Acht jaar geleden proefstoomde Paul Van Himst in de aanloop naar het WK in de Verenigde Staten met een naar Belgische begrippen ongewoon aanvallend systeem, waarin de flanken slechts door één speler werden bezet. In de benauwende Amerikaanse hitte moest hij dat concept echter al gauw overboord kieperen.
...

Acht jaar geleden proefstoomde Paul Van Himst in de aanloop naar het WK in de Verenigde Staten met een naar Belgische begrippen ongewoon aanvallend systeem, waarin de flanken slechts door één speler werden bezet. In de benauwende Amerikaanse hitte moest hij dat concept echter al gauw overboord kieperen. Vier jaar geleden zweerde Georges Leekens voor het WK in Frankrijk bij een onvervalste 4-4-2. Maar toen in Parijs tegen Nederland werd afgetrapt, grepen de Rode Duivels terug naar een op zekerheid gestoelde 5-3-2 die in de vriendschappelijke wedstrijden geen enkele keer was gehanteerd. En de eindeloze reeks vriendschappelijke interlands die de Rode Duivels voor het Euro 2000 speelden bleken achteraf geen enkele indicatie te hebben opgeleverd over de echte waarde van de ploeg. Ze vertekenden alleen de werkelijkheid en schroefden het verwachtingspatroon op. Met dat verschil dat Robert Waseige geen tactische correcties aanbracht. De bondscoach heet een belijder te zijn van een 4-4-2, een systeem dat hij haast idealiseert. Vreemd daarom dat de wedstrijd tegen Noorwegen begonnen werd met een soort 4-5-1, waarbij Wesley Sonck als eenzame en al snel verzuipende frontsoldaat in de spits liep, geruggensteund door een overbevolkt middenveld. Pas na de rust werd een en ander weer bijgesteld. Het zou niets veranderen aan het spelbeeld. Op de akker van het Koning Boudewijnstadion knutselden de Rode Duivels niet één goeie actie in elkaar. Terecht steeg er op een gegeven moment vanuit het publiek een striemend fluitconcert op. Het was een middel om het indommelen tegen te gaan. obert Waseige zat op de bank en keek er gelaten naar. Omdat er op die ongezellige avond toch niets meer te redden viel, schudde hij nog een paar vreemde vervangingen uit de mouw. Zo mocht Jacky Peeters in de laatste minuten als linskachter (!) opdraven voor Nico Van Kerckhoven, en diende Sven Vermant (bij Schalke 04 zaterdag in de kraker tegen Borussia Dortmund weer bankzitter, nadat hij de weken daarvoor niet in de kern zat) zowaar Wesley Sonck af te lossen in de spits. Door de slechte staat van het veld weigerde Robert Waseige achteraf een streng rapport uit te spreken. Hij deed zelfs zijn best om een paar lichtpunten te zien en schoof alles af op de moeilijke omstandigheden waarin er diende te worden gevoetbald. Niet ten onrechte. Het is beschamend dat de stad Brussel er niet in slaagt een veld te onderhouden waarop zes wedstrijden per jaar worden gespeeld (vijf interlands en de bekerfinale) en waarop vrijwel nooit wordt getraind.Het is in dit land al moeilijk om het publiek voor vriendschappelijke interlands te mobiliseren. Met dit soort van wedstrijden worden de toeschouwers ronduit bedrogen. Het is daarom bedroevend dat sommige verantwoordelijken zich nog altijd afvragen of er aan de grasmat van het Koning Boudewijnstadion, die in feite de beste van België zou moeten zijn, iets gedaan moet worden. Want, zo luidde het, het had de voorbije dagen toch overvloedig geregend. Als dat het criterium is, moeten alle velden in dit land in modderpoelen worden hetschapen.Veel conclusies vallen er na België-Noorwegen derhalve niet te trekken. Tenzij dat Geert De Vlieger als Rode Duivel nu al maanden op een hoog niveau draait, en dat Danny Boffin op links veel gretigheid etaleerde en straks nog een serieuze bedreiging kan vormen voor Bart Goor, die bij Hertha BSC zweeft tussen de bank en de ploeg. Of dat Timmy Simons voorlopig de concurrentieslag met Yves Vanderhaeghe duidelijk heeft gewonnen : ook in moeilijke omstandigheden bleef de