Werk, vriendenkring en gezin: bij Peppe Giacomazza vind je het blauw-wit van Racing Genk overal terug. "Waar moet ik beginnen? Ik ben 33 en zolang ik me kan herinneren is de club een deel van mijn leven geweest. Ooit als jeugdspelertje, later heb ik voor alle clubmonumenten gekookt en nu ben ik in de eerste plaats een vurige fan. Wij zijn rasechte Genkenaars, dat krijg je er niet uit."

Vader Vincenzo Giacomazza vestigde zich in 1977 in Genk. Naast de liefde voor de Italiaanse keuken gaf hij zijn zoons Giuseppe en Gaspare ook het voetbalvirus door. Peppe: "Het rare was dat we in Waterschei woonden, maar ik bij Winterslag voetbalde. Na de fusie speelde ik bij de jeugd van KRC Genk, net achter de spitsen. Techniek had ik genoeg, maar ik miste loopvermogen." En dus werden het potten en pannen en geen voetbalschoenen. De band tussen La Botte en KRC Genk is echter nooit verdwenen. Giacomazza: "La Botte is over de jaren heen een beetje het clubrestaurant geworden. Dat is begonnen toen Remi Fagard in 1995 voorzitter werd. Ik mocht twee dagen per week op de club gaan koken. Genk was toen nog een ambitieuze tweedeklasser, maar er liepen wel al enkele jongens rond die hier nu levende legendes zijn. Denk maar aan Branko Strupar, Besnik Hasi en Jacky Peeters. Een fantastische ploeg was dat ... (begint de hele basiself van dat jaar te overlopen, nvdr) Ik heb er vriendschappen aan overgehouden die tot vandaag standhouden. Fabijan Komljenovic heeft hier maar een jaartje gespeeld en toch ben ik hem vorig jaar nog gaan bezoeken in Kroatië.

"De titel in 1999 was een fantastische bekroning van wat die groep voor elkaar gebracht heeft. Er zijn toen veel tranen gevloeid, zeker ook bij Strupar en mezelf. Branko was het uithangbord van die ploeg, iemand die ook echt tussen de mensen leefde. Hij is hier vaak op stap geweest, maar als Genk verloren had, zag je hem niet. Dan kon hij echt woest zijn. Qua temperament is hij eigenlijk een halve Siciliaan, ofwel zijn wij halve Kroaten, dat weet ik niet precies. ( lacht) Je zag hem de dag van een match ook steeds zenuwachtiger worden. Hasi had dat ook, en dat heeft die spelers gemaakt tot wie ze waren. Van de huidige generatie voetballers ken ik er zeker één die dat nog heeft: Bernd Thijs. Zonder twijfel de grootste modelprof die ik ken.

"De titel van vorig jaar was uiteraard ook geweldig, net als het avontuur in de Champions League. Ik was enorm blij voor Herbert Houben, een jeugdvriend van mij. Knap wat hij als jonge voorzitter al bereikt heeft. Alleen heb ik na de 7-0 op Valencia wel wat te horen gekregen in mijn restaurant, zeker van klanten die voor STVV supporteren. 'Genk, was dat nu een voetbalploeg of een volleybalploeg?' Die rivaliteit met Sint-Truiden hoort er sowieso bij. Of ik ooit een Truienaar zou aanwerven in mijn keuken? Natuurlijk, het schijnt dat die heel goed appelmoes kunnen maken." ( lacht)

Alle Giacomazza's delen nog een tweede grote liefde: die voor Juventus. "Dat is deel van onze familie. Als Juve verliest, moet je mijn vader niet aanspreken. Na de magere jaren hoop ik dat we dit seizoen terugkeren waar we thuis horen, zeker in dat fantastische nieuwe stadion. Iedereen is er gek van, maar ook dat is typisch Italiaans: als je fan bent, is alles twee keer zo goed en anders twee keer zo slecht. ( lacht) Toen Abramovitsj en Chelsea topchef AntonioCarluccio zouden meebrengen voor een diner in onze zaak, heb ik daar nog felle discussies over gehad. Carluccio is fan van stadsrivaal Torino ... Dat zorgt natuurlijk voor de nodige animositeit. Het fijne aan Genk is dat de achterban zo kleurrijk is dat zelfs Italianen hier achter dezelfde club staan. Ik herinner mij dat de jonge West-Vlaamse spits Anthony Annicaert tegen de voorzitter zei dat hij het toch moeilijk had om dat Limburgs te begrijpen. Waarop die antwoordde: spreek Italiaans, dan begrijpt heel Genk u." ( lacht)

