Soms loopt er in het voetbal een dunne lijn tussen triomf en tragedie. In zak en as zat Aimé Anthuenis toen hij in september 1995 door SV Waregem werd ontslagen. Voor de eerste keer in zijn carrière. Anthuenis had de club naar eerste klasse gebracht met een elftal van huurlingen, maar omdat er geen mogelijkheden waren om nieuwe spelers aan te trekken, begon hij met een te zwakke kern aan de competitie. Na een 5-1-nederlaag tegen Beveren was het voor Anthuenis voorbij. Zijn opvolger André Van Maldeghem zou er niet in slagen Waregem voor de degradatie te behoeden.
...

Soms loopt er in het voetbal een dunne lijn tussen triomf en tragedie. In zak en as zat Aimé Anthuenis toen hij in september 1995 door SV Waregem werd ontslagen. Voor de eerste keer in zijn carrière. Anthuenis had de club naar eerste klasse gebracht met een elftal van huurlingen, maar omdat er geen mogelijkheden waren om nieuwe spelers aan te trekken, begon hij met een te zwakke kern aan de competitie. Na een 5-1-nederlaag tegen Beveren was het voor Anthuenis voorbij. Zijn opvolger André Van Maldeghem zou er niet in slagen Waregem voor de degradatie te behoeden. Het ontslag in Waregem was voor Aimé Anthuenis uiteindelijk een geschenk uit de hemel. Eén maand later werd hij door RC Genk benaderd. Het begin van een sprookje. RC Genk speelde toen in tweede klasse en kon uiteindelijk als derde in de rangschikking alleen promoveren dankzij een fusie tussen Standard en Seraing. RC Genk beschikte op dat moment over een opmerkelijk bestuurlijk concept: alles was verdeeld in commissies, er werd vergaderd met 25 man, als je een transfer wilde doen, moest dat langs vijf mensen passeren en dat leek remmend te werken. Maar er zat zo veel competentie in de vereniging, er brandde zo veel ambitie, dat het er toen alleen op aan kwam alles structureel in de juiste plooi te leggen. De sportieve successen versnelden die groei. En in één klap trad Aimé Anthuenis toe tot de galerij van de toptrainers. Ook al heeft hij zichzelf nooit beschouwd als de grondlegger van het Genkse succes. Anthuenis zorgde gewoon voor een sfeer waarin de spelers voor elkaar door het vuur gingen, hij kneedde twijfelende spitsen als Branko Strupar en Souleymane Oulare om tot onvervalste opportunisten. Als iets zijn verdienste was, zo zou hij later vaak vertellen, dan was het dat hij de spitsen ook liet staan als ze slecht speelden. Te vaak werden de resultaten van RC Genk naar zijn idee geassocieerd met de inbreng van de twee sluipschutters. Maar telkens herhaalde Aimé Anthuenis dat er een ploeg op het veld stond die volgens een bepaald concept speelde. Daar waakte hij over. Zonder zichzelf op te blazen. Slechts één enkele keer verhief hij in die Genkse periode zijn stem: toen Coventry tijdens het seizoen 1997/98 interesse toonde voor Philippe Clement en RC Genk via een clausule in diens contract tien miljoen Belgische frank (250.000 euro) meer kon krijgen dan op het einde van het seizoen. Negen van de elf bestuursleden stemden in met deze transfer. Uiteindelijk verhinderde voorzitter RemiFagard op aandringen van Anthuenis de overgang. Zes maanden later won RC Genk de beker, in de finale werd Club Brugge met 4-0 weggeveegd. Het seizoen daarop werd RC Genk onder Anthuenis kampioen en opende dat voor de Waaslander de poort naar Anderlecht. Aimé Anthuenis was een harde werker. Overal waar hij aan de slag ging, bleef hij zichzelf. Nooit viel hij uit zijn rol. Telkens weer streefde hij naar technisch voetbal, gekoppeld aan kracht, snelheid en loopvermogen. Met korte combinaties en veel beweging rond de bal. Uiteindelijk, sprak hij vaak, is het dat wat iedere trainer beoogt. Dat sommigen vonden dat hij bij Anderlecht niet paste, begreep Anthuenis niet, maar hij bleef altijd waardig. Ook toen hij bij Anderlecht met vaak bijtende kritiek werd geconfronteerd omdat hij de speelstijl van de club te veel zou verminken. Anthuenis besefte dat iemand die hoog in een boom wil zitten, moet kunnen accepteren dat het daar het hardst waait. Hij incasseerde en repliceerde, zocht de dialoog met de pers en verviel op geen enkel moment in de kinderlijke gedragingen waarvan vele in hun ego geraakte trainers op zulte momenten blijk geven. Nimmer verloochende Aimé Anthuenis zichzelf. Zelf vond hij dat hij steeds dezelfde trainer is gebleven als deze die in 1980 met de UEFA's van Lokeren aan de slag ging. Lang, heel lang werd Anthuenis gezien als iemand die alleen kon functioneren in Lokeren, de club waarvoor hij lang voetbalde. Maar of hij nu bij Lokeren werkte, bij Sporting Charleroi, RC Genk of Anderlecht, steeds weer ervaarde Aimé Anthuenis dat het om hetzelfde ging: dat je presteert. Als dat niet lukt, dan keert iedereen zich tegen je. Wat dat betreft, was er volgens hem niets voorspelbaarder dan de voetballerij.