Het is een datum die nooit uit de geschiedenis van Club Brugge zal verdwijnen: op 8 mei 2008 verongelukte de bij de supporters immens populaire François Sterchele. Drie dagen later droegen de spelers van Club Brugge voor de competitiewedstrijd tegen Westerlo een groot spandoek met een foto van een lachende Sterchele het veld op. Helemaal vooraan liep de wenende aanvoerder Philippe Clement. Je kon in het Jan Breydelstadion een speld horen vallen. Zou de trainer van Club Brugge er nog eens aan denken wanneer hij in iedere thuiswedstrijd van Club Brugge na 23 minuten de supporters hoort applaudisseren? Het is een symbolisch getal: 23 was het rugnummer waarmee Sterchele speelde, het nummer ook waarmee Clement en alle andere spelers van Club Brugge het veld betraden.

Dat applaus zal nooit uitsterven. Het is een blijvend eerbetoon aan François Sterchele, die toen niet eens een jaar voor Club Brugge speelde, maar in die korte periode een goddelijke status bereikte. De spits was een product van zijn tijd, een spontane maar moeilijk te sturen glamourboy. Sterchele had nood aan ruimte. Om te scoren, om te leven, om niet te verstikken. Door zijn hang en drang naar roem stelde hij zich nergens vragen bij. Hij plukte, met zijn zuiders temperament, het leven zoals het op hem afkwam. Ook die onbevangenheid en onbekommerdheid maakten hem zo geliefd. Met zijn aanstekelijk goed humeur verpersoonlijkte Sterchele het totale geluk. Tot op die zwarte dag.

Zelden hing er in een voetbalstadion zo'n beklemmende stilte als die avond dat Club tegen Westerlo aantrad. Zelden gingen de supporters zo ingetogen en zo overmand door verdriet naar een wedstrijd als naar die partij. Toen de match uiteindelijk op gang werd gefloten, heerste er aanvankelijk in het stadion een haast gewijde stilte. Later werd er geapplaudisseerd. Maar er werd vooral getreurd. En gehuild. Zoals twee uur na de wedstrijd, toen een man die op een bank zat voor het Brugse station weende als een klein kind. Een paar toeristen vroegen wat er scheelde, maar de man kon niet reageren. Naast hem lag een trui van François Sterchele.

Vandaag zou François Sterchele 37 jaar zijn geweest. En ongetwijfeld nog altijd als een vrije vogel door het leven hebben gefladderd.

Het is een datum die nooit uit de geschiedenis van Club Brugge zal verdwijnen: op 8 mei 2008 verongelukte de bij de supporters immens populaire François Sterchele. Drie dagen later droegen de spelers van Club Brugge voor de competitiewedstrijd tegen Westerlo een groot spandoek met een foto van een lachende Sterchele het veld op. Helemaal vooraan liep de wenende aanvoerder Philippe Clement. Je kon in het Jan Breydelstadion een speld horen vallen. Zou de trainer van Club Brugge er nog eens aan denken wanneer hij in iedere thuiswedstrijd van Club Brugge na 23 minuten de supporters hoort applaudisseren? Het is een symbolisch getal: 23 was het rugnummer waarmee Sterchele speelde, het nummer ook waarmee Clement en alle andere spelers van Club Brugge het veld betraden. Dat applaus zal nooit uitsterven. Het is een blijvend eerbetoon aan François Sterchele, die toen niet eens een jaar voor Club Brugge speelde, maar in die korte periode een goddelijke status bereikte. De spits was een product van zijn tijd, een spontane maar moeilijk te sturen glamourboy. Sterchele had nood aan ruimte. Om te scoren, om te leven, om niet te verstikken. Door zijn hang en drang naar roem stelde hij zich nergens vragen bij. Hij plukte, met zijn zuiders temperament, het leven zoals het op hem afkwam. Ook die onbevangenheid en onbekommerdheid maakten hem zo geliefd. Met zijn aanstekelijk goed humeur verpersoonlijkte Sterchele het totale geluk. Tot op die zwarte dag. Zelden hing er in een voetbalstadion zo'n beklemmende stilte als die avond dat Club tegen Westerlo aantrad. Zelden gingen de supporters zo ingetogen en zo overmand door verdriet naar een wedstrijd als naar die partij. Toen de match uiteindelijk op gang werd gefloten, heerste er aanvankelijk in het stadion een haast gewijde stilte. Later werd er geapplaudisseerd. Maar er werd vooral getreurd. En gehuild. Zoals twee uur na de wedstrijd, toen een man die op een bank zat voor het Brugse station weende als een klein kind. Een paar toeristen vroegen wat er scheelde, maar de man kon niet reageren. Naast hem lag een trui van François Sterchele. Vandaag zou François Sterchele 37 jaar zijn geweest. En ongetwijfeld nog altijd als een vrije vogel door het leven hebben gefladderd.