Aan hun tafeltje in het Grand Café Godot, de bar in hartje Gent waar Herman Brusselmans' bonte minivoetbalgezelschap de Woodies verzamelen, lijken Frédéric Dupré en Luc De Vos niet direct een complementaire compagnie. Dupré draagt een hip trainingspak en heeft daarboven minstens drie gepiercte lichaamsdelen. De Vos doet het zonder oor- en tongdecoratie, wel met een wijde pull waarop achteraan, als was het een naam op een voetbalshirt, het woord clochard staat gedrukt. Ondanks hun uiteenlopende achtergrond en bijhorende garderobe kunnen De Vos en Dupré het uitstekend met elkaar vinden. Hun gemeenschappelijke fascinaties zitten daar voor veel tussen : Gent, muziek en voetbal.
...

Aan hun tafeltje in het Grand Café Godot, de bar in hartje Gent waar Herman Brusselmans' bonte minivoetbalgezelschap de Woodies verzamelen, lijken Frédéric Dupré en Luc De Vos niet direct een complementaire compagnie. Dupré draagt een hip trainingspak en heeft daarboven minstens drie gepiercte lichaamsdelen. De Vos doet het zonder oor- en tongdecoratie, wel met een wijde pull waarop achteraan, als was het een naam op een voetbalshirt, het woord clochard staat gedrukt. Ondanks hun uiteenlopende achtergrond en bijhorende garderobe kunnen De Vos en Dupré het uitstekend met elkaar vinden. Hun gemeenschappelijke fascinaties zitten daar voor veel tussen : Gent, muziek en voetbal. VV Wippelgem De Vos : "Ik zou meteen willen zeggen dat voetbal het spannendste spel is dat bestaat. Zeker als je het vergelijkt met pakweg atletiek. De 10.000 meter voor Chinese wijven, pff, daar kan ik mij niet zo in vinden. Voetbal is ook in de eerste plaats een spel dat is uitgevonden voor de leute. Pas later is het een miljardenbusiness geworden. "Pas op, ik moet toegeven dat ik het voetbal heel onprofessioneel volg, nogal hobbyachtig dus eigenlijk. Mijn beste maat speelt bij de Woodies en die kan over niets anders klappen. Zo volg ik het toch een beetje. Maar om zeker te zijn, heb ik even 'Frédéric Dupré' ingetikt op Google. Daar heb ik wel het een en ander bijgeleerd. Standard, de Gantoise ... En zijn vrouw is liefhebster van Afrika." Dupré : "Absoluut niet. Het was ook niet nodig. Een Vlaming die Gorki niet kent, is niet van deze tijd. Vroeger ben ik trouwens vaak naar optredens gaan kijken. Ik luister elke week naar Mia(succesnummer van Gorki en verkozen tot beste Nederlandstalige lied door Radio 1-luisteraars, nvdr). Dat is echt een fantastisch liedje." De Vos : " Vree wijs !" Dupré : "Neen, dat is gewoon zo. Op mijn iPod staat een aantal nummers die ik voor elke wedstrijd zeker wil horen. Mia staat daar altijd bij." De Vos : "Heb je nog van die rituelen ?" Dupré : "Vraag me niet waarom, maar ik doe altijd eerst mijn linkerscheenbeschermer aan. Ik draag ook altijd dezelfde onderbroek. Gewoon om op mijn gemak te zijn. Mocht ik een andere onderbroek moeten aandoen, ik zou beginnen flippen." De Vos : "Ik ben niet echt bijgelovig, heb geen rituelen of zo. Bij een optreden heb je weinig factoren echt in de hand. Je mag nog zoveel repeteren, als het op een avond niet wil lukken, dan lukt het gewoon niet. Soms hangt het echt van een vonkske af. Ik herinner mij een optreden in de gietende regen in Mechelen. Iedereen was al zat en maar roepen : juuuuj ! Ik ben met mijn gitaar tussen het publiek gesprongen, kletsnat natuurlijk. Kreeg ik me daar een elektrische snok ..." Dupré : (schiet in een lachkramp). De Vos : "Soms is het weer fantastisch, maar wil het publiek niet echt mee, zijn de mensen met het verkeerde been uit bed gestapt. Dat kan, hé. Daarom heb ik me er ook bij neergelegd : you win some, you lose some. Na een slecht optreden kunnen wij zeggen : geen potten gebroken, volgende keer beter. Om dezelfde reden heb ik ook geen last van plankenkoorts." Dupré : "Als wij een wedstrijd verliezen, kunnen we dat niet meer goedmaken. Zelfs al winnen we de week daarop, dan nog zijn we drie punten altijd kwijt. Toch ben ik ook nooit echt zenuwachtig voor een wedstrijd. Alleen bij mijn Europees debuut was ik een beetje nerveus. Dat was een stap in het onbekende. Ik vroeg me af of het niveauverschil echt zo groot zou zijn. Uiteindelijk bleek het nogal mee te vallen." De Vos : " Bwa, ja, dat is eigenlijk een verhaal uit de middeleeuwen. VV Wippelgem, het clubje uit mijn geboortedorp in de Gentse kanaalzone, speelt ook in rood en wit. Toen ik een jaar of tien was, speelden Wippelgem en Standard allebei kampioen. Dezelfde kleuren en samen kampioen : iedereen in Wippelgem was natuurlijk meteen Standardsupporter. "Ik moet zeggen dat ik het voetbal sindsdien minder volg. Alhoewel, eigenlijk kan je er bijna niet onderuit. Je zet de tv aan : voetbal. Je luistert naar Studio Brussel : Filip Joos. Ik denk dan : euh, dat is toch een muziekzender ? Nee, blijkbaar moet er toch een beetje voetbal bij. Gelukkig vind ik voetbal wijs. Zeker voor de WK's ben ik wel te vinden. Maar ja, wie niet natuurlijk : zelfs uw grootmoeder kijkt dan. "Zelf heb ik nooit gespeeld, nee. De voetbal en de fanfare, voor mijn ma was dat cafévolk en ze wou liever dat ik me daar niet bij aansloot. Ik had dat wel graag gedaan. Ik wil niet stoefen op mezelf, maar op school was ik altijd bij de rapsten. Ik was goed in turnen. Misschien is er wel een talent aan mij verloren gegaan."Dupré : "Ik hoor supergraag muziek. Ik kan geen noot muziek lezen, kan ook geen instrument bespelen, maar ik zou absoluut niet zonder muziek kunnen. Een afzondering zonder mijn iPod zou ik niet overleven. Ik hoor echt van alles graag : house, techno en rap, maar ook oudere groepen als Dire Straits en Depeche Mode. "Je gaat me uitlachen, maar ik ben ook nog dj geweest. Samen met een maat draaide ik in de Replay in Lokeren, een nogal beruchte discotheek. Dat deed ik drie, vier jaar geleden nog toen ik bij Zulte Waregem speelde, mijn collega's weten dat wel. Enkel in periodes dat we geen wedstrijden hadden natuurlijk (lacht)." Dupré : " Koen Wauters is een heel getalenteerde voetballer, dacht ik." De Vos : "Ik weet dat John McEnroe een hele goeie gitarist was. Hij heeft nog samen gespeeld met Carlos Santana. Maar laat ons zeggen dat het een moeilijke combinatie is. Muziek en sport zijn allicht moeilijk te verzoenen. Als je op een deftig niveau wil sporten, kan je je niet toeleggen op muziek. Maar blijkbaar zijn er ook uitzonderingen." Dupré : "Het is ook iets dat je in je jeugd ontwikkelt natuurlijk. Als je twintig jaar lang voetbalt, ga je niet zeggen : en nu ga ik eens een deuntje spelen. En ben je constant met muziek bezig, dan ga je niet plots een bal in de winkelhaak krullen, hé." De Vos : "Mensen die aan topsport doen, zijn daar heel monomaan mee bezig. Die hebben niet de tijd voor andere hobby'tjes. Ik denk dat het ook niet anders kan. Bij