Het is kort voor middernacht, nog net geen 15 mei, wanneer de spelersbus de Olympialaan in draait. Club Brugge is enkele uren ervoor op het veld van Standard voor de vijftiende keer landskampioen geworden en voor het stadion staan duizenden fans te wachten. Op weg naar het geïmproviseerde podium, begeleid door het obligate We Are The Champions en You'll Never Walk Alone, worden de 'helden' bijna doodgeknuffeld. Wanneer Ruud Vormer en Ivan Leko de kampioenentrofee in de lucht hijsen, huppelt ook Jelle Vossen (29) vrolijk mee op de deuntjes van de dj. Boven het podium staat de slogan BluvnGoan. Een symbolisch beeld. Nooit opgeven, zelfs niet in een seizoen waarin Vossen derde viool speelde.

De Limburgse spits, die met een enkelblessure een tijdje out was, startte in 40 wedstrijden amper 11 keer in de basis. Véél minder dan in zijn eerste twee seizoenen in Brugge, toen hij achtereenvolgens 19 en 30 keer aan de aftrap van een competitiematch stond. Geslachtofferd na het debacle in Athene, toen de nieuwe T1 definitief voor een 3-5-2 koos. Daarin was de pikorde duidelijk: een diepe spits die oorlog maakt en de bal kan bijhouden ( Wesley) en een snelle en vinnige aanvaller ( Abdoulay Diaby) die voor diepgang zorgt. Hij had "veel zitten mokken en veel opgekropt". Maar, gaf hij toe: "De ploeg draaide goed. Veel kon ik niet zeggen. En de kansen die ik kreeg, heb ik niet altijd gegrepen." Conclusie: "Weinig op mijn best gespeeld."

Het zou een seizoen worden om zo snel mogelijk te vergeten, tot hij een paar dagen na de pijnlijke 1-2 tegen Anderlecht de titelhoop van een twijfelend Club in Charleroi nieuw leven inblies. Hij kwam een halfuur voor tijd, bij een 1-1-stand, in het veld, schoof een assist voor de voeten van Hans Vanaken en kopte even later de beslissende 1-3 over Nicolas Penneteau, na vijf strafschoppen zijn eerste veldgoal in de competitie. Een week erna tekende hij op Sclessin, kort voor de rust, voor de gelijkmaker, een doelpunt dat uiteindelijk de titelstrijd besliste. "Die matchen hebben heel veel goedgemaakt", vertelde hij de dag erna in Extra Time. "De laatste weken voelde ik me heel goed. Dat zag je ook in Charleroi. Daar speelde ik zonder stress."

Het "minste" seizoen

Eenzaam is de spits die niet (veel) scoort. Vorig seizoen in alle competities samen 9 goals, precies de helft van het seizoen ervoor. In zijn eerste jaar in het Jan Breydelstadion (2015/16) had de Limburger met 16 doelpunten de Brugse harten veroverd, al begon hij in de 4-3-3 van Michel Preud'homme ook in dát kampioenenseizoen in meer dan helft van de wedstrijden op de bank.

Hij was, na een kort avontuur in Burnley, nieuw in Brugge en kreeg in zijn eerste gesprek met de Luikenaar al meteen te horen dat hij "een moeilijk geval" was: geen diepe spits, maar ook geen middenvelder. Eerder een tweede spits, die bij balverlies de verdedigende middenvelder mee moest afstoppen en in balbezit mocht infiltreren. Dat Preud'homme voor een 4-3-3 koos, was een probleem: ofwel moest hij meer middenvelder worden, ofwel meer spits. De T1 besliste zelf: Vossen moest mikken op die ene diepste positie, al had Diaby ook toen een streepje voor. De kansen die hij kreeg, greep hij met twee handen: 14 goals - vaak beslissende - in de competitie, slechts 2 minder dan de Malinese Clubtopschutter, die veel meer minuten had gekregen.

