Liefst 3.189 kilometer, tot op minder dan drie kilometer van de top van de allerlaatste berg: zo lang duurde het in de 104e Ronde van Frankrijk tot de gele trui zijn enige echte aanval in drie weken plaatste. Zijn timing, op de mythische Izoard, getuigde misschien van respect voor de wielergeschiedenis, maar vooral ook van zelfkennis: net voor de passage aan de rotsachtige woestenij van la Casse Déserte, de enige plek waar de klim heel even onderbroken wordt door een... afdaling.
...

Liefst 3.189 kilometer, tot op minder dan drie kilometer van de top van de allerlaatste berg: zo lang duurde het in de 104e Ronde van Frankrijk tot de gele trui zijn enige echte aanval in drie weken plaatste. Zijn timing, op de mythische Izoard, getuigde misschien van respect voor de wielergeschiedenis, maar vooral ook van zelfkennis: net voor de passage aan de rotsachtige woestenij van la Casse Déserte, de enige plek waar de klim heel even onderbroken wordt door een... afdaling. De klimmer in Chris Froome doet de jongste edities steeds minder denken aan de renner die ooit, bij zijn Tourdoorbraak in 2012, bij iedere aankomst bergop als eerste van de klassementsrenners over de eindstreep fladderde, zelfs als hij door zijn eigen ploeg gekortwiekt werd om het geel van kopman Bradley Wiggins niet in gevaar te brengen. Of aan de koffiemolendraaier die bij zijn eerste twee Tourzeges, in 2013 en 2015, à la LanceArmstrong bij de eerste aankomst op een top zijn vleugels uitsloeg en iedereen - op ploegmaat Richie Porte na - minstens een minuut aansmeerde. Vorig jaar al liet Froome het na om bergop een verschil uit te bouwen. Toen was het nog de vraag of dat een kwestie was van economisch rijden of van niet beter kunnen. In de afgelopen Tour kon de Keniaanse Brit op La Planche des Belles Filles, waar Fabio Aru uithaalde, nog de schijn hoog houden en gewaagde hij van 'een inschattingsfout'. Op Peyragudes, waar zes renners van hem wegreden, was 'een hongerklop' de officiële uitleg. Maar ook op de Izoard zou hij geen tijd op zijn rechtstreekse opponenten kunnen nemen. Zelden waren de toppers op de flanken van de cols, net als eerder dit jaar in de Giro, zo aan elkaar gewaagd als in de voorbije Tour. De spannendste Tour ooit, zoals sommige kranten en sites op een bepaald moment blokletterden? Daarvoor wisselde de gele trui te weinig van schouders - in 1989 (Greg LeMond), 1968 (Jan Janssen) en 1947 (Jean Robic) gebeurde dat zelfs pas op de slotdag. Bovendien hield de leider, na het uitvallen van zijn gedoodverfde uitdager Richie Porte, als enige van de klassementsrenners nog een extra troefkaart achter de hand: zijn tijdrijderscapaciteiten. Dodelijk voor de spankracht, ook al was nooit, behalve in 1968, op de vooravond van de voorlaatste rit het verschil tussen de eerste en de derde in het klassement zo klein. Uiteindelijk is het tegen de klok, in de puurste van alle wielerdisciplines, dat Froome zijn vierde Tour heeft gewonnen, en dat is ook zijn grote verdienste. In twee chronoproeven van samen 36,5 kilometer reed hij 1 minuut en 16 seconden sneller dan Rigoberto Uran, in Parijs de verrassende tweede op 54 seconden. Het script van vorig jaar herhaalt zich dus, al gaf Froome zijn eindzege toen nog wat glans met twee verrassingsaanvallen: één als onorthodoxe daler (goed voor ritwinst) en één in een miniwaaier met Peter Sagan. Bovendien was hij de voorbije Tour in de tijdritten