Tijdens de voor Club Brugge cruciale bekerpartij op La Louvière pakte Trond Sollied in de loop van de wedstrijd uit met drie verschillende concepten. Dat botst brutaal met de filosofie van de Noorse trainer, de onvolprezen systeemdenker die een grote waarde hecht aan automatismen en daarom dezelfde veldbezetting pleegt aan te houden. Maar het was illustratief voor de verbeten zoektocht naar een nieuw elan. Club Brugge plaatste zich op La Louvière voor de halve finale van de beker en demonstreerde voor het eerst sinds lang weer mentaliteit en gretigheid. Dat moest de ommekeer inluiden, zo werd er na de kwalificatie in koor geroepen. Een echte waardemeter was La Louvière nochtans niet. Zoals zaterdag ook op Bergen zou blijken : de Wolven werden daar met 4-1 ingeblikt.
...

Tijdens de voor Club Brugge cruciale bekerpartij op La Louvière pakte Trond Sollied in de loop van de wedstrijd uit met drie verschillende concepten. Dat botst brutaal met de filosofie van de Noorse trainer, de onvolprezen systeemdenker die een grote waarde hecht aan automatismen en daarom dezelfde veldbezetting pleegt aan te houden. Maar het was illustratief voor de verbeten zoektocht naar een nieuw elan. Club Brugge plaatste zich op La Louvière voor de halve finale van de beker en demonstreerde voor het eerst sinds lang weer mentaliteit en gretigheid. Dat moest de ommekeer inluiden, zo werd er na de kwalificatie in koor geroepen. Een echte waardemeter was La Louvière nochtans niet. Zoals zaterdag ook op Bergen zou blijken : de Wolven werden daar met 4-1 ingeblikt. Club Brugge zonderde zich af voor de topper tegen Standard, maar tot een echte kentering kwam het niet. Nog maar eens werd de leider geconfronteerd met een vroege achterstand toen de bij momenten virtuose Sergio Conceiçao eerst Peter Van Der Heyden op het verkeerde been zette en vervolgens met een heerlijke krul uitpakte. Het was opvallend hoe onrustig Club na dat doelpunt aan de bal was. Een wereldgoal van Gert Verheyen bracht de ploeg net voor de rust weer in de wedstrijd, het sein voor een heuse stormloop bleek dat echter niet. Club voerde in de tweede helft de druk op, schiep kansen, maar liep zich vaak te pletter op het goed georganiseerde Standard, dat bij tegenstoten erg gevaarlijk bleef. Het 1-1-gelijkspel was een terechte uitslag van een beladen en genietbare topper. Maar het verhoogt de druk bij Club Brugge, dat een voorsprong van elf punten tot vier punten zag teruglopen en uitermate zijn best doet om de innerlijke onrust waarvoor dat zorgt te verbergen. Die comfortabel ogende voorsprong zorgde de afgelopen weken voor een gelatenheid die absoluut niet past bij de eigenheid van Club Brugge. Een kloof van elf punten op een concurrent die met zichzelf in de knoop lag en zelfs thuis van KV Oostende verloor, wat kon er nog gebeuren ? Het valt niet mee om de nonchalance die in een team sijpelt weer om te buigen. Net onverschilligheid is dodelijk voor een ploeg die zichzelf sterk maakt en zich geen enkele zwakke schakel kan veroorloven. Club Brugge schept de ruimte door veel loopwerk en specifieke bewegingen, door het perfectioneren van de al zo veelvuldig beschreven looplijnen van Trond Sollied. De rol van de middenvelders is van essentieel belang voor het uittekenen van de patronen en juist daar bleek er nauwelijks nog scherpte te zijn. Nastja Ceh liep er de afgelopen weken apatisch bij en had zeker na een midweekse interland met Slovenië moeite om het ritme weer op te pikken. Gaëtan Englebert straalt al het hele seizoen een vreemd soort onverschilligheid uit en de secure Timmy Simons alleen volstaat niet om de motor weer op gang te trekken. Ook de andere linies deelden in de malaise. Club mag dan met amper negentien tegentreffers nog steeds over de minst gepasseerde defensie beschikken, achteraan werden er te