Vossen was, zag ook MPH, tijdens zijn uitleenbeurt aan Middlesbrough in het bikkelharde Championship een andere voetballer geworden. Niet meer de speler die wachtte tot de diepste spits de gaten trok en dan toesloeg, zoals in Genk, maar een aanvaller die zelf ook voor diepgang kon zorgen. "Ik speelde er tegen beren van verdedigers, waardoor ik mijn lichaam anders moest leren te gebruiken", legde hij in Humo uit. "Ik heb niet de lengte en de kracht om het duel aan te gaan. Dan zoek je naar oplossingen. Die ervaring en slimheid heb ik in Engeland opgedaan."

Het seizoen erna draaide Preud'homme de rollen om, de Limburger bedankte met 18 doelpunten en 8 assists. Onder de nieuwe T1 trok hij die lijn in de eerste vier competitiewedstrijden - in een 4-3-3 - door (1 assist, 3 strafschoppen), maar door de nieuwe veldbezetting én de doorbraak van Wesley werd het zijn "minste seizoen" sinds hij in november 2006 bij KRC Genk debuteerde.

Maar aan vertrekken dacht hij niet. Het seizoen met Middlesbrough, waarmee hij net niet naar de Premier League promoveerde, was op alle vlakken een voltreffer, maar de twee maanden in Burnley hadden er stevig ingehakt. Het plaatje leek nochtans te kloppen: manager Sean Dyche wilde hem, de club had de ambitie om opnieuw te promoveren en had meer dan 3 miljoen euro betaald aan Genk, waar hij in de voorbereiding een paar keer had meegetraind. Het voelde niet honderd procent goed, maar hij wilde het tóch proberen. Tegen beter weten in. Na twee ellendige maanden, zowel sportief als privé, was het voorstel van Club een godsgeschenk. En hij had een belangrijke les geleerd: nooit zou hij nog iets doen dat tegen zijn gevoel ingaat. "Ik zal niet snel nog verlangen naar méér: ik ben gelukkig met wat ik heb."

Dat is: twee titels met Club, straks opnieuw Champions Leaguevoetbal en het gevoel dat hij ook in een voor hem mentaal moeilijk seizoen belangrijk kon zijn. De balans na drie seizoenen was trouwens niet verkeerd: 46 goals, meer dan Diaby (36) en Wesley (24). En hij is populair in Brugge. Dat bleek ook op de viering op de Brugse Markt, waar tienduizenden supporters minutenlang "Jelle, Jelle, Jelle..." kweelden. De vraag "Vind jij dat Club Brugge Jelle Vossen moet houden?" werd op de website Voetbal24 door 82 procent van de stemmers positief beantwoord.

Ander profiel

Ivan Leko had lessen getrokken uit de voorbereiding van vorig seizoen, toen hij enkele spelers die wilden vertrekken - onder wie Björn Engels - toch bij de kern hield en zelfs opstelde. "We zijn slimmer geworden", klonk het in de aanloop naar de supercup. "We hebben een duidelijk plan opgesteld en weten wie daarin mee wil gaan en wie niet." Wesley, die al enkele weken aan Lazio werd gelinkt, zat wél nog met het hoofd in Brugge en bleef welkom op de training, maar op spelers die absoluut wilden vertrekken - Anthony Limbombe en Diaby - rekende hij niet meer. Dat was goed nieuws voor Vossen, die in de ruimte rond de balvaste en sterke Wesley mocht zwerven. In de competitieopener tegen Eupen scoorde de Braziliaan twee keer, Vossen schoof er drie - waaronder twee strafschoppen - voorbij Hendrik Van Crombrugge.

Ook in Moeskroen had de spits uit Bilzen zijn statistieken kunnen oppoetsen, maar na de elleboogstoot van Wesley was het met tien man vooral zwoegen. Twee keer oog in oog met Olivier Werner - vintage kansen voor een koele afwerker - twee keer net niet. Het was geen gespreksonderwerp, want Club won. Wel aan de orde: hoe zou blauw-zwart de lange schorsing van Wesley opvangen? Niet vanzelfsprekend, want in de kern beantwoordt niemand aan het profiel van de Braziliaan.

