Over het voetbal in Berlijn wordt al jaren gezegd dat de mooiste wedstrijd van het jaar in de Duitse hoofdstad er één is zonder Hertha: met name de Duitse bekerfinale. In een uitverkocht olympisch stadion heerst dan een feestelijke sfeer. Beide teams moedigen hun favoriete ploeg aan, en tonen wat voor een voetbalsfeer ook in de hoofdstad mogelijk zou zijn.
...

Over het voetbal in Berlijn wordt al jaren gezegd dat de mooiste wedstrijd van het jaar in de Duitse hoofdstad er één is zonder Hertha: met name de Duitse bekerfinale. In een uitverkocht olympisch stadion heerst dan een feestelijke sfeer. Beide teams moedigen hun favoriete ploeg aan, en tonen wat voor een voetbalsfeer ook in de hoofdstad mogelijk zou zijn. Sinds vorige week, precies 452 dagen na de degradatie uit de Bundesliga, weet ook Hertha BSC Berlijn hoe zo'n sfeer aanvoelt, na de 6-1-zege tegen Eintracht Frankfurt op de openingsspeeldag van de nieuwe Bundesliga. Een van de uitblinkers, met twee goals en een assist, de Duitse Tunesiër Sami Allagui (27) voetbalde van 2005 tot 2007 eerst bij de beloften van Anderlecht en daarna bij Roeselare om vervolgens terug te keren naar het armenhuis van het Duitse voetbal bij de toenmalige tweedeklasser Carl Zeiss Jena. Vandaag is Allagui dé held: het is een van die voetbalsprookjes waar de Bundesliga wel een patent lijkt op te hebben. Nog lang na affluiten bleven de fans ademloos in de tribunes naar het lege veld staren. Zelfs de Nederlandse trainer van Hertha BSC, Jos Luhukay, doorgaans de vleesgeworden nuchterheid, verbaasde zichzelf toen hij alleen maar kon uitbrengen: "Dit is een wondermooie dag voor Berlijn, de fans en de ploeg. Zoiets kan je alleen maar dromen." De avond tevoren schudde Luhukay nog het hoofd toen hij samen met sportdirecteur Michel Preetz de openingswedstrijd uit de Bundesliga op tv volgde. Het tempo van Bayern-Mönchengladbach vond hij waanzinnig hoog. En nu deed zijn team hetzelfde. 's Anderdaags jubelden de doorgaans kritische boulevardbladen: 'Hertha kan ook Bayern (van het nieuwe werkwoord 'bayern', wat 'stunten' betekent, nvdr)!' Alleen torst de club uit Berlijn nog altijd veertig miljoen euro schulden mee. Afgelopen zomer werd maar voor één speler een transfersom betaald: Hajme Hosogai kostte één miljoen euro. Zelfs in de Belgische eerste klasse heet dat geen dure aankoop. Met 54.300 toeschouwers boekte Hertha na Bayern-Gladbach (71.000 toeschouwers) en Schalke-HSV (61.900 fans) de derde hoogste opkomst van de eerste speeldag. Met een bezettingsgraad van 57 procent is er echter nog wel wat ruimte voor extra toeschouwers. Slechts half zo veel volk lokte Eintracht Braunschweig-Werder Bremen, maar met 23.000 man zat het stadion van de andere nieuwkomer wél stampvol. Samen met Hertha was Eintracht Braunschweig in het gezegende jaar 1963 één van de zestien clubs die in de nieuw opgerichte Bundesliga van start mochten gaan. Vier jaar later verbaasde Eintracht Braunschweig vriend, vijand en ook zichzelf door kampioen te worden, voor uittredend kampioen 1860 München en Dortmund. Toen het Duitse voetbalblad Kicker voor een retrospectieve over vijftig jaar Bundesliga aan een van de toenmalige kampioenen, Horst Wolter, vroeg of Braunschweig in dat kampioensjaar geen grijze muis was geweest, vond die dat nog zwak uitgedrukt: "Grijze muis? Wij waren een donkergrijze muis! Het armenhuis van de Bundesliga, de club met het minste geld! We speelden met lamswollen truitjes, waar bij regen de druppels doorheen drongen." Toen Kicker aan Wolter vroeg wanneer er weer Bundesligavoetbal gespeeld zou worden in Braunschweig, antwoordde die nuchter: "Ik kan me dat op korte termijn gewoon niet voorstellen. Behalve als iemand plots een geldkraan opendraait, zal in tweede klasse