DOOR JENS D'HONDT

Werk, vriendenkring en gezin: bij Peppe Giacomazza vind je het blauw-wit van Racing Genk overal terug. "Waar moet ik beginnen? Ik ben 33 en zolang ik me kan herinneren is de club een deel van mijn leven geweest. Ooit als jeugdspelertje, later heb ik voor alle clubmonumenten gekookt en nu ben ik in de eerste plaats een vurige fan. Wij zijn rasechte Genkenaars, dat krijg je er niet uit." Vader Vincenzo Giacomazza vestigde zich in 1977 in Genk. Naast de liefde voor de Italiaanse keuken gaf hij zijn zoons Giuseppe en Gaspare ook het voetbalvirus door. Peppe: "Het rare was dat we in Waterschei woonden, maar ik bij Winterslag voetbalde. Na de fusie speelde ik bij de jeugd van KRC Genk, net achter de spitsen. Techniek had ik genoeg, maar ik miste loopvermogen." En dus werden het potten en pannen en geen voetbalschoenen. De band tussen La Botte en KRC Genk is echter nooit verdwenen. Giacomazza: "La Botte is over de jaren heen een beetje het clubrestaurant geworden. Dat is begonnen toen Remi Fagard in 1995 voorzitter werd. Ik mocht twee dagen per week op de club gaan koken. Genk was toen nog een ambitieuze tweedeklasser, maar er liepen wel al enkele jongens rond die hier nu levende legendes zijn. Denk maar aan Branko Strupar, Besnik Hasi en Jacky Peeters. Een fantastische ploeg was dat ... (begint de hele basiself van dat jaar te overlopen, nvdr) Ik heb er vriendschappen aan overgehouden die tot vandaag standhouden. Fabijan Komljenovic heeft hier maar een jaartje gespeeld en toch ben ik hem vorig jaar nog gaan bezoeken in Kroatië. "De titel in 1999 was een fantastische bekroning van wat die groep voor elkaar gebracht heeft. Er zijn toen veel tranen gevloeid, zeker ook bij Strupar en mezelf. Branko was het uithangbord van die ploeg, iemand die ook echt tussen de mensen leefde. Hij is hier vaak op stap geweest, maar als Genk verloren had, zag je hem niet. Dan kon hij echt woest zijn. Qua temperament is hij eigenlijk een halve Siciliaan, ofwel zijn wij halve Kroaten, dat weet ik niet precies. ( lacht) Je zag hem de dag van een match ook steeds zenuwachtiger worden. Hasi had dat ook, en dat heeft die spelers gemaakt tot wie ze waren. Van de huidige generatie voetballers ken ik er zeker één die dat nog heeft: Bernd Thijs. Zonder twijfel de grootste modelprof die ik ken. "De titel van vorig jaar was uiteraard ook geweldig, net als het avontuur in de Champions League. Ik was enorm blij voor Herbert Houben, een jeugdvriend van mij. Knap wat hij als jonge voorzitter al bereikt heeft. Alleen heb ik na de 7-0 op Valencia wel wat te horen gekregen in mijn restaurant, zeker van klanten die voor STVV supporteren. 'Genk, was dat nu een voetbalploeg of een volleybalploeg?' Die rivaliteit met Sint-Truiden hoort er sowieso bij. Of ik ooit een Truienaar zou aanwerven in mijn keuken? Natuurlijk, het schijnt dat die heel goed appelmoes kunnen maken." ( lacht) Alle Giacomazza's delen nog een tweede grote liefde: die voor Juventus. "Dat is deel van onze familie. Als Juve verliest, moet je mijn vader niet aanspreken. Na de magere jaren hoop ik dat we dit seizoen terugkeren waar we thuis horen, zeker in dat fantastische nieuwe stadion. Iedereen is er gek van, maar ook dat is typisch Italiaans: als je fan bent, is alles twee keer zo goed en anders twee keer zo slecht. ( lacht) Toen Abramovitsj en Chelsea topchef AntonioCarluccio zouden meebrengen voor een diner in onze zaak, heb ik daar nog felle discussies over gehad. Carluccio is fan van stadsrivaal Torino ... Dat zorgt natuurlijk voor de nodige animositeit. Het fijne aan Genk is dat de achterban zo kleurrijk is dat zelfs Italianen hier achter dezelfde club staan. Ik herinner mij dat de jonge West-Vlaamse spits Anthony Annicaert tegen de voorzitter zei dat hij het toch moeilijk had om dat Limburgs te begrijpen. Waarop die antwoordde: spreek Italiaans, dan begrijpt heel Genk u." ( lacht) DOOR JENS D'HONDT