Terwijl Standard door deze competitie dondert en dendert, werd Club Brugge één week na de opsteker tegen KV Mechelen nog maar eens in een crisis gedompeld. Nochtans scheen er afgelopen zondag in Waregem een straaltje licht in de duisternis: nooit speelde blauw-zwart dit seizoen op verplaatsing zo vaak op de helft van de tegenstander als aan de Gaverbeek. Dat kadert in de komst van Marc-André Kruska (degelijk en vaak de diepte zoekend in de eerst helft maar wegzakkend na de rust) en vooral in de gretigheid van Vadis Odjidja. Maar kansen verwierf Club nauwelijks. Door de blessure van Wesley Sonck leverde Joseph Akpala heel alleen in de spits een onmogelijke strijd. En dus vroeg Jacky Mathijssen om de komst van een nieuwe spits,...

Terwijl Standard door deze competitie dondert en dendert, werd Club Brugge één week na de opsteker tegen KV Mechelen nog maar eens in een crisis gedompeld. Nochtans scheen er afgelopen zondag in Waregem een straaltje licht in de duisternis: nooit speelde blauw-zwart dit seizoen op verplaatsing zo vaak op de helft van de tegenstander als aan de Gaverbeek. Dat kadert in de komst van Marc-André Kruska (degelijk en vaak de diepte zoekend in de eerst helft maar wegzakkend na de rust) en vooral in de gretigheid van Vadis Odjidja. Maar kansen verwierf Club nauwelijks. Door de blessure van Wesley Sonck leverde Joseph Akpala heel alleen in de spits een onmogelijke strijd. En dus vroeg Jacky Mathijssen om de komst van een nieuwe spits, anders dienden de ambities te worden bijgesteld. Zo legde de geplaagde Limburger, die een zwarte decembermaand alleen overleefde omdat er al drie trainers in drie en een half jaar waren ontslagen, zowaar de verantwoordelijkheid bij het bestuur. Een bizarre uitspraak van een trainer die zich in het begin van het seizoen zeer enthousiast toonde over zijn spelersgroep. Nog maar twee weken is het geleden dat Club Brugge 1,6 miljoen euro uittrok voor versterking. Eerder moest de vaststelling worden gemaakt dat al die spelers die met veel tromgeroffel werden binnengehaald ( Nabil Dirar en vooral de zondag onthutsend zwakke Ronald Vargas) geen enkele vooruitgang boeken. En na afgelopen zondag in Waregem is het rapport van Club Brugge ronduit pijnlijk: intussen al negen nieuwe spelers dit seizoen en tien punten minder dan één jaar geleden op hetzelfde tijdstip. Er moet bij Club niet alleen over het functioneren van de trainer worden nagedacht. Orde op zaken moet ook Standard stellen nadat Dieumerci Mbokani, op het moment dat zijn ploegmaat Axel Witsel tot Gouden Schoen werd uitgeroepen, liet horen dat hij niet met zijn zesde plaats kon leven. Voetballers hebben het niet altijd even gemakkelijk om zichzelf goed in te schatten. Ooit verliet Lorenzo Staelens het Gala van de Gouden Schoen toen hij in dit referendum pas op de achtste plaats eindigde. Staelens, nochtans een intelligente voetballer die niet snel zijn emoties toont, aanzag zichzelf als de grote favoriet. Het beeld van Staelens die de zaal uitvluchtte op het moment dat de verrassende Gilles De Bilde werd bekroond, is een van de meest pijnlijke uit de geschiedenis van dit referendum. Zo bont dreef Mbokani het vorige week woensdag niet. De Congolese spits vond wel dat zijn lage klassering getuigde van racisme. Met welk zelfbeeld moet je niet rondlopen om dat soort onzin uit te kramen? Mbokani werd voor zijn uitspraken door Standard terechtgewezen maar veel indruk maakte dat niet op hem: afgelopen vrijdag vertelde hij dat hij dit seizoen geen interviews meer geeft. Het toont nog maar eens dat voetballers in een artificiële wereld leven waarin hen op een dusdanige manier naar de mond wordt gepraat dat ze zichzelf veel te snel op een voetstuk gaan plaatsen. Het valt te hopen dat Axel Witsel op termijn een stuk rustiger zal omgaan met de status die hij na het veroveren van de Gouden Schoen verwierf. Met Witsel werd niet de meest flitsende voetballer uit deze competitie onderscheiden. Zijn kracht schuilt in zijn eenvoud. De middenvelder koppelt efficiëntie aan polyvalentie, is meer een dienende dan een dragende speler, oogt sloom, begint vaak aarzelend aan een wedstrijd, maar is moeilijk van de bal te zetten en maakt het spel snel omdat hij het eentijdsvoetbal perfect beheerst. Op zijn twintigste heeft Axel Witsel uiteraard nog een lange weg te gaan. Het zal er voor hem op aan komen op het juiste moment de juiste stap te zetten. Geen eenvoudige opgave in een voetbaljungle waarin makelaars bij succes meteen geld ruiken. Overal wordt Axel Witsel nu opgevoerd als een nederige jongen, al zei hij vorig jaar in een vlaag van onbezonnenheid dat hij in België niets meer te leren heeft. Trainer Laszlo Bölöni zette hem meteen met de voeten op de grond. Daar komt het inderdaad op aan: dat je op het juiste moment snel ingrijpt. Is het dat wat Club Brugge te lang heeft nagelaten? S door JACQUES SYS