Emmanuel Dennis leek de logische vervanger. Vorig seizoen vijf keer gescoord in zijn eerste vijf wedstrijden, maar daarna net iets te veel het mannetje. En Leko heeft een voorkeur voor een vlotte balcirculatie en spelers die de ruimtes goed benutten. Jongens die een wedstrijd beslissen met een flits kunnen nuttig zijn, maar maken geen deel uit van zijn globaal strijdplan. "Individuele kwaliteit heb je nodig om matchen te winnen, maar een sterk collectief haalt het altijd op de middellange termijn", zei de T1 in de aanloop naar de thuismatch tegen KV Kortrijk.

Dus Siebe Schrijvers (22) in plaats van Dennis (20) en de nog jongere Loïs Openda (18). De Limburger past in de filosofie van Leko: verstandige looplijnen, scorend vermogen, polyvalent en een teamspeler die veel meters voor zijn ploegmaats maakt. Soms té veel, als dat een nadeel mag zijn. Leko had de rollen omgedraaid - Vossen diep, Schrijvers in de rug - maar een waardemeter was de wedstrijd niet, nadat Arnaut Danjuma de match met twee goals na amper acht minuten in een beslissende plooi had gelegd. De eerste op assist van Mats Rits, de absolute uitblinker vrijdagavond, en de tweede na een afleggertje van Vossen, die zijn ploegmaats er voortdurend aan herinnerde dat hij langs de grond aangespeeld moest worden. 1m80 en geen Braziliaanse 1m91...

Schrijvers liet zich ver terugzakken, maar profiteerde na de rust van de ruimte en trapte na een individuele actie de 3-0 binnen. Na 80 minuten mocht Vossen, begeleid door "Jelle, Jelle, Jelle...", naar de kant. Gewroet en gevochten, zoals altijd. De coach bedankte met een high five. Volgende week wacht de Bosuil. Wéér knokken. Maar: BluvnGoan.

