Jan Ceulemans en Wesley Sonck, eigenlijk hadden ze samen geïnterviewd zullen worden, maar hun drukke agenda besliste daar anders over. Want ook dat is profvoetbal : voor wie een beetje professioneel met zijn vak bezig is, roept altijd wel een trainerscursus of supportersactiviteit. Meteen de juiste insteek voor vraag 1.
...

Jan Ceulemans en Wesley Sonck, eigenlijk hadden ze samen geïnterviewd zullen worden, maar hun drukke agenda besliste daar anders over. Want ook dat is profvoetbal : voor wie een beetje professioneel met zijn vak bezig is, roept altijd wel een trainerscursus of supportersactiviteit. Meteen de juiste insteek voor vraag 1. Ceulemans : Financieel is er veel veranderd, ik denk niet dat je daar lang over na moet denken ( lacht). Hoewel ik in mijn tijd ook al vond dat wij beter betaald werden dan die mannen van de vorige generatie. Maar van de tien die nu einde contract zijn, denk ik dat er acht moeten inleveren. Fysiek is het tegenwoordig misschien wat zwaarder geworden en de techniek is er wat af gegaan, vind ik. Wat het ook wat minder aantrekkelijk maakt. Als je ziet wat er in mijn tijd voetbalde, dat vind je nu toch niet meer. Sonck : Profvoetballer zijn is : een mooi bestaan. Ja, dat zijn wel de twee woorden : mooi bestaan. Ik vind ook : je moet er meer voor doen om het te worden dan om het te blijven. Eens je profvoetballer bent, dan leef je volgens een bepaald regime, dat je in het begin nog gewoon moet worden. Als je jong bent, is het daarom gewoon veel moeilijker. Je zit nog met school en zo; nu heb je niks aan je hoofd, alleen het voetbal telt. Ceulemans : Ik heb er een stuk of tien gehad, schat ik, en je steekt van elk van hen wel iets op. Maar ik denk dat de vorming in grote mate in de jeugd gebeurt. Op de leeftijd van 14, 15 jaar, de leeftijd dat je een beetje vent wordt, zeg maar. Lierse stond toen ook bekend om zijn goeie jeugdopleiding. Baetens, Verbeuken, Olieslagers, dat waren mijn trainers toen. Daarna bepaal je in grote mate veel zelf. Je krijgt ook wat meer vrijheid naarmate het rond jou begint te draaien. Wat dat betreft was het in mijn geval anders dan pakweg voor een rechtse back die dit en dat moet doen. Tegen Thans of Zelenka zei ik hier ook : kies bij balverlies wat positie, maar voor de rest ben je vrij. Een goeie voetballer moet je niet te veel opdrachten geven. Tegen mij zei de trainer meestal : Jan, kijk zelf wat je moet doen, jongen. Eigenlijk ben ik in mijn carrière geen enkele strenge trainer tegengekomen. Sonck : Goh, ik heb Renders, Vandersmissen gehad bij RWDM, dan Helleputte, VanderElst bij GBA, en nu Boskamp, Heyligen en Vergoossen bij Genk. Maar om nu specifiek te gaan zeggen wat ik van wie geleerd heb, is moeilijk. Ik vind : je moet als voetballer ook veel zélf ervaren. Ze kunnen zoveel uitleggen als ze willen, als je het niet kan uitvoeren, dan stopt het. Je moet voetbalverstand hebben, zoals dat heet, om in bepaalde situaties te weten wat je moet doen. Wat ik goed aan Vergoossen vind, is dat hij behalve trainer ook gewoon een hele goeie mens is. Hij kan kwaad zijn op je omdat je er bijvoorbeeld met je pet naar gooit op training, terwijl hij zoveel moeite doet om er afwisseling in te steken, maar je bent nog niet aan de kleedkamer of het is weer in orde en je kan hem alweer iets vragen. Dat vind ik echt geweldig. Zo'n mensen heb ik het liefst : mensen die nuchter over de zaken denken. Zelf ben ik ook zo'n beetje. Op het veld kan ik heel, heel intensief en emotioneel zijn, maar naast het veld kan ik nuchter analyseren. Je moet na een wedstrijd heel anders kunnen zijn dan op het veld. Die winnaarsmentaliteit heb ik naast het veld toch veel minder. Van der Elst had dat nuchtere en menselijke ook. Ik kan dat appreciëren. Sonck : Als spits moet je in bepaalde fases egoïstischer zijn, maar voetbal is en blijft een teamsport en wie dus niet als team denkt, vliegt er gewoon uit. Vroeger was ik daar wel anders in. In mijn beginperiode ging ik echt naar het doel met de gedachte : ik schiet er hem zelf in. Nu heb ik overzicht, merk ik sneller dingen op en zal ik gemakkelijker een bal afgeven. Maar mensen begrijpen soms niet hoe moeilijk het is om in teamverband te denken. Je speelt met betere en minder goeie jongens samen en daar moet je rekening mee houden. Je kan gewoon niet altijd je eigen zin doen. Dat Vandenbergh die penalty tegen Lierse trapte, wie