'Mijn connectie met deze wijk bestaat al 61 jaar, want ik werd geboren op het Kiel. En per definitie was je dan ook meteen supporter van Beerschot. Mijn grootvader viel net voor de Eerste Wereldoorlog zonder werk, ging solliciteren bij de club en kreeg de job van terreinverzorger. Nadat een gedeelte van het aristocratische bestuur plots bijna voltallig naar Engeland trok, besliste mijn grootvader om spelers vanop de straat te rekruteren. Want het team moest in eerste klasse blijven. Zo leerden we Raymond Braine en Rik Larnoe kennen.
...

'Mijn connectie met deze wijk bestaat al 61 jaar, want ik werd geboren op het Kiel. En per definitie was je dan ook meteen supporter van Beerschot. Mijn grootvader viel net voor de Eerste Wereldoorlog zonder werk, ging solliciteren bij de club en kreeg de job van terreinverzorger. Nadat een gedeelte van het aristocratische bestuur plots bijna voltallig naar Engeland trok, besliste mijn grootvader om spelers vanop de straat te rekruteren. Want het team moest in eerste klasse blijven. Zo leerden we Raymond Braine en Rik Larnoe kennen. 'Mijn vader was ook een begenadigd voetballer. Hij haalde de reserven. (lacht) The story of my life. Hij werd dan verzorger, destijds nog de authentieke masseur, dus zat ik hier al vanaf mijn tweede of derde mee in de kleedkamer. Dat was een openbaring voor mij en mijn jongere broer. Daar groeide meteen de verbondenheid met Jan Verheyen en Wilfried Willems. Mijn vader was bloedfanatiek: tafellakens en ander toebehoren, dat moest altijd in het paars. 'Het was mijn bedoeling om bij Beerschot te gaan sjotten. Ik kende hier iedereen, hé. In mijn jeugd waren er in het Middelheimpark sportgelegenheden, via Kindervreugd. Zo kwam ik in contact met Juan Lozano, John Van Abbeny of Patrick Hantson. Op het moment dat ik bij Beerschot kon tekenen, maakte mijn vader echter ambras op de club. Hij zei mij toen: 'Over mijn lijk, bij die kloteploeg ga je niet spelen.' Ik wist meteen hoe laat het was. 'Ik mocht wel meedoen met de selectieploeg van Antwerpen. Zo kwam ik in Manchester en Rotterdam, voor stedelijke competities. Die veroverden we vaak met zeges van 10-0 of 12-0. Ik speelde daarin samen met Juan Lozano, eigenlijk vooral in dienst van hem. Hij zei altijd: 'Passke.' Daarna begon hij aan een onwaarschijnlijke dribbel, wat veelal leidde tot een goal. (grijnst) Ik was zoals bij Frankrijk, de Claude Makélélé als doorgeefluik voor sterspeler ZinédineZidane. Let op: ik besefte al snel dat ik niet voldoende was voor Beerschot. 'Ik was net iets te klein om Rik Coppens te zien voetballen. Van onze pa onthield ik altijd dat hij en Raymond Braine de beste waren. Juan, dat was een onwaarschijnlijk fijne technicus. Met veel sierlijkheid verstuurde die zijn passes, hij liep niet te veel maar heerste en verdeelde. De ploegfoto met Juan als speler en Rik de coach, dat beeld koester je levenslang. Fantastische tijden, want ze wisten het allebei altijd beter. 'Nu is het weer heerlijk toeven in het Olympisch Stadion. De ziel van de club bleef intact. De mensen van Wilrijk brachten realisme binnen, alle respect daarvoor. Anders bestonden we nu niet meer. Een avondje Kiel is voor mij wel niet meer hetzelfde als pakweg tien tot vijftien jaar geleden. Vroeger vond je daar mensen die vanuit de stad kwamen om erbij te zijn en te vieren tot vier of vijf uur 's ochtends. De auto bleef dan dikwijls aan het stadion staan, er werd sowieso een taxi gebeld. Waanzin. Beerschot, dat was de beste discotheek van het land. Dat gevoel mis ik. 'Tegenwoordig rook ik met veel genoegen een sigaar bij elk thuisduel. Eentje die pas na negentig minuten op is. Daarvan krijg je me kalm. Maar na een nederlaag kan ik toch nog altijd heel chagrijnig zijn. Ik leef passioneel mee. Beerschot blijft voor altijd in mijn hart. Dat gevoel zal je er nooit uit krijgen, hoor.'