Hoewel het heilige vuur heel zijn carrière zou ontbreken, legde Walter Godefroot een schitterende erelijst aan. Hij profileerde zich vooral als een man van de voorjaarsklassiekers. In het klassieke geweld droeg vooral Parijs-Roubaix zijn voorkeur weg. Vandaag nog kan Godefroot lyrisch worden als hij vertelt over dit prachtige relict uit oude tijden, over het gebonk over de straatstenen, het gezwoeg over schots en scheef liggende oude stenen. Hij kreeg een kick als hij over de kasseien zweefde, hij wist dat niemand daar sneller kon rijden als hij, zelfs Roger De Vlaeminck niet. Zijn grote kracht was dat hij zonder handschoenen kon fietsen, hij kree...

Hoewel het heilige vuur heel zijn carrière zou ontbreken, legde Walter Godefroot een schitterende erelijst aan. Hij profileerde zich vooral als een man van de voorjaarsklassiekers. In het klassieke geweld droeg vooral Parijs-Roubaix zijn voorkeur weg. Vandaag nog kan Godefroot lyrisch worden als hij vertelt over dit prachtige relict uit oude tijden, over het gebonk over de straatstenen, het gezwoeg over schots en scheef liggende oude stenen. Hij kreeg een kick als hij over de kasseien zweefde, hij wist dat niemand daar sneller kon rijden als hij, zelfs Roger De Vlaeminck niet. Zijn grote kracht was dat hij zonder handschoenen kon fietsen, hij kreeg nooit blaren, een gevolg van een opleiding als schrijnwerker die hij vroeger had gevolgd en waarin hij het gewoon was om handenarbeid te verrichten. Door een opeenvolging van tegenslagen won Godefroot de Franse topklassieker maar één keer. Walter Godefroot was een veelzijdige renner, een sprinter die hellingen verteerde en zo ook Luik-Bastenaken-Luik won, een explosieve pedaleur die een marathonkoers als Bordeaux-Parijs twee keer won en die in de Tour twee keer het groen veroverde. In de Ronde van Frankrijk won hij in totaal tien ritten, hij was de allereerste renner die in de slotrit op de Champs-Elysées triomfeerde. Maar de eerste van twee Belgische titels die hij veroverde, in 1965 in Vilvoorde, beschouwt Godefroot als zijn hoogtepunt. Enkele maanden nadat hij naar de profs was overgestapt, klopte hij Eddy Merckx en zijn latere schoonbroer Tuur De Cabooter in de spurt. Niet altijd stelde Walter Godefroot zich als onvoorwaardelijke kopman op. Hij werkte veel voor andere renners en omschreef zichzelf ooit als een oprukkende libero die het spel van achteruit verdeelt. In feit was Godefroot een sportdirecteur op de fiets. Hij kon intens genieten wanneer een ploeg als een collectief blok draaide en alle schakels in elkaar pasten. Niet onlogisch dat hij later die richting insloeg. Vooral als ploegleider van Telekomdrukte Walter Godefroot zijn stempel. Het organiseren en dirigeren zat hem in het bloed en zo hield Godefroot zich als Belg staande in een Duitse ploeg. Hij zag de wielersport veranderen, constateerde hoe zakelijkheid steeds meer de bovenhand kreeg boven gezelligheid, hoe de romantiek werd opgeslorpt door agressiviteit. Maar hij evolueerde mee met de tijd, net zoals Godefroot ook in zijn actieve carrière openstond voor nieuwe trends. In 2007 verdween hij uit het peloton toen de dopingstormen voor steeds meer schade zorgden. Een enkele keer loop je hem op een koers nog eens tegen het lijf. Schitterend was het telkens weer om Walter Godefroot te interviewen. Of je hem nu ging opzoeken in zijn eenvoudige rijtjeswoning in Drongen of later in zijn villa in Sint-Martens-Latem, telkens trof je een sfeer van warmte aan. Godefroot had ook altijd iets te vertellen en verstopte zich nooit achter clichés en dooddoeners, hij pakte niet uit met gezwollen teksten en was in tijden van voor- en tegenspoed altijd in balans met zichzelf. Vaak nam hij je mee op restaurant, want Walter Godefroot houdt ervan om goed te eten. Misschien doet hij dat met zijn verjaardag wel weer, samen met zijn gezin. In de luwte, daar waar als hij als renner, sportdirecteur en manager het liefst toefde.