denk je dat hem dat voor de match gezegd heeft ? Ik. Ik had Kevin dat een paar keer zien doen, dus doe jij maar, zei ik. Een- of tweeëntwintig goals, dat maakt voor mij geen verschil. Wat heb ik eraan er drie te maken en te verliezen ? Ceulemans : Het heeft met karakter te maken. Als je geeft, kan je ongelooflijk veel terugkrijgen. Dat heb ik als speler altijd gedaan. Ik was geen zuivere technieker, maar ik werkte ook voor de ploeg en ze wisten dat al die belangstelling mij niet zo interesseerde. Dan krijg je ook dat respect en klikt het met een groep. Ik herinner mij dat ik ook dicht bij de topschutterstitel was, maar dat ik op het laatste Farina de penalty's liet trappen. Maar als ik vijf weken niet had gescoord en we kregen een penalty, dan zou ik hem wel geven, natuurlijk ( lacht). Dat Sonck Vandenbergh die penalty laat trappen, bewijst toch dat hij beseft dat het soms eens niet slecht is van een ander een goal te geven. Op termijn loont dat altijd. Ceulemans : Ik heb houtbewerking gestudeerd en daarna in een schoenfabriek gewerkt. Dus ik denk dat ik zoiets zou blijven doen zijn en blijven voetballen daarnaast. Op een niveau waar ik thuishoorde, van provinciale tot, ja, ik weet niet waar. Sonck : Regentaat L.O. denk ik. Ik moest kiezen tussen voortstuderen of voetballen. Gelukkig voor mij heb ik de goeie keuze gemaakt. Ceulemans : Twee paar. Wedstrijdschoenen. Trainingsschoenen soms drie paar omdat die kwaliteit verschilde. Voor de wedstrijd hield je de allerbeste, maar nu speelt iedereen altijd met de beste schoenen. Wat ik nog altijd niet kan geloven is dat spelers een nieuw paar schoenen aandoen en die zijn daar onmiddellijk mee weg. Ik had altijd een maand nodig om te wennen en iedere keer dat ik nieuwe aandeed, kreeg ik een blauwe nagel. Het probleem is dat een schoen wat uitzet, dus ik kocht ze altijd een beetje te klein, een 42. Ik liep er dan twintig minuten mee en deed dan mijn oude weer aan. De dag nadien een half uurtje... en zo verder. Maar met die blauwe nagels heb ik altijd problemen gehad. Poetsen werd gedaan op de club. Bij Brugge hadden we iemand die dat met een soort vet deed voor ons. Sonck : Ik denk toch een paar of vier. Ik train bijvoorbeeld altijd met multi's, nooit met studs. Dus meestal train ik met andere schoenen dan waarmee ik speel. Als er een nieuwe collectie uitkomt, nieuwe kleuren en zo, ga je daar ook in mee, natuurlijk. Wie speelt er nu eigenlijk nog met een gewone zwarte schoen ? Ik heb er witte gehad, maar nu zijn ze grijs met zwart. Ik val liever op door mijn prestaties ( lacht). Bij mijn sponsor wordt er geregeld vernieuwd, die vorige schoenen zijn daarom niet altijd kapot, natuurlijk. Ik ken jongens, zelfs hier, die nog zelf hun schoenen betalen. Ik zou dat persoonlijk erg vinden. Ik bedoel : een profwielrenner betaalt zijn fiets toch ook niet zelf ? Mijn schoenen kuis ik wel altijd zelf, die zijn iets persoonlijks. Meestal neem ik ze ook juist gepast om goed aan de voet te zitten. Vroeger speelde ik met een 42, maar nu kies ik altijd een 41. Ik heb ondervonden dat een 41 perfect aan mijn voet zit als ik ze een tijdje in het water zet en er dan een paar dagen nat mee train. Vroeger had ik met een 42 al eens wat speling na een paar dagen of weken. Sommigen hebben dat graag, dat hun voet wat losser zit, maar ik heb het graag strak. Ik heb ze ook al bij de schoenmaker laten oprekken. Ceulemans : Ja. Ik werkte en ik was als zestienjarige al een paar keer opgeroepen voor de eerste ploeg, toen Lierse de eindronde speelde om erin te blijven. Dus dan weet je dat de kans op een carrière bestaat. Op een avond kwam de voorzitter, Quisenaerts, vragen wat ik verdiende in de fabriek. Hij zei : kijk, als je wil kan je prof worden, je krijgt dan wat meer, plus wat premies voor de punten. Ik moest daar niet over nadenken. Voor mij was dat de kans om van mijn hobby mijn beroep te maken. Ik had ook niks te verliezen. Ik besefte : ik krijg hier iets, dat veel anderen níet krijgen. De kans om op termijn voetballer te wórden. Want het is niet omdat je een contract tekent, dat je het ook bént. Als je met zo'n mentaliteit start, wetend dat je nog veel te leren hebt met meer vallen dan opstaan, dan heb je, denk ik, altijd een heel schone kans om te slagen. Maar ik heb, in het algemeen, soms de indruk dat er tegenwoordig meer zijn die al voetballer zíjn. De tijden zijn veranderd