blijven al een succes zijn. Bundesligavoetbal in Braunschweig is een utopie." De afgelopen tien jaar bracht Braunschweig grotendeels door in derde klasse. Voor de start van vorig seizoen, het tweede in de tweede Bundesliga, verwoordde trainer Torsten Lieberknecht zijn ambities kort en krachtig: het behoud verzekeren. Maar een dik jaar later voetbalt Braunschweig na 28 jaar afwezigheid weer in het walhalla van het Duitse voetbal. Om iedereen de kans te geven om met volle teugen te genieten van de terugkeer naar de Bundesliga, werd de première van de opera 'La Traviata' van Giuseppe Verdi op de Burgplatz in Braunschweig verplaatst naar negen uur 's avonds. Wanneer op zaterdag 24 augustus de eerste bal rolt, wordt gauw vergeten dat tien jaar ruzie is voorafgegaan aan de oprichting van de Bundesliga. Keer op keer heeft de Duitse bond de vorming tegengehouden, tot woede van 1. FC Köln-voorzitter Franz Kremer. Die heeft de competitie bedacht. De rijke zakenman wil zijn club veranderen in een Duits Real Madrid, compleet met witte clubkleuren. Maar hoe kan hij de Europese top bestormen, zolang zijn voetballers veredelde amateurs zijn die alleen in de eigen regio spelen? Vijf geografische zones vormen evenveel Oberliga's. Kremer wordt verketterd, hij is brutaal en stuurs, zeker geen tacticus. Hij krijgt pas na de Duitse afgang op het WK van 1962 (de wereldkampioen van 1954 ging er in Chili in de kwartfinales uit) zijn zin. Dan springt ook de alom gerespecteerde bondscoach Sepp Herberger op Kremers kar. Vijf weken na de bittere pil op het WK, wordt op 28 juli 1962 beslist om een jaar later de Bundesliga op te richten. In oktober 1962 worden de geografische criteria vastgelegd en opteert men als bijkomende criteria voor de resultaten van de laatste tien jaar en de beschikbare accommodatie (het stadion moest oké zijn). Daardoor krijgen 9 van de 46 kandidaten meteen een licentie: FC Köln, Dortmund, Schalke, Nürnberg, HSV, Werder Bremen, Saarbrücken en Hertha BSC. In mei worden daar na afloop van de competitie in de Oberliga's nog zeven ploegen aan toegevoegd: Stuttgart, Karlsruher, Kaiserslautern, Braunschweig, MSV Duisburg, Preussen Münster en... 1860 München. Dat is kampioen geworden in de Oberliga Bayern. Bayern München, slechts derde, moet nog twee jaar wachten voor het mag deelnemen aan het voetbalfeest. Slechts één van de 52 clubs die ooit Bundesligavoetbal speelden, heeft al die tijd nog geen seizoen aan de top gemist. HSV uit Hamburg heeft ze allemaal zien komen en gaan, al is het de laatste jaren kommer en kwel bij de Bundesligadinosauriër die droomde van succes in de Champions League, vorig jaar voor 28 miljoen euro investeerde en nu absoluut wil vermijden dat de cijfers voor het derde opeenvolgende jaar in het rood gaan. Anders moeten sterren als Rafael van der Vaart verkocht worden. In een nieuw rondje misplaatste hoogmoed heeft de nieuwe clubleider Carl-Edgar Jarkow geen zin: "Laten we wel wezen: HSV was een succesploeg van 1977 tot 1987: daarvoor en daarna waren we meestal gewoon middelmaat." Middelmaat is een woord waarvan ze bij Bayern de betekenis in een woordenboek zullen moeten opzoeken. Geliefd door de eigen aanhang, wordt de club met de best gevulde prijzenkast, het hoogste budget, de duurste transfers gehaat in de rest van Duitsland. In 2007-2008 betaalt Bayern, het jaar daarvoor slechts vierde geworden, liefst 82 miljoen euro voor nieuwe spelers: Luca Toni en Franck Ribéry, op dat moment met 25 miljoen de duurste aankoop ooit in de Bundesliga. Hét signaal dat de Bundesliga voortaan niet langer zijn beste spelers laat gaan, maar ook toppers uit de andere topcompetities kan inkopen. Met de komst van Pep Guardiola staat de Bundesliga in de schijnwerpers. Maar toen Bayern