nieuwe spelers inpassen en je weet dat zoiets een tijdje duurt. Daarbij kwam nog dat ik pas laat bij de groep aansloot wegens het EK." En dat Ben Croes geblesseerd was. "Ook al, maar Brecht ( Van Keckhove, nvdr) heeft hem uitstekend vervangen. Na de winst op de openingsspeeldag tegen Menen, dat hier zonder druk kon komen spelen, verloren we weliswaar met 3-0 bij Everbeur, maar het verschil in elke set was bijzonder klein. "Tegen Roeselare hadden we zelfs met 3-0 moeten winnen. Die nederlaag lag heel zwaar op mijn maag. Maar, zoals ik zei, moesten we elkaar in het begin nog vinden, de hiërarchie op het veld moest nog bepaald worden. Het is ook minder erg in het volleybal dat je in het begin een keer meer verliest, als je maar op het einde van het seizoen kan winnen."Na twee jaar onder Jan De Brandt, kreeg hij dit seizoen Andrej Urnaut als trainer. Hoe anders is het werken onder Urnaut ? "Qua training is er niet zo veel verschil. Maar Andrej is een goede motivator, die zijn team op sleeptouw neemt. Niet dat Jan dat niet kon, maar het vuur was er een beetje uit. Dit seizoen is iedereen uitermate gemotiveerd, we weten dat het tijd is om te oogsten." Bergmann weet dat de druk groot is. "Maar ook voor Roeselare en Maaseik geldt dat. Roeselare speelt nagenoeg met hetzelfde team als vorig jaar en ik lees dat het bestuur vindt dat ze sterker geworden zijn - ik ben daar nog niet zo zeker van. Maaseik is het aan zijn status evenzeer verplicht om een prijs te pakken." Lennik is wel beter gewapend om de strijd aan te binden met de toptwee, weet ook Bergmann. "We zijn sterker, denk ik. We vormen een goed team, in de letterlijke zin van het woord en ook individueel beschikken we over heel wat talent. Cornel was een van de beste middenmannen van Frankrijk en Dragan Svetozarevic kan bij om het even welke ploeg iets extra's brengen. Maar als ik zou zeggen dat het alleen aan de nieuwe opposite ligt dat we sterker zijn, zou ik mezelf niet goed verkopen. ( lacht)." Vorig jaar werd Bergmann in Lennik inderdaad vaak als opposite uitgespeeld, met de komst van Dragan Svetozarevic moet hij zich enkel nog op het midden concentreren. "Liefst van al zou ik willen switchen. Ik bedoel : als opposite aantreden naast een middenman die ook aan de buitenkant kan spelen. Van vorming ben ik eigenlijk hoofdaanvaller, maar ik heb er geen problemen mee me naar de wil van de coach te schikken. Bij Moers volleybalde ik in principe ook in het midden, maar Grözer was geregeld geblesseerd, waardoor ik vaak als opposite speelde." Vorig jaar lag voor velen het verschil tussen Maaseik en Roeselare bij het middencompartiment. Lennik lijkt dit seizoen vooralsnog het sterkst van allemaal in het midden, maar een doorslaggevende factor is dat niet, vindt Bergmann. "Zeker met het huidige rallypointsysteem zijn opslag en receptie het allerbelangrijkste." De relatief hoge leeftijd van Lennik ziet Bergmann als een troef en zeker niet als een handicap. "We hebben weliswaar niet de tijd om te groeien. Het is nu dat deze ploeg moet presteren, maar iedereen is op het toppunt van zijn kunnen. Het moet dus kunnen. Blessures ? Steve Roelandt is drieëntwintig en blesseerde zich ook zwaar. Iedereen kan een blessure oplopen, ouderdom heeft daar volgens mij weinig mee te maken." Hoeveel kans geeft hij zijn ploeg dat de zo gegeerde prijs wordt gehaald ? "Het is te vroeg om daar iets over te zeggen. Zowel in de beker als in het kampioenschap zullen we de te verwachten tegenstanders kruisen. Belangrijk zal zijn dat we in eigen zaal de wedstrijden kunnen winnen."Een zaal waar dit seizoen ook een pak meer sfeer is dan voorheen. "Toen ik hier aankwam, was het net alsof we voor een operapubliek speelden. Gelukkig veranderde dat, want ik haat het als het stil is. Daarom hang ik wel eens de clown uit om de mensen wat aan te sporen. Ik heb graag dat er sfeer is in de zaal : liever nog een vijandige sfeer van de supporters van de tegenstander dan helemaal geen sfeer."door Roel Van den broeck