Vanaf dinsdagavond staat hij weer aan de rand van de Gentse piste. Als wedstrijddirecteur van de Gentse zesdaagse, die door de jaren heen, ondanks alle nieuwe stromingen, haar specifieke, volkse karakter heeft behouden. Het accent ligt op het sportieve. Natuurlijk zijn er vips die dit evenement vooral aanzien als sociale ontmoetingsplaats en amper weten wat er op de baan gebeurt, maar de overgrote meerderheid van de 40.000 mensen die de zesdaagse jaarlijks bezoeken, zijn kenners. Zo heeft Patrick Sercu het graag. En misschien denkt Sercu, die 11 van zijn 88 zesdaagseoverwinningen in Gent behaalde, nog eens terug aan zijn tijd.
...

Vanaf dinsdagavond staat hij weer aan de rand van de Gentse piste. Als wedstrijddirecteur van de Gentse zesdaagse, die door de jaren heen, ondanks alle nieuwe stromingen, haar specifieke, volkse karakter heeft behouden. Het accent ligt op het sportieve. Natuurlijk zijn er vips die dit evenement vooral aanzien als sociale ontmoetingsplaats en amper weten wat er op de baan gebeurt, maar de overgrote meerderheid van de 40.000 mensen die de zesdaagse jaarlijks bezoeken, zijn kenners. Zo heeft Patrick Sercu het graag. En misschien denkt Sercu, die 11 van zijn 88 zesdaagseoverwinningen in Gent behaalde, nog eens terug aan zijn tijd. Patrick Sercu blijft de ongekroonde koning van de pistiers. Hij presteerde op de baan evenveel als Eddy Merckx op de weg. Sercu heeft met zijn suprematie nooit echt te koop gelopen. Hij weigerde zijn tegenstanders te vernederen, hij vond het niet nodig om iemand uit te dagen. Patrick Sercu was als renner een gentleman. In Gent duldde hij bijvoorbeeld dat de plaatselijke renner Willy De Bosscher, die het publiek op zijn hand kreeg met clowneske invallen, tijdens zware ploegkoersen een paar keer afstapte omdat hij niet meer meekon, maar een halfuur later liet hij hem in een afvallingskoers voorgaan. Sercu reed zo snel dat het niet meer opviel. Het mekka van de zesdaagsen lag jaren in Duitsland, maar op de erelijst van de Gentse sixdays staan relatief weinig Duitsers. Een van hen is Rudi Altig,die in 1969 won aan de zijde van zijn landgenoot Sigi Renz,een van de beste ploegkoersers aller tijden omdat hij uren hetzelfde tempo kon aanhouden. Altig werd na die zege nooit meer uitgenodigd. Dat kwam omdat hij dat jaar een geintje had uitgehaald dat de toenmalige wedstrijddirecteur, Oscar Daemers,niet kon appreciëren. Altig, die het publiek meesterlijk kon bespelen, trok de broek af van een dronken toeschouwer die tot bij zijn cabine kwam gewaggeld. De zaal lag plat van het lachen, maar Daemers was witheet van woede. Tal van grote kampioenen sieren de erelijst van de Gentse zesdaagse. Rik Van Steenbergen bijvoorbeeld, die nooit zeurde en het leven altijd nam zoals het zich aandiende. Je moest hem geen regels voorschrijven. Hij at 's ochtends achttien bollen ijs en reed 's avonds de concurrentie in de vernieling. Maar Van Steenbergen, die vier keer in Gent zegevierde, had met de zwaar onderschatte Emiel Severeyns dan ook een uitstekende ploegmaat. Ook Rik Van Looy won in Gent drie keer, hij was op de baan zoals op de weg: een heerser en verdeler. Eddy Merckx zegevierde vier keer. Telkens met Sercu. Beiden reden samen 27 zesdaagsen: ze wonnen er 15 en werden 11 keer tweede. Er wordt vaak meewarig gedaan over zesdaagsen, terwijl er enorme atletische prestaties worden geleverd. In ploegkoersen wordt een gemiddelde gehaald van 52 kilometer per uur. Het ritme van de renners wordt in die wedstrijden helemaal overhoop gehaald. Ooit volgden we een nacht lang Stan Tourné,die in zijn carrière drie keer in Gent won. Om halfvijf in de namiddag nam hij thuis in Sint-Brixius-Rode, een deelgemeente van Meise, zijn middagmaal: aardappelen met kip en bonen. Meteen nadien masseerde Stans vrouw Ingrid zijn rechterarm met een homeopatische zalf, door de aflossingen had Tourné geregeld pijn aan die arm. Om halfzes vertrok hij naar de piste in Gent en diende daar 100 Belgische frank (2,50 euro) neer te leggen om toegang te krijgen tot de parking. Tot kwart voor twee 's nachts werkte hij vervolgens een hels programma af, tussendoor at hij stipt om middernacht een stuk rijsttaart. Om halfdrie 's ochtends stapte Stan Tourné weer in de auto, om kwart over drie arriveerde hij thuis. Zijn vrouw had het eten al klaargezet: eerst verse soep, dan tong met witloof. Hij dronk bij het eten een trappist. Een tegennatuurlijk leven.