Het is kort voor middernacht, nog net geen 15 mei, wanneer de spelersbus de Olympialaan in draait. Club Brugge is enkele uren ervoor op het veld van Standard voor de vijftiende keer landskampioen geworden en voor het stadion staan duizenden fans te wachten. Op weg naar het geïmproviseerde podium, begeleid door het obligate We Are The Champions en You'll Never Walk Alone, worden de 'helden' bijna doodgeknuffeld. Wanneer Ruud Vormer en Ivan Leko de kampioenentrofee in de lucht hijsen, huppelt ook Jelle Vossen (29) vrolijk mee op de deuntjes van de dj. Boven het podium staat de slogan BluvnGoan. Een symbolisch beeld. Nooit opgeven, zelfs niet in een seizoen waarin Vossen derde viool speelde. De Limburgse spits, die met een enkelblessure een tijdje out was, startte in 40 wedstrijden amper 11 keer in de basis. Véél minder dan in zijn eerste twee seizoenen in Brugge, toen hij achtereenvolgens 19 en 30 keer aan de aftrap van een competitiematch stond. Geslachtofferd na het debacle in Athene, toen de nieuwe T1 definitief voor een 3-5-2 koos. Daarin was de pikorde duidelijk: een diepe spits die oorlog maakt en de bal kan bijhouden ( Wesley) en een snelle en vinnige aanvaller ( Abdoulay Diaby) die voor diepgang zorgt. Hij had "veel zitten mokken en veel opgekropt". Maar, gaf hij toe: "De ploeg draaide goed. Veel kon ik niet zeggen. En de kansen die ik kreeg, heb ik niet altijd gegrepen." Conclusie: "Weinig op mijn best gespeeld." Het zou een seizoen worden om zo snel mogelijk te vergeten, tot hij een paar dagen na de pijnlijke 1-2 tegen Anderlecht de titelhoop van een twijfelend Club in Charleroi nieuw leven inblies. Hij kwam een halfuur voor tijd, bij een 1-1-stand, in het veld, schoof een assist voor de voeten van Hans Vanaken en kopte even later de beslissende 1-3 over Nicolas Penneteau, na vijf strafschoppen zijn eerste veldgoal in de competitie. Een week erna tekende hij op Sclessin, kort voor de rust, voor de gelijkmaker, een doelpunt dat uiteindelijk de titelstrijd besliste. "Die matchen hebben heel veel goedgemaakt", vertelde hij de dag erna in Extra Time. "De laatste weken voelde ik me heel goed. Dat zag je ook in Charleroi. Daar speelde ik zonder stress." Eenzaam is de spits die niet (veel) scoort. Vorig seizoen in alle competities samen 9 goals, precies de helft van het seizoen ervoor. In zijn eerste jaar in het Jan Breydelstadion (2015/16) had de Limburger met 16 doelpunten de Brugse harten veroverd, al begon hij in de 4-3-3 van Michel Preud'homme ook in dát kampioenenseizoen in meer dan helft van de wedstrijden op de bank. Hij was, na een kort avontuur in Burnley, nieuw in Brugge en kreeg in zijn eerste gesprek met de Luikenaar al meteen te horen dat hij "een moeilijk geval" was: geen diepe spits, maar ook geen middenvelder. Eerder een tweede spits, die bij balverlies de verdedigende middenvelder mee moest afstoppen en in balbezit mocht infiltreren. Dat Preud'homme voor een 4-3-3 koos, was een probleem: ofwel moest hij meer middenvelder worden, ofwel meer spits. De T1 besliste zelf: Vossen moest mikken op die ene diepste positie, al had Diaby ook toen een streepje voor. De kansen die hij kreeg, greep hij met twee handen: 14 goals - vaak beslissende - in de competitie, slechts 2 minder dan de Malinese Clubtopschutter, die veel meer minuten had gekregen. Vossen was, zag ook MPH, tijdens zijn uitleenbeurt aan Middlesbrough in het bikkelharde Championship een andere voetballer geworden. Niet meer de speler die wachtte tot de diepste spits de gaten trok en dan toesloeg, zoals in Genk, maar een aanvaller die zelf ook voor diepgang kon zorgen. "Ik speelde er tegen beren van verdedigers, waardoor ik mijn lichaam anders moest leren te gebruiken", legde hij in Humo uit. "Ik heb niet de lengte en de kracht om het duel aan te gaan. Dan zoek je naar oplossingen. Die ervaring en slimheid heb ik in Engeland opgedaan." Het seizoen erna draaide Preud'homme de rollen om, de Limburger bedankte met 18 doelpunten en 8 assists. Onder de nieuwe T1 trok hij die lijn in de eerste vier competitiewedstrijden - in een 4-3-3 - door (1 assist, 3 strafschoppen), maar door de nieuwe veldbezetting én de doorbraak van Wesley werd het zijn "minste seizoen" sinds hij in november 2006 bij KRC Genk debuteerde. Maar aan vertrekken dacht hij