Bruggeling sober, intelligent en efficiënt voetballen. Hij is niet meer weg te denken uit een ploeg waarin Robert Waseige in de toekomst wel zijn middenveld anders zal stofferen. Het laat zich aanzien dat hij straks vooraan met Emile Mpenza weer voor een tweede spits kiest naast Wesley Sonck en zo zijn voetbalfilosofie trouw blijft. et uittesten van dit duo had interessant kunnen zijn, al liet Raymond Goethals vooraf horen dat beide spelers absoluut niet complementair zijn. De Brusselaar vindt het zelfs een overbodig experiment. Het is een mening die niet alle trainers delen. Zo kreeg Sef Vergoossen voor de start van de competitie te horen dat zijn spitsen, Sonck en Dagano, absoluut niet harmoniëren. Maar in de visie van de Nederlander moeten voetballers met een normale spelintelligentie altijd samen kunnen functioneren. Op voorwaarde dat eraan wordt gewerkt op training, dat er door spel- en oefenvormen bewegingen en automatismen worden aangekweekt en aangescherpt. De efficiëntie van de beide doelpuntenmakers (Sonck 23 goals, Dagano 15) bewijst het gelijk van Vergoossen. Alleen is het probleem bij de nationale ploeg dat trainingen, zeker in de aanloop naar een toernooi, nooit meer kunnen zijn dan bezigheidstherapie. Het teruggrijpen naar twee aanvallers betekent in ieder geval dat er op het middenveld een schakel wegvalt. Dat dreigt op dit moment Walter Baseggio te worden, die de wedstrijd tegen Noorwegen compleet aan zich liet voorbijtrekken en niet dat vleugje creativiteit bracht waaraan de ploeg zo'n nood had. Nooit is Baseggio er in de nationale ploeg in geslaagd op voor hem cruciale momenten een sleutelrol op zich te nemen. Dat Italiaanse clubs in hem geïnteresseerd zijn is dan ook een vreemde zaak. Juist op internationaal niveau wordt duidelijk dat het ontwikkelingsproces van de Anderlechtmiddenvelder nog niet ten einde is. Tegenvallend was ook de prestatie van Daniel Van Buyten die alleen opviel door enkele stevige kopbalduels uit te vechten met de viriele Noorse spitsen, maar in het uitvoetballen onthutsende mankementen toonde. Dat is bizar, want bij Standard was Van Buyten uitgegroeid tot het prototype van de moderne verdediger : scherp in de duels, een goeie pass in de voeten en een verstandig, op intelligentie geschoeid positiespel. Met Joos Valgaeren, zo vonden velen, kon hij voor jaren het centrale verdedigingsduo vormen van de Rode Duivels. Nu ziet het ernaar uit dat dit duo niet zo snel het hart van de verdediging weer zal bevolken. De blessure van Valgaeren baart Waseige zorgen. Hij vreest dat Celtic Glasgow de verdediger zal forceren om snel weer te spelen. Dat klinkt raar uit de mond van een man die steigert als anderen zich met zijn werk bemoeien. Vooral ook omdat er wat dat betreft in het verleden nog geen enkel precedent is geweest.at er in de drie maanden voor het WK ook nog te gebeuren staat, België zal het ook in Japan veel meer moeten hebben van discipline en eendracht dan van creativiteit en inventiviteit. Zelfs de als ijskonijnen afgeschilderde Noren demonstreerden vorige woensdag bij momenten meer technisch vermogen dan de Rode Duivels. Nieuw is deze vaststelling natuurlijk niet. Net zomin als die dat het in het verleden voor de nationale ploeg altijd moeilijk is geweest om in korte tijd twee topprestaties neer te zetten. Hoewel de dubbele barragewedstrijd tegen Tsjechië wat dat betreft toch voor een kentering zorgde : op een geconcentreerde manier werd de sterker geachte opponent in een tijdspanne van vier dagen twee keer bedwongen.Alleen vallen de omstandigheden niet te vergelijken met wat zich straks in Japan zal afspelen. Daar ligt de snelheid van uitvoering gegarandeerd een stuk hoger. En naast een gebrek aan zuiver talent is en blijft juist dat de achillespees van het Belgische voetbal.door Jacques Sys,Met zo'n grasmat worden de toeschouwers ronduit bedrogen.