in 1965 met twee jaar vertraging voor het eerst de Bundesligabühne betrad, deed het dat niet met een bijeen gekocht sterrenelftal, maar met een piepjong team, gebouwd op eigen talent. Zoals doelman Sepp Maier, als jonge snaak weggehaald bij een kleine club, FC Haar, waar de voormalige midvoor noodgedwongen in doel belandde, en ondanks een 12-0-pandoering na afloop naar Bayern getransfereerd werd. Ook uit de eigen jeugd kwam Franz Beckenbauer, die aanvankelijk droomde van een carrière bij het grote 1860 München. Tot hij bij een jeugdtoernooi met zijn kleine ploegje in de finale uitgescholden werd door de hautaine spelers 1860 en een dure eed zwoer: "Naar die ploeg ga ik nooit." Ook Gerd Müller kwam in 1964 toevallig bij Bayern terecht. Bij het bescheiden Nördlingen was hij topschutter geworden toen op een ochtend twee heren uit München aanklopten. 's Middags liet Müller de heren langs de achterdeur uit, nadat hij tot zijn tevredenheid een contract had getekend, in de waan dat hij sinds een paar ogenblikken lid was van 1860. Tot zijn moeder hem riep en zei: "Gerd, er staan twee mannen van München aan de voordeur." Verbijsterd stelden de afgevaardigden van 1860 vast dat de spits onwetend voor de concurrentie had getekend. Bayerns succes begon op 22 april 1962 met een nieuwe voorzitter. De succesvolle bouwondernemer Wilhelm Neudecker was overigens de enige kandidaat. Zijn kapper tipte hem om naar Bayern te gaan, toen hij aangaf op zoek te gaan naar sociale erkenning voor zijn economisch succes. "Maar ik heb het meer voor 1860", wierp Neudecker op. "Daar hebben ze er al zo veel, bij Bayern zijn er te weinig", weerlegde de kapper. Een opmerking die de geschiedenis van het Duitse voetbal veranderde. Vijf jaar lang betaalde Neudecker bij Bayern drie mark lidgeld. Toen werd hij verkozen tot voorzitter, na een totale investering van vijftien mark: zeven en een halve euro. Toen Neudecker voorzitter werd, voetbalde Bayern voor gemiddeld 14.600 toeschouwers. Vandaag zijn dat er 70.000. Uiteindelijk, bedacht de bouwondernemer, zou de ploeg in 1963 niet klaar geweest zijn om zich te handhaven in de Bundesliga. In 1965 eindigde het in zijn maidenjaar meteen derde. Maar op de eerste speeldag verloor het de derby tegen 1860 met een tegengoal in de eerste minuut. TSV 1860 München zou dat jaar overigens kampioen worden: de enige Bundesligatitel die het ooit haalde. Na de titel in 1966 zakte de club geleidelijk weg uit het topvoetbal. Afgelopen weekend ontving het in tweede klasse FC Ingolstadt. Ondertussen klom Bayern gestaag naar de top. De beste transfer deed het in 1970, toen het Uli Hoeness voor 20.000 euro wegkocht bij Ulm en hem een BMW 2002 en een maandloon van 1000 euro schonk. Zonder Hoeness had het één Bundesligatitel behaald, mét hem - als speler en manager - won het er nog eens 21. Op 1 mei 1979 ging de voormalige spits aan de slag als manager. Een jaar later vond hij, toen hij na een knieblessure uitgeleend werd aan FC Nürnberg, voor Bayern nog een nieuwe shirtsponsor. Vrachtwagenproducent Magirus Deutz uit Hoeness geboortestad Ulm betaalde 900.000 euro voor drie jaar. Voor zichzelf had Hoeness tien procent op die deal bedongen. Toen hij voor Bayern koos, knarsetandde Adolf Dassler. De stichter van Adidas had Hoeness ook graag aangeworven. Met een neus voor zaken stuwde Hoeness Bayern alsmaar verder, steeds op zoek naar extra commerciële mogelijkheden om de omzet te verhogen. Het geld voor transfers haalt Bayern gewoon van de rekening, lenen moet het niet. De rest van de Bundesliga deelt in het succes. Afgelopen seizoen zat er gemiddeld 44.000 man bij een Bundesligawedstrijd. DOOR GEERT FOUTRÉDe beste transfer deed Bayern in 1970, toen het Uli Hoeness voor 20.000 euro wegkocht bij Ulm.