Op zondag 24 juli vond de fandag van Anderlecht plaats. Ik had mij voorgenomen dit jaar het evenement naast mij neer te leggen, maar ik zwichtte onder de druk van mijn vrienden, Guido en Raf Roelants. De twee broers zijn echte Anderlechtsupporters en voor hen is deze dag heilig. Guido en Raf baten een struisvogelfarm uit in Grimbergen. Iedere struisvogel heeft een naam, en zo kan je er Ludo Coeck, Swat Van der Elst, Gille Van Binst, Robby Rensenbrink en nog andere oud-Anderlechtspelers, zien rondlopen. Toch hebben ze nu een uitzondering gemaakt, het laatst geboren kuiken heet Cadel Evans ...
...

Op zondag 24 juli vond de fandag van Anderlecht plaats. Ik had mij voorgenomen dit jaar het evenement naast mij neer te leggen, maar ik zwichtte onder de druk van mijn vrienden, Guido en Raf Roelants. De twee broers zijn echte Anderlechtsupporters en voor hen is deze dag heilig. Guido en Raf baten een struisvogelfarm uit in Grimbergen. Iedere struisvogel heeft een naam, en zo kan je er Ludo Coeck, Swat Van der Elst, Gille Van Binst, Robby Rensenbrink en nog andere oud-Anderlechtspelers, zien rondlopen. Toch hebben ze nu een uitzondering gemaakt, het laatst geboren kuiken heet Cadel Evans ... Na het mislukte vorige seizoen had ik een mindere opkomst verwacht voor de paars-witte hoogdag. Maar neen, er waren dertigduizend fans op post en aan de fanshop stonden er nog langere rijen mensen aan te schuiven dan vorig jaar. Iedereen wilde absoluut een gloednieuw truitje of een of ander gadget. Begrijpe wie kan! In 2005 was ik de peter van de fandag in het Constant Vanden Stockstadion. Men verwacht dan dat het feestvarken in de middencirkel van het veld, voor bomvolle tribunes, een speech geeft. Ik had niets voorbereid, maar toen ik rondkeek in het stadion was het niet moeilijk. Ik zei: "We zijn een familie en we zullen dat altijd blijven, wat er ook gebeurt!" Misschien is dat de verklaring voor de ruime opkomst. Toen mijn vrienden en ik een beetje rondkuierden, vroeg een man of ik zijn nieuwe shirt wilde tekenen. Toen ik een beetje beter keek, zag ik dat hij de naam VAN BINST op zijn rug had laten drukken. Het was een zekere Christian, die lid was van de supportersclub van Jemappes, waar ik vroeger nog peter van was geweest. Men zou voor minder nostalgisch worden! Die mannen van Jemappes hebben de spelers van Anderlecht eens een grote dienst bewezen. In 1974 speelden wij met de nationale ploeg in Brussel tegen Frankrijk een voorrondewedstrijd van het EK. Ze hadden het commentaar van Luc Varenne, een radiolegende, op band opgenomen en dat aan mij gegeven. Het was een publiek geheim dat Varenne een fervente Standardsupporter was. Hoewel we met 2-1 wonnen, had hij de hele match de Anderlechtspelers afgebroken. Bij de eerstvolgende thuiswedstrijd van Anderlecht hebben wij hem uit de kleedkamer gegooid. Dat hij ook een Eddy Merckxsupporter was, kon hem op dat ogenblik niet redden. Vroeger was het de gewoonte dat de spelers van Anderlecht peter werden van een supportersclub. Voor mij was dat het geval in Machelen, Jemappes, Tervuren en Veurne. Na een training vroeg een man mij eens of ik het peterschap wilde aanvaarden van zijn club, in Brussel. Veel zin had ik niet, maar ik stemde toch toe. Hij nodigde mij uit om eens een kijkje te nemen in zijn zaak, die gelegen was aan de Boulevard d'Anvers. Toen ik mijn wagen parkeerde, realiseerde ik mij dat het café dicht bij de rosse buurt lag. Later bleek dat de meisjes van plezier er na hun werk vaste klanten waren en bijna allemaal lid waren van de supportersclub. Elk jaar was er een receptie gepland en kreeg de parrain een geschenk. Gewoonlijk was dat een wekkerradio of een fruitmand, maar voor mij hadden de meisjes niet op een frank gekeken. Rensenbrink, die mij vergezelde, kon zijn ogen niet geloven toen ik mijn cadeau, een Rolexhorloge, in ontvangst nam. De fandag was een groot succes, maar eindigde toch een beetje in mineur, want tijdens zijn toespraak werd Herman Van Holsbeeck uitgefloten. Dat was voor niets nodig. Die man moet namelijk roeien met de financiële middelen die hij heeft en wordt dagelijks geconfronteerd met exuberante eisen van over het paard getilde voetballers. Ja, ik bedoel Milan Jovanovic, gebuisd in Liverpool en nu met de staart tussen de benen op zoek naar een club, maar toch niet realistisch genoeg om water in zijn wijn te doen. Hopelijk komt dat nog, want anders laat ik de naam van mijn kleinzoon, die ook Milan heet, veranderen! "Een struisvogel genoemd naar Cadel Evans"