Het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal omschrijft 'targetman' als volgt: centrumspits die als taak heeft de (m.n. lange) bal aan te nemen in het aanvalsgebied en een vrijstaande medespeler in een kansrijke positie te brengen.
...

Het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal omschrijft 'targetman' als volgt: centrumspits die als taak heeft de (m.n. lange) bal aan te nemen in het aanvalsgebied en een vrijstaande medespeler in een kansrijke positie te brengen. De targetman is de 'target' voor zijn medespelers, het 'doel', het 'mikpunt', het 'aanspeelpunt'. Bekende targetmannen uit het Belgische competitievoetbal zijn bijvoorbeeld Jan Koller, Nicolás Frutos, Rune Lange, Bob Peeters, René Eijkelkamp, Johnny Bosman, Piet den Boer, Salou Ibrahim, Tom De Sutter en Elimane Coulibaly. Elk beschikken ze over hun eigen specifieke kwaliteiten, maar ook over een groot gemeenschappelijk kenmerk: ze zijn bijna allemaal minstens 1,90 meter lang. "Het belangrijkste voor een targetman is dat hij aanspeelbaar is als een wedstrijd vastzit", zegt Piet den Boer, die in 1988 als targetman van KV Mechelen het enige doelpunt maakte in de finale van Europabeker II tegen Ajax. "Als er in het centrum en op de flanken weinig of geen ruimte is en je voetballend niet doorheen de linies van de tegenstander raakt, kan een lange man voorin een oplossing bieden. Daar zijn drie factoren voor nodig: "1. Een targetman rond de zestienmeterlijn die de bal kan vasthouden. "2. Een verdediger met de kwaliteit om de bal zuiver van achteren naar voren te spelen. "3. Snel opkomende middenvelders om de aansluiting te verzorgen en de targetman aanspeelmogelijkheden te bieden, én eventueel een tweede spits die gekruist in zijn rug wegloopt. "Zo kan je snel een grote afstand overbruggen en toch gevaar creëren. Met een targetman kan je altijd de lange bal spelen. Als je als ploeg onder druk staat en er moeilijk onderuit raakt, is hij een aanspeelpunt dat je wat tijd en rust en de gelegenheid om op te schuiven kan geven. "Met flankvoorzetten en een lange man op de penaltystip kan je een ploeg onder druk zetten. Hij kan op doel koppen of de bal klaarleggen voor een ploegmaat. "Waarom staat Kevin Vandenbergh momenteel stil in zijn evolutie? Omdat hij een spits is die in de zestien meter rond een targetman moet kunnen spelen. "Een targetman kan indien nodig ook voor extra kopkracht in de verdediging zorgen, maar ik begrijp niet waarom sommige ploegen bij een hoekschop van de tegenstander met elf man in hun strafschopgebied staan. Als je iemand voorin houdt, kan je sneller omschakelen als je in balbezit komt. "Een targetman houdt toch doorgaans twee centrale verdedigers aan de klap en hoe dieper hij staat, hoe langer hij het speelveld maakt en hoe meer ruimte, vrijheid en mogelijkheden om creatief te zijn hij voor opkomende middenvelders creëert." "Als targetspits moet je toch over een bepaalde basistechniek beschikken", zegt Piet den Boer. "Je hebt ook een zekere actiesnelheid nodig om van je tegenstander los te komen. Vaak is het evenzeer een kwestie van mentaliteit om tussen twee of drie verdedigers te duelleren om de bal. "Het gaat niet alleen om lengte, maar ook om kracht en leepheid. Niets is zaliger dan je zodanig op te stellen dat je sterker bent dan je tegenstrever. Door tegen hem aan te leunen bijvoorbeeld, zodat hij niet voor je kan komen. Of door je een beetje vooruit te laten duwen op het moment dat de bal komt, zodat je een overtreding mee krijgt. Als je tegen een verdediger aan staat, kan je je armen wijd maken en draaien op zijn lichaam. Dat is de kracht van een ervaren targetman. "Frutos is een type dat zijn lichaam vaak blok zet en dan kaatst en kopt. Björn Vleminckx is meer een targetspits die nooit stilstaat, af en toe terugzakt en soms zelfs de zijkanten opzoekt. Hij loopt meer de looplijnen en sleurt meer de bal langs de grond. Net als Dirk Kuyt is hij kwetsbaarder als hij vanuit stand moet koppen, hij heeft een paar meters nodig om erboven uit te kunnen steken. Zij gebruiken meer hun timing en hun sprongkracht dan hun lengte. Fysiek zijn ze ijzersterk. Door hun beweeglijkheid zijn ze moeilijker te controleren. Ze kiezen hun momenten om op te duiken, een zuivere targetman als Frutos is in principe altijd aanspeelbaar. " Igor De Camargo is kopbalsterk, maar kan ook iets op snelheid en in een een-tegen-een- situatie doen. Tom De Sutter wordt gebruikt zoals Frutos, maar is meer iemand die sleurt. Hij gebruikt goed zijn lichaam om van zijn tegenstander weg te