Krijgt KV Oostende alsnog een licentie? Het zal de komende weken moeten blijken welke vluchtwegen er nog zijn. Waar is de tijd dat er met AS en VG in de Koningin der Badsteden twee clubs op een redelijk niveau speelden? VG in tweede, het klopte één enkele keer aan de deur van eerste en speelde in een krakkemikkig stadion, dat later werd gesloopt om plaats te maken voor een ziekenhuis. AS Oostende deed het een stuk beter en pakte tussen 1974 en 1977 in eerste uit met bij momenten fraai voetbal, onder de regie van de Roemeense trainer Norberto Höfling, die na iedere wedstrijd een whisky moest drinken om de stress weg te slikken. Het was toen heerlijk toeven in het Albertpark, de persconferenties voor het begin van het seizoen plachten altijd door te gaan in een gastronomische omgeving. AS Oostende ademde een zekere grandeur uit, naar het beeld van zijn voorzitter, de zeer gedistingeerde René Menu, die pal bij het casino een hotel runde.

Na de fusie in 1981 probeerde KV Oostende zichzelf verder goed te verkopen. De club was een haard van toegankelijkheid. Marc Coucke was toen een jonge cosponsor, hij viel niet op en gaf de media op een persconferentie een passend cadeau met het beste van zijn producten. En Eddy Vergeylen, de flamboyante voorzitter, deed zijn best om de filosofie van KVO te verkondigen. Vergeylen interviewen was een belevenis. Hij vertelde de ene grap na de andere en stapte fluitend door het leven. En hij verbaasde zich over de ernst van het voetbalwereldje, hij zei dat sommige mensen dringend aan hun lachspieren moesten geopereerd worden. Vergeylen nam alle tijd voor de media. Een fotosessie aan de vissershaven, waarom niet, als Oostende en de club maar in de picture kwamen.

Eddy Vergeylen was ook niet bang om met een stunt uit te pakken, zoals die ene keer in 1998 toen hij Jean-Marie Pfaff als trainer aantrok. Het avontuur duurde maar een paar weken want Pfaff verbaasde de groep met zeer bizarre trainingsmethoden. Veel stabiliteit zat er niet in de koers die KV Oostende voer. Sinds de fusie 1981 kwam het tot 37 trainerswissels.

De meest charmante coach was allicht de Mechelaar Raoul Peeters, behalve een levensgenieter ook een harde werker en zeker geen dromer. Peeters gaan interviewen paste in het Bourgondische karakter van de club: hij nodigde je uit op restaurant, meestal langs de dijk. Het geruis van de zee, de wandelaars die voorbij slenterden, het was telkens een stukje vakantie. Er kwamen heerlijke gerechten op tafel, er vloeide wat wijn en Peeters vertelde onverbloemd en onversneden over zijn werk. Hij genoot, ook al was er ook wat ergernis omdat KV Oostende op een slecht veld moest trainen, een akker waarop geen voetbaltechnische oefeningen mogelijk waren, het gevolg van een dispuut tussen de club en het naburige Media Center. Dat KV Oostende toen bij zijn terugkeer in eerste klasse zo sterk presteerde, kwam alleen maar omdat andere trainers niet de moeite hadden genomen om de ploeg te analyseren. Dat deed Peeters met de tegenstanders wel.

Mooie herinneringen zijn het allemaal. Wat blijft daar nu van over? KV Oostende probeert te ontsnappen aan de verdrinkingsdood. Nog maar goed twee jaar is het geleden dat Marc Coucke zijn aandelen had verkocht aan de zeer nuchter overkomende verzekeringsmakelaar Peter Callant en er met de nodige poeha een nieuwe periode werd aangekondigd. Hugo Broos was de nieuwe technisch directeur, Gert Verheyen zou trainer worden en de van trots glimmende directeur Patrick Orlans schetste in zijn stijl de fantastische toekomst waarvoor KV Oostende stond. En weer gebeurde dat bij heerlijke gerechten, nu in een kasteel in Oostkamp, waar Callant zijn kantoren betrekt.

Het klonk toen allemaal heel geloofwaardig. Maar het zou niet lang duren voor dit sprookje een steeds grotere nachtmerrie werd. Met verwijten over en weer, met (vermeende) overnemers, maar vooral: met een toekomst die woeliger is dan de zwaarste storm op de Noordzee.