mij is dat toch zo. Gitaar spelen is niet alleen mijn beroep, het is ook mijn hobby. Wanneer ik straks thuiskom, begin ik een halfuurtje te rammelen. Gewoon dingskes uitproberen. Zo ontstaan nieuwe nummers. Je speelt iets en plots denk je : hei, da's wijs maat." Dupré : "Dat vind ik de max, maar bij mij is het toch anders. Tegenwoordig ben ik content als ik thuiskom en het voetbal even achter me kan laten. Wanneer ik mij extreem verveel, zal ik misschien eens een balletje omhoog schoppen, maar toch zo weinig mogelijk. De mensen zeggen altijd : je hebt van je hobby je beroep kunnen maken. Dat is ook wel zo, maar toch : je moet je houden aan regels, altijd op tijd zijn ... En bij Standard is er bovendien constant die druk om te winnen. Nee, ik ervaar het toch als werken." De Vos : "Sporten werkt sowieso erotiserend. Topsporters hebben een afgetraind lijf met zo'n wasbordje. Logisch dat vrouwen dat aantrekkelijk vinden." Dupré : "Omgekeerd kan ik mij ook wel inbeelden dat vrouwen bewondering hebben voor muzikanten. Iemand die mooi kan zingen, dat is impressionant. Weet je, ik zat vroeger op school met Jasper Steverlinck van Arid. Alle meisjes waren zot van hem. Ja, ik was toen nog niet bekend hé (lacht)." De Vos : "Ja, de mensen luisteren nu eenmaal het meest naar de zanger. De andere muzikanten spelen vooral in functie van mij, hé." Dupré : "Ik vind het logisch dat aanvallers meer in de belangstelling staan. Voetbal draait om goals maken en het zijn toch vooral de aanvallers die dat doen. Alleen vind ik aanvallers - niet allemaal, maar toch veel - eigenlijk mietjes. Die gasten zijn zo kleinzerig. Ik mis op een jaar tien tot vijftien trainingen, maar sommige aanvallers ... Ze incasseren natuurlijk ook veel. Als verdediger kan ik dat wel goed inschatten (lacht)." De Vos : "In de muziekwereld bestaat er ook zo'n cliché over drummers. Dat het dommeriken zouden zijn. Bij ons klopt dat ook wel - sorry, Eric (Bosteels, nvdr). Onze groep bestaat uit drie muzikanten en een drummer : dat is nog zo'n lol." De Vos : "Als je in het Nederlands zingt, moet je natuurlijk niet in Denemarken gaan optreden. Toen ik zestien was, heb ik geprobeerd om Engelstalige songs te schrijven, maar dat ging mij echt niet af. I saw her walking down the street and I miss her : verder kwam ik niet. In het Nederlands kon ik leukere teksten schrijven, over de afwas en zo. "Toen ik begon, was de tijdsgeest ook anders. Ik wil niet vals bescheiden zijn, maar we vonden het al fantastisch om in de Vooruit of op de Gentse Feesten te spelen. Nu is de mentaliteit veranderd. Je moet als Belg niet meer per se bescheiden blijven. Gasten als dEUS of Soulwax zeggen : godverdomme, wij gaan naar Engeland en naar Amerika." Dupré : "Als voetballer heb je dat minder in eigen handen natuurlijk. Volgend jaar ben ik einde contract bij Standard en dan zien we wel. In de eerste plaats moet ik blijven presteren. Nog een jaartje zoals dit, misschien zelfs nog iets beter, en wie weet ?" Dupré : "Makkelijk. Mijn pa speelde voetbal en ik ging altijd naar hem kijken. Als ik thuiskwam van school, pakte ik zo snel mogelijk de bal erbij. Mij ma was wel eens aan het memmen dat ik niet studeerde, maar ik kreeg op mijn achttiende een profcontract en toen was het in orde. Profvoetballer of een nine-to-fivejob, dat maakte niet zoveel uit. In het leven moet je een beetje je eigen weg vinden. Ik wist dat ik voldoende talent had om het waar te maken." De Vos : "Bij mij was het geen cadeau. Bij ons thuis speelde er nooit echt muziek, ik had ook niemand die me kon helpen. Veel broers en zussen, dat wel, maar het zijn allemaal eenvoudige lapzwanzen - allez, eenvoudige mensen. Mijn vader heb ik nooit echt gekend : hij is gestorven toen ik acht was, maar mijn ma is zo'n katholiek wijveken en die was er niet zo voor te vinden. 