niet. Het seizoen met Middlesbrough, waarmee hij net niet naar de Premier League promoveerde, was op alle vlakken een voltreffer, maar de twee maanden in Burnley hadden er stevig ingehakt. Het plaatje leek nochtans te kloppen: manager Sean Dyche wilde hem, de club had de ambitie om opnieuw te promoveren en had meer dan 3 miljoen euro betaald aan Genk, waar hij in de voorbereiding een paar keer had meegetraind. Het voelde niet honderd procent goed, maar hij wilde het tóch proberen. Tegen beter weten in. Na twee ellendige maanden, zowel sportief als privé, was het voorstel van Club een godsgeschenk. En hij had een belangrijke les geleerd: nooit zou hij nog iets doen dat tegen zijn gevoel ingaat. "Ik zal niet snel nog verlangen naar méér: ik ben gelukkig met wat ik heb." Dat is: twee titels met Club, straks opnieuw Champions Leaguevoetbal en het gevoel dat hij ook in een voor hem mentaal moeilijk seizoen belangrijk kon zijn. De balans na drie seizoenen was trouwens niet verkeerd: 46 goals, meer dan Diaby (36) en Wesley (24). En hij is populair in Brugge. Dat bleek ook op de viering op de Brugse Markt, waar tienduizenden supporters minutenlang "Jelle, Jelle, Jelle..." kweelden. De vraag "Vind jij dat Club Brugge Jelle Vossen moet houden?" werd op de website Voetbal24 door 82 procent van de stemmers positief beantwoord. Ivan Leko had lessen getrokken uit de voorbereiding van vorig seizoen, toen hij enkele spelers die wilden vertrekken - onder wie Björn Engels - toch bij de kern hield en zelfs opstelde. "We zijn slimmer geworden", klonk het in de aanloop naar de supercup. "We hebben een duidelijk plan opgesteld en weten wie daarin mee wil gaan en wie niet." Wesley, die al enkele weken aan Lazio werd gelinkt, zat wél nog met het hoofd in Brugge en bleef welkom op de training, maar op spelers die absoluut wilden vertrekken - Anthony Limbombe en Diaby - rekende hij niet meer. Dat was goed nieuws voor Vossen, die in de ruimte rond de balvaste en sterke Wesley mocht zwerven. In de competitieopener tegen Eupen scoorde de Braziliaan twee keer, Vossen schoof er drie - waaronder twee strafschoppen - voorbij Hendrik Van Crombrugge. Ook in Moeskroen had de spits uit Bilzen zijn statistieken kunnen oppoetsen, maar na de elleboogstoot van Wesley was het met tien man vooral zwoegen. Twee keer oog in oog met Olivier Werner - vintage kansen voor een koele afwerker - twee keer net niet. Het was geen gespreksonderwerp, want Club won. Wel aan de orde: hoe zou blauw-zwart de lange schorsing van Wesley opvangen? Niet vanzelfsprekend, want in de kern beantwoordt niemand aan het profiel van de Braziliaan. Emmanuel Dennis leek de logische vervanger. Vorig seizoen vijf keer gescoord in zijn eerste vijf wedstrijden, maar daarna net iets te veel het mannetje. En Leko heeft een voorkeur voor een vlotte balcirculatie en spelers die de ruimtes goed benutten. Jongens die een wedstrijd beslissen met een flits kunnen nuttig zijn, maar maken geen deel uit van zijn globaal strijdplan. "Individuele kwaliteit heb je nodig om matchen te winnen, maar een sterk collectief haalt het altijd op de middellange termijn", zei de T1 in de aanloop naar de thuismatch tegen KV Kortrijk. Dus Siebe Schrijvers (22) in plaats van Dennis (20) en de nog jongere Loïs Openda (18). De Limburger past in de filosofie van Leko: verstandige looplijnen, scorend vermogen, polyvalent en een teamspeler die veel meters voor zijn ploegmaats maakt. Soms té veel, als dat een nadeel mag zijn. Leko had de rollen omgedraaid - Vossen diep, Schrijvers in de rug - maar een waardemeter was de wedstrijd niet, nadat Arnaut Danjuma de match met twee goals na amper acht minuten in een beslissende plooi had gelegd. De eerste op assist van Mats Rits, de absolute uitblinker vrijdagavond, en de tweede na een afleggertje van Vossen, die zijn ploegmaats er voortdurend aan herinnerde dat hij langs de grond aangespeeld moest worden. 1m80 en geen Braziliaanse 1m91... Schrijvers liet zich ver terugzakken, maar profiteerde na de rust van de ruimte en trapte na een individuele actie de 3-0 binnen. Na 80 minuten mocht Vossen, begeleid door "Jelle, Jelle, Jelle...", naar de kant. Gewroet en gevochten, zoals altijd. De coach bedankte met een high five. Volgende week wacht de Bosuil. Wéér knokken. Maar: BluvnGoan.