opmerkelijk genoeg maar de tweede beste van zijn ploeg: in Düsseldorf na Geraint Thomas, in Marseille na Michal Kwiatkowski. De gele trui kleurde grijzer dan ooit. Pas in de laatste week voelde Froome zich beter. Die timing, zo beweerde hij, stemde ook overeen met zijn seizoensplanning. Alsof hij aan het toewerken was naar de Vuelta, en de Tour (zijn eerste zege van het seizoen!) maar en passant wilde meenemen. Achteraf beschouwd kon de aandachtige lezer van de Tourroman 2017 tussen de regels de ontknoping al ontdekken op pagina één. Dat Froome tijdens de openingstijdrit als enige van de klassementsrenners - uitgezonderd de onfortuinlijke Alejandro Valverde - risico's nam in de natte straten van Düsseldorf, leek alweer een 'folietje van die malle Afrikaan'. In werkelijkheid strookte het helemaal met de filosofie die het huis Sky al sinds 2012 huldigt: zo vroeg mogelijk de score openen om vervolgens een ondoordringbare verdedigingsmuur op te trekken. 'Eenmaal als je het geel hebt, kan je zelf de wedstrijdstrategie bepalen, vooral als je ploeg sterk is', verklaart ploegleider Nicolas Portal. Veelbetekenend is dat Team Sky dit jaar voor het eerst (!) het ploegenklassement in de Tour won. Op Ag2r La Mondiale na, tweede op goed zeven minuten, strandden alle teams op minstens een uur en drie kwartier. De Britten prijkten in dit klassement op kop van de eerste tot de laatste dag: sinds 1985 (La Vie Claire, de ploeg van Bernard Hinault en Greg LeMond) niet meer vertoond. 'Koersen tegen Sky is zoals schaken met drie pionnen tegen 27 koninginnen', opperde Jonathan Vaughters, de manager van Cannondale-Drapac, het team van Uran. 'Het grootste verschil tussen Team Sky en onze ploeg zit in de loonmassa van de renners', vertelde Jean-Baptiste Quiclet, de hoofdcoach van de Ag2r-ploeg van Romain Bardet, de derde in Parijs. 'Froome heeft helpers die bij ons kopman zouden kunnen zijn.' Dat de Britten al in de eerste rit het geel opeisten, leek gewaagd. Maar omdat in de (te) talrijke vlakke etappes de helpers van de sprinters de controle zouden overnemen, rekende Sky zich terecht rijk. Bovendien bleek het ontbreken van de koninginnenstukken Wout Poels en Ian Stannard niet zo'n aderlating als de tegenstand vooraf had gehoopt. Rokadegewijs namen Kwiatkowski en Christian Knees meer dan waardig hun plaats in. Eén keer slechts, in de door Uran gewonnen rit door de Jura, speelden de withemden hun numerieke overwicht kwijt. Diep in de finale, na de Mont du Chat, nam de moedige Bardet een halve minuut voorsprong, maar Froome redde zijn trui via een bondgenootschap met vier concullega's. De Brit was in die fase kwetsbaarder dan velen dachten, maar bleef als een volleerde schaakkampioen overheersen met het hoofd. Toen Bardet in het Centraal Massief, op de smalle wegen van zijn thuisstreek, zijn torens het spelbord overhoop liet halen, riep Froome in de achtervolging naar enkele Ag2r's: 'Mooie poging. Goed gedaan!' Blufpoker eerste klas. Vandaar dat de tegenstand het naliet om de leider in de eerste twee Tourweken, toen dat nog mogelijk leek, af te maken? Volgend jaar wordt op initiatief van de Tourorganisatoren het aantal renners per ploeg in de grote ronden teruggebracht van negen naar acht, zoals in de klassiekers. Een stap in de goede richting, maar lang niet voldoende: na het uitvallen van supersub Geraint Thomas op 'zwarte zondag' 9 juli controleerde Team Sky nog