gemakkelijk kansen weggegeven. Er heerste geregeld onzekerheid in het centrum van de defensie, waar de ontwikkeling van Birger Maertens vreemd genoeg stagneert en de Tsjech David Rozehnal zich op geregelde tijdstippen bezondigt aan nonchalance. Het verplichtte Trond Sollied om de eerst naar de bank verbannen Philippe Clement weer op te vissen. Vooraan werden nogal wat kansen de nek omgewrongen. Dat had veel te maken met de rentree van Bosko Balaban. De Kroaat sleepte het imago van luie voetballer met zich mee toen hij naar Brugge kwam, maar bleek bij blauw-zwart plots aangestoken door een grote werklust. Daar viel de afgelopen weken niets meer van te zien. Balaban slofte bij balverlies als een toerist over het veld en werd voor de bekerwedstrijd op La Louvière terecht gepasseerd. Dat hij zich daar vragen bij stelde, toont dat slechts weinig voetballers de kunst van de zelfkritiek verstaan. Afgelopen zondag viste Sollied de nukkige Balaban weer op, maar de tijdelijke verwijdering uit de ploeg bleek niet echt prikkelend te hebben gewerkt : hij was nauwelijks aanwezig in de partij, een aantal onnodige technische nummertjes buiten beschouwing gelaten. Door zijn grillen en solistische acties moet Balaban steeds meer een bron van ergernis worden in het bij collectiviteit zwerende Club Brugge. Gelukkig voor de leider trok Gert Verheyen de ploeg de afgelopen weken vaak over de streep. De Kempenaar ging voorop in de strijd. Hij stond in die moeilijke weken model voor de wilskracht die normaal altijd bij Club Brugge hoort en mag zich langzamerhand een plaats toe-eigenen in de galerij van die spelers die het gezicht van Club Brugge hebben bepaald. Dat hij afgelopen zondag na zijn prachtdoelpunt aan de rust moest worden vervangen, bleek een grote aderlating. Een ploeg die stroef draait, wordt altijd geconfronteerd met zijn beperkingen. Bij Club Brugge bleek de afgelopen weken nog maar eens dat het te veel teert op power en te weinig op combinatievermogen. Club is onvoldoende in staat om de bal vlot te laten circuleren. Tegen Standard waren de acties al beter dan in de wedstrijden daarvoor, maar er zat nog altijd te veel onzuiverheid in het spel. Kracht en loopvermogen volstaan om in de Belgische competitie een dominerende rol te spelen, maar Europees werd Club door zijn manco aan zuivere techniek al vaker weggetikt. Het is op zich al verbazend dat een ploeg die op dat vlak zoveel schrijnende beperkingen heeft in deze competitie op een gegeven moment zo'n grote kloof kan slaan met de concurrentie. Marc Degryse beseft de noodzaak van een creatieve injectie beter dan wie ook, maar de technisch onderlegde spelers die hij naar het Jan Breydelstadion haalde, hebben het moeilijk om zich in het voetbal van Sollied te adapteren. Jonathan Blondel blijft, alle ijver ten spijt, ter plaatse trappelen, Victor - zondag weer gestart als bankzitter - komt niet verder dan wat flitsen. De voorliefde van Trond Sollied voor gestalte en atletisch vermogen is bekend, om als team echt te groeien en wedstrijden open te breken die muurvast zitten, zijn deze wapens onvoldoende. Meer dan ooit moet Club Brugge zich wat dat betreft beraden over de toekomst. In afwachting neemt deze competitie de allure aan van een echte thriller en wordt de druk op Club Brugge met de week opgevoerd. Blauw-zwart houdt nog altijd zijn lot in eigen handen. Het kan zich echter in de resterende zes wedstrijden (met vier verplaatsingen) geen enkele misstap meer veroorloven. De dertiende titel ligt niettemin nog steeds voor het grijpen, de dubbel blijft mogelijk. Dat mag de realiteit echter niet verbloemen. De conclusie van de afgelopen weken moet vooral zijn dat Club Brugge - bovenop de aanwezige kwaliteiten - nood heeft aan een technisch fundament. Meer dan ooit tevoren. n Jacques SysPower alleen volstaat niet.