Zijn hand zit nog steeds in een brace. Gebroken toen hij na zijn doelpunt tegen Genk iets te enthousiast op de reclameborden klopte. Nu kan hij erom lachen: 'Dom. Geloof me, dit ga ik geen tweede keer doen. Maar er moest efkens iets uit.' Over zijn passage bij de Limburgers praat hij evenwel niet meer. 'Daar is al voldoende over gezegd.' Over zijn eerste maanden bij Club des te liever. Het kostte wat tijd, maar hij staat er nu, Jelle Vossen (26). En met hem ook Club Brugge, dat uit het dal klauterde en zich in de top van het klassement nestelde. 'Ik denk dat we op de goeie weg zijn', zegt Vossen. 'We doen weer mee voor de bovenste plaatsen. De start was moeilijk, met veel verlieswedstrijden, vooral buitenshuis, maar nu hebben we een mooi reeksje neergezet. Op zich is het in uitwedstrijden ook niet meer zo dramatisch als in het begin, we hebben nu meer vertrouwen dan een maand of twee geleden.'
...

Zijn hand zit nog steeds in een brace. Gebroken toen hij na zijn doelpunt tegen Genk iets te enthousiast op de reclameborden klopte. Nu kan hij erom lachen: 'Dom. Geloof me, dit ga ik geen tweede keer doen. Maar er moest efkens iets uit.' Over zijn passage bij de Limburgers praat hij evenwel niet meer. 'Daar is al voldoende over gezegd.' Over zijn eerste maanden bij Club des te liever. Het kostte wat tijd, maar hij staat er nu, Jelle Vossen (26). En met hem ook Club Brugge, dat uit het dal klauterde en zich in de top van het klassement nestelde. 'Ik denk dat we op de goeie weg zijn', zegt Vossen. 'We doen weer mee voor de bovenste plaatsen. De start was moeilijk, met veel verlieswedstrijden, vooral buitenshuis, maar nu hebben we een mooi reeksje neergezet. Op zich is het in uitwedstrijden ook niet meer zo dramatisch als in het begin, we hebben nu meer vertrouwen dan een maand of twee geleden.' JELLE VOSSEN: 'Goh, dat hangt soms van heel kleine dingen af. Toen wij het werden was er een heel goeie groepssfeer en veel duidelijkheid over de functies en de posities. Als iemand inkwam, wist die perfect wat er van hem werd verwacht. Dat is vergelijkbaar met nu. Ik denk dat Michel Preud'homme iets probeert neer te zetten waarbij hij van iedereen specifieke dingen verwacht. Daarin moeten we nog groeien, maar we merken al enige vooruitgang. Toen we met Genk kampioen werden, zaten we op een gegeven moment in een geweldige flow. Het klinkt misschien wat arrogant, maar als we een wedstrijd begonnen, wisten we bijna op voorhand dat we zouden winnen. Hier begint dat te komen, de laatste wedstrijden stapte ik met een heel goed gevoel op het veld. Het is wel nog een lange weg tot de play-offs en daar begint het pas. Thibaut Courtois heeft toen zeven, acht punten voor ons gered. Kevin De Bruyne was er ook. Ogunjimi, Barda en ik die elk dat seizoen minstens vijftien doelpunten maakten. Er stond gewoon een heel goeie ploeg, barstensvol vertrouwen.' VOSSEN: 'Dat voordeel hadden we inderdaad in Genk, op zich moest niks en konden wij wat vrijer voetballen. Moeten is nooit goed. Dat zullen we hier moeten temperen, hoe graag iedereen het ook wil.' VOSSEN: 'En spelers! Iedereen wil het, dolgraag. Maar we moeten zien dat we daar niet te ver in gaan, want dan kan het voor extra druk, zelfs een beetje verlamming zorgen. We moeten vrij proberen te voetballen, zoals we dat de laatste weken doen.' VOSSEN: 'Dat hangt ervan af, of ik op de 10 sta of in de spits.' VOSSEN: 'Ik denk dat dat eenmalig was. (lacht) Dat was niet goed, neen, ik heb er de actie niet voor, noch de snelheid. Dat weet ik van mezelf ook. Het was een slechte wedstrijd van de hele ploeg en dan ga ik van daar niet voor veel gevaar kunnen zorgen.' VOSSEN: 'Eigenlijk wel, ja. In de wedstrijden ervoor speelden we met Hans Vanaken wat vanaf de rechterkant en ik op de 10. Daar werd het omgewisseld. Ergens snapte ik wel de gedachte erachter, de bedoeling was dat ik Leandro in de spits wat steun zou geven en tegelijk Asare op de linkerflank kon opvangen. Ik kreeg de kans om de 1-1 te maken. Als ik die binnen schiet en we komen er weg met een goed resultaat, zegt iedereen: goed gedaan van de trainer! Nu heeft hij iets geprobeerd en is het niet goed uitgedraaid. 