Krijgt KV Oostende alsnog een licentie? Het zal de komende weken moeten blijken welke vluchtwegen er nog zijn. Waar is de tijd dat er met AS en VG in de Koningin der Badsteden twee clubs op een redelijk niveau speelden? VG in tweede, het klopte één enkele keer aan de deur van eerste en speelde in een krakkemikkig stadion, dat later werd gesloopt om plaats te maken voor een ziekenhuis. AS Oostende deed het een stuk beter en pakte tussen 1974 en 1977 in eerste uit met bij momenten fraai voetbal, onder de regie van de Roemeense trainer Norberto Höfling, die na iedere wedstrijd een whisky moest drinken om de stress weg te slikken. Het was toen heerlijk toeven in het Albertpark, de persconferenties voor het begin van het seizoen plachten altijd door te gaan in een gastronomische omgeving. AS Oostende ademde een zekere grandeur uit, naar het beeld van zijn voorzitter, de zeer gedistingeerde René Menu, die pal bij het casino een hotel runde. Na de fusie in 1981 probeerde KV Oostende zichzelf verder goed te verkopen. De club was een haard van toegankelijkheid. Marc Coucke was toen een jonge cosponsor, hij viel niet op en gaf de media op een persconferentie een passend cadeau met het beste van zijn producten. En Eddy Vergeylen, de flamboyante voorzitter, deed zijn best om de filosofie van KVO te verkondigen. Vergeylen interviewen was een belevenis. Hij vertelde de ene grap na de andere en stapte fluitend door het leven. En hij verbaasde zich over de ernst van het voetbalwereldje, hij zei dat sommige mensen dringend aan hun lachspieren moesten geopereerd worden. Vergeylen nam alle tijd voor de media. Een fotosessie aan de vissershaven, waarom niet, als Oostende en de club maar in de picture kwamen. Eddy Vergeylen was ook niet bang om met een stunt uit te pakken, zoals die ene keer in 1998 toen hij Jean-Marie Pfaff als trainer aantrok. Het avontuur duurde maar een paar weken want Pfaff verbaasde de groep met zeer bizarre trainingsmethoden. Veel stabiliteit zat er niet in de koers die KV Oostende voer. Sinds de fusie 1981 kwam het tot 37 trainerswissels. De meest charmante coach was allicht de Mechelaar Raoul Peeters, behalve een levensgenieter ook een harde werker en zeker geen dromer. Peeters gaan interviewen paste in het Bourgondische karakter van de club: hij nodigde je uit op restaurant, meestal langs de dijk. Het geruis van de zee, de wandelaars die voorbij slenterden, het was telkens een stukje vakantie. Er kwamen heerlijke gerechten op tafel, er vloeide wat wijn en Peeters vertelde onverbloemd en onversneden over zijn werk. Hij genoot, ook al was er ook wat ergernis omdat KV Oostende op een slecht veld moest trainen, een akker waarop geen voetbaltechnische oefeningen mogelijk waren, het gevolg van een dispuut tussen de club en het naburige Media Center. Dat KV Oostende toen bij zijn terugkeer in eerste klasse zo sterk presteerde, kwam alleen maar omdat andere trainers niet de moeite hadden genomen om de ploeg te analyseren. Dat deed Peeters met de tegenstanders wel. Mooie herinneringen zijn het allemaal. Wat blijft daar nu van over? KV Oostende probeert te ontsnappen aan de verdrinkingsdood. Nog maar goed twee jaar is het geleden dat Marc Coucke zijn aandelen had verkocht aan de zeer nuchter overkomende verzekeringsmakelaar Peter Callant en er met de nodige poeha een nieuwe periode werd aangekondigd. Hugo Broos was de nieuwe technisch directeur, Gert Verheyen zou trainer worden en de van trots glimmende directeur Patrick Orlans schetste in zijn stijl de fantastische toekomst waarvoor KV Oostende stond. En weer gebeurde dat bij heerlijke gerechten, nu in een kasteel in Oostkamp, waar Callant zijn kantoren betrekt. Het klonk toen allemaal heel geloofwaardig. Maar het zou niet lang duren voor dit sprookje een steeds grotere nachtmerrie werd. Met verwijten over en weer, met (vermeende) overnemers, maar vooral: met een toekomst die woeliger is dan de zwaarste storm op de Noordzee.