Toen Ariël Jacobs donderdag tegen Hajduk Split een kwartier voor het einde Lukas Marecek als extra controlerende middenvelder inbracht voor Jonathan Legear, wilde Mbark Boussoufa eerst niet zien wat hij natuurlijk wel wist: dat hij de wedstrijd zou uitspelen op de linkerflank en niet in de centrale rol die hem zo lief is. Met onverholen tegenzin en de vuisten gebald slofte de Marokkaan naar het lijntje voor Jacobs' dug-out.
...

Toen Ariël Jacobs donderdag tegen Hajduk Split een kwartier voor het einde Lukas Marecek als extra controlerende middenvelder inbracht voor Jonathan Legear, wilde Mbark Boussoufa eerst niet zien wat hij natuurlijk wel wist: dat hij de wedstrijd zou uitspelen op de linkerflank en niet in de centrale rol die hem zo lief is. Met onverholen tegenzin en de vuisten gebald slofte de Marokkaan naar het lijntje voor Jacobs' dug-out. De dag voor Club Brugge-Anderlecht, zo vertelde Jacobs zondag na de overtuigende zege in Jan Breydel, had hij nog een geanimeerd gesprek gehad met Bous. Dat ging erover dat hij tegen Club weer op de flank zou starten. Gesprekken met Boussoufa kennen een voorspelbaar verloop. De trainer zegt wat hij verwacht, de speler gaat niet akkoord. Tot twee dagen later, dan geeft hij zijn trainer gelijk, máár niet in alles. Dat gunt die trainer zijn speler wel, hij heeft dan toch al gewonnen. Bij Boussoufa draait het leven om geven en nemen. Het is een spel dat Jacobs als geen ander beheerst. Dat betaalt zich ook uit: Boussoufa scoorde en liet scoren zondag, maar het echte verschil werd gemaakt door Kanu in de positie die Boussoufa claimt als de zijne, maar zoals hij ze nooit kan invullen. Jacobs' ingreep ging ten koste van Matías Suárez, de broze Argentijn die tegen Hajduk vertrouwen had getankt met een weergaloos doelpunt, maar in Brugge niet eens van de bank afkwam. Zoals voor elke trainer zijn dit ook voor Jacobs delicate evenwichtsoefeningen, maar nog nooit leidde het bij hem tot dissidentie in de kleedkamer. Jacobs geniet het vertrouwen van iedereen en na drie en een half jaar trainerschap in het Vanden Stockstadion is dat een zelden geziene prestatie. Door de afwezigheid van Olivier Deschacht en het bankzitterstatuut van de uit blessure terugkerende Lucas Biglia droeg Boussoufa zondag de aanvoerdersband, maar een echte aanvoerder is hij niet. Te impulsief, te nonchalant ook. Menig ploegmaat begint het te jeuken wanneer Bous weer eens als laatste de kleedkamer komt binnen gesloft. Twintig euro boete? Keep the change. Wanneer hij eerst nog langs de verzorging moet, begint de training geheid met vertraging. Spelers klagen daar wel eens over, zeker zij die 's middags zo snel mogelijk bij vrouw of vriendin willen zijn. Jacobs laat iedereen in zijn waarde, maar antwoorden doet hij op zijn manier. Hij spaart Boussoufa niet, maar vindt dat spelers elkaar moeten corrigeren. Doen ze dat niet, moeten ze maar iets meer kunnen verdragen van een ploegmaat die niet zelden het verschil voor hen maakt. De regel blijft dus: de training begint een half uur nadat de dokter de laatste speler heeft gezien. Wat de meesten trouwens niet zien, wegens dan al naar huis, is dat Boussoufa vaak als laatste de kleedkamerdeur achter zich dicht trekt. Beetje muziek luisteren, wat verzorging nemen, relaxen - het hoort bij het leven van de ware professional. En ook dan is Lukaku nooit ver uit de buurt. Alleen Jan Polák overtreft beide vrienden misschien als het op lichaamsverzorging aankomt, maar niemand die na een training langer op de club blijft dan zij twee. Over wie nu de leiders zijn in de paars-witte kleedkamer, is al veel gegist, maar insiders zien er maar één - een