'Maar je vroeg wat hij van me wil. Op de 10 is dat proberen mijn spel te spelen. Mijn kwaliteit blijft op het juiste moment op de juiste plaats opduiken. Of dat nu in de spits is dan wel op de 10 maakt weinig uit. Op de 10 kom je meer in de ruimte, als spits sta je al in de zestien en komt het erop aan je vrij te maken. Hij vraagt ook veel infiltraties, veel diepgang. Ik ben altijd gewoon geweest om vanuit een tweespitsensysteem in de bal te komen, wat zwervend rond een diepe spits. Nu is de hoofdzaak om in de rug van de verdediging te duiken en voor diepgang te zorgen. Gaten trekken voor anderen. De laatste weken probeer ik daar een goed evenwicht in te zoeken.' VOSSEN: 'Dat is zo. Maar als we zoals de laatste weken heel dominant spelen, raak je als spits wel genoeg ballen. Er is altijd gevaar, er kan altijd een bal voor je voeten vallen waarbij je scherp moet zijn. Tegen Genk gebeurde dat. Op zich heb ik geen geweldige wedstrijd gespeeld en niet veel ballen gehad, maar die ene bal die daar in de kluts valt, daar moet je wel scherp op reageren. En dan zie je na wedstrijd: 'Vossen was man van de match.' Terwijl het op zich geen goeie wedstrijd van mij was. Als ik die goal niet maak, krijg ik een 5. Nu alle voorpagina's. Dat is het leven van een spits.' VOSSEN: 'Dat is normaal voor een spits, dat trek ik me minder en minder aan. Op Westerlo miste ik drie, vier kansen, maar was ik wel bij elke aanval betrokken en zorgde ik voor veel gevaar. Voor hetzelfde geld geef ik twee assists en scoor ik een paar keer. En dan lees ik dat ik niet kan scoren of niet in vorm was. Terwijl ik dat net een van mijn betere wedstrijden vond.' VOSSEN: 'Ik denk niet dat Engeland daar veel mee te maken heeft. Daar speelde ik ook op de 10 of als hangende spits. Nu, de verdedigers daar zijn heel anders dan hier, ik moest het er niet in de duels gaan zoeken. Daar leerde ik nog meer om uit de duels te blijven en slimmer positie te kiezen. Ik zal nooit een targetman worden om lange ballen naartoe te trappen. Dat weet ik, dat weet de ploeg ook, zo gaan ze me niet gebruiken.' VOSSEN: 'Ik ben een speciaal geval qua positie. Ik speel het liefste er wat tussenin, maar ik verwacht hier echt niet dat het systeem speciaal aan mij wordt aangepast. Als je nu 4-3-3 speelt en je zet mij als aanvallende middenvelder, speel je eerder 4-4-2, omdat ik altijd wel diepgang breng, wat Vázquez of Vanaken minder doen. Die vragen de bal in de voet en gaan van daar het spel verdelen. Ik ben eerder de loper die in de box gaat. Het ligt zo dicht bij elkaar, soms hangt het van vijf meter af... Voor mij maakt het in principe weinig uit.' VOSSEN: 'Elke speler wil altijd spelen. Er zijn er die na een paar weken afwezigheid direct een fantastische match spelen, anderen moeten er wat inkomen. Of het echt nodig is om mijn beste niveau te halen, weet ik niet, omdat ik de laatste jaren vrijwel altijd speelde. In Middlesbrough was er ook een rotatiesysteem, maar daar had ik weinig problemen mee.' VOSSEN: 'In Duinbergen. Leuk, kort bij familie en vrienden, wat toch aangenamer is dan in het buitenland. Qua levensstijl was er niet veel verschil tussen België en Engeland, maar als ik hier een dag vrij ben, rijd ik naar Limburg - dat kun je ginder niet. Ook voor Audry is het gemakkelijker, zij doet onderzoek voor de Europese Unie en neemt drie, vier keer per week de trein naar Leuven. Een hele afstand, maar vanuit Engeland was het nog een stuk complexer. Het is rap gezegd, 'ik ga in het buitenland voetballen', maar er komt toch heel wat bij