ook natuurlijk. Wij begonnen vijfentwintig jaar geleden met 15.000 frank in de maand, hé. Nu lachen sommigen je daar vierkant mee uit. Vierkánt, hé. Ik ben iemand die redelijk veel vergeet, maar dat zijn toch van die momenten die je bijblijven. Een moment uiteindelijk dat je hele leven mee bepaalt. Sonck : Absoluut. Ik was het jaar bij Molenbeek begonnen met de reserven. Toen er iemand wegviel mocht ik een paar keer meetrainen tijdens de week. De eerste wedstrijd daarop was ik aanvankelijk niet geselecteerd, maar door een blessure van iemand kwam ik er toch bij. Na, ik denk, de derde wedstrijd werd ik naar boven geroepen en kreeg ik te horen dat ik mijn eerste profcontract mocht tekenen. Ik vond dat wel plezant, maar het is niet zo dat ik dat speciaal gevierd heb of zo. Veel verdiende ik er niet mee, hoor ( lacht). Op dat moment denk je ook niet aan geld verdienen. Het gaat gewoon om dat woord alleen al : profvoetballer. Ik ben profvoetballer. Ik vond dat geweldig. En ik vind het nog altijd geweldig. Je moet er plezier in hebben, daar gaat het om. Ceulemans : Met Lierse thuis tegen Winterslag, 2-0 gewonnen en gescoord ! Mijn eerste volledige wedstrijd was dat. De állereerste keer dat ik opgeroepen werd, was in het jaar dat ze de eindronde voor het behoud moesten spelen. Toen werkte ik nog en zijn ze mij als zestienjarige de dag van de wedstrijd in de fabriek komen halen omdat er een speler uitgevallen was. Misschien was dat zo slecht nog niet, anders had ik de hele nacht niet geslapen. Sonck : Bij mij was dat op mijn verjaardag, 9 augustus, zes jaar geleden. Op Germinal Ekeren, 3-1 verloren met Molenbeek. Ik zal het niet gauw vergeten, want ik scoorde voor Molenbeek. Stress had ik totaal niet. Ik zat op de bank en ik dacht : we zullen wel zien. Maar de weg van de opwarmingsstrook naar de bank om in te vallen, gaf mij wel een apart gevoel. Dan gaat de adrenaline wel efkes door je. Het enige wat ik mij verder van die wedstrijd nog herinner, is hoe dat doelpunt tot stand gekomen is : op een center wordt de bal weggekopt en komt hij aan de zestien bij mij terecht. Maar ik weet zelfs niet eens meer hóe ik hem binnen kreeg ( lacht). Ceulemans : Het is een van de schoonste sporten die er bestaan. Fietsen is bijzonder goed voor een voetballer na zijn carrière. Zeker omdat de knieën het meestal wat moeilijker krijgen. Mij hebben ze het direct aangeraden toen ik stopte met voetballen : gebruik je verstand en koop een koersvéloke. JosDaerden en WalterMeeuws doen het bijvoorbeeld ook. HermanHelleputte heeft er ook een besteld, dus dan zullen we met nog een paar maten wel een trippeke doen. Je moet tijd hebben, natuurlijk, want aan ons tempo doe je drie en een half uur over honderd kilometer. Maar RudyJanssens, dat is bijna een coureur geworden ! Sonck : Ik doe en zie het gewoon graag. Ik heb veel respect voor marathonlopers, maar lopen is zo iets eentonig : dat gaat niet vooruit en waaraan moet je dan altijd maar denken ? Fietsen is afwisselender. Als wij indeWalen gaan fietsen, bergop, bergaf, dat gaat vlot, je bent gewoon van die korte inspanningen te doen. Tijdens de Ronde van Vlaanderen zat ik samen met YvesVanderhaeghe en die had een Eddy Merckx. Mijn nonkel had er ook al een gekocht en ik dacht, ja, dat moet toch wel plezant zijn om daar mee te rijden. Dus ik ga er mij nu ook een aanschaffen. Ceulemans : Dat betekende wel iets, verkozen worden door de voetballers zelf. Dat blijft zijn waarde houden en het is iets waar veel spelers naar uitkijken. We zaten voor de uitreiking toen nog maar met een man of twintig, als het al zoveel was, ergens in een zaaltje in Brussel. Nu wordt er wel meer tralala rond gemaakt. Het komt alleen nog niet op tv ( lacht). Ik heb indertijd 50.000 frank gekregen en een trofee : drie gouden doeltjes met telkens een diamantje in. Maar toen er bij ons eens is ingebroken, hebben ze juwelen gepikt en ook die diamantjes uit die trofee. Sonck : Voor mij betekent het erkenning. Het wordt gestemd door je collega's, dus dat doet toch wel iets. Voor prijzen, de beste willen zijn, daar doe je het toch voor. Vorig seizoen zijn we kampioen geworden en haalde ik individueel ook prijzen. Dat vond ik wel heel leuk. door Raoul De Groote'Mijn schoenen zijn iets persoonlijks. Ik kuis ze altijd zelf.' (Wesley Sonck)'Ik ben in mijn carrière geen enkele strenge trainer tegengekomen.' (Jan Ceulemans)