halve eigenlijk, want nog een leider in wording: de zeventienjarige Lukaku. Deschacht heeft ondanks de aanvoerdersband nauwelijks aanzien in de groep. Wanneer de laatste man van het trainingsveld stapt, gebeurt het dat hij het stadion al heeft verlaten. Het grootste respect geniet Lucas Biglia, de eerste viceaanvoerder vóór Boussoufa en Silvio Proto. Niet de offensieve middenvelder die hijzelf en zijn promotoren in en rond de club zo graag in hem zien, maar wel een dankbare en nuttige speler voor de technische staf én begaan met de groep. Toen hij geblesseerd uitviel, stapte hij huilend op de bus. De voorbije maanden is hij zich samen met Boussoufa steeds meer gaan profileren in de groep. Hij praat met de spelers en vraagt ook wanneer hij niet fit is om met de spelersbus te mogen meereizen. In Brugge viel hij in en erfde meteen de aanvoerdersband van Boussoufa. Maar hoe groot ook hun belang is op en naast het veld, zonder Biglia en Boussoufa leed Anderlecht amper puntenverlies. Dat bleef beperkt tot twee gelijke spelen - thuis tegen Club Brugge en tegen Lokeren. Zondag liepen met Marecek, Sacha Kljestan en Kanu drie spelers op het middenveld die vaker niet dan wel in de basis staan, laat staan dat ze al samen hadden gespeeld. Centraal in de verdediging stond een rechtsback die bijna anderhalf jaar out was met een dubbele beenbreuk. Maar ook dat is Jacobs: hij spreekt zijn vakmanschap aan en klaagt niet, ook al zitten hij en zijn bazen lang niet altijd op dezelfde golflengte. Vorige week vernam de trainer de komst van Dalibor Veselinovic, een aanvaller die hij van haar noch pluim kent en over wie intern geen enkel positief rapport bestond. Toch drukte de Anderlechtdirectie de komst van de Servische spits door. Vooral FC Brusselsvoorzitter Johan Vermeersch leek de koning te rijk. Even verrassend zag Anderlechts openlijke interesse voor Steve Colpaert van Zulte Waregem eruit, maar hier zit wel een logica achter. Zoals eerder al door Herman Van Holsbeeck toegegeven, torst Anderlecht een te hoge loonlast. Afgezet tegen hun gespeelde minuten zijn Nemanja Rnic en Víctor Bernárdez dure vogels voor wie je net zo goed een Colpaert op de bank kan zetten. Vanaf volgend seizoen moeten bovendien acht van de achttien namen op het scheidsrechtersblad van Belgen of in België opgeleide voetballers zijn. Anderlecht probeert hier op te anticiperen. Veselinovic, Split, Club Brugge - er viel de voorbije week alleen maar goed nieuws te rapen in het Vanden Stockstadion. Zelfs de loting voor de zestiende finales van de Europa League tegen Ajax werd op groot optimisme onthaald. Deze maand is het een jaar geleden dat Anderlecht op de slotspeeldag van de groepsfase met 1-3 ging winnen in de Amsterdam Arena. Een cruciale zege, want zonder de drie punten was het over and out geweest. Achteraf is die wedstrijd het scharnierpunt genoemd van een seizoen waarin Anderlecht na Nieuwjaar onweerstaanbaar naar zijn dertigste landstitel raasde, maar de realiteit van het moment was minder fraai. Ariël Jacobs zag zich die avond genoodzaakt de peptalk van zijn leven te houden, zo diep zat de schrik voor een rammeling er bij de spelers in. En dan was er ook nog die ene ingreep waarvoor hij zich vandaag nog altijd gelukkig prijst. Na tien minuten draaide hij de punt van zijn driehoek om en schoof Biglia naar voor. Scoren en assists leveren doet hij zelden, behalve toen. Biglia leidde de beslissende 0-2 in en Anderlecht had gewonnen spel. Afspraak in februari. door jan hauspie Jacobs geniet het vertrouwen van iedereen en na drie en een half jaar trainerschap in het Vanden Stockstadion is dat een zelden geziene prestatie.