kijken.' VOSSEN: 'Ik blijf het avontuur bij Middlesbrough fantastisch vinden, maar Burnley was minder, op en naast het veld. Dan vraag je je af: waarom ben je naar hier gekomen? Op dat vlak moet je wat geluk hebben. In Middlesbrough ben ik nooit geweest, tenzij om te tekenen. In Burnley ben ik twee dagen gaan kijken en heb ik met iedereen gesproken. Je kunt veel informatie inwinnen, maar het blijft een risico.' VOSSEN: 'Op dit moment heeft het weinig zin om daarover te spreken. Ik ben er pas drie maanden, laat ons eerst hier maar eens de nodige dingen doen. Ik moet wel zeggen dat het de eerste wedstrijden wat schrikken was qua tempo. In Engeland gaat het de hele tijd op en neer, terwijl er hier gerust tien passen tussen de verdedigers kunnen worden gegeven terwijl je als spits de hele tijd staat te wachten. Dat zie je ginder nooit, één bal breed kan misschien nog, maar dan gaat het vooruit, desnoods met de lange bal. Je bent constant in beweging.' VOSSEN (knikt): 'Ik had het er vandaag nog over met RuudVormer. Een stevige tackle, in België is dat precies not done.' VOSSEN: 'De meeste van die jongens voetballen dan ook in Engeland. Ik schrok daar in het begin ook van. Ik zag er tackles waarvan ik dacht: allee, jongens, willen jullie elkaar echt van het veld trappen of zo? Maar dan zie je het 'slachtoffer' opstaan, handje schudden en weer doorgaan. In België staat het kot op zijn kop.' VOSSEN: 'Neen. Het zit hier niet in de mentaliteit. Zij applaudisseren voor een tackle, hier wordt er spel van gemaakt.' VOSSEN: 'Op hoge ballen en bij tackles zijn er geen betere. Maar als je er wat slim mee omgaat, maken ze veel fouten, ja. In Engeland moet een verdediger groot en kopbalsterk zijn. In andere landen kijken ze toch iets meer naar voetballende kwaliteiten en positiespel.' VOSSEN: 'Ik denk dat ik nooit een trainer had die er zo veel mee bezig was als hij. Ik denk dat hij een beeld heeft van hoe hij een ploeg wil laten spelen en je merkt aan de spelers dat ze echt wel weten wat van hen wordt verwacht. Dat is niet iets wat je in één, twee, drie opbouwt. In Genk heeft Frankie Vercauteren het jaar voor we kampioen werden in de loop van het seizoen overgenomen. Dat gaf hem een halfjaar de tijd om zich in te werken. Het seizoen erop hebben we er de vruchten van geplukt. Het is een manier van werken die wat tijd vraagt. Verder zijn de analyses van de tegenstander goed, doordacht, hij heeft duidelijk informatie van de laatste tien, vijftien wedstrijden van een tegenstander.' VOSSEN: 'Niet alles is te analyseren, maar het is als speler leuk om te weten wat op je af komt en waar de zwakke punten van de tegenstander liggen, de ruimtes en waar het belangrijk is om spelers vrij te krijgen. Maar uiteindelijk moet het toch op de mat gebeuren en hangt het daar van kleine dingen af.' VOSSEN: 'Ach, dat ligt zo dicht bijeen. Dat gebeurde vroeger ook al met andere trainers, maar hier is het gedetailleerder, met méér informatie. Maar toch, je kunt je nog zo goed voorbereiden, als de tegenstander tijdens de wedstrijd vijf of tien meter lager gaat staan met één of twee spelers, krijg je een ander systeem, met andere patronen. Dan moet je op het veld zelf reageren. Het is een dunne lijn tussen voorbereid zijn en iets zelf oplossen.' VOSSEN: 'Dan denk ik aan Timmy Simons, Vormer, mezelf ook. Die as komt het meeste aan de bal en moet dan elkaar wat sturen.' VOSSEN: 'Heb je even? Ik ben niet dé targetman, daar kan ik nog stappen zetten. Nog beter mijn lichaam gebruiken in de duels. Je moet niet altijd de sterkste zijn om een duel te winnen. Mijn linkervoet kan ook nog pakken beter.' VOSSEN: 'Dat zou niet goed zijn, vrees ik. Dan val ik uit de kern!' (lacht) DOOR PETER T'KINT - FOTO BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS'De voorbije wedstrijden stapte ik met een heel goed gevoel op het veld.' JELLE VOSSEN