'Van mijn 10 tot mijn 18 jaar voetbalde ik bij de jeugd van SK Beveren, maar ik was wellicht niet goed genoeg om door te breken. En toch was ik er dichtbij. Als aanvoerder van de beloften zou ik in de zomer van 2010 doorgeschoven worden naar de A-kern en net toen kwam de fusie met Red Star Waasland tot stand. De fusieclub ging in tweede nationale van start en voor mij betekende dat een retour richting naar de B-kern. Midden in het seizoen besliste het bestuur om de oudste spelers van de beloften opzij te schuiven en ik zag het niet zitten om vier keer per week te trainen om op de bank te zitten tegen Virton na een busreis van enkele uren. Omdat een tussentijdse transfer in België niet mogelijk was, ben ik naar HVV' 24 in het Nederlandse Hulst verhu...

'Van mijn 10 tot mijn 18 jaar voetbalde ik bij de jeugd van SK Beveren, maar ik was wellicht niet goed genoeg om door te breken. En toch was ik er dichtbij. Als aanvoerder van de beloften zou ik in de zomer van 2010 doorgeschoven worden naar de A-kern en net toen kwam de fusie met Red Star Waasland tot stand. De fusieclub ging in tweede nationale van start en voor mij betekende dat een retour richting naar de B-kern. Midden in het seizoen besliste het bestuur om de oudste spelers van de beloften opzij te schuiven en ik zag het niet zitten om vier keer per week te trainen om op de bank te zitten tegen Virton na een busreis van enkele uren. Omdat een tussentijdse transfer in België niet mogelijk was, ben ik naar HVV' 24 in het Nederlandse Hulst verhuisd. Ik voelde mij daar zo goed dat ik er 3,5 jaar ben blijven hangen. Via Kemzeke ben ik in het provinciale voetbal terechtgekomen en vijf jaar geleden ben ik meegestapt in het project van SK Beveren. 'Voor mij, een jongen uit de streek, een voormalig jeugdspeler bovendien, die het tijdperk van KSK Beveren nog heeft meegemaakt, was het een evidente stap. Dat logo, de authentieke gele en blauwe kleuren, de mythische geschiedenis van SK Beveren... Daar doe je het voor. En voor de supporters uiteraard. Hoe zij ons er dit seizoen hebben doorgesleurd is niet normaal. Ik ken een supporter die in het West-Vlaamse Veurne woont en elke thuiswedstrijd naar Beveren afzakt om te komen kijken. Dat is toch onvoorstelbaar? We spreken over wedstrijden in provinciale hé.' 'Dit seizoen ben ik door een rollercoaster gegaan. Door blessures was mijn bijdrage aan de titel welgeteld vier matchen, maar ik ben wel mijn rol als aanvoerder blijven spelen. Voor de wedstrijd sprong ik even binnen in de kleedkamer, op donderdag was ik op de club om de voeling met de groep niet te verliezen, nu en dan organiseerde ik een groepsactiviteit, ik postte berichten in de WhatsAppgroep in de aanloop naar een derby en ik probeerde altijd bereikbaar te zijn voor spelers die nood hadden aan een gesprek. 'Ik heb het nageteld: dit seizoen heb ik 42 sessies afgewerkt bij de kinesist om vier matchen te kunnen spelen... Enkele dagen voor de competitiestart viel ik uit met een ontsteking aan de achillespees en na enkele weken revalideren was het opnieuw prijs tijdens een wedstrijd met de beloften. We stonden 2-1 voor en na 70 minuten werd ik eraf gehaald omdat ik op zondag op de bank moest zitten bij de A-ploeg. Ik herinner mij dat de spelers op het veld even het noorden kwijt waren en ik stelde aan de beloftentrainer voor om mij terug het gras op te sturen. Mijn spieren waren wellicht helemaal afgekoeld, want na enkele minuten scheurde ik de ligamenten van mijn enkel. 'Net na de winterstop kreeg ik weer met pech af te rekenen. In de laatste oefenwedstrijd voor de competitiehervatting waren we amper drie minuten onderweg toen ik mijn elleboog brak nadat een tegenstander op mijn arm was gevallen. Dan besef je: ik moet weer twee tot drie keer per week naar de kinesist, opnieuw dat hele traject doorlopen, opnieuw vechten om terug te komen. Eind februari nam ik het besluit om er na het seizoen mee op te houden. Een ding spookte nog door mijn hoofd: zou ik mijn afscheid op het veld kunnen vieren? Deze keer had ik wel meeval. Op speeldag 29 pakten we de titel en de coach gunde mij een basisplaats in de laatste match van het seizoen omdat er niets meer op het spel stond. Na 45 minuten vormden mijn ploegmaats een erehaag en kreeg ik een applausvervanging. In mijn ooghoek zag ik mijn vrouw staan met onze pasgeboren baby in de armen. Als je het scenario wil schrijven van het perfect afscheid als voetballer, dan voldeed het mijne aan alle voorwaarden.'