W alter Baseggio (27 in augustus) is een middenvelder. Daar houdt de eensgezindheid over zijn positie in het elftal al op. Sommigen vinden hem een verdedigende middenvelder, anderen een aanvallende en zelf heeft hij nooit duidelijk een voorkeur uitgesproken.
...

W alter Baseggio (27 in augustus) is een middenvelder. Daar houdt de eensgezindheid over zijn positie in het elftal al op. Sommigen vinden hem een verdedigende middenvelder, anderen een aanvallende en zelf heeft hij nooit duidelijk een voorkeur uitgesproken. Het drama van Baseggio is misschien wel juist zijn uitzonderlijke technische talent. Dus maakten we met zijn allen een spelmaker van hem. Want een verdedigende middenvelder, zegt het cliché, is een balafpakker. Iemand die de bal zo snel en efficiënt mogelijk weer inlevert bij een creatieve ploegmaat. Bij Baseggio dus. Zo zag ook Hugo Broos het. Hij vond dat zijn aanvoerder, wegens zijn sterke kopspel en goede afstandschot, dichter bij en zelfs ín het strafschopgebied moest komen. Dus zette hij hem in zijn 4-4-2 vaak in de meest vooruitgeschoven positie op het middenveld. Maar daar, in de met centrale verdedigers en controlerende middenvelders drukst bezette zone van de tegenstander, kwam vooral Baseggio's grootste tekortkoming aan het licht : dat hij weinig beweegt en zich moeilijk vrijmaakt, en dus nauwelijks aanspeelbaar is. Zijn belangrijkste wapen, zijn precieze lange pass, was hem er ook al van geen nut. Baseggio heeft ruimte vóór zich nodig en die heeft hij in de positie van verdedigende middenvelder. De tijd dat voor de verdediging alleen brekers lopen die zich al tackelend een naam bij elkaar schoffelen, ligt ver achter ons. Maar ook hier past voorbehoud. Baseggio is geen werker, niet iemand die diep gaat, maar, zo wordt getuigd, veeleer iemand die er de kantjes afloopt. Dus niet iemand die het controlerende middenveld alleen kan dragen, maar die een complementaire ploegmaat naast zich nodig heeft. Kortom, niet Pär Zetterberg, maar Yves Vanderhaeghe, bijvoorbeeld. Bijgevolg zal in 4-4-2 altijd óf Baseggio óf Zetterberg spelen. In het seizoen dat Jean Dockx, samen met Frank Vercauteren, overnam van de ontslagen Arie Haan (1998/99), speelden Baseggio en Zetterberg wel samen, maar dan in een driehoek met Enzo Scifo. Met Scifo heeft Baseggio zijn technische genie gemeen, maar eerstgenoemde koppelde daar werkkracht en veel loopvermogen aan. Die twee kwaliteiten had Anderlecht onder de volgende trainer, Aimé Anthuenis, in de persoon van Jan Koller. Koller was de unieke aanvaller die ook onveranderlijk het vuile werk op het middenveld kwam opknappen. Daardoor functioneerde Baseggio toen perfect in wat slechts op papier een platte 4-4-2 was. Bovendien liep toen op links een van Anderlechts sterkste flanken : de combinatie Didier Dheedene- Bart Goor. De verdediger zette druk naar voren, de middenvelder schuwde het verdedigende werk niet en allebei beschikten ze over een indrukwekkend loopvermogen. Kortom, beter omringd dan in Anthuenis' eerste twee seizoenen was Baseggio nooit op Anderlecht. Al zijn aandacht kon hij leggen in zijn passwerk en daarvan profiteerde voorin de snelle Tomasz Radzinski. Radzinski was gek op hem. Net als Anthuenis, de trainer die zijn hoofd niet volpropte met tactische richtlijnen. Medische dossiers behoren tot de privacysfeer en bovendien zijn dokters gebonden aan het beroepsgeheim, maar over het vetpercentage van Walter Baseggio hebben altijd de wildste geruchten de ronde gedaan. Jan Boskamp zinspeelde er al op toen hij hem in 1996 als tiener in de A-ploeg van Anderlecht liet debuteren. Maar geruchten zijn geruchten, dus blijft de vraag : hééft hij nu een gewichtsprobleem ? "Zeker", zegt een dokter die het kan weten en die slechts twee oplossingen ziet : of Baseggio neemt betere eetgewoonten aan, of hij gaat harder trainen. En liefst beide. Helaas blijkt in de praktijk geen van beide te gebeuren. Baseggio is een volgevreten vedette, wordt dan gauw gezegd, maar dat is een beetje kort door de bocht. Het suggereert arrogantie en arrogant is hij niet. Hooguit letterlijk een beetje volgevreten. Baseggio is de jongen die voor de training gauw nog twee koffiekoeken naar binnen speelt. Dat sommige van zijn trainers er een gewoonte van maakten hem op de weegschaal te zetten, schoot zijn doel voorbij. Voor de speler is het pijnlijk, zelfs vernederend, en het is niet uit te sluiten dat hij mee daardoor steeds hardnekkiger het probleem is gaan ontkennen. Voor hem bestaat het niet (meer). Afzien op training blijkt evenmin de manier te zijn waarop Baseggio aan zijn fitheid werkt. Dat botst onvermijdelijk met Vercauteren, de trainer van de harde lijn, de strenge aanpak, de trainingsarbeid. Een perfectionist ook, die het niet anders dan moeilijk kan hebben met een speler die zijn gewicht niet onder controle krijgt. Want het heeft met discipline te maken. Met zichzelf in vraag stellen ook en met betrokkenheid, iets waarin Baseggio evenmin uitblinkt. Geregeld is hij als eerste weg en dat, zo wordt gezegd, siert hem niet. Het is daarom niet zonder betekenis dat Vercauteren hem direct na het ontslag van Broos de aanvoerdersband ontnam. Later schoof hij hem helemaal aan de kant. Om sportieve, maar zeker ook om opportunistische redenen. Baseggio mag dan een lieveling zijn van voorzitter Roger Vanden Stock, Zetterberg blijft chouchou nummer één. Dan is je aanvoerder gauw gekozen. Bovendien komen Vercauteren en Zetterberg elkaar over afzienbare tijd weer tegen als technisch directeur en scout. Dat vraagt slimmigheid in de keuzes van vandaag. En slim is Vercauteren. door Jan HauspieHet drama van Baseggio is misschien wel zijn uitzonderlijke technische talent.