twee weken lang de Tour als waren ze voltallig. UCI-voorzitter Brian Cookson verklaarde in 2015 al dat hij een maximumloon of een plafond voor de totale loonmassa aan het bespreken was met de ploegen, maar de landgenoot van Froome lijkt kennelijk niet gehaast om zo'n salary cap door te drukken. Op de koop toe keert in 2018, na twee jaar afwezigheid, de ploegentijdrit in de Tour terug. Toch zal het competitieve evenwicht zich mogelijk vanzelf herstellen, wanneer Froome een betere tijdrijder als opponent krijgt. De kans is groot dat Girowinnaar Tom Dumoulin zich volgend jaar voor het eerst met klassementsambities aan de Tour waagt. Bovendien belooft Nairo Quintana, ooit de betere klimmer, dat hij zich niet meer aan dezelfde steen zal stoten. De keuze voor de combinatie Giro-Tour was onbegrijpelijk amateuristisch voor het prestigieuze Movistar en allicht een (wanhopig) antwoord op het niet afdoende trainingsprogramma dat Quintana vorig jaar voor de Tour in alle vrijheid in Colombia had afgewerkt. Een vijfde eindzege voor Froome is misschien minder dichtbij dan ze lijkt, nu hij zijn aura van onaantastbaarheid in de cols kwijt is. Een sluitende verklaring voor zijn tanende dominantie bergop hebben we bij Team Sky overigens nog niemand horen geven. Betaalt de 32-jarige renner stilaan de tol van de leeftijd? Froome is opmerkelijk ouder dan zijn voorgangers bij hun vierde Tourzege: Jacques Anquetil was 29 in 1963, Eddy Merckx 27 in 1972, Bernard Hinault 27 in 1982 en Miguel Indurain 30 in 1994. Of is er meer aan de hand? Werd de markt van de ketonendrankjes opengegooid, deze (overigens legale) 'superbenzine' die in het voorjaar van 2015 voor het eerst werd aangeduid als het 'exclusieve geheim' van Sky? Vaart de wetenschappelijke cel van het team vandaag een conservatievere koers, nadat vorige herfst de corticosteroïdenverhalen rond Wiggins leerden dat de medische begeleiding in het verleden al eens flirtte met de grijze zone? In Le Monde waagt de Franse inspanningsfysioloog Antoine Vayer, al te graag kritisch voor niet-Franse renners, zich nog een stap verder: 'Froome heeft dit keer niet de Tour van bij het begin gewurgd en trapt niet langer flitsend duizend watt over dertig seconden. Sinds de controles op technologische fraude hebben we misschien een verklaring gevonden voor die afwijkingen op de 'fysio-onlogische' wetten.' Een tip van de sluier wordt door Froomes tegenstanders opgelicht. In de Tourgids van Sport/Voetbalmagazine schetste Jean-Baptiste Quiclet de ingrijpende evolutie die Ag2r mede onder impuls van zijn perfectionistische kopman Bardet de voorbije jaren heeft doorgemaakt. 'Met de uitbouw van een cellule performance sluit de ploeg nu dichter aan bij de nieuwe wetenschappelijke stromingen en de Angelsaksische trainingsaanpak. Qua werking wordt de kloof met Team Sky steeds kleiner. Zo blijft Romain stappen vooruitzetten: op inspanningen van vijf, tien en vijftien minuten produceert hij twee tot drie procent meer vermogen dan vorig jaar.' In 2013 eindigde de ranke Fransman op 26'42' van Froome, in 2015 op 16'00', in 2016 op 4'05' en dit jaar op 2'20'. En vooral stelde Quiclet vast dat Froomes schaakcomputer niet langer onoverwinnelijk lijkt. Volgend jaar dan maar, die spannendste Tour ooit? DOOR BENEDICT VANCLOOSTER - FOTO'S BELGAIMAGEHet is alsof Chris Froome dit seizoen toewerkt naar de Vuelta en de Tour maar en passant heeft meegenomen.