Met veel emotie vierde Anderlecht afgelopen zaterdag de 29ste titel uit de geschiedenis. Een hele week lang hadden provocerende verklaringen van buitenstaanders vooral bij trainer Frank Vercauteren voor verbazend veel frustratie gezorgd, nu was de ontlading groot. Terwijl Genk uitgleed tegen Charleroi zette Anderlecht tegen Brussels met ongedwongen en onbevangen voetbal een indrukwekkend slotakkoord in een seizoen vol grillige wendingen. Met negentien doelpunten zorgde Anderlecht in de laatste drie wedstrijden voor 25 procent van zijn totale productie, een bruuske ommekeer in een competitie waarin paars-wit elf van de 23 overwinningen behaalde met slechts één doelpunt verschil. Het koele en vaak te beredeneerde voetbal maakte in de afgelopen drie wedstrijden plaats voor het swingende sp...

Met veel emotie vierde Anderlecht afgelopen zaterdag de 29ste titel uit de geschiedenis. Een hele week lang hadden provocerende verklaringen van buitenstaanders vooral bij trainer Frank Vercauteren voor verbazend veel frustratie gezorgd, nu was de ontlading groot. Terwijl Genk uitgleed tegen Charleroi zette Anderlecht tegen Brussels met ongedwongen en onbevangen voetbal een indrukwekkend slotakkoord in een seizoen vol grillige wendingen. Met negentien doelpunten zorgde Anderlecht in de laatste drie wedstrijden voor 25 procent van zijn totale productie, een bruuske ommekeer in een competitie waarin paars-wit elf van de 23 overwinningen behaalde met slechts één doelpunt verschil. Het koele en vaak te beredeneerde voetbal maakte in de afgelopen drie wedstrijden plaats voor het swingende spel dat bij de ziel van deze vereniging hoort. Zo bevrijdde Anderlecht zichzelf en knalden de champagneflessen. Anderlecht moest dit seizoen lang zoeken en puzzelen, nadat basispionnen als Vincent Kompany, Pär Zetterberg, Christian Wilhelmsson, Hannu Tihinen en Michal Zewlakow moesten worden vervangen. De aankooppolitiek oogde goed, maar het integratieproces van sommige spelers ( Ahmed Hassan en Mbark Boussoufa) verliep moeizaam. Zo bleef Anderlecht aanvankelijk in de schaduw van het aanvallend en heel herkenbaar voetballende Genk. Na vijftien speeldagen telden de Brusselaars zes punten achterstand op de ploeg van Hugo Broos. Anderlecht toonde een opmerkelijk teken van sportieve continuïteit, toen het midden februari het contract van de op dat moment niet vast in het zadel zittende Frank Vercauteren verlengde. Dat gebeurde één dag na een uiterst belabberde wedstrijd op Club Brugge, waarin het team werd vastgestrikt in de netten van een tactisch spinnenweb, maar in extremis een gelijkspel wegsleepte. De bestuurstop, die dit seizoen opmerkelijk veel rust uitstraalde, probeerde op die manier een signaal te geven. Een juiste ingreep, zoals later bleek. Anderlecht wervelde nauwelijks maar het kon rekenen op een granieten verdediging waarin doelman Daniel Zitka zich tot de beste en meest regelmatige speler van het seizoen ontpopte. Een bijna tegennatuurlijke gang van zaken in een huis dat het offensieve en artistieke voetbal predikt. In bijna de helft van de wedstrijden (16 op 33) hield Anderlecht de nul op het bord. Dat bleek uiteindelijk de basis voor de titel. Samen met het in de terugronde hemelse spel van Ahmed Hassan, de gouden goals van Nicolás Frutos en het indrukwekkend hoge rendement dat Mémé Tchité haalde : de spits scoorde negentien doelpunten en zorgde voor tien assists. En dat ofschoon hij in slechts 23 van de 33 wedstrijden aan de aftrap verscheen. Uiteindelijk incasseerde Anderlecht niet alleen de minste tegendoelpunten, na de explosies in de laatste drie wedstrijden is het ook de meest productieve ploeg. De titel is dan ook terecht in een seizoen waarin Anderlecht ook het referendum om de Profvoetballer van het Jaar domineert. Met Ahmed Hassan, Mémé Tchité, Lucas Biglia en Daniel Zitka (zie p. 40-43) ) telt het vier genomineerden in de verschillende categorieën. Net zoals vorig jaar valt alleen Frank Vercauteren buiten de prijzen. De trainer, die vroeger altijd op een scherpe manier de vinger in de wonde legde, reageerde vaak stekelig op kritiek van buitenaf, maar versterkte met twee titels in twee jaar zijn positie. Voor Anderlecht moet deze titel het begin zijn van een nieuwe periode. De plannen voor een nieuw stadion moeten nu definitief gestalte krijgen. Bovendien wil de club alle spelers houden en zich op drie posities versterken. In de roes van de euforie werd ook zaterdag luidop gefilosofeerd over de Champions League. Dat Anderlecht zich niet op de Europese kaart kan zetten, blijft voor velen een bron van frustratie. Even groot zal echter de uitdaging zijn om al het aanwezige talent verder te bundelen en ondergeschikt te maken aan het collectief. Dat Anderlecht, zeker in België, een dan niet in te dijken pletwals is, hebben de laatste drie wedstrijden - de tamme tegenstand ten spijt - bewezen. Jacques Sys