draaien, is technisch sterk en vrij snel. Wat hij moet leren, is afwisselen: tweemaal kaatsen en als de verdediger denkt dat je het een derde keer zal doen, draai je weg. Dat is de kracht van een targetman tegenwoordig. "Als targetman hoeft jouw actieradius niet groot te zijn, als diepste spits moet je in principe niet terugvallen op het middenveld en bij balbezit van de tegenstander zak je nooit dieper terug dan op de middellijn. "Een neus voor de goal is een basiskwaliteit. Je hoeft als targetman geen topschutter te zijn, maar dan zijn er rond jou wel voldoende spelers nodig die vaak scoren. Ik begrijp wel dat Anderlecht moeilijk Frutos kon missen, want op de zijkanten beschikken ze niet over het grote scorend vermogen. Als dan met hem de man die het gemakkelijkst een doelpunt maakt én het aanspeelpunt wegvallen, krijg je een ander spel. "Het rendement van een targetman is afhankelijk van het middenveld. Als je de bal niet kwijt kan, houdt het op, want je staat tegen twee man; en als je de bal niet van de zijkant krijgt, houdt het ook op. "Of je gesteund wordt door vijf middenvelders of vier plus een behendige spits, maakt niet zo veel uit. Als er maar aansluiting is. In topelftallen worden er driehoeken gecreëerd, dan zie je dat er bijna altijd drie mensen vrijkomen. Dat was ook een van de sterktes van het KV Mechelen van Aad de Mos destijds: als ik de bal kreeg, kwamen er altijd minstens twee mannen heel snel vanuit het middenveld. Na een tijd begonnen die bij het infiltreren elkaar te kruisen en waren we nog moeilijker af te stoppen. Als je goed kaatst op middenvelders die gemakkelijk scoren, ben je zeer belangrijk. Dat wordt wel eens onderschat. "Van oorsprong is 'targetman' eigenlijk een lelijk woord, het staat voor: een lange die kan koppen, die in de zestien meter moet staan en naar wiens hoofd ballen worden gegooid. Peter Crouch ( Engeland, Portsmouth FC, ex-Liverpool nvdr) is een pure targetman. Hij is altijd aanspeelbaar in de zone van de waarheid. "Maar targetmannen worden steeds veelzijdiger. Ruud van Nistelrooy is zowat de ideale targetman. Hij zal wel nooit een duel winnen op twee meter hoogte, maar hij wint veel lagere kopduels door voor zijn tegenstander te komen, hij is balvast, kan kaatsen, de bal in de ruimte op de zijkant spelen, van zijn tegenstander wegdraaien en hij schopt er ook nog elk jaar 30 binnen." "Een targetman is voor elke ploeg een meerwaarde", besluit Piet den Boer. "Toch worden ze niet opgeleid. "Iedereen wil vóétballen en een dribbel maken. Op You-Tube zie je jongetjes de gekste dingen doen, ik kan het nog niet met een strandbal. Maar ook in voetbal kom je toch telkens bij de vraag: wat is efficiënt? Een directe kaats bijvoorbeeld is heel dankbaar. Onlangs zag ik een doelpunt van AZ: perfecte dropkick van 50 meter van de keeper, de middenvelders die 30 meter overbruggen, de spits die kaatst, in de rug van de verdedigers wegloopt, wordt aangespeeld en scoort. Dat is toch een kracht? Het is een van de kwaliteiten van AZ. "Als je ook een beetje 'Engels voetbal' kunt spelen, maakt je dat als team polyvalenter. Wat zie je vaak als ploegen met veel technische spelers en zonder targetspits het niet dreigen te halen? Ze sturen een verdediger van 1,90 meter naar voren. "Ik begrijp niet dat clubs geen spitsentrainer in dienst nemen. Hij betaalt zichzelf nochtans terug. Ik geloof niet dat je van de tien à twintig spitsen die je bij de jeugd opleidt, er niet een voor minstens 25.000 euro zal kunnen verkopen. Daar kan je toch een jaar een spitsentrainer mee betalen? "Waarom vragen ze in Nederland René Eijkelkamp en Johnny Bosman om spitsen te trainen? Omdat ze er het inzicht en het overzicht voor hebben. Ze kunnen spitsen tips geven, hen helpen mee te denken, vooruit te denken, de ruimte te zien en automatismen aan te leren. Alles kan je inoefenen. Johnny Bosman had een geweldige timing in de lucht. Ook dat kan je leren: ga maar eens elke dag een uur aan de kopgalg staan. "In België kiezen ze er doorgaans voor om hun spitsen uit het verre buitenland te halen. Velen mislukken. Igor De Camargo is nu Belg geworden, zo beschikt het nationale elftal er ook weer over eentje. Ik kreeg destijds van meneer Thys ook de vraag of ik mij wou laten naturaliseren. Toen ontbrak dat type ook een beetje. Ik zou zeggen: ga eens nadenken over de opleiding. "Spitsen zijn net zo belangrijk als keepers. Waarom trekken clubs keeperstrainers aan, maar geen spitsentrainer? Gek, hé?!" Sdoor christian vandenabeele, frédéric vanheule & peter wekking - beelden: reporters