Vrijdagavond laat, na de 1-0-nederlaag van Club Brugge op RC Genk, sprak Trond Sollied bij wijze van troost dat het succes niet kon uitblijven als zijn ploeg zo zou blijven verder spelen. Op een moment dat de Champions League onhaalbaar dreigt te worden, stelde de trainer eens te meer vast dat het scoringspercentage veel te laag ligt, dat Club Brugge wat dat betreft met hetzelfde probleem worstelt als tijdens de heenronde.
...

Vrijdagavond laat, na de 1-0-nederlaag van Club Brugge op RC Genk, sprak Trond Sollied bij wijze van troost dat het succes niet kon uitblijven als zijn ploeg zo zou blijven verder spelen. Op een moment dat de Champions League onhaalbaar dreigt te worden, stelde de trainer eens te meer vast dat het scoringspercentage veel te laag ligt, dat Club Brugge wat dat betreft met hetzelfde probleem worstelt als tijdens de heenronde. Veel meer om dat nu te concluderen is het de vraag in hoeverre Club Brugge het naliet om daarop vorige zomer te anticiperen. Want het paradoxale tijdens de zo vergulde campagne is dat Club Brugge ook toen een onrustwekkend hoog aantal kansen de nek omwrong. Naakte cijfers plegen echter de werkelijkheid te camoufleren : Club Brugge maakte toen zesennegentig doelpunten, vierentwintig meer dan Anderlecht. En wie talmt er dan over een manco aan koelbloedigheid, zeker als er zoveel mogelijkheden komen dat er toch altijd een aantal werd verzilverd ? En dus kwam er ter versterking van de frontlijn niemand bij, ook al niet omdat Trond Sollied heilig geloofde in de explosie van zijn landgenoot Bengt Saeternes. Het is aan Marc Degryse om dat soort dingen tijdig in te schatten. Ook en vooral in momenten van euforie. Club Brugge stond vorig seizoen na achttien competitiematchen veertien punten voor op Anderlecht. Nu telt het een achterstand van éénentwintig punten. Een verschil van 35 punten. Ook dat toont dat blauw-zwart nog nauwelijks een schim is van de machine van weleer. Het slaagt er niet langer in met zijn op beweging gestoeld voetbal vijandelijke linies te ontrafelen, stuit op tegenstanders die steeds beter een antwoord vinden op die patronen en wordt geconfronteerd met een zekere vergrijzing in zijn systeem. En het ziet de vorig seizoen spetterende Sandy Martens plots sputteren, werd achtervolgd door blessures en zocht achteraan naar nieuwe automatismen door de inplanting van de voortdurend naar voetballende oplossingen strevende David Rozehnal. Maar de kansen kwamen er nog altijd. Minder veelvuldig dan vorig seizoen en dat accentueert de missers. En dus wil Club kennelijk prioriteit maken van de komst van Mbo Mpenza. Geen echte goalgetter weliswaar, maar een ideaal complement voor de andere spitsen. Alleen : die komst lijkt niet los gezien te kunnen worden van een vertrek van Andrés Mendoza. De Peruaan werd eind vorige week in verband gebracht met Lokomotiv Moskou, dat voor hem twee miljoen euro wil neerleggen. Het is de politiek waartoe Belgische clubs worden gedwongen : eerst verkopen, dan kopen. Zo blijf je als vereniging jezelf achternalopen. Met Mpenza, of een andere spits, binnen te halen zet je een stap vooruit, met Mendoza te laten vertrekken weer een stap achteruit. De Peruaan blijft, zijn nonchalance en soms irriterende grilligheid ten spijt, de enige voetballer die Club een meerwaarde bezorgt. Juist nu het aanvalsspel niet meer zo vloeit en het gebrek aan finesse meer dan ooit aan de oppervlakte sijpelt, kan hij met zijn flitsen matchen openbreken. Iedereen in Brugge, zo klinkt het nu, is de escapades van Mendoza beu. Het is vreemd dat het klaaglied om de spits al vier en half jaar weerklinkt. Mendoza is ongedisciplineerd, komt geen enkele afspraak na en heeft lak aan alles en iedereen. Je hoorde het in 1999, je wordt ermee geconfronteerd in 2004. Club Brugge slaagde er, ondanks alle inspanningen, niet in dat te veranderen. Het frappeert dat Belgische clubs vaak moeite hebben om met spelers uit een andere cultuur om te gaan. Wellicht is dat voor pure voetbalmensen ook te hoog gegrepen. En is het specialistenwerk om naar de oorzaken van dat gedrag te peilen, om te zoeken naar de reden van de nukkigheden van iemand die vanuit de armste wijk van Lima hier werd neergekwakt. Maar psychologische begeleiding blijft in dit land een al even braakliggend terrein als welke vormen van mentale begeleiding dan ook. Het botst met de eigenheid van Club Brugge dat spelers zich niet kunnen aanpassen. Maar ook dat zegt veel over de gewijzigde verhoudingen. De warmte die vroeger in de spelersgroep van Club Brugge hing en iedere integratie vergemakkelijkte heeft plaatsgemaakt voor zakelijkheid. Vanuit zijn mentale kracht wil Club Brugge zich op grootse momenten op het veld nog altijd als een hecht bolwerk presenteren. Maar niet langer in de kleedkamer. Jacques SysClub Brugge miste ook vorig seizoen al veel kansen.