'Gij met uw onnozele muziek, moet ge geen huiswerk maken ?' Dat zei ze altijd, nu nog trouwens. 'Wat ga jij later doen in uw leven ?' 'Maar ma,' zeg ik dan, 'ik ben vierenveertig, er is geen later meer, we zijn er al.' Neen, een serieuze job, ik begin er nu niet meer aan." Dupré : "Omdat het de schoonste stad is van België. Wie iets anders beweert, kent er niks van. Er is hier ook zo veel te doen, en dat middeleeuws decor ..." De Vos : "Ja, maar er zijn ook de moderne dingen. De Culture Club is één van de grootste discotheken in Europa. Rondlopen in Gent is eigenlijk mijn echte hobby. Ik ga nooit op reis." Dupré : "Ik heb dat ook. Alle voetballers vertrekken nu op exotische reizen. Ik niet. Waarom zou ik ? Ik ben hier op mijn gemakske in Gent, wat gaat daar nu boven ?" De Vos : "Jij bent een gast naar mijn hart ! Ik denk er net zo over. Ik ga geen problemen zoeken om ze te zoeken. Ik heb hier mijn bed, mijn wc en een boek van Suske & Wiske." De Vos : "Van mijn twaalfde al ga ik naar de Gentse feesten en toen was het alleen nog maar op Sint-Jacobs te doen. Daarom is dat nu nog mijn vaste stek. Alhoewel, de bommamuziek op het Veerlepleintje vind ik ook wel de max : (zingt)als marktkramer ben ik geboren ... Ik wil daar zeker niet deningrerend over doen. Tegenwoordig is er zo veel volk dat je wel een eigen plekje moet kiezen. Als je de hele avond over en weer moet tsjolen, is het alsof je een training in de benen hebt." Dupré : "Ik ga ook graag naar Pole Pole, op het gemakske. Of naar Ten days of techno, daar heb je altijd dj's die de moeite zijn." Dupré : "Mij spreken ze altijd aan over het voetbal. Hei Fred, wanneer kom je terug naar Gent. Ik probeer altijd beleefd te blijven, maar antwoord zo kort mogelijk. Voor mij is het een vakantieperiode en die breng ik toch graag met mijn maten door. Maar ik heb ermee leren leven." De Vos : "Het alternatief is thuisblijven, hé. Dat gaat ook niet. Om de tien minuten staat er iemand in mijn oor te roepen : hé Voske, maat, we gaan een pint drinken. Dan probeer ik nog walgelijker te reageren dan die gasten. Ik neem ze vast en roep : het zal wel zijn, we gaan ons zat zuipen. Dan denken ze : oei, die gast is precies nog onnozeler dan ik." Voor het grote publiek is Luc De Vos natuurlijk de stem van Gorki, de quasi wereldberoemde Vlaamse rockgroep. Voor het jeugdiger publiek is hij dan weer de stem van Fillmore, het hippe volkswagenbusje uit de Disneytekenfilm Cars. Meer belezen fans kennen De Vos als de auteur van romans als De laatste mammoet en De rest is geschiedenis. Ook Frédéric Dupré is ondertussen bekend bij jong en oud. Voor oud is hij de talentvolle losbol die na zijn doorbraak bij AA Gent net op tijd van het verkeerde spoor af raakte. Voor jong is hij de stevige Standardverdediger met de uitstekende tackle en dito profmentaliteit. Literatuurliefhebbers echter zullen hem meer dan waarschijnlijk niet